UIT DE HISTORIE
Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten.
De rechtvaardigheid is uit het geloof : niet uit de werken. Wie zijn Abrahams kinderen ? Vers 6—14
Hoofdstuk III.
(XX).
Opdat de zegening van Abraham tot de Heidenen komen zou, in Christus Jezus, vers 14.
Steeds heeft Paulus de plaats op het oog: „in uw zaad zullen alle volkeren gezegend worden", omdat de aan Abraham beloofde zegen niet het deel der heidenen kon worden, tenzij door zijn zaad, namelijk door Christus, en wel op de volgende wijze : Christus moest een vloek worden, opdat de belofte, aan Abraham gedaan, zou kunnen worden vervuld.
Hetgeen hier beloofd werd, kon dus op geen andere manier een feit worden, dan door de vloekwording van Jezus Christus. Hij moest zich met de vervloekte heidenen vereenigen, wilde Hij hun vloek weg kunnen nemen, en door Zijn zegen brenger kunnen zijn van gerechtigheid en leven.
Ge moogt er wel op letten, dat 't woord „zegen" niet zoomaar een woord is. De Joden denken dat wel, en houden het er voor, dat het niet méér beteekent dan een begroeting of zoo iets. Doch Paulus handelt hier over zonde, gerechtigheid, nood en leven, zoodat het dus over onschatbare dingen gaat, die voor het menschelijk verstand niet te begrijpen zijn ; want hij zegt: opdat de zegening Abrahams komen zou tot de heidenen, in Christus Jezus.
Bovendien ziet ge, hoe het met onze eigen verdiensten staat, en op welke wijze wij deel krijgen aan den beloofden zegen.
De gerechtigheid wordt namelijk alleen verkregen, omdat Christus Jezus voor ons een vloek geworden is. Want wij voor ons kennen God niet; wij zijn Zijn vijanden; wij zijn dood in zonden en vervloekt. Onze „verdiensten" tellen dus niet mee en hebben geen waarde. Wat zou een vervloekt zondaar, die God niet kent, voor God kunnen verdienen ? Wij zijn dood in zonden, en wij staan schuldig tegenover de gerechtigheid Gods, en wij hebben Zijn toorn verdiend.
Wanneer de paus iemand in den ban doet, dan is die man in al zijn doen en laten vervloekt.
Hoeveel te meer zijn wij in heel onzen handel en wandel den vloek onderworpen, voordat wij ten minste gekomen zijn tot de kennis van Christus.
De eenige weg, om dezen vloek te ontgaan, ligt in het geloof, opdat wij zeggen kunnen : Gij, Christus, Gij zijt mijn vloek ; en Gij zijt mijn dood. Of liever gezegd : Ik ben Uw zonde, Uw vloek, Uw dood, Uw hel; en ik ben de reden, waarom de toorn Gods op U rust. Daarentegen zijt Gij mijn gerechtigheid, mijn zegen, mijn leven, mijn hemel, en de oorzaak van de genade, welke ik bij God heb. Want de tekst zegt duidelijk: Christus is een vloek geworden „voor ons".
Hoewel deze geweldige en buitengewoon troostrijke tekst den verstokten en verblinden Joden niets zegt, hebben wij er genoeg aan. Hij bewijst namelijk heel duidelijk, dat wij door den vloek, de zonde en den dood van Christus gezegend zijn, en daardoor gerechtvaardigd en levend gemaakt zullen worden.
Zoolang zonde, dood en vloek in ons blijven, zoolang verschrikt de zonde ons; zoolang doodt ons de dood, en zoolang veroordeelt ons de vloek. Zijn deze machten echter op Christus overgedragen, dan worden ónze onheilen en ellenden de Zijne, en het goede van Hem wordt óns deel.
Laat ons derhalve leeren, om in alle aanvechtingen hetgeen ons drukt en benauwt op Christus te werpen, en van Hem gerechtigheid, leven en zegen over ons te laten komen. Want Hij heeft waarlijk al onze ongerechtigheden op Hem doen aanloopen (Jesaja 53 vers 6). God de Vader heeft al ónze zonden op Hèm geworpen. En Christus heeft deze gaarne op Zich benomen, al was Hij niet schuldig. Hij heeft den wil des Vaders willen doen, en daardoor zijn wij voor eeuwig geheiligd.
Dit is de onuitsprekelijke en oneindige barmhartigheid Gods, en Paulus spreekt er gaarne over in een veelheid en rijkdom: van woorden.
De diepte van Gods vurige liefde kan evenwel door het menschelijk hart niet omvat en gepeild worden; veel minder kan zij in woorden worden weergegeven. Gods barmhartigheid is zóó groot, dat men nauwelijks in haar gelooven kan. Bijna is men soms geneigd, om in ongeloof te vervallen in dit opzicht.
De almachtige God, die de Schepper is van alle dingen, is tevens zoo goed en barmhartig, dat Hij met opzicht tot een verloren zondaar, die een kind des toorns is en den eeuwigen dood verdiend heeft, met deernis is bewogen geweest, zoodat Hij Zijn eeniggeboren Zoon niet spaarde, maar Hem overgegeven heeft in den smadelijken dood, opdat Hij, aan het kruis hangende tussohen twee boosdoeners, voor mij, vervloekte zondaar, zonde en vloek worden zou. Mij heeft Hij daardoor gezegend, en ik ben rechtvaardig en een erfgenaam Gods geworden.
Wie zou deze goedheid Gods genoegzaam kunnen prijzen ?
Zelfs de engelen zouden hiertoe niet in staat zijn!
.....en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof, slot vers 14.
„De belofte des Geestes'' is een Hebreeuwsche manier van uitdrukken. Zij beteekent: de Geest, die beloofd was.
Bedoeld is de Geest der vrijheid, te weten de Geest, die bevrijdt van zonde, dood, hel, vloek, toorn en gericht Gods.
Verdiensten onzerzijds zijn hier niet aan de orde, doch die Geest is ons geschonken door het Zaad Abrahams, en Hij bestaat daarin, dat wij van alle ellende zullen vrij zijn, en allerlei goeds erlangen zullen.
Deze vrijheid en deze gave des Heiligen Geestes ontvangen wij uitsluitend en alleen door het geloof.
Wij hebben hier te.doen met een liefelijke en echt apostolische leer, welke verkondigt, dat vervuld is hetgeen geschreven staat in Lucas 10 vers 24 : „Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien hetgeen gij ziet".
Lang te voren hebben de profeten in den Geest gezien, dat alles door Jezus Christus anders ingesteld en geleid zou worden.
Christus moest komen als de andere leeraar, die iets grooters en verheveners leeren en brengen zou, dan vervat was in de Wet, namelijk gerechtigheid en vergeving van zonden.
In de woorden van dezen tekst vat Paulus de heele zaak, waarom het gaat, tezamen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's