De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zefanja, de profeet van den dag des Heeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zefanja, de profeet van den dag des Heeren

8 minuten leestijd

I.

Van den persoon van Zefanja weten we al heel weinig af. In het opschrift van zijn boek wordt hij genoemd de zoon van Kuschi, den zoon van Amarja, den zoon van Gedalja, den zoon van Hizkia. Tot in het vierde geslacht wordt dus zijn afstamming vermeld, wat overigens bij niemand van de profeten het geval is. Het is dan ook zeer wel te begrijpen, dat velen meenen, dat met Hizkia gedacht moet worden aan den Koning Hizkia, van wien het schoon getuigenis gegeven wordt, dat hij deed wat recht was in de oogen des Heeren. Dan zoude dus Zefanja van koninklijken bloede zijn. Zekerheid is evenwel dienaangaande niet te verkrijgen. Wel blijkt uit heel zijn profetie, dat hij de toestanden aan het hof kende en in hoogere kringen verkeerde en raak is zijn protest tegen den dienst van vreemde goden, tegen de naaperij van vreemde zeden, tegen de goddeloosheid van vorsten en richters van Juda en Jerusalem, (h. 1 vs 8, 9 ; 3 vs 3, 4). Anderen meenen, dat grootvader en overgrootvader van Zefanja genoemd zijn om te bewijzen dat ondanks de vreemde naam Kuschi, Zefanja wel degelijk een echte Israëliet was. Deze veronderstelling is zeer wel mogelijk.

Levensbijzonderheden van Zefanja, zooals we die weten van verscheidene profeten, b.v. heel sterk van Jeremia, worden ons noch in dit boek noch elders in den Bijbel genoemd. In den naam van den profeet ligt een schoone belijdenis en een verkwikkend getuigenis van de ouders, die in spannende dagen hun kind Zefanja noemden : De Heere verbergt. Zefanja mag niet verward worden met anderen, die in denzelfden tijd dragers van die naam waren. Zoo lezen we van een zekeren Zefanja, den zoon van Maaseja, die samen met Pashur door koning Zedekia tot Jeremia gezonden wordt om den Heere te vragen. (Jer. 21 vs 2). Zie ook Jer. 29 vs 25. In een tijd van wereldhistorische beteekenis treedt de profeet Zefanja op en wanneer men zijn boek leest, dan blijkt ook hier, dat de profeten geen menschen waren die buiten het leven van hun tijd stonden, die niet wisten, wat er op de wereldmarkt te koop was. De profeten hebben de vloed zien opkomen en niet onbewogen konden ze aanzien, dat de vloedgolf van Gods toorn opkwam tegen Juda en tegen Jerusalem. De profeet bekleedde het ambt van wachter en daarom zag hij meer dan het gewone volk. De profeet-wachter zag alle dingen vanuit de hoogte, van Boven af, van God uit. Daarom stonden de profeten niet met een mond vol tanden, als in de concrete, benauwende situatie gevraagd werd : Is er een woord Gods ? Zij hebben met God geworsteld en met het volk geworsteld, als zij over een verdorven volk het recht en gericht Gods hebben verkondigd. De profeet leefde dicht bij Hem, die de wereldgeschiedenis maakt: de Heere Heere heeft gesproken, wie zoude niet profeteeren ? (Amos 3 vs 8).

,,Omdat de profeten de stem Gods in de geschiedenis vernamen en omdat zij zich in beginsel met hun volk in zijn geheel bezig hielden, werden ze er toe gebracht de politiek van hun volk door de Goddelijke boodschap te beïnvloeden. Niet allen op dezelfde wijze ; het levendigst Jesaja, die actief altijd weer in politiek ingrijpt; bij Hozea geschiedt het meer door het oordeel; Jeremia wordt er altijd weer door regeering en volk bijgehaald. Grondstelling in hun geschiedenisopvatting was, dat niet de koning der wereld, maar God de Heer der wereld is, dat de wereldmachten Gods dienstbare knechten zijn en dat de wet van het wereldgebeuren de vergelding van de goddelijke gerechtigheid is. Opperste leidster ook van het nationale leven moet zijn de overgave aan God en de gehoorzaamheid aan Gods gebod; religieuze ijver en zedelijke reinheid zijn van grooter gewicht dan volksgrootheid. Ook de politiek moest naar de meening der profeten van God alleen uit gedreven worden; wie over het volk regeerden, rekenden slechts met het oogenblik; de profeten zagen Hem, die in de geschiedenis van oudsher werkt. Jes. 22 vs 11. „De wil en de waarheid Gods staan zoo hoog boven vader, land en volk, als de hemel boven de aarde. Hun eenige en laatste was niet het heil van het volk, maar de majesteit Gods.

