De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de kerkelijke Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de kerkelijke Pers.

10 minuten leestijd

Door de verduistering zullen er ongetwijfeld in 't algemeen genomen wel wat minder vergaderingen en week-kerkdiensten gehouden worden dan in die tijden, waarin we volop van de moderne verlichting genoten. Met opzet hebben wij er bij gezet „in 't algemeen genomen". Plaatsen en streken met veel water, leveren vooral bij duister gevaar op. Maar in meerdere kleinere en grootere plaatsen zal het met de inkrimping van samenkomsten nog zoo'n vaart niet loopen. Bovendien stelt men er zich een eer in om de „gewone" gang van zaken zoo goed mogelijk te bevorderen. Nochtans heeft men van meer dan één zijde op de mindere samenkomsten gewezen om daardoor en ook om andere oorzaken, te bevorderen dat de „open" komende tijd nuttig worde besteed. Het huiselijk leven zou wat meer tot zijn recht kunnen komen. Men zou vooral op

Bijbelonderzoek

zich toe kunnen leggen. Voor gebrek aan Bijbels behoeven we onder ons niet te vreezen. Het Ned. Bijbelgenootschap verricht hier voortreffelijk werk. In het Algemeen Weekblad werd er op gewezen, dat de bijbelverspreiding ook in oorlogstijden regelmatig voortgaat. Niet alleen hier, maar b.v. ook in China. Ondanks de oorlog, die daar reeds geruimen tijd woedt, werden in dit land in 1939 4 millioen bijbels verspreid. En op de wereldtentoonstelling te New-York werden het vorig jaar door een leekenvereeniging voor bijbelverspreiding 345.000 Evangeliën en Nieuwe Testamenten uitgereikt.

Nu wil de Bijbel niet alleen verspreid worden, hij wil ook gelezen en onderzocht zijn. In „Woord en Daad", het tijdschrift voor Inwendige Zending, werd daarom het volgende aanbevolen. Men wil „huissamenkomsten voor geestelijke verdieping". „Nu er dezen winter minder gelegenheid dan gewoonlijk zal zijn om door het bijwonen van openbare samenkomsten — godsdienstige samenkomsten, lezingen, concerten, enz. — zich geestelijk te verrijken, is er alle aanleiding in beperkten kring geestelijk contact met anderen te zoeken. Daarom bevelen onderstaande organisaties met aandrang het organiseeren van plaatselijke kringen aan van niet meer dan 20 personen, die geregeld ten huize van een der deelnemers samenkomen voor bijbel- en/of Zendingsstudie. Men vorme een groep uit zijn kennissenkring of raadplege zijn predikant en lette voorts op desbetreffende publicaties in de plaatselijke bladen. Adviezen, literatuur-opgave en leiddraden ten dienste van zulke „kringen voor huissamenkomsten" zijn verkrijgbaar bij het Centraal Bureau voor Inwendige Zending, Stadhouderskade 137 te Amsterdam. Het gezamenlijk overdenken van Bijbel- en Zendingsvragen moge velen dezen winter ten zegen zijn !'' Dit advies wordt gegeven door de besturen van het Ned. Bijbel Genootschap, de Zendingsstudie-Raad, de Centraal Bond van Inwendige Zending en Christelijk Philantropische Inrichtingen.

In „Credo" wordt dit advies ondersteund door P. P. Werd dit advies opgevolgd, dan zou deze hierin zien een vrucht van dezen bangen tijd. Gewezen wordt op het feit, dat in de dagen van het Réveil het Christelijk leven in ons vaderland, ongeveer op dezelfde wijze als in het advies hierboven beschreven, wakker geworden is. Toen kwam men óók op gezette tijden in huiselijke kringen bijeen, om met elkaar den Bijbel te lezen en te bespreken. Van Afscheiding en Doleantie zou veel minder kracht zijn uitgegaan, als de huissamenkomsten er niet achter hadden gezeten.

Een lans wordt gebroken voor het goede conventikel. Volgens P. P. is er de laatste jaren wel eens te veel kwaad verteld van de conventikels of huiselijke samenkomsten. Vrij gemakkelijk is het, eenige nadeelige gevolgen van verkeerde conventikels op te sommen. Dit lag echter in de verkeerde stof, die er behandeld werd. In inquisitorische vragen over geestelijke bevindingen, enz. Maar nooit kan er toch kwaad geboren worden uit het godvruchtig lezen van den Bijbel met elkaar ? Het goede, dat er in Bijbelkringen ligt, mag niet ver 't hoofd gezien worden. Wanneer deze goed gehouden worden, kan de Kerk iet anders dan vruchten plukken van huiselijke samenkomsten.

