De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

4 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen)

77)

HOOFDSTUK XIII.

Een doodsbericht en nog wat.

De nagelaten weduwe en kinderen laten u bekend maken het overlijden van hun echtgenoot en vader, den heer Petrus Frederik Krips, in den ouderdom van 42 jaren. Verzoeken van rouwbeklag verschoond te blijven".

Dat was de droeve tijding, die Gurbe Huitema, ongeveer midden in de zomermaand, van huis tot huis had rond te brengen, 't Had in het vroege morgenuur in Zevenhuizen een  consternatie gegeven. Wat het precies was, werd eerst eenigen tijd later aan de dorpelingen bekend, maar nog vóór de meesten ontwaakt waren, hadden de melkers Foppe, den knecht Joukebaas, bij den dokter op den stoep zien staan; dit verried, dat er onraad was. „Ongemak in de huishouding ? " vroeg Jacob Paulussen terloops, op zijn weg naar „Donia-state".

„Bij mij gelukkig niet, maar bij buurman Krips kon het beter", klonk het geheimzinnig. Daarop was de dokter boven vanuit het raam der slaapkamer komen vragen wat er gaande was, om aanstonds weer te verdwijnen en een paar minuten later op zijn fiets de dorpsstraat in te rijden op een wijze, die voldoende zei, dat er „haast" bij was. Jacob had hem nagekeken, om 't daarop aan Santema en Tjerk en Swopk, met wie hij een kwartier later de velden inging om de koeien te halen, te vertellen, dat er bij de familie Krips zeker nog al iets haperde, omdat men den dokter uit bed had gehaald en deze daarop „hals over kop" was uitgereden.

En zoo was het. Want toen de dokter daar kwam, bleek het al spoedig, dat zijn hulp niet meer noodig was. Mijnheer Krips, secretaris-boekhouder van het Waterschap en van de Boerenleenbank, medebestuurder van de Nuts-spaarbank en kerkvoogd der gemeente, was dood.

De vorige avond had hij in „de Zwaan"" nog een vergadering bijgewoond. Teneinde te voorkomen, dat zoo langzamerhand „de dood in den pot kwam, had men de Vereeniging „Zevenhuizen vooruit" opgericht en allerlei plannen besproken om te komen tot meerdere welvaart van de plaats. Vooral de jongeren hadden zich laten gelden. Zij wilden muziek en zang en sport en tooneel en kermisvariëteiten, kortom, alles wat uit den gewonen sleur van het leven zocht op te heffen, naar men zei, en aan Zevenhuizen kleur en fleur kon geven. Tevergeefs had een ander deel der aanwezigen getracht om, met 't oog op de rechtzinnigen in de gemeente, het behartigen der dorpsbelangen in andere richting te sturen. Door het aanleggen van betere verkeerswegen, die de verbindingen, overeenkomstig de nieuwe eischen des tijds, gemakkelijker maakten en door het scheppen van werkgelegenheden, gedurende de wintermaanden en door het oprichten van warenhuizen voor den fijneren tuinbouw en door het verkrijgen van klein grondbezit. Velen voelden voor deze laatste sociale hervormingen ook wel iets, maar hoofddoel was om in den geest van den tijd vooral ook den jongeren tegemoet te komen, 't Einde was geworden, dat de kerkdijken zich onttrokken en besloten geen lid van de nieuwe Vereeniging te worden, omdat men er 'n pretje van wilde maken, maar dat de anderen besloten om aan de voorgenomen plannen uitvoering te geven en de heer Krips met Gabe Santema en de zoon van schilder Glazema tot bestuursleden van „Zevenhuizen vooruit" gekozen werden. Na afloop hadden de heeren nog een glaasje gedronken, omdat Santema een rondje gaf en waarbij verschillende dingen behandeld werden. „We moeten trachten nieuw leven in de brouwerij te krijgen", had Gabe gezegd, en de toezegging gedaan, dat hij in andere plaatsen wel eens informeeren zou, op welke wijze een mooi feestprogram was ineen te zetten, 't Was al na het sluitingsuur, toen de heeren nog zaten te bitteren, zoodat de veldwachter komen moest om te zeggen, dat het tijd van opbreken was, waarop men hartelijk afscheid van elkaar nam en elk zijns weegs ging. Geen wonder dus, dat niét zonder ontsteltenis door velen de tijding vernomen werd, dat bij de familie Krips iets niet in orde was en deze tot ontzetting overging, toen men hoorde, dat hij voor altijd was heengegaan. Hoe kon dat nu! Zoo jong, en dan zoo spoedig! Het heele dorp was er in een oogenblik vol van. Hier en daar groepten de buurvrouwen samen om elkaar het nieuws te vertellen en het daarbij niet te laten ontbreken aan allerlei bizonderheden. De een wist al meer dan de ander. Sommigen waagden 't even voor het deftige heerenhuis stil te staan, waar de neergelaten gordijnen al aanstonds gingen vertellen dat het hier anders was dan gewoon, en toen kort daarop Gurbe Huitema kwam aangeloopen, naar plaatselijk gebruik, met hoogen hoed en zwarten wandelstok, om van huis tot huis de droeve tijding te verkondigen, toen was er dien morgen anders geen onderwerp dan het groote eeuren met mijnheer Krips, en wat daarvan de oorzaak en de gevolgen zouden zijn.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's