De profeet Zefanja trad op in de dagen van koning Josia. We lezen van Josia, dat hij deed wat recht was in de oogen des Heeren en hij wandelde in al den weg zijns vaders Davids en week niet af ter rechter noch ter linkerhand. Van zijn vader had hij het niet; deze, de goddelooze Ammon, had de schuld vermenigvuldigd (2 Kron. 33 VS. 23); in de paar jaar van zijn regeering heeft hij ontzaggelijk veel kwaad gesticht. Door zijn eigen knechten werd hij gedood, een paleis-revolutie maakte een einde aan zijn leven. Het was geen mooie erfenis, die Ammon aan zijn jongen zoon Josia naliet. Sedert Manasse en ten deele wel vooral sedert Achas waren onder de druk van de Assyrische opperhoogheid heidensche symbolen ingevoerd en gebouwd. Manasse heeft het geraden geacht met alle middelen naar de gunst van de Assyriërs te dingen. Altaren voor het hemelheir werden gebouwd. De dienst des Heeren en van den Assyrischen hemelgod wil men verbinden; ook kinderoffers werden gebracht. Zonnewagens en zonnepaarden werden in den tempel gehouden. Het gaat hierbij blijkbaar om een kostbare houten troonwagen van den Zonnegod (Schamasch) en om paarden, die in een ruimte bij de ingang van de voorhof werden gehouden. Er zullen dus blijkbaar processies zijn gehouden ter eere van den Zonnegod. *) Al deze dingen zijn in Ammon's dagen evenzeer in eere, ja ook bij Jeremia (bv. h. 44 VS 4) en bij Ez. (h. 8 vs 6 e.v.) leest ge nog van de verwoestingen die deze goddeloosheden over het volk van Juda en Jerusalem brengen.

Als dus Josia aan de regeering komt, ziet het er niet best uit met de dienst des Heeren. Nooit was de afgoderij zoo sterk in de openbare eeredienst ingedrongen.

Bij Josia staat de dienst des Heeren in het middelpunt. Door de vreeze Gods geleid en geleerd heeft hij recht gedaan, hij heeft de rechtzaak des ellendigen gericht. (Jer. 22 vs 15, 16) en het is te verstaan, dat in 608 geheel het volk treurt bij Josia's baar. Diepe eerbied moet ons vervullen als wij denken aan zijn schier ononderbroken werk van voortgaande reformatie. Vorsten en onderdanen riep hij terug tot den waren dienst des Heeren. In 628 begon hij met het herstel van den dienst des Heeren; hij brak de altaren af en verbrak de beelden tot gruis en reinigde Juda en Jerusalem.

In het jaar 622, het 18de van Josia's regeering, vindt de hoogepriester het wetboek des Heeren, wanneer men bezig is de breuk van den tempel te herstellen. Reeds vele dagen had men met dit vergeten wetboek geen rekening gehouden en als de vrome koning al de woorden van het wetboek hoort, dan scheurt hij zijn kleederen en straks gaat hij met alle oudsten van Juda en Jerusalem op naar het huis Gods en maakt een verbond voor des Heeren aangezicht om den Heere na te wandelen en Zijn geboden en Zijn getuigenissen en Zijn inzettingen met ganscher harte en ganscher ziele te houden, bevestigende de woorden des verbonds; en het gansche volk stond in dit verbond (2 Kon. 23 vs 3).

Of Josia de harten van de menschen mee had ? Dat geloof ik niet. Wel is zeker, dat buitenlandsche invloeden, in dit geval Assyrische, de zaak van de reformatie niet konden schaden. De macht immers van het Assyrische rijk was aan het tanen ; Assyrië had zijn toppunt bereikt. In naam aan Assyrië onderworpen, heeft Josia zich vooral na den dood van Assurbanipal in 626 van de opperhoogheid van Assyrië al heel weinig aangetrokken. Zonder Assyrië te vreezen, deed hij, alsof hij ook te zeggen had over het gebied van het voormalig tienstammenrijk; ook in de steden van Manasse, Efraïm en Simeon, zelfs in Naftali in haar woeste plaatsen rondom haalde hij de altaren en de asjera's omver. (2 Kron. 34 vs 6, 7). Josia ruimt op met de Assyrische invloed; niet slechts negatief is zijn werk, maar ook positief, volledig herstel van 's Heeren dienst. Met buitenlandsche moeilijkheden schijnt Josia tot het jaar van zijn sterven niet te kampen gehad te hebben.

De vraag, welk dit vergeten wetboek was, gaan we als niet rechtstreeks van beteekenis voor het boek van den profeet Zefanja voorbij. Slechts wijzen we er op, wat Prof. Van Gelderen schrijft: Vlgs de meest verbreide opvatting kwam dit boek ongeveer overeen met ons boek Deuteronomium.

(Wordt vervolgd.)


1) De mogelijkheid, dat met dezen Hizkia de koning bedoeld wordt, wordt algemeen toegegeven. Volz in R. G. G. 2 Aufl. V Sp 2105 zegt : Of Zefanja uit het koninklijk huis stamt, is uit h. 1 vs 18 niet met zekerheid te concludeeren. Zoo ook Eissfeldt, Einl. A. Test., s 475 : de mogelijkheid dat Hizkia de koning is, moeten we toegeven, maar te bewijzen is het niet. Ook Ridderbos Kleine Profeten II, pag. 181, laat het in het midden.

f) O.a. Sellin, Einl. i. d. A. Test 7 te Aufl., s 120. Hij verwijst naar Deut. 23 vs 8 e.v., waar gehandeld wordt over de kinderen van Edomiet en Egyptenaar. De kinderen, die hun zullen geboren worden in het derde geslacht, elk van die zal in de vergadering des Heeren komen. Zou deze gedachte juist zijn, dan nebben we hier zijdelings een argument voor dateering van de profetie van na 622 ; zie beneden.

) Volz, Prophetengestalten des Alten Testaments Stuttgart 1938, s 139.

") Zie Kittel, Gesch. des Volkes Israël, 2. Bnd, 6te Aufl., s 395.

) In Bijbelsch Handboek, O. Test., pag. 193. Men raadplege ook het gedegen stuk van Prof. Noordtzij over 2 Kron. 34 in K. Verklaring.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zefanja, de profeet van den dag des Heeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's