In de Geref. Kerk lazen we een artikel uit Hervormd Amsterdam, eveneens over de wenschelijkheid der vorming van bijbelstudiekringen. Hierin wordt gewezen op de zeer bizondere situatie, waarin de Amsterdammer zich bevindt. Was anders de rechtgeaarde hoofdstedeling avond aan avond bezet, nu maakt de gedwongen verduistering de Amsterdammers tot zeer huiselijke menschen. De spanning wordt gevoeld: ik zou iets willen doen om den tegenwoordigen nood te lenigen en — anderzijds — ben ik gedwongen mijn vrije tijd thuis door te brengen. „Zou God hiermee eene bedoeling hebben ? Zou God ons in deze schijnbare onmogelijkheid tot activiteit toch een mogelijkheid geven ? "

Gewezen wordt dan op de worsteling, die noodig is „om door alle stormen heen te koersen en een weg te vinden voor ons ouderen en voor de jongeren door verwarring en onzekerheid". Dit alles dringt dan heen naar twee dingen: naar saamhoorigheid, onderling contact en bezinning. Met anderen moet contact gezocht worden en bij bezinning wordt gedacht aan den Bijbel. Nu wordt dan de tijd rijp gezien voor wat we te lang nalieten. Met buurtgenooten moet een bijbelkring gevormd worden. De Amsterdamsche Vereeniging van Hervormden heeft het initiatief tot het houden van zulke bijbelkringen genomen. Een ieder krijgt gelegenheid vragen te stellen waar men „mee zit". Deze methode voldoet goed. Volgens het Algemeen Weekblad heeft ook Prof. Kraemer in „Hervormd Amsterdam" over dit onderwerp geschreven. Volgens hem is voor Christelijk Nederland de reorganisatie niet het voornaamste probleem. Het voornaamste probleem is het bestaan van groote bevroren geestelijke credieten. De geestelijke krachten, die er naar schrijvers overtuiging zijn, liggen als dood kapitaal. Geestelijk gesproken, loopen vele Christenen als millionairs rond, maar door de eigenaardige verhoudingen in ons Vaderland blijft dit kapitaal als opgestapeld goud in goed afgesloten kelders renteloos liggen. Wij moeten elkaar aan gaan spreken uit het gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid tegenover God en de wereld met het woord : „Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u". Voor de practijk worden dan de volgende richtlijnen gegeven :

1e. daadwerkelijk meewerken met het plan van „Herv. Amsterdam", dat ieder levend gemeentelid zich voorneemt om dezen winter minstens één Bijbelkring van gemeenteleden te hebben en éen van niet-gemeenteleden.

2e. Wordt aangeraden met zooveel mogelijk gemeenteleden de Kerkeraad hardnekkig te gaan belegeren dat de Kerkeraad u zegge op welke wijzen de gemeenteleden haar kunnen helpen om de Kerk en het leven van Christus zichtbaar en tastbaar te maken. Dit moest men door héél ons land doen.

3e. Overal verzamele men kleine kringen, die geregeld bij elkaar komen om waarachtige voorbidders te worden voor de nood der Christenheid en de nood der wereld. Voorbede is toch — als we den Bijbel goed begrijpen — niet een mooie, maar machtelooze stichtelijkheid, doch één van de middelen, waarmede God Zijn wereldplan verwerkelijkt.

We krijgen door wat we u voorlegden, wel den indruk, dat van meer dan één zijde gewezen wordt op activeering der gemeenteleden, en dan ook wel speciaal met de nadruk op Schriftonderzoek in kleinere bijbelkringen. Waarbij gewezen wordt op het goede der Conventikels van voorheen. Of allen het met Prof. Kraemer eens zullen zijn over de geestelijke millionairs, die we in ons Vaderland veel moeten hebben, waag ik te betwijfelen, om geen sterkere uitdrukking te gebruiken. Maar verder zal niemand durven beweren dat er onder ons reeds meer dan genoeg aan Schriftonderzoek wordt gedaan. Ach — de Bijbel zelf wordt soms zoo slecht bedacht. Voor allerlei blaadjes en geschriftjes is nog wel tijd en plaats, maar voor de Bijbel.

