Uit de kerkelijke Pers.
Er is den laatsten tijd heel wat gesproken en geschreven over de arbeid der Synode onzer Ned. Hervormde Kerk met haar huidige organisatie. We hebben tonen gehoord van pure blijdschap en verrukking. Een loflied is gezongen over 't nieuwe, het onverwachte, het verrassende dat zoo plots gekomen is.
We hebben ook mogen beluisteren tonen van verheuging, maar met beving. Bij wat blij stemde werd de vreugde toch sterk getemperd en in haar uiting belemmerd door allerlei gevaren, welke men zag opdoemen. We hebben ook klanken opgevangen waarin de blijdschap verre is en waarin enkel beluisterd wordt de droefheid over de kerkelijke toestand, zooals deze is, ondanks alles wat de Synode de laatste tijden deed. Groote blijdschap klinkt ons tegen uit wat Ds Stegeman te Aalten schreef in „De Wachter". Hij zegt dat de geest onzer Synode veranderd is. Zij is geactiveerd. Men krijgt een gevoel of de Geest, de Heilige Geest, is aangekomen van de vier winden en geblazen heeft in de dorre doodsbeenderen onzer bestuursinrichting. Niet alleen wordt dit gezien in krachtige verordeningen. Want hieruit kan de geest der wereld nog spreken. Maar vooral wordt gewezen op de boodschap der Kerk. Daarin wordt immers gesproken over schuldbesef en begeerte naar het doen van Gods wil. Tevens wordt gewezen op het kerkelijk weekblad, dat opeens geworden is een blad vol geest en leven. De vervulling van een adventswoord wordt gezien. Het licht, dat opgaat over een volk, dat in duisternis gezeten is.
We zien hier wel een geweldig optimisme.
Daartegenover staan bezwaren, die van meer dan één zijde worden ingebracht. In „De Gereformeerde Kerk'' werd een ingezonden opgenomen waarin betoogd wordt, dat wanneer de Kerk haar schuld belijdt tegenover haar Hoofd en Heere en zij vurig begeert dat onder Gods genadige leiding in de zichtbare Kerk openbaar wordt dat de Kerk heeft één Heere, één geloof, één doop, de Synode op dit getuigenis deze daad moet laten volgen, dat zij heengaat en plaats maakt voor bet Hoofd der Kerk; dat zij de regeering der Kerk in Christus' handen terug geeft; dat zij de Kerk zelve laat spreken en daartoe de Kerk haar vrijheid uit banden van voogdij hergeeft". Het Hervormd Zondagsblad teekent hierbij aan, zonder verder op deze klacht in te gaan, dat toch het feit open voor ons ligt, dat de Synode aan de Kerk een Schriftuurlijk gefundeerde boodschap voorlegt, maar zij vermag die boodschap niet te doen aanvaarden door de Kerk als richtsnoer en grondslag der prediking. Na 27 October gaat in de Ned. Herv. Kerk de prediking, dat Jezus niet de Algenoegzame Zaligmaker is, die Zijn bloed gaf tot verzoening van onze zonden, gewoon door. Hierin kon het getuigenis der Synode niets veranderen. Ja zelfs heeft de „kantteekenaar' in „Kerk en Wereld" zich er nu al bezorgd over gemaakt, dat naar het woord van Prof. Kraemer in zijn artikel over „de opdracht der Kerk" in het Weekblad der Hervormde Kerk „de dienst der verzoening als opdracht der Kerk'' genoemd wordt. Zoo staat het inderdaad. Men moge over de boodschap der Synode denken zooals men wil, maar aan de feitelijke toestand der Kerk verandert ze totaal niets. En het bedroevende, onwaarachtige blijft bestaan, dat de loochening van den Algenoegzamen Borg en Middelaar gewoon doorgaat. Dat men zelfs bevreesd wordt — ontzaglijk om het te constateeren — dat de dienst der verzoening als opdracht der Kerk genoemd wordt. En dat in de „Kerk" van Christus !
Men weet dus waaraan we toe zijn en make zich geen schoone illusies. De belijdenis is waarlijk nog niet uit de safe, is nog steeds „bevroren crediet". We hebben thans nog steeds de Kerkorde die — om woorden van Dr Terlaak Poot te gebruiken — wegmoffelt, dempt en drukt, afplat en verminkt, ja zelfs uitlevert wat tot het wezenlijk levensbezit van een Christelijke Kerk behoort.
Dat is waarlijk niet te sterk uitgedrukt. Vandaar is het niet overbodig te vragen wat wij met al die kerkelijke arbeid van thans opschieten onder een „Kerkorde", die nog steeds de belijdenis „aanvreet". Moeten wij alle arbeid maar aan zoo'n georganiseerde Kerk vastsmeden ? In de hoop dat daardoor de verkeerde organisatie mee zal verdwijnen ? En als dat niet gebeurt, wat dan ?
