De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen)

76)

„Op de Heerengracht is natuurlijk voor mij geen plaats meer. Naar Zevenhuizen kan ik niet gaan, al zou 't ook alleen maar zijn om den last van moeder niet te verzwaren, 't Beste zou wezen, een betrekking te kunnen krijgen, waarin ik mijn kleine bij mij mocht houden en anders te trachten dit kwijt te worden, maar dat is het laatste, 'k Heb, terwille van dat schaap, zooveel geleden, dat die prijs te hoog is om er gemakkelijk van af te zien".

Onafgebroken had Zuster Ina stil zitten luisteren. Een paar maal had Béa haar aangezien, omdat dit zwijgen haar zoo verwonderde en zij niet wist, welke uitwerking haar verhaal had. Had zij niet beter gedaan met maar te zwijgen en geheel alleen haar leed te dragen ? Doch Zuster Ina had haar hier immers gevraagd en de rustige gezelligheid, welke hier gevonden werd, gaf aanleiding tot deze vertrouwelijke mededeelingen. Bovendien mocht zij gelooven, dat niet enkel nieuwsgierigheid, maar hartelijke deelneming de drijfveer was van heel het optreden van deze verpleegster, die, om harentwil, zich zóó had opgeofferd.

„Mijn arm kind'', was het eerste, wat Zuster Ina sprak. Geen verwijt, geen beschuldiging, geen aanklacht, óók geen bijbeltekst. Was hier al niet genoeg geleden en zou de wereld, zouden wellicht ook vele vrome menschen daarvoor niet zorgen ?

Hier was iets anders noodig. Hier was noodig, wat dat geschoren schaap behoeft, dat uit de warme wollen vacht plotseling is blootgesteld aan de koude Noordenwinden en kletterende regenbuien: beschutting en dekking. Hier was noodig, wat der zondaren Heiland altijd gaf aan de met schuld beladene zielen, die dreigden wég te zinken onder hun zondelast en snakten naar een woord van troost en bemoediging. Sprak Hij tot deze niet: Uwe zonden zijn u vergeven, ga heen in vrede ? 't Was maar de vraag, op welke wijze hier voorloopig afdoende kon geholpen worden. Zou het aan te bevelen zijn, dit nog zoo onervaren meisje, met aanleg om zich spoedig aan iemand te hechten, het leven weer in te zenden, zoo vol van allerlei gevaren, waar de zielevijand loert en vooral in een groote stad de verzoekingen zoovele zijn ?

„Daar is misschien, althans voorloopig, één oplossing, wanneer u die tenminste goed zou zijn, " vervolgde zij na eenigen tijd.

Met een paar lichtende oogen zag Liesbet Paulussen haar weldoenster aan. „En die is ? " vroeg zij.

„'k Heb gehoord, dat hier in de keuken meerdere hulp noodig is. 't Was te probeeren of de Directie met de Regenten konden besluiten u daarvoor te nemen onder goedvinden, dat de kleine meid de eerste tijden op de kinderzaal blijft. We waren dan voorloopig geholpen en kunnen later verder zien."

„O, als dat mocht!" riep zij uit, en sloeg de handen van blijdschap inéén. „Dan behoef ik die gevaarlijke wereld niet meer in. Ik gevoel mij hier veel veiliger en héb met niemand buiten de inrichting iets te maken en ik kon mijn kind behouden. Wat zal ik u dankbaar zijn, als u dat ook nog voor mij gingt bewerken.''

„'k Beloof u mijn best daarvoor te zullen doen, " was het antwoord. „Ge hebt er zeker niets tegen wanneer ik ga zeggen, dat u zoo graag bij het kindje blijft, en er thans niemand is, die hier voor zorgen kan, zonder daarbij verder in bizonderheden te treden, ook niet, dat we u dan voortaan bij uw geboortenaam noemen."

Een lichte blos kwam even over haar gelaat, 't Was nog de nalichting van het schaamrood van haar hoogmoed, die mede haar ten val had gebracht. Béa klonk immers veel deftiger dan Liesbet ?

„'k Wil alles wel, Zuster, wat u goed vindt, en beloof u mijn uiterste best te zullen doen."

„Nu, wij zullen zien. Geef nu uw leven vertrouwend in Gods hand en vraag elken dag van Hem de genade en kracht, om te wandelen in Zijne wegen. Hij zal het dan zéker maken. En nu willen wij eens niet meer over narigheden spreken. Kijk, daar valt net een zonnestraal over je hoofd ; we zullen vertrouwen, dat deze profetie mag zijn van een nieuw leven. De Heere schept het licht uit de duisternis en geeft het aan allen, die in oprechtheid voor Hem leven. Maar drink nu je thee eens uit, Liesbet. Hé, wat klinkt dat leuk, vind je niet ? Me dunkt, de naam, dien een moeder aan haar kind geeft, is altijd de mooiste, juist omdat het een moeder is, die hem gaf en ons het eerst daarmede genoemd heeft."

„Mag ik u dan wel Zuster blijven noemen ? ''

„Zoo je wilt; maar dan Zuster Ina, want dat is het eenige, wat ik nog van mijn moeder heb".

Daarop ging 't gesprek over allerlei dingen, die het groote stadsleven van nabij raakten en waardoor dit zoo gekenmerkt wordt. In een oogwenk waren de uren om. Reeds wees de pendule bij zessen.

Toen Liesbet Paulussen aan den arm van de vriendelijke verpleegster de trap afdaalde om haar kamer en krib weer op te zoeken, was er een pak van haar hart genomen. Voor het eerst, na maanden, lachte er iets in haar oog. 't Was de weerschijn van den zonnestraal, die over haar lichtte.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's