De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

7 minuten leestijd

....en vergeet geene van Zijne weldaden. Psalm 103 : 2b.

Er is in ons hart altijd een voortdurend vragen naar dat, wat nog komende is. Het heden kan ons verblijden, maar uiteindelijk is het ons niet genoeg. Er blijft de vraag naar de toekomst. Er blijft altijd een vooruitzien, als wilden wij aan de toekomst zijn raadselen ontfutselen. Die drang vooruit is een ieder eigen.

En nu het nog maar zoo kort geleden is dat wij een nieuwen jaarkring zijn ingegaan, spreekt dat alles nog eens duidelijk. Meer dan ooit is er een vragen naar wat de toekomst voor ons in zijn schoot verborgen houdt.

O, zeker, er zal bij ons allen wel iets van dankbaarheid zijn. En we zullen ons in dagen van voortdurende dreiging wel kunnen vinden in het bekende woord : „Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn".

Maar toch blijft er de beklemming, die zich oplost in de vraag, wat het nieuwe, dat ons nog geschonken werd, ons brengen zal. Die zorg overstemt maar al te spoedig onze dankbaarheid en doet ons maar al te vlug vergeten dat wij door Gods goedheid nog zijn, die wij zijn.

De zorgen voor de toekomst zijn zoo groot, dat wij gevaar loopen te vergeten, wat God deed in den tijd, die achter ons ligt. Het is te begrijpen, want wat baat ons het verleden, als de toekomst zoo donker is ! Dat geeft geen uitkomst. De omstandigheden zijn er immers niet naar.

Als ge dan toch maar bedenken wilt, dat het Woord des Heeren met de omstandigheden niet mede veranderd is. Het is het Woord van Hem, bij Wien geen schaduw zelfs van omkeering gevonden wordt. Het Woord des Heeren is geen tijdwoord, dat vandaag van toepassing is en morgen reeds zijn beteekenis verloren heeft. Het is het Woord Gods, dat uit de eeuwigheid opkomt en daarom stand houdt en altijd kracht heeft.

Tegenspoed of voorspoed, wat ons ook toekomen mag, dat Woord blijft onveranderlijk : en vergeet geene van Zijne weldaden.

Wat er ook gebeuren zal en welke zorgen zullen drukken, het blijft:

Vergeet nooit één van Zijn weldadigheden. Vergeet ze niet; 't is God, Die z' u bewees.

O, ik weet het wel, zoo bezien wij het zoo weinig. Wat achter ons ligt, hebben we niet ontvangen als een weldaad, maar als iets, dat vanzelf sprak. Het leven is ons zoo weinig een verbeurde goedheid Gods, omdat wij het altijd maar weer als ons recht aanvaarden.

En wanneer we het zoo bezien, dan kunnen wij niet van een weldaad spreken. Want het verleden heeft ons veel leed gebracht en ons veel gegeven, dat nu nog pijn doet. Het heeft in vele huizen de droefheid ingedragen en in vele harten de weedom ingebracht.

Toch is het een weldaad Gods, ondanks alles. Het hangt er maar vanaf, van welke zijde ge het beziet.

Zie eens, het opschrift boven onzen Psalm, kent deze woorden aan David toe. Aan dien man, dien ge in een anderen Psalm hoort klagen: Het is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf. Neen, ik ben in ongerechtigheid geboren. De man, die het ook moest erkennen: Zoo Gij, Heere, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan ? En die daarom uitroept: Wil Uwen knecht, door schuld verslagen, o Heere, niet voor Uw vierschaar dagen ! David, die wist alles verbeurd te hebben door zijn zonden en daarop ziende erkennen moet, dat hij nog zooveel ontvangen had, wat God hem naar recht had kunnen onthouden.

Wie het zoo mag bezien, die weet nochtans van weldadigheden Gods te spreken, al loopt het tegen, zooals het in Davids leven menigmaal is gebeurd. Die verstaat den dichter, als hij zegt: vergeet dan die weldaden niet. Vergeet die niet. Want het hart is er zoo licht toe geneigd dat te doen, omdat het altijd weer van recht wil spreken en niet van verbeurde goedheid.

