De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kanselruil

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kanselruil

7 minuten leestijd

Het woord kanselruil vraagt in de kerkelijke pers de belangstelling. Eenige maanden geleden werd kanselruil van gereformeerde zijde aangeprezen als een middel tot bevordering van de vereeniging van gereformeerden en Christelijk-gereformeerden.

Sedert dien ontstond in Hervormde kringen een discussie over dit onderwerp naar aanleiding van een voorstel tot kanselruil van den Oisterwijker predikant. Ds Kr. Strijd, klaarblijkelijk beoogende een goeden invloed op de richtingsverhoudingen uit te oefenen.

In beide gevallen treft derhalve zekere overeenkomst. De voorstellers verwachten ieder op zijn beurt en in zijn visie op de zaak een zekere verzoenende uitwerking. Intusschen kan reeds gebleken zijn, dat die verwachting door anderen niet wordt gedeeld. Dat kan ook niet en men had zich deze teleurstelling kunnen besparen. En zelfs op grond der ervaring.

Kanselruil is trouwens een zaak, waarmede men heel wat spaarzamer behoorde te zijn dan men over het algemeen is. Onder „gelijkgezinden" ruilt men toch heel gemakkelijk van kansel en de vraag is gewettigd, of de dienaren des Woords daarin wel altijd verantwoord zijn in hun roeping jegens de aan hen toevertrouwde gemeente. Het geldt hier geen beschuldiging, maar een opmerking. Daar is naar schriftuurlijke orde een betrekking tusschen den Herder en Leeraar en zijne gemeente, welke hem in de allereerste plaats tot roeping en plicht stelt het Woord getrouw te bedienen in de eigen gemeente.

De gemeente heeft daarop recht. Zij heeft niet alleen recht op de geregelde vervulling van den Dienst des Woords, waarvoor zij tevens aansprakelijk is, maar zij heeft ook recht op die vervulling door haar eigen herder en leeraar. Hij is de engel of boodschapper der gemeente. Zij is aan hem toevertrouwd en hij is door haar geroepen. 

Wij spreken dus niet over vacature, ziekte of ontstentenis, waarin een beroep op de naburige kerken wordt gedaan, maar over, laat mij zeggen den „vrijen" kanselruil. De vraag mag onder de oogen gezien, in hoeverre de predikant vrij is den eigen kansel aan een ander af te staan en zelf elders te gaan preeken. Deze vraag dan niet uit een oogpunt van reglement of gewoonte, maar van uit het beginsel van schriftuurlijke orde gezien. Zonder iemand te na te komen, mag wel worden gezegd, dat de vrije kanselruil veelvuldig voorkomt.

Wellicht is de gemakkelijkheid, waarmede dit geschiedt, wel een aanleiding om den kanselruil te willen dienstbaar maken aan de vervulling van verwachtingen, die men daaromtrent wil koesteren.

Dit brengt ons echter bij een ander punt, d.i. niet zoozeer de vrije kanselruil, maar de omstandigheid, dat in de grootere gemeenten, vooral in de steden, de menschen, ook van eenerlei gezindheid, gewoon zijn geworden verschillende predikers te hooren. Dit vindt zijn aanvang in gemeenten met twee predikanten, doch ook als zij van gelijke gezindheid zijn, maakt dit reeds inbreuk op de eigenlijke verhouding, welke daar zijn moet tusschen den herder en leeraar en de gemeente.

Zoodra echter de gezindheid uiteengaat, ligt de gemeente verdeeld. De rooster der predikbeurten brengt een niet vrijen, maar reglementairen, althans regelmatigen of geregelden kanselruil met zich mede. Men stelle zich de grootere plaatsen met haar verscheidenheid van richtingen en predikanten voor.

Reeds langer dan een eeuw heeft men dit voorbeeld van geregelden kanselruil voor oogen. En wat is het resultaat ? Zeker, daar zijn er, die naar een vaste kerk gaan en zich voegen onder het gehoor van den dienstdoenden predikant. Er zijn er ook, die een keuze maken en bepaalde predikanten, ook al dragen zij in de gangbare onderscheidingen niet het zelfde etiket, afwisselend naar omstandigheden hooren.

Zoo zijn er. Wie echter meent, dat dezulken indifferent staan tegenover de richtingen, vergist zich.

