De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 75)

Doch ook deze bezwaren zouden met den tijd wel overwonnen worden, en anders ....

Zoo had men zich in allerlei droomen verloren en was haar een toekomstbeeld voor oogen geschilderd vol kleurenpracht. Het eecnige bezwaar was maar, dat, wanneer zij de hand ging uitsteken om het te grijpen, het plotselmg achteruit week.

Toen kwamen er andere tijden. De bezoeken van Santema werden zeldzamer. Plotseling hielden zij geheel op. Tevergeefs werd uitgezien of de post niet eenig bericht bracht. Avond aan avond werd aan het Centraalstation of op het Leidsche plein, in de Kalverstraat of voor het Rembrandtheater uitgezien, soms urenlang, of zij hem te midden van het voortjagende publiek ook bemerkte. Een enkelen keer had zij de pen ter hand genomen met het doel hem te schrijven, zonder dit plan echter uit te voeren, omdat hij haar dat altijd streng verboden had. Toch moest zij hem over ernstige zaken dringend spreken. Des nachts bracht de verbeelding voor haar verwarde brein allerlei spookgestalten, of vleide zij zich met de hoop, dat hij verhindering had, maar eerstdaags zeker komen zou. Uren aaneen lag zij dan wakker, tot haar brandende oogen zich tegen het aanbreken van den morgen door vermoeienis sloten.

Soms vreesde zij krankzinnig te zullen worden. Berstende hoofdpijnen maakten 't werken haast ondoenlijk. Zienderoogen vermagerde zij. Als sneeuw voor de zon scheen haar schoonheid te verdwijnen. Het overige dienstpersoneel in het groote huis had het er over, als zij afwezig was of keek, haar met groote vraagoogen aan. Was da, nu die mooie Béa, die in den laatsten tijd haast niet meer voor haars gelijken te spreken was en het dan altijd maar had over haar heer en over mooie kleeren en uitgaan ? Wat scheelde, haar ? Toen kwam 't plotseling als de naakte werkelijkheid voor haar te staan, dat zij bedrogen was. De rijke boerenzoon, uit de plaats van haar geboorte, had met de dochter van de arme weduwe uit het kamertje van de Armvoogdij gespeeld, om, toen hem dit verveelde, haar aan kant te zetten en voor deze wellicht een ander te nemen....

Tot zóóver kon Liesbet Paulussen Zuster Ina vrij kalm haar levensgeheim meededen. Roerloos, de handen gevouwen op baar sneeuwwitte boezelaar, zat deze te luisteren. Geen enkel woord ontging haar. 't Was alsof zij zélf meê doorleefde het diepe liefdeleed van deze gewonde ziel, waarbij de smart nog oneindig grooter is en langer duurt, dan de wellusten der liefde. Beiden zwegen gedurende eenige oogenblikken.

Daarop vervolgde Béa, terwijl de trilling in haar stem de ontroering van haar innerlijk leven verried : „Welke vreeselijke oogenblikken ik toen doorleefd heb, is niet onder woorden te brengen. De gedachte, dat een rijke losbol, die in weelde leeft, vrij en ongeschonden voor de menschen uitgaat, terwijl mijn leven voor altijd geschandvlekt en ik een „geteekende" zou zijn, door elk besproken en, gemeden, bracht mij nu eens in een geweldigen toorn, zoodat ik mij op alles en nog wat ging wreken, en ik voor mijn omgeving tot een last werd, en voerde mij dan weer tot wanhoop, waarbij ik geen uitkomst zag.

„Mijn naam en mijn eer, en mijn gezondheid — misschien mijn leven had ik te grabbel gegooid, voor een man, die zich vóór deed mij lief te hebben, doch in dat alles zich zèlf had gezocht en duidelijk toonde niets voor mij te gevoelen. Meermalen ben ik 's avonds in de donkerheid naar den Amstel of den vijver in het Vondelpark gegaan, met het vaste voornemen, daar een einde aan mijn lijden te maken, waar immers vóór en na zoovelen ditzelfde hebben gedaan, doch telkens werd ik daarin verhinderd door voorbijgangers of, omdat op het juiste oogenblik mij den moed daartoe ontzonk. Eindelijk heb ik gedaan, wat mij zeker zeer kwalijk genomen is, maar ik niet kon nalaten. Ik heb hem een brief geschreven en daarin mijn toestand bloot gelegd en gezworen bij al wat heilig is, mij niet aan mijn lot over te laten. Was ik schuldig, hij ging toch óók niet vrij uit, door mij langs allerlei wegen en middelen in zijn macht te krijgen. Met rood lak is deze brief verzegeld en vervolgens door mij zelf gepost. Op het adres had ik nog, voor alle zekerheid, het woord „Persoonlijk" geschreven, en verder met groote letters : „Aan den Heer G. Santema, „Doniastate" te Zevenhuizen, Friesland".

„Ik heb daar nooit taal of teéken op terug ontvangen.

„Toen stond het bij mij vast, dat ik uit het hart vergeten was als een doode, en ik alléén mijn pak te dragen had. Daarop verviel ik in een doffe onverschilligheid. Mijn werk deed ik uit sleur, levende van dag tot dag en van week tot week, zonder mij te bekommeren om de dingen, die komen zouden. Niemand heeft op de Heerengracht, tot voor kort, mijn waren toestand geweten, al werd er wel gegist. Tot ik niet meer kon. In allerijl werd daarop de dokter opgebeld, die overbrenging naar hier noodzakelijk achtte, en de rest is u bekend. Thans sta ik met mijn kind, zoo goed als alléén op deze wereld, en ben geheel op mij zélf aangewezen.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's