Prediking - zending
ERRATA van 6-2-1941
Artikel: Prediking—zending, blz. 67, 3de kolom 2e alinea : voor : de bekostiging van den zendeling vragen : behartiging van den zendeling vragen.
De voornaamste taak of liever roeping der kerk is, zooals in „Taak en roeping" werd uiteengezet, de roeping der prediking of de Dienst des Woords. Zij volgt uit het bevel van Christus : „Predikt het Evangelie aan alle creaturen". (Mare. 16 : 15). Onderwijst alle volken. (Matth. 28 : 19.
De prediking staat in dienst van de vervuiling van het Koninkrijk Gods, van de toevergadering der Gemeente en de vervulling der dingen in de toekomst des Heeren. Hij moet als Koning heerschen. Letten wij eerst op de toevergadering der Gemeente, dan springt de zendingsroeping in het oog. Immers zoo gezien, gaat het Woord uit tot het huisgezin Gods, dat uit alle geslacht en tong en natie zal worden saamgebracht overeenkomstig den Raad Gods.
De prediking gaat uit tot alle leden van het lichaam des Heeren, gezien in zijn volheid door tijden en geslachten heen. Wij zouden kunnen zeggen tot de gansche onzichtbare kerk. Christus heeft toch gezegd : Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn. Deze moet Ik ook toebrengen. (Joh. 10 : 16). Zijn heilig Middelaarsoog ziet ze allen, die Hem van den Vader gegeven zijn.
De kerk gaat uit naar degenen, die bij God van de kerk zijn, hoewel zij hen niet kent. Het bevel van Christus reikt tot in verre toekomst, ja tot den Dag der dagen.
De roeping der prediking zien wij in twee richtingen uiteen gaan, die gewoonlijk in- en uitwendige zending worden genoemd. Als wij deze uitdrukkingen voor een oogenblik vasthouden, mag er wel op gewezen worden, dat met inwendige zending hier niet wordt bedoeld dat breede terrein van allerlei verzorging, dat men veelal onder dien naam saamvat.
Bij zending denken wij allereerst aan den grooten Zender en Zijn gezanten, die in het Woord arbeiden. Wij houden ons voorloopig bij den Dienst des Woords.
Doch het is juist deze, welke zich langs twee banen voortbeweegt: naar buiten, naar de heidenwereld en naar binnen, waar de gemeente werd gevestigd. Het eerste valt onder het gangbare begrip : zending, het tweede, de onderhouding van den Dienst des Woords, wordt gewoonlijk niet onder het begrip zending gevat.
Er is daarom te meer reden om de prediking in het midden der gemeente in dat licht te beschouwen.
Het is dus zoo, dat de „zendeling" uittrekt in den vreemde. Hij brengt het Evangelie, waar het nog niet gehoord werd. Waar de prediking ingang vindt en vrucht draagt, ontstaan nieuwe gemeenten met een geordenden Dienst des Woords. Zoovaak dit geschiedt, komen zulke gemeenten dus onder het tweede gezichtspunt. In deze nieuwe gemeenten is de kerk des Heeren tot openbaring gekomen. De voortgang van het Koninkrijk Gods wordt zichtbaar. Hier geldt het een uitbreiding over het rond der aarde — zeg een uitbreiding in de breedte.
Er is echter ook een voortgang door de tijden en geslachten. Toen de eerste kerken werden opgericht iii Ons vaderland, kwam daar een geheel ander geslacht tezamen dan in de dagen der Hervorming. Thans komt weer een geheel ander geslacht onder de prediking des Woords. De oude kerkmuren hebben op vele geslachten neergezien in de wisseling der tijden, waarin het eene geslacht komt en het andere gaat.
De opvolging der geslachten gaat zeer geleidelijk, maar zij gaat voort. Het volk trekt in zijn geslachten voorbij. Zien wij op die beweging, dan kan men de zendingsroeping der prediking opmerken.
