Uit de kerkelijke Pers.
Ontwaking---Verkeerde organisatie
De arbeid, den laatsten tijd door de Synode der Ned. Herv. Kerk verricht, of op haar voorstel tot stand gekomen, lokt nog menig oordeel uit, gunstig of minder gunstig. We behoeven ons hierover geenszins te verwonderen. Wanneer een bestuur een tevoren nooit gekende activiteit gaat ontwikkelen, wanneer iemand dan bovendien van zoó'n Synode nimmer iets goeds hoegenaamd heeft getuigd, dan valt het niet mee om bij alle bezwaren, welke blijven, het goede dat er mag zijn, te waardeeren. Terwijl het eveneens voor kan komen dat iemand plots zóó getroffen wordt door de stappen der Synode, dat hij in bewondering geraakt en het verkeerde dat er nog steeds is, over 't hoofd ziet, althans voor 't oogenblik op den achtergrond schuift. Wij hebben ook hier echter te waken voor de uitersten. Wij moeten ook hier waken en nuchteren zijn. Wij moeten ons goed rekenschap blijven geven van de positie, waarin wij ons bevinden. Maar anderzijds mag niemand zich laten verleiden om door het verkeerde de waardeering voor het goede achterwege te laten. Wat intusschen weer niet zeggen wil dat men het met iedere optimistische beschouwing eens zal zijn. Ds J. J. Knap heeft in Oude Paden een artikel geschreven met als opschrift
Ontwaking.
Hij legt daarbij het volgende aan zijn lezers voor. Zoolang de herinnering terug kan gaan, heeft de Synode der Ned. Herv. Kerk nooit een bijzondere waardeering genoten. Ook haar arbeid niet, al was deze veelomvattend. Tal van zaken werden wel afgewerkt. Materieele belangen werden behartigd. Reglementen werden ontworpen of gewijzigd. Op buitenstaanders maakte de Synode de indruk van een Administratief Bestuur der Kerk, dat op veelszins voortreffelijke wijze de uitwendige zijden van de Kerk verzorgde. Maar de grief van de gemeenteleden was, dat haar arbeid alleen maar de buitenkant raakt, waarvoor weinigen zich interesseeren, terwijl de geestelijke dingen, die voor een Kerk het belangrijkst zijn, grootendeels buiten haar werksfeer,....... en haar bevoegdheid lag.
Toch kan men vgls. Ds Knap het gemis aan geestelijke leiding der Synode niet te zwaar, aanrekenen. Ze werd door haar structuur aan banden gelegd. Naar haar wezen was ze geen Synode, ook al heette ze zoo. Een ware Synode toch bestaat uit leden, die tezamen de geheele Kerk vertegenwoordigen en daarom ook door de gemeenten zelf in haar organen aangewezen moeten worden. Onze Synodeleden echter hebben geen mandaat hoegenaamd van de kerkelijke gemeenten. Als bestuurders staan zij elk op zichzelf en daarom kan zij feitelijk niet spreken uit naam der Kerk. Daarom zegt men, dat de Kerk in deze Synode geen mond heeft om te spreken. We hebben gekregen een onschriftuurlijke organisatie van de geheele Kerk. De bekende reorganisatie-beweging, door den één gesmaad, door den ander hooggeloofd, richtte zich hiertegen. Tot dusver zonder tastbaar resultaat. Maar wat gebeurt nu tot aller verrassing en veler diepe ontroering ? Inzake haar onthouding van geestelijke leiding, heeft de Synode, ondanks haar structuur, het jarenlang gevolgde pad zonder eenige aansporing van buiten-af verlaten. Ze heeft zich opgemaakt om niet alleen de geestelijke belangen der Kerk binnen den kring har er bemoeienis te trekken, maar er zelfs de hoofdleiding van op zich te nemen. Gewezen wordt op eenige symptomen, welke reeds een komende verandering aankondigden, n.l. het officieel weekblad der Kerk, de boodschapper der Synode. Het bleef echter bij deze papieren manifestaties niet. Onderscheidene corporaties uit de Kerk zelf werden opgericht, elk met een taak tot versteviging van het innerlijke leven der Kerk. Vooral de Commissie voor „Gemeenteopbouw" en de werkgroep „Kerk