De roeping der kerk
ERRATA uit 6 -2-1941
Lees in het no. van 30 Januari '41. Artikel: De roeping der kerk, blz. 66, 2de kolom voor : 1 Petr. 3 : 13 : 2 Petrus 3 : 13. Voor : waarop gerechtigheid woont: in dewelke gerechtigheid woont.
Wie over de kerk spreekt, spreekt over het lichaam van Christus. Wij kunnen daarvan spreken, omdat het lichaam van Christus in de wereld openbaar wordt. Zoo handelt men tegelijk over onzienlijke en zienlijke dingen. De vraag naar de taak en roeping der kerk vertoont dientengevolge twee kanten. Zij is een vraag van de kerk op aarde. Maar de kerk op aarde, die vraagt, is altijd een kerk, een vergadering van menschen. Die vraag stelt zij, omdat zij er voor wordt geplaatst, omdat de nood haar wordt opgelegd. Omdat ziji zich bevindt in de wereld, terwijl zij toch niet is van de wereld. Zij heeft betrekking op de wereld.
Gaat henen in de geheele wereld, predikt het Evangehe aan alle creaturen. (Mare. 16 : 15). Daar ligt een betrekking van Christus tot de wereld. Dat is ook een betrekking van de kerk tot de wereld, want de kerk is des Heeren. De kerk op aarde is midden in die betrekking gezet. Zij is er in opgenomen. Zij verbindt den hemel met de aarde en de aarde met den hemel. Want haar leven is met Christus verborgen bij God en toch wordt haar leven op aarde openbaar. De kerk is geen weeskind. Ik zal u geen weezen laten. Heeft Christus niet gezegd : Wij zullen woning bij hen maken ? Zoo is dan de kerk des Heeren de woonplaats Gods en een tempel des Heiligen Geestes. Het lichaam der heiligen wordt een tempel des Heiligen Geestes genoemd, omdat zij leden zijn van Christus' lichaam, zijnde een levende en eeuwige tempel Gods.
Dat gansche lichaam wordt van den beginne der wereld aan vergaderd uit het menschelijk geslacht overeenkomstig het welbehagen Gods. Daarom zal de volheid in vervulling gaan in den Dag der dagen, als de laatste zal zijn toegebracht, die in Christus ten eeuwigen leven zijn verkoren. Hebben wij gesproken van een betrekking, die de leden van het lichaam des Heeren in hemel en aarde verbindt, het woord betrekking is te mager, het is één leven, het leven der kerk op aarde en in den hemel, het leven in Christus door Zijn inwonenden Geest.
Het geldt hier niet slechts een weg van de aarde naar den hemel, ons door de genade Gods in het vleeschgeworden Woord bereid. Het is een levend verband, dat alleen in den Middelaar vereenigt tot Zijn Lichaam, die in den hemel en op aarde zijn, zoovelen God daartoe heeft geordineerd. Doch ook zoo is het nog niet ten volle uitgedrukt. Het verband gaat nog verder. Want het werk der goddelijke genade in Christus omspant hemel en aarde in tijd en eeuwigheid. Wij verwachten een nieuwen hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. (1 Petr. 3 : 13).
De openbaring der kerk werpt haar licht vooruit door de eeuwen heen tot in een eeuwige toekomst, op de tijden en geslachten, die komen, ja, op de saamvergadering aller dingen, beide, die in den hemel en op aarde zijn. (Ef. 1 : 10).
Zoo rijst voor ons het beeld der kerk, als zij gezien wordt als het lichaam van Christus, als een geestelijke werkelijkheid, het gebouw van Gods gunst, een machtig organisme te midden van het groote werk der schepping.
De verhoogde Christus, zittende ter rechterhand Gods, is daarvan het Hoofd, Wien ook alle macht is gegeven in den hemel en op de aarde.
Hij staat in het eentrum van de werken Gods, gelijk Hij de Middelaar is der schepping en van den herscheppenden arbeid Gods.