Vergeet die niet. Zoo moet deze man Gods zichzelf inscherpen. Murmureert niet als het tegenloopt en verhef u niet als het goed gaat, maar buig het hoofd in de erkenning van uw schuld, waarmede ge alles u onwaardig hebt gemaakt.

Vergeet die niet. Belijd het, dat ge er niet één van hebt verdiend. Erken het, dat zoo God naar recht had gedaan. Hij alles onthouden had.

Zoo komt dan dat woord ook tot ons. Verhef u niet tegen den Heere, want wij hebben niets verdiend. Als God Zijn hand toegesloten had, dan was het nog naar recht geweest. O, laten wij dan toch met al ons vragen ons niet tegen den Heere stellen. Is het niet veel uitnemender het hoofd te buigen en te erkennen : o, God, wij zijn Uw gramschap dubbel waardig ? Wij hebben niet anders verdiend dan dat Gij ons van voor Uw aangezicht weg doet.

Wie zijn leven en zijn verleden zoo mag zien, die ontwaart door alles heen het gouden snoer van Gods weldaden, die nooit vergeten mogen worden.

En nog méér. Dan blijft ge niet bij de weldaden staan, maar dan eindigt ge in den Weldoener. Het zijn immers Zijne weldadigheden. En het was God toch. Die z' ons bewees.

Dan komt er plaats voor de weldaad Gods in Jezus Christus, in Wien de vergeving der ongerechtigheden is.

Dat is de weldaad. Al de andere blijven maar voor een tijd, maar de genadegifte Gods is onberouwelijk

Alle andere weldaden zijn groot. Maar Hij is volkomen. In deze weldaad ligt alles wat noodig is voor tijd en eeuwigheid. Alles, ook in de donkerheden van vandaag.

In de grootste smarten Blijven onze harten In den Heer' gerust. 'k Zal Hem nooit vergeten. Hem mijn Helper heeten. Al mijn hoop en lust.

En vergeet geene van Zijne weldaden. Gij en ik zien altijd maar weer vooruit. Doch het baat ons niet. Wij kunnen de geheimen van de toekomst niet overmeesteren. Dat maakt ons zoo moe.

Doch Gods Woord zegt: zie eens achterom.

Zalig, wie het door Zijn genade doen mag. Dan eindigt wel onze weg, omdat het verleden spreekt van onze schuld, die ons verwerpelijk maakt in Gods oog. Maar waar onze weg eindigt, daar begint die van den Heere.

Laat dan toch de blik afglijden van de donkerheid, waar wij niet in door kunnen dringen. Waar wij ons alleen maar blind op staren. En vragen oor en oog om op te merken. Dan zien we, terugziende, ons leven als schuld en lederen dag als een misdaad. Dan moeten wij graven, maar naarmate dat wij dieper delven zullen wij grooter gruwelen vinden.

Doch naar diezelfde mate zullen wij ons verwonderen over Gods weldaden. Ja, naar mate, dat wij minder worden, zal Jezus Christus als de weldaad meer gestalte krijgen in ons hart.

En Hij zegt toch : Hebt dan goeden moed. Ik ben met ulieden alle de dagen, tot aan de voleinding der wereld.

En wanneer we zoo hebben teruggezien, dan kan de blik toch nog vooruit gaan. Maar nu anders dan voorheen.

Ge staart u dan niet meer blind, maar buigt de knieën om uw begeerte in alles met bidding en smeeking bij God bekend te maken. En er blijft, gelijk de opstellers van onzen Catechismus dat ervaren hebben, in alle ding, dat ons nog toekomen kan, een goed toevoorzicht op onzen getrouwen God en Vader, omdat geen schepsel ons van Zijn liefde scheiden zal, aangezien alle schepselen alzoo in Zijn hand zijn, dat zij zich tegen Zijn wil noch roeren, noch bewegen kunnen.

Dan gaat het oog des geloofs nog verder en het ziet door de donkerheid van de toekomst dezer wereld heen het licht van de toekomst des Heeren, waar niemand Gods weldaden vergeet, omdat daar eeuwig gezongen wordt van Gods goedertierenheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's