en Prediking" trokken de aandacht. De stukken van deze commissies werden op de buitengewone Classicale Vergaderingen besproken. Hieruit blijkt volgens Ds Knap, dat het der Synode ernst is met het bewandelen van een nieuwen weg. Dit besluit is geen plotselinge ingeving, maar allerlei factoren buiten en in de Kerk hebben dit voorbereid. Allereerst wordt gedacht aan de oorlogsnood. Maar dan ook aan allerlei bewegingen in de Kerk, die aanstuurden op herziening van den huidigen staat van Kerk en gemeenten. Voorts aan de veelzijdige beweging onder de jeugd, die begon met sterke critiek op de Kerk, maar toch ook deze goede zijde had, dat de vergeten Kerk de aandacht trok, de critiek geen breuk bracht met de Kerk, maar een bescheiden medewerken aan haar welstand. De liturgische beweging zou hier ook niet zonder invloed gebleven zijn, al was het alleen maar door nadruk te leggen op het element der aanbidding in den kerkdienst. Dit alles droeg er toe bij om de Synode voor de vraag te plaatsen of er terecht of ten onrechte meer van haar werd verwacht, dan zij tot dusver gaf. Nu is — aldus Ds Knap — de Synode dezelfde gebleven en toch grootelijks anders geworden. Op menig punt is er terugkeer tot de oude paden, zonder respristinatie, maar met een open oog voor den nieuwen tijd de oude beginselen weer tot gelding te brengen, ondanks de belemmerende structuur der Synode.
Ds Knap is het niet eens met hen, die in dit alles maar een voorbijgaand verschijnsel willen zien dat in normale tijden weer verdwijnt. Ook is hij het niet eens met degenen, die zeggen dat de quaestie der Reorganisatie nu in beginsel opgelost is, omdat deze Synode toch ook een mond blijkt te hebben en daarom niet gereorganiseerd behoeft te worden. Ds K. wil er in zien, dat de Synode ontwaakt is tot haar hooge roeping. De ware reorganisatie is van binnen-uit begonnen, indien 't zoo doorgaat. De innerlijke reformatie der Synode kan door de belemmerende organisatie der Kerk heengroeien. Zooals bij het graven van een tunnel, ontmoeten de arbeiders van binnen uit hen, die aan de buitenkant waren begonnen. De valsche structuur der Synode wordt dan vreedzaam in de Schriftuurlijke veranderd. Als God het wil, komt de Kerk weer in het centrum van ons volk te staan.
Met meerdere opmerkingen in dit artikel zullen allen het ongetwijfeld van harte eens zijn. Maar of allen deelen zuilen het gunstige slotoordeel van Ds Knap ? Wij zouden zoo'n zegen ongetwijfeld allen wenschen......... maar, dit lijkt toch haast al te mooi. Een feit is echter, dat de Synode gesproken heeft. Ze heeft verschillende commissiën geroepen tot allerlei arbeid. En heel wat meer arbeid zal ze den laatsten tijd hebben moeten verrichten. Nu zijn er, die zeggen : de Synode kan beter niets zeggen. Dat ware verstandiger en wijzer. Ik meen ook hier of daar gelezen te hebben, dat de Synode beter kon verdwijnen, beter deed heen te gaan En wat dan? Wel, dan zou er natuurlijk gewoon een andere Synode gekozen worden. En we waren weer even ver als vroeger. We meenen wel dit te kunnen opmerken, dat het waar is wat Prof. Severijn schreef, dat niemand het der Synode kwalijk zal kunnen nemen, wanneer zij zich bezint op de roeping der Kerk en wanneer zij voor de belijdenis en het karakter der Kerk zou opkomen. Zoo ongeveer drukte Prof. S. zich uit, naar ik meen. Hiertegen zal niemand bezwaar kunnen maken. Alleen mogen we daarbij de
Verkeerde organisatie
