De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

4 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen)

81

, , Onze Nienke is er om voor de huishouding te zorgen. Daar was er niet een, die orde op zaken stelde en toen heeft Hedwig gevraagd, of zij niet een poosje zou kunnen komen om te helpen. Het dienstmeisje is er ook nog maar kort. En dan regelt meester De Bruin de andere dingen, die met het sterfgeval in betrekking staan. Daar is, in zulke omstandigheden, altijd aanstonds zooveel te doen, en de familie staat er zoo vreemd tegenover".

Een stilte volgde. De naam van Nienke was genoemd.

„Ontzettend; wat kan er spoedig in een menschenleven iets komen, dat daaraan een geheel andere richting geeft", kwam de boerin.

„Dat is zeker waar, maar het ergste van alles is, dat de overledene plotseling opgeroepen is voor de vierschaar Gods om door Hem te worden geoordeeld. De aardsche aangelegenheden, hoe moeilijk vaak ook, kunnen altijd nog geregeld worden, maar het vonnis, dat daar valt,  geldt voor eeuwig''.

„Zouden zijn geldelijke zaken in orde zijn ? " vroeg de boer, mede om een eind aan dat godsdienstig gesprek te maken.

„Daarover kan ik u niet inlichten, Santema; me dunkt, meneer Krips was zeer accuraat".

„Zou er kapitaal bij de familie zijn ? " vroeg de boerin. Maar ook op déze vraag moest Gurbe het antwoord schuldig blijven. Hoe was het mogelijk, dat bij zoon diep aangrijpend sterfgeval, dat een heel gezin op het aller onverwachts in rouw dompelde en een man, in de kracht van 't leven, de eeuwigheid deed binnen gaan, de gedachten aanstonds weer bepaald werden bij het geld, alsof dat geld de hoofdzaak was ! Hierover had niemand hem gesproken. De armen dachten er niet aan, omdat bij hen 't heengaan en gemis van den persoon véél zwaarder woog dan de bezittingen, maar op „Donia-state'' werd dit het onderwerp van het gesprek. Had men hier dan nog nimmer geleerd van hoe luttele waarde alles van beneden is, in vergelijking van de schatten, die God door den Heiligen Geest, aan de zondaarsharten schenkt ? Was het dan niet waar, wat de gemeente wel eens zong :

Niets, o Jezus, dan Uw bloed. Geeft voldoening aan 't gemoed. Wat wij lieven in dit leven, Niets kan ons voldoening geven.

Onwillekeurig wierp hij een blik naar buiten. Vlak voor de ramen liep een deel van den beroemden veestapel te grazen, waarover zooveel gesproken werd; dien men wel eens de goudmijn van „Doniastate" noemde. Daarnaast was een groote ploeg volk, met Tjerk aan het hoofd, bezig het gemaaide gras te keeren om het zoo bloot te stellen aan de brandende zonnestralen, die de vrucht deden rijpen. En even verder, daar klikte de machine, door twee paarden getrokken, voor wier scherpe messen de halmen bogen, 't Was alles leven en vertier, doch ook tevens een prediking van de vergankelijkheid en broosheid van het leven. Zong de gemeente j.l. Zondag ook niet:

Gelijk het gras is ons kortstondig leven. Gelijk een bloem, die op het veld verheven Wel sierlijk pronkt, maar kracht'loos is en teer.

''t Leven is een zaaitijd, en hetgeen de mensch zaait, dat zal hij óók maaien", zei Gurbe, terwijl hij al maar over de velden keek. Doch het scheen wel of men hier in 't geheel geen oog had, voor wat de natuur daarbuiten in beeld vertoonde en de spraak niet verstond, welke van haar uitging. Het gesprek wilde niet vlotten, 't Scheen, dat men naar woorden zoeken moest, gelijk dat somtijds in een gezelschap zoo wezen kan als de atmosfeer geladen is, of de rechte stemming ontbreekt, of een uit den kring niet begeerd wordt. Mini voelde het. Onrustig schoof zij in haar ruststoel heen en weer of stond eens op voor het doen van een handgreep, zonder evenwel ook vrijmoedigheid te gevoelen om zich te verwijderen. Tot opeens de ontlading kwam, gelijk bij de uitbarsting van een onweer, wanneer het hemelvuur in felle bliksemschichten uitschiet en de donder zich voortplant, als bij het losbreken van een batterij, maar om daardoor meteen de lucht te zuiveren.

Opeens keerde Santema zich naar Gurbe met iets in zijn blik, dat den nauw ingehouden toorn verried en inet minachting in de stem, klonk 't hart en koud: „Zoo, dan is dat meisje van jullie op het oogenblik bij de familie Krips over den vloer ? Als je dan maar begrepen hebt, dat zij nooit in der eeuwigheid weer een voet op Donia-state" heeft te zetten".

Sprakeloos van verbazing, in den aanvang niet begrijpend waaraan deze uitbarsting bij den boer te moeten toeschrijven, keek Gurbe naar den man, die op het punt stond zichzelf te vergeten. Ook de andere huisgenooten bewaarden het stilzwijgen, doch dit scheen hem nog meer te prikkelen. En toen brak de storm los.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's