De regelmatige kanselruil geeft bovendien wel wat anders te zien. De jarenlange practijk heeft de richtingen niet verzoend, doch eer verscherpt. En dit voorbeeld spreekt duidelijk genoeg om van kanselruil geen verwachtingen te koesteren tot verzoening van tegenstellingen, die uit het religieuse leven opkomen. Die tegenstellingen komen uiteraard ook uit in de theologische voorstelling en leer, doch het conflict ligt dieper. De richtingen wortelen in gezindheden en raken aan de diepste overtuiging des harten.

De eene gezindheid kan in de andere niet inleven. Men kan alleen gemeenschappelijk viit dezelfde gezindheid leven. Die uit dezelfde gezindheid des harten leven, herkennen elkander, vinden elkander in een gemeenschappelijke belijdenis. En die anders gezind zijn, kunnen zich daaronder niet voegen. Zij missen het gemeenschappelijke, dat ook het eigene, persoonlijke is. Daarom gaat het ook niet over een the­ologie van dezen of genen, maar over de religie, waarin zulk een theologie haar beginsel en fundament heeft. Dat wil ook weer niet zeggen, dat er geen theologische verschilpunten zijn, die binnen de sfeer van dezelfde religie vallen. Niet alle theologische verschilpunten raken de fundamenteele stukken des geloofs op zoodanige wijze, dat de geloofsgemeenschap daardoor wordt verbroken. Doch anderzijds kan men de grenzen dier gemeenschap niet onbeperkt uitrekken, als kon zij de richtingen en gezindheden naar wensch of willekeur omspannen. De Christelijke geloofsgemeenschap is confessioneel bepaald, zijnde de confessie uitdrukking van het gemeenschappelijk geloof: Op zijn beurt vindt het gemeenschappelijk geloof zijn regel en richtsnoer in de religie der Schriften. Dit geldt inzonderheid van het reformatorisch geloof, dat van geen andere norm wil weten dan die van Gods onfeilbaar Woord. Door dit alles draagt ook de reformatorische theologie een eigen karakter, wijl zij door deze beginselen wordt gedragen. Deze levende betrekking tusschen theologie en geloof doet zich in het conflict der richtingen gelden en laat zich niet uitwisschen. Zij komt in de prediking tot uitdrukking en roept de innerlijke tegenstellngen wakker, zoodat kanselruil eer het tegendeel zal uitwerken van wat men er van verwacht.

Bovendien gaat dit alles in tegen het karakter der kerkelijke gemeenschap als geloofsgemeenschap, waardoor ook de beteekenis van de belijdenis naar voren treedt. De eenigheid des geloofs is de gemeenschap der kerk. Uit dien hoofde zal zij zich hebben te bezinnen op haar belijdenis en zulk een orde hebben te zoeken, welke met baar aard en wezen, gelijk zij daarvan in haar confessie belijdt, overeenkomt, opdat zij ook naar haar belijdenis kan leven.

Niet in de belijdenis, maar in het geloof der belijdenis ligt een criterium, dat voor geen anderen maatstaf, van welk geloof of welke richting ook, wijkt dan voor den eenigen regel des geloofs, welke is gegeven in de religie des Woords.

Daarin ligt de betrekking tusschen Schrift en belijdenis en derhalve ook tusschen belijdenis en prediking. In de prediking wordt de belijdenis van den prediker beluisterd. Zij doet daardoor een beroep op het belijden dergenen, die hooren. Daardoor roept zij ook de genoemde criteria wakker. Zij wekt gevoelens van gemeenschap en eensgezindheid of haar tegendeel. In beide gevallen mist de prediking haar doel als de vergelijking slechts menschelijke gevoelens en opvattingen aangaat. Zij voldoet alleen aan haar roeping, als zij verkondiging is van de hemelsche leer, welke het goddelijke getuigenis van haar waarheid aan zich zelf draagt, waaraan wij onze gedachten en gevoelens hebben te onderwerpen.

Bij zulk een prediking maakt het weinig uit, of zij door den mond van den eenen of van den anderen mensch tot de gemeente komt. Doch ook bij zoodanige eensgezindheid in het geloof, kan kanselruil geen onverschillige zaak zijn. Daarbij spreken dan ook nog andere belangen mede, zooals wij in het begin reeds hebben opgemerkt, v.n. de betrekking tusschen den herder en leeraar en zijn gemeente. Wij merken dit op om er de aandacht op te vestigen, dat ook deze aangelegenheid met de orde der kerk saamhangt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kanselruil

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's