niet vergeten. Hierop wijst Ds H. G. Groenewoud in het Hervormd Weekblad „De Gereformeerde Kerk". Schrijvende over de Classicale Vergaderingen, drukt hij zijn blijdschap uit over de aan de orde gestelde onderwerpen. De voorlichting en bespreking over deze dingen heeft goedgedaan. De hoop op nieuw kerkelijk leven is bovendien gewekt. Wat besproken werd, moet immers worden gebracht in de gemeenten om daar door te werken. Naast dit alles is er toch het gevoel van onbevredigd-zijn. Ds G. meende een zekere matheid te bespeuren. Of, zoo vraagt hij, ligt dit aan ons, omdat we nog te weinig doordrongen zijn van de hooge belangen, die in het geding waren, omdat we nog niet kerkelijk zijn in ons wezen en denken. Er is echter nog iets anders. De Classicale Vergaderingen waren onder de huidige organisatie kerkelijk dus onmondig. „Men kan slechts ontvangen en zal eventueel kunnen doorgeven. De huidige organisatie heeft in dit opzicht deze vergaderingen der Kerk met stomheid en lamheid geslagen. Hiermee wordt niets afgedaan van onze waardeering voor wat geboden is en van onze hoop, dat er iets goeds uit voortkome. Het gaat er enkel om, een zekere matheid van deze vergaderingen te verklaren". Een, andere oorzaak wordt nog vragenderwijs aangeduid. Gevraagd wordt n.l. of er niet te grondig voorbereid is en te veel georganiseerd. Bleef er wel openheid voor het werk des Heiligen Geestes ? We hadden toch alleen maar te luisteren naar wat gewone menschen (niet een kerkelijke vergadering !) ons, die toch eigenlijk een kerkelijke vergadering vormden (zij het van haar macht beroofde!) hadden te zeggen. Dit luisteren kan goed zijn en door de werking des Geestes gezegend worden voor de Kerk. Maar de kerkelijke vergaderingen moeten dan vrij en voluit kunnen funetionneeren. De kwestie komt, van andere zijde bezien, weer ter sprake in een artikeltje over „Synodale activiteit". Er wordt op gewezen, dat er tegenwoordig heel wat gebeurt in de Ned. Herv. Kerk. Vragen worden gesteld of de Synode dan wel zoo kwaad is ? Of het niet onbillijk is haar en de heele organisatie zooveel te verwijten ? Wordt nu niet bewezen, dat de mannen van het reorganisatie-streven ongelijk hadden ? Dan wordt echter geconstateerd, dat de arbeid veel meer het werk is van eene commissie, die de Synode in het leven riep; het werk van een aantal mannen buiten de Synode. Als we dit bedenken, zullen we de Synode niet zoo gemakkelijk meer prijzen om haar activiteit. We zullen er een teeken van hare machteloosheid in zien. De arbeid der commissiën wordt gsdrukt door het bezwaar dat het door een niet kerkelijk lichaam in het kader der huidige organisatie is verricht, 't Wordt als verheugend gezien, dat de Synode de wenschelijkheid der huidige activiteit gevoelt. Het wordt een blijde-hoop-wekkend verschijnsel geacht, dat zij deze arbeid niet zelf verricht, maar door deze commissies laat doen. In het een en ander wordt echter gemerkt de noodzaak van dieper grijpende activiteit, de noodzaak van een ander lichaam dan de bestaande commissie, een echt kerkelijk lichaain, de noodzaak van reorganisatie.
We kunnen accoord gaan met waar het in deze ontwikkelde bezwaren om gaat. De Synode neemt veel ter hand en laat veel ter hand nemen. Maar de bestaande organisatie moet weg ! Dat mag niet worden vergeten. Anders kan de Kerk nooit arbeiden zooals het moet. Ons volk moet daarvan ernstig doordrongen worden en blijven. In verband met de velerlei arbeid, welke de Kerk onder hare bemoeienis betrekt, hoorde ik de kernachtige uitdrukking : De Kerk hamstert, maar ze heeft geen goede bergplaats. In dit gezegde schuilt een diepe waarheid. De Kerk trekt zich de Zending aan, de jeugdarbeid, enz, enz. Maar wil hier van goede, vruchtdragende leiding sprake kunnen zijn, dan moet er toch zijn een naar de Schrift georganiseerde Kerk, een Kerk die zich gedraagt als gebondene aan Woord en Belijdenis. Dan staat ze in de ware vrijheid om haar van God opgedragen taak te vervullen !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's