Bij de uitwendige zending trekt de prediker er op uit, de prediking is in beweging. In de gevestigde gemeente is de plaats der prediking vast, maar de geslachten trekken door de plaats. De toevergadering der gemeente gaat niet in de breedte-richting, niet horizontaal, maar langs een verticale lijn.
In dezen zin hebben wij van inwendige zending gewaagd, lettende op de werking der prediking in de toevergadering tot het lichaam des Heeren.
Voor beide gevallen is het treffend, dat de Heere aan het bevel der prediking de bediening van den Doop heeft toegevoegd : Onderwijst alle volken, hen doopende in den Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Het Sacrament des Doops is het teeken en zegel der toebrenging en inlijving in het lichaam des Heeren.
De zendeling trekt uit, doopende degenen, die Christus aannemen. De gemeente ziet het nieuwe geslacht opkomen in de kleine kinderen der geloovigen, die gedoopt worden.
De zendeling komt in den Naam des Heeren tot degenen, die verre zijn, doch de Dienaar des Woords staat niet minder als een gezant van Christus tot de kinderen der belofte.
De zendingsroeping der prediking mag nimmer uit het oog worden verloren. Zij bepaalt het karakter der prediking op een voornaam punt, hetwelk niet altijd tot zijn recht komt.
Doch er is meer.
Wij bepaalden ons bijzonderlijk bij de prediking des Woords om die zendingsroeping overeenkomstig het bevel van Christus op den voorgrond te schuiven. Daaruit moet n.l. volgen, dat de prediking verkondiging des Evangelies moet zijn. Men spreekt tegenwoordig gaarne van de boodschap. Inderdaad geldt het de boodschap des Heeren aan alle creaturen. De boodschap der verlossing, het heil in Christus. Daarom echter een roep tot bekeering. Zij kan geen boodschap der verlossing en der genade zijn, als zij niet uitgaat tot verlorenen, gevangenen, gebondenen, doemwaardigen, zondaren. Het Evangelie kan niet worden gepredikt zonder de Wet. De prediking van het rechtvaardig oordeel Gods is in het Evangelie besloten.
Zoo eischt de zendingsroeping der kerk nauwgezetheid en gehoorzaamheid in de verkondiging des Woords. De prediker is gezant van Christus' wege. Het gaat niet om zijn woord, maar om Gods Woord.
Voorts zal de bezinning op de zendingsroeping der kerk het bewustzijn verlevendigen, dat de bediening van het Woord verder strekt dan de prediking. Ook dat ligt in het bevel van Christus : leerende hen onderhouden, al wat Ik u geboden heb. De kerk is er met de onderhouding, van de prediking haar buiten en naar binnen niet af. Juist uit de zendingsroeping volgt een veelomvattende practische taak, welke door de ambten en bedieningen, behoort te worden vervult.
Met het oog op de uitwendige zending behoeft dit geen betoog. Wie eenige belangstelling voor het werk der zending heeft, weet met welke moeilijkheden deze te worstelen heeft in den vreemde en hoevelerlei zorgen en nooden de bekostiging van den zendeling vragen. Steeds meer gaat men inzien dat een zendingspost een toerusting vraagt, welke daarop berekend is.
Op het terrein der kerk ontbreekt het metterdaad niet aan belangstelling voor wat wij onder die veelomvattende practische taak buiten de prediking verstaan mogen, het particulier initiatief heeft zelfs veel ter hand genomen, als de kerk rechtstreeks in gebreke bleef. (Zending, jeugd, ziekenzorg, om maar enkele dingen te noemen.). Op zijn beurt kon dit slechts bevorderen, dat het kerkelijk besef verder insluimerde.
De zendingsroeping der kerk richt het oog op des Konings Woord en op Zijn hoog Gezag. Slechts in het aangezicht van haar Koning kan zij zich van haar roeping bewust zijn en gehoorzaamheid brengen in het vervullen van haar taak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's