Er is nog menig, zelfs menig trouw kerkelijk meelevend gezin te vinden, waarin de Bijbel slechts nu en dan wordt gelezen, om van onderzoek maar niet te spreken. Trouwens — we hebben het er te druk voor gekregen ! Het huiselijk leven is er te verward voor geworden, zoo is menigmaal beweerd. Wat niet geheel ontkend kan worden. Iemand heeft het gezin in dezen modernen tijd eens vergeleken met een duiventil, waar we in- en uitvliegen, of met een station met gaande, komende en doortrekkende reizigers. Er is zooveel te doen.

Zooveel vereenigingen, cursussen, clubs, enz. Vandaar, dat nu eenige vrucht verwacht wordt van de verduistering, eenige winst, ja misschien wel véél winst. Maar als dit dan zoo is, moet dat dan ook niet zoo blijven ? Ook wanneer de verduistering niet meer noodzakelijk zoude zijn ?

Als hier dingen aangegrepen worden die al te lang verzuimd werden, moeten we ons dan niet voorgoed herzien en vragen of we niet in dit opzicht een andere koers moeten gaan zeilen ? Zóó herzieningen moeten invoeren, dat de huiselijkheid wordt bevorderd en er meer ruimte komt voor Schriftonderzoek, persoonlijk en in kringen ? Bovendien zal bij Bijbelkringen een zeker kerkelijk toezicht niet kunnen ontbreken. Naar ik meen, heeft Brakel dit ook eens gezegd van de Conventikels. In elk geval heeft ieder de roeping ook anderen zooveel als mogelijk is met Gods Woord in aanraking te brengen. Laat mem dan de kring maar niet opeens te ruim nemen. Men beginne bij het eigen gezin. Prof. Grosheide wijst hierop speciaal in een artikel in Belijden en Beleven over

De Hniscatechisatie.

Hij wijst er op, dat de Synode van Dordrecht niet alleen aandacht besteedde aan de kerkelijke- en schoolcatechisatie, maar óók aan de huiscatechisatie. Door niemand zal worden ontkend, dat de ouders tot dit onderwijs aan hun kinderen geroepen zijn. Bovendien is dit bij den Doop nog eens opzettelijk beloofd. De Gereforrneerde Zondagsschoolvereeniging „Jachin" heeft zich eens gegevens trachten te verschaffen over de huiscatechisatie. Dit onderzoek was zeer zeker onvolledig, maar tóch was het betrouwbaar en — droevig was het resultaat. Thans zou het resultaat ongetwijfeld nog droeviger zijn. Twee redenen noemt Prof. Gr. dan, waarom de huiscatechisatie niet is wat ze naar 't oordeel van onze Geref. vaderen wezen moet. De ouders verontschuldigen zich door te spreken over gebrek aan kennis en gebrek aan tijd. Wat de kennis betreft, moet echter bedacht worden, dat geen schoolopleiding of zooiets wordt bedoeld, 't Gaat om eenvoudig geestelijk verkeer met de kinderen. Bijbellezen, overhooren, praten over de preek. Kan het verder gaan, goed, maar dat is niet noodzakelijk. Aan veel tijd zal er inderdaad bij velen gebrek zijn. Maar — waar een wil is, daar is een weg. In menig gezin zal Zondags toch wel eenige tijd beschikbaar zijn om met de kinderen te spreken.

De tweede oorzaak ziet Prof. Gr. in de ondankbaarheid voor ontvangen zegeningen. We hebben onze Christelijke scholen, wat moeten we dan thuis nog doen? Dankbaar wordt de zegen, in de Christelijke scholen ontvangen, erkend. Maar dit neemt de taak in het gezin niet weg. Deze blijft ook door de bizondere verhouding van ouders tot kinderen bestaan.

Dit alles wordt naar voren gebracht omdat er om allerlei redenen in de toekomst wel minder zal kunnen worden verwacht van anderen en méér gevraagd zal worden van het gezin. Door de verduistering begint men dat nu al te merken. Hierop moeten we ons voorbereiden door ons in te stellen op de huiscatechisatie. Laat men hiervoor een vaste tijd stellen. Laat men eenvoudig blijven. Laten er prettige verhoudingen zijn. Bij vragen, die er zeker nog zijn, blijft de hoofdzaak, dat de huiscatechisatie onder ons in eere blijft of in eere komt.

Hiermee zullen we het zeker van harte eens zijn. Over zooveel wordt met de kinderen gesproken! Voor zooveel „gepraat" is tijd. Dat de ouders toch hun roeping van Godswege tegenover hun kinderen hierin verstaan mogen.

Beginnen in het gezin! Dat is de Gode welbehagelijke weg!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit de kerkelijke Pers.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's