De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vertrouwen en vertroosting

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vertrouwen en vertroosting

5 minuten leestijd

De godvruchtige zielen kunnen uit het sacrament van het Heilig Avondmaal een groote vrucht van vertrouwen en vertroosting trekken. Zij hebben daarin een getuigenis, dat wij met Christus tot één lichaam vereenigd zijn, zoodat wij al wat Hij heeft, ons eigen goed mogen noemen.

Calvijn legt dus terecht den nadruk op de gemeenschap met Christus en het deelgenootschap aan Zijn goederen. Daarom heeft hij in het voorafgaande op het kindschap gewezen en op de vaderlijke zorg Gods voor Zijn kinderen en huisgenooten. Dit kan niet zonder vrucht blijven voor de godvreezende zielen. Zij trekken daaruit vertrouwen en vertroosting.

De grond van dat vertrouwen wordt door hem aangewezen in het getuigenis, dat wij met Christus tot één lichaam vereenigd zijn. Immers dat beteekent, dat wij al het Zijne ons eigen goed mogen noemen.

Zoo is Christus de erfgenaam van het eeuwige leven. En aangezien die van Christus zijn al, wat Hij heeft, het hunne mogen noemen, zoo mogen zij zich de belofte des eeuwigen levens toeëigenen, of zooals Calvijn het zegt: mogen wij ons de belofte des eeuwigen levens toeëigenen. Calvijn spreekt van uit het geloof. Wij vinden dat zelfde ook in onze formulieren. Denk maar aan het formulier van den Heiligen Doop. b.v. Desgelijks als wij gedoopt worden in den naam des Heiligen Geestes, zoo verzekert ons de Heilige Geest door dit heilig Sacrament, dat Hij in ons wonen, en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toeëigenende hetgeen wij in Christus hebben.

Verder ook het formulier van het Heilig Avondmaal: b.v. Ten andere, laat ons nu ook overdenken, waartoe ons de Heere Zijn Avondmaal heeft ingezet en wat daar volgt.

Christus is ingegaan in het Koninkrijk der hemelen. Daarom kan dit ons niet meer ontgaan door Hem. Wij kunnen door onze zonden niet meer verdoemd worden, want Hij heeft ons daarvan verlost. Christus heeft gewild, dat Hem de zonden zouden worden toegerekend, alsof het Zijn eigen zonden waren.

Hierin is een wonderbare verwisseling, welke Hij in Zijn groote goedertierenheid heeft bewerkt: n.l. dat Christus een Zoon des menschen is geworden met ons en ons met Zich tot kinderen Gods heeft gemaakt. Door Zijn nederdaling op aarde heeft Hij ons den toegang naar den hemel geopend. Hij heeft door het aannemen van onze sterfelijkheid ons Zijn onsterfelijkheid toegebracht. Door het aannemen van onze armoede, heeft Hij Zijn rijkdom over ons gezet. Door den last van onze ongerechtigheid op Zich te nemen, waarmede wij gedrukt werden, heeft Hij ons met Zijne gerechtigheid bekleed.

In het gedeelte van het Avondmaalsformulier, waarop wij zoo even de aandacht hebben gevestigd, vinden wij deze wonderbare verwisseling op een even treffende wijze uitgedrukt.

Van deze goederen in Christus wil nu het Sacrament getuigen en wel zoodanig, dat wij voor vast en zeker moeten houden, dat deze ons zoo waarlijk gegeven worden, alsof Christus zelf tegenwoordig voor oogen werd gesteld en met onze handen werd getast. Neemt, eet, drinkt; dit is Mijn lichaam, hetwelk voor u overgeleverd wordt; dit is Mijn bloed, hetwelk tot vergeving der zonden vergoten wordt. Dit woord kan niet liegen.

Christus gebiedt ons het te ontvangen, en geeft daarmede te kennen, dat het ons als eigen toekomt.

Hij beveelt ons het te eten. Daarin wijst Hij aan, dat het een substantie met ons wordt.

Hij betuigt van Zijn lichaam, dat het voor ons is overgegeven, en van Zijn bloed, dat het voor ons is vergoten. Daarin leert Hij, dat die twee niet zoozeer Hem als wel aan ons toebehooren, want Hij heeft die beide niet tot Zijn voordeel, maar tot onze zaligheid aangenomen en opgeofferd.

Men moet er wel acht op geven, dat de voornaamste en bijna de geheele kracht van het Sacrament is gelegen in deze woorden : Hetwelk voor u overgeleverd, hetwelk voor u vergoten wordt.

Het zou ons niet nuttig zijn, dat het lichaam en bloed des Heeren nu uitgedeeld werden, indien deze niet eenmaal tot onze verlossing en zaligheid gegeven waren. Daarom worden het lichaam én het bloed des Heeren ons in brood en wijn voor oogen gesteld, opdat wij daaruit zouden leeren, dat wij daaraan eigendom hebben, en dat zij ons worden geschonken tot een voedsel van het geestelijke leven.

De lichamelijke dingen, die ons in het Sacrament worden voorgesteld, wijzen op geestelijke dingen en moeten daartoe geleid worden. Gelijk het brood het leven van ons lichaam voedt, onderhoudt en versterkt, zoo is het lichaam van Christus de eenige spijze om onze ziel te voeden en levend te maken.

De wijn koestert, verkwdkt, versterkt en geeft opgewektheid. Daaruit moet men bij gelijkenis de nuttigheid voor het geestelijke leven verstaan, welke door het bloed van Christus wordt toegebracht.

Wanneer wij de goederen en weldaden bedenken, die Christus ons heeft geschonken door de overlevering van Zijn heilig lichaam en de uitstorting van Zijn bloed, zullen wij deze teekenen van brood en wijn in den geestelijken zin verstaan.

Zoo wijst Calvijn op de beteekenis van het Heilig Avondmaal en op de gronden van vertrouwen en vertroosting, welke de godvruchtige zielen daaruit mogen nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Vertrouwen en vertroosting

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's