De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk en Kerkorde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk en Kerkorde

6 minuten leestijd

Ds Groenewoud wijst er in „de Gereformeerde Kerk'' van 20 Febr. j.l. op, dat door Dr Horreus de Haas naar aanleiding van de agenda der Classicale Vergaderingen werd uitgesproken, mede namens zijn geestverwanten, „dat zij aan zulk een belijdenis niet wenschten mede te doen en ook van meening waren, dat anderen zich daartoe kwalijk gerechtigd konden achten". Dit heeft n.l. betrekking op de voorlezing van de Apostolische geloofsbelijdenis, welke voorlezing uitteraard het karakter van een gemeenschappelijk belijden en een plechtige herinnering aan de gemeenschappelijke belijdenis heeft.

Dat is dan ook door Dr H. d. H. zoo opgevat.

Ds Gr. merkt dan verder op : „Door zijn openhartige verklaring heeft Dr Horreus de Haas een scheidslijn getrokken tusschen zichzelf met z'n geestverwanten en de algemeene Christelijke Kerk ; hij heeft zich buiten die Kerk geplaatst". En dan vraagt hij: „wat zal de Kerk doen ? "

Ziedaar een conclusie en een vraag, die de aandacht verdienen.

Wij zijn het met Ds Gr. eens, dat wij ons met de belijdenis der Twaalf artikelen in de gemeenschap der Algemeene Christelijke Kerk scharen. Daaromtrent kan geen verschil zijn. De apostolische geloofsbelijr denis is de belijdenis der Algemeene Christelijke Kerk, Zij wordt voor zoodanige door de algemeene Christelijke Kerk gehouden en heeft als zoodanig een algemeen kerkelijk gezag als kort begrip van ons algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof.

Daarin ligt derhalve besloten, dat de afzonderlijke kerken in deze belijdenis haar gemeenschappelijke confessie hebben en daarin een algemeen formulier van eenigheid bezitten.

Als Ds Gr. zegt, dat zij, die met deze belijdenis geen instemming kunnen betuigen, een scheidslijn trekken tusschen zichzelf en de Algemeene Christelijke Kerk, is dat juist. Wie met deze Algemeene Christelijke belijdenis niet instemt, betuigt daarin, dat hij zich niet voegt in de geloofsgemeenschap der eene, heilige algemeene Christelijke Kerk.

Nu vraagt Ds Gr.: „Wat zal de Kerk doen ? "

Men kan deze vraag verwachten, maar er liggen nog andere vragen tusschen.

Vooreerst zij opgemerkt, dat Ds Gr. eerst spreekt over de Algemeene Christelijke Kerk. Zijn vraag : „Wat zal de Kerk doen ? " slaat slechts indirect op de Algemeene Christelijke Kerk. Immers deze doet op zich zelf genomen niets aan degenen, die zich van haar afscheiden en zich tot haar gemeenschap niet voegen. Wel te verstaan : zij doet niets in den zin, welke achter deze vraag schuilt. Zij heeft de positieve taak het Evangelie der Schriften te verkondigen aan alle creaturen. Zij oefent geen censuur dan de censuur, die van haar prediking uitgaat. Wie zich tot haar niet voegt, censureert zich zelf.

De vraag: „Wat zal de Kerk doen ? '' heeft echter betrekking op de Algemeene Christelijke Kerk, zooals die in een bepaalde kerk of kerkgemeenschap verschijnt, in dit geval op de Hervormde Kerk. Dat is de concrete inhoud van de vraag. Wat zal de Hervormde Kerk doen.

Wij stelden het zooeven: de algemeene Christelijke Kerk, zooals die in een bepaalde kerk of kerkgemeenschap verschijnt. Welnu : de Hervormde Kerk, in zooverre zij openbaring der algemeene Christelijke Kerk mag zijn, doet, wat deze doet. Zij predikt het Evangelie, en oefent censuur door haar prediking. , Wie niet hoort, censureert zichzelf.

Zij predikt het Evangelie, d.w.z. zij heeft de roeping zulks te doen — en dat is nu het concrete — zij heeft de roeping zulks te doen overeenkomstig het Woord — niet zooals dat door welken predikant ook, wordt opgevat — maar, zooals de kerk der eeuwen, de eene heilige, algemeene Christelijke Kerk dat verstaat en belijdt, waarvan zij als in een hoofdsom getuigenis geeft in de apostolische belijdenis.

Het kan nog iets nader bepaald worden. Men zou n.l. ook deze belijdenis nog weer door verschil van opvatