NIENKE
FEUILLETON
VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN
(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen 79)
Aldus werd hier en daar in de dorpsstraat geredeneerd, om stil te worden als Gurbe naderbij kwam, om voor de zooveelste maal, doch altijd even plechtig, namens nagelaten weduwe en kinderen bekend te maken dat haar man en vader overleden was en men verzocht van rouwbeklag verschoond te blijven.
Want hoe 't kwam, maar als Gurbe in dat zwarte pak, met dien hoogen hoed en dien zwarten stok, als teeken zijner waardigheid liep, dan had elk respect voor hem alsof men voelde, dat hij in dienst was van de majesteit des doods.
't Was al in den middag, toen hij op „Donia-state" kwam. Santema was juist uit het land teruggekeerd, waar Gabe de maaimachine door het hoogstaande gras stuurde, omdat hier niemand dan hij met deze nieuwe werkmethode bekend was, en zag Gurbe naderen. Een oogenblik stond hij in dubio, wat te zullen doen. Eenerzijds had hij lust om hem te ontwijken. De verhouding tusschen hen beiden was niet beter geworden, sinds Tjerk zijn oog op Nienke geslagen had en hoewel hierover in huis nooit één woord meer gesproken werd, ontging het hem niet, dat de omgang met dat meisje nog niet verbroken was. Gevolg hiervan werd, dat vader en zoon vrijwel naast elkaar voortleefden. Elk bleef op zijn stuk staan, vast besloten niet van stand het een gewapende vrede, onder één dak, met gevolg, dat de verhoudingen gewrongen werden. Voor Santema was het de grootste moeilijkheid, dat op het werk van zijn zoon niets viel aan te merken en feitelijk, naast hem, heel de boerderij op Tjerk dreef. Dat Gabe ditmaal mede in 't spier stond, kwam enkel vanwege het aanschaffen dier nieuwmodische machines en moest meteen voor dezen dienen ons een vrijbrief te krijgen, waarop straks de geleden schade weer kon worden ingehaald. Dat begreep Santema heel goed en stak hem als een doorn in het vleesch, al werd daar geen woord over gesproken. Van Tjerk behoefde hij nooit zooiets te vreezen. Die ging stil zijn gang : was 's avonds nog dezelfde van den morgen ; kon overal gevonden worden waar hij behoorde te zijn en behartigde de belangen van het bedrijf als zijn eigen belangen, maar toonde daarbij tevens een onverzettelijken wil ten opzichte van wat hij zijn eigen aangelegenheden noemde. En daaronder nam de vrijage met dat meisje van dien schoennmaker uit het dorp een eerste plaats in.
Vandaar dat Santema neiging voelde, Gurbe te ontwijken en hem daardoor meteen te laten gevoelen hoe hij stond tegenover die liefdeshistorie van zijn onbezonnen jongen met die vondeling, zoo hij haar noemde. Aan den anderen kant evenwel moest hij ook zijn eer als welgestelde boer ophouden en wilde niet lomp zijn. D'r waren onder zijn collega's wel, die de gewoonte hadden barsch op te treden tegen alles, wat niet met hun eigen wil en inzicht strookte, en zich in alles heer en meester te gevoelen ; maar de wellevendheid was tot hiertoe op „Donia-state" min of meer in acht genomen en vooral onder den in vloed der andere huisgenooten was het optreden van den boer tegen andersdenkenden meer tegemoetkomend dan voorheen. Daar kwam bij, dat Gurbe niet voor zichzelf kwam, maar een boodschap bracht voor een ander. Welke het wezen zou, wist hij reeds.
In den loop van den morgen was Antje; de bolleloopster, gekomen en had met geuren en kleuren verteld, hoe het bij de familie Krips stond, 't Heele dorp was er vol van. De een zei dit, en de ander weer iets anders. Zij zou er maar niets van zeggen, want wie veel sprak, moest veel waar maken en van de dooden kwaad spreken, daar hield zij heelemaal niet van, maar.......
En toen kwam het. Vrouw Santema had er een einde aan gemaakt door te zeggen, dat het een vreeselijke slag voor de vrouw en kinderen was en dat het wel iets wezen zou, zoo onverwacht de eeuwigheid te worden ingeroepen. Toen heeft Antje het roer omgeworpen en is aanstonds begonnen met te zeggen, dat de vrouw daar gelijk aan had. Een mensch had toch altijd nog wel iets in orde te maken, niet alleen hier beneden, met zijn huisgenooten of kennissen en zijn zaken, maar ook en vooral met onzen lieven Heer, en mijnheer Krips moest den vorigen avond laat nog uit de herberg zijn gekomen. Bij dit laatste woord had zij zich evenwel op de lippen gebeten. Het was immers bekend, dat Gabe Santema ook van de partij was geweest en niettegenstaande de drukte in den hooibouw, toch nog tijd kon vinden om tot 's avonds laat in „De Zwaan" te zijn.
(Wordt vervogd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's