In het licht van dezen Christus, die der kerk tot een Hoofd is gegeven, kan eerst de verheven plaats, waartoe God in Zijn groote genade de kerk heeft verwaardigd. eenigermate worden geschouwd. En als God haar de eere heeft toegekend de Bruid van Zijn Zoon genaamd te worden, ligt daarin een teeken, dat de gemeente des Heeren deelt in alle goederen van den Christus, alsof het de hare waren.
Dit alles is besloten in de vaderlijke goedertierenheid Gods, de Zijnen in Christus tot Zijn kinderen aan te nemen, over welke Hij Zijn vaderlijke zorg uitstrekt als een huisvader over zijn huis. De gemeente des Heeren is als het huisgezin des Vaders, hetwelk Hij door Zijn Woord en Geest onderhoudt en regeert.
Beschouwen wij nu het bevel van Christus : Predikt het Evangelie aan alle creaturen, dan volgt daaruit, dat dit koninklijk woord aan de prediking Zijns Woords een plaats heeft gegeven in de vervulling van Zijn Middelaarsambt, dat de gansche wereld, ja, hemel en aarde omvat.
Vervolgens blijkt daaruit, dat Hij aan Zijn kerk niet maar een passieve rol heeft toegedacht, maar haar bij dien arbeid actief heeft betrokken. Hij heeft haar Zijn Woord toebetrouwd om het te bewaren en uit te dragen tot aan de einden der wereld.
De kerk wordt hierdoor in het werk der toevergadering Zijner gemeente metterdaad betrokken. Zij verkrijgt hierdoor een taak, welke onmiddellijk saamhangt met de openbaring van Christus' lichaam in Zijn volheid, welke zal worden vervuld uit alle volk en tong en natie.
Het woord ging uit tot de discipelen en zij werden gezonden in de velden, die wit waren om te oogsten, hoewel zij het niet zien konden. Het ging door hen en over hen uit tot die onzichtbare kerk in de wereld, welke zoo straks tot openbaring zou komen. Het ging door hen en over heii uit tot allen, die in de toekomende eeuwen op aarde zouden wonen en naar het voornemen Gods verordineerd waren om het te vernemen tot hun zaligheid. Het ging uit tot alle creaturen, opdat de Bruid des Lams uit den schoot der menschheid zou worden opgewekt ten eeuwigen leven.
Doch het werk der toevergadering zelf is het werk van den Roepende. Niemand komt tot Mij, zegt de Heere, tenzij de Vader hem trekke. (Joh. 6 : 44). Hij alleen weet, wie de Zijnen zijn. De kerk is in den dienst der eeuwige liefde betrokken door de prediking. Zij draagt het levend getuigenis door de geslachten heen als een koninklijke boodschap van Christus haar Heere aan allen, die met haar tot het kindschap Gods geroepen zijn.
De prediking des Woords is een taak, welke haar gezet is door het bevel van Christus. Een taak van gehoorzaamheid aan den Koning der koningen. Als zoodanig reeds heeft zij die gehoorzaamheid nauwgezet overeenkomstig het Woord te brengen. De levende kerk kan het echter niet als een haar opgelegde taak zien, welke zij haars ondanks volbrengen moet. Voor haar verschijnt de taak der prediking als een voorrecht harer roeping. Zij is geroepen tot het werk der verkondiging, omdat zij geroepen is tot de uitnemende kennis van Christus. Gedragen door Zijn liefde, wordt zij uitgedreven om een getuige van Christus te zijn. De liefde van Christus dringt ons. (2 Cor. 5 : 14). Die liefde gaat uit tot de medegenooten der zaligheid Gods, die het Woord zullen hooren, want, die uit de waarheid zijn, hooren Zijn stem.
De zaligmakende vrucht is echter niet de eenige vrucht der prediking. Christus is in de wereld gekomen, opdat Hij der Waarheid getuigenis zou geven. Er wordt in de Schrift ook gesproken van degenen, die het Evangelie van Jezus Christus ongehoorzaam zijn geweest. Denzulken wacht het gericht. (2 Thess. 1 : 7 v.v.)
Hij komt om de wereld te richten en het Woord zal zijn loop hebben en alles doen, waartoe Hij het gezonden heeft.
Zoo is dan de prediking de eerste en hoogste roeping der kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's