Bij alles wat besproken en gedaan wordt geldt steeds als eerste eisch : Woord en belijdenis de hun toekomende plaats. En een Kerkorde, die de beleving en handhaving der belijdenis bevordert. Ds H. G. Groenewoud heeft het in de Gereformeerde Kerk er over, dat hij in 't geheel niet blind is voor de gevaren die schuilen in het optreden van de Synode der Ned. Herv. Kerk. „Niet alleen — zoo schrijft hij — "brengt het de verleiding mee, dat men, uit louter vreugde over haar activiteit, deze Synode nog zoo kwaad niet vindt en haar met geheel de huidige organisatie aanvaardt als goed en nuttig, — in welk geval we, met een variant op Hoedemakers woord, zouden zeggen: „God beware ons voor een actieve Synode" — maar bovendien bestaat het gevaar, dat deze actieve Synode eene heerschende Synode wordt, die eenvoudig voorschrijft, wat de Kerk te doen heeft en elk spreken der Kerk in onderlinge discussie afsnijdt. Op deze wijze zou de Kerk voor de activiteit en de leiding der Synode den al te hoogen prijs van een verder voortschrijden op den weg der kerkelijke onmondigheid moeten betalen. We zijn dus in 't geheel niet blind voor de gevaren ; en we aanvaarden, wat de Synode doet, hoezeer met dankbaarheid, toch in het bewustzijn, dat dit alles geschiedt onder een onkerkelijke en onschriftuurlijke organisatie". Hierin worden ongetwijfeld gevaren genoemd, die we niet gering moeten achten. Inplaats van louter hosanna te roepen voor de ontplooide activiteit, het goede begrip, de ontwaking der Synode, hebben we thans meer dan ooit te gevoelen de nood waarin wij ons bevinden door de onschriftuurlijke organisatie. De nood, doordat de „Hervormde gezindheid" uit elkaar is gescheurd. De nood, omdat we in ons land niet hebben één waarlijk Gereformeerde Kerk, die leeft en werkt naar Woord en belijdenis. En zeker, dan is het prachtig als we zeggen, dat we samenzijn als Hervormden, ais zondaren, dat ondersteld wordt dat wij kerkelijk bijeen als Hervormden geschaard staan rond het veldteeken onzer Kerk als vereenigingsteeken. We moeten naar die belijdenis luisteren. We moeten ons door die belijdenis laten oordeelen. Zoo is het. Maar 't is thans dan toch ook maar zóó, dat iemand, die niet luisteren wil en niet geoordeeld wil worden en een belijdenis naar voren schuift, die in strijd is met de belijdenis der Kerk en zichzelf daardoor stelt buiten de Kerk, tóch rustig dóór kan gaan en door niets en niemand thans gedwongen kan worden tot datgene wat in zoo'n geval het noodzakelijke is. Vandaar blijve onverzwakt en worde verdiept onze vraag naar Schriftuurlijk kerkelijk leven; naar een leven zooals Woord en belijdenis ons toonen. Dit moeten wij geen oogenblik uit het oog verliezen. In onze dagen staat in het kerkelijk leven niet maar iets bijkomstigs op het spel. In Kerk en Wereld schrijft Ds Boonstra een artikel over : De Ned. Herv. Kerk in 1940. Hierin wordt de synodale arbeid verheerlijkt. Door deze arbeid zal „allerhande, dat door de partijstrijd ziek gemaakt is, kunnen worden uitgestooten of genezen". Opgemerkt wordt „dat organisatorische gebreken het breedst worden uitgemeten in tijden van werkeloosheid en van niet weten wat te doen zij. Hoe meer het werk op gang raakt, des te kleiner wordt de lust tot klagen en des te beter leert men elkaar kennen en waardeeren en des te meer is men in staat, om van elkaar te leeren en elkaar over veel verschillen heen, die blijven zullen, als gelijkberechtigden de hand te reiken. Wij zijn, wat dit betreft, dus niet zonder hoop". Dus nu maar niet meer spreken over „organisatorische gebreken' en elkaar als „gelijkberechtigden" de hand geven? Neen. Zoo niet. Zijn wij dan beter. Ganschelijk niet. Maar 't gaat om de belijdenis van Gods Waarheid. Op die belijdenis moet men zich niet alleen bezinnen, daaronder moet men buigen en deze moet worden beleefd. Meer hebben we niet te vragen, maar ook niet minder. Dit is geen partijbelang. Of partijpolitiek. We zouden kunnen zeggen dat de organisatie van 1816 met partijbelang in verband staat. Deze organisatie is geknipt voor die partij, die in meerdere of mindere mate Woord en belijdenis aantast.
De commissie voor gemeenteopbouw, door de Synode in het leven geroepen heeft daarmee ernstig rekening te houden. K. A. Beversluis schrijft in Kerk en Wereld dat zijne beweging (de Vrijzinnige) vooral bij de commissie gemeenteopbouw belang heeft. Want deze commissie krijgt te maken met het vraagstuk der minderheidsgroepen. Bij de besprekingen over de verhouding kerkelijke gemeente en „evangelisatie" is duidelijk gebleken hoe noodig het is, dat de vrijzinnigen zich niet maar op hun historisch en formeel recht blijven beroepen maar dat zij zich hebben te bezinnen op de vraag wat hun zijn in de Ned. Herv. Kerk voor materieele inhoud heeft. Bezinning op de belijdenis der N. H. Kerk zal in de Vrijz. Herv. beweging wel zeer noodig worden. Dit is een van de belangrijkste verschijnselen, die de ontwikkeling van het kerkelijk leven na het begin van den oorlog heeft gebracht. We zullen nu het „historisch en formeel recht" maar laten rusten. Maar wel onderstreepcn we de materieele inhoud van het zijn der vrijzinnigen in de kerk. Welke is uwe belijdenis ? Wat wilt ge ? De naam „hervormd" beslist hier niet. Als de belijdenis der Kerk niet onze belijdenis is, als wij ons daardoor niet gebonden weten, als ons hart daarin niet klopt dan stellen wij ons buiten de Kerk, die deze belijdenis de hare noemt.
Wij hebben thans niet minder dan vroeger te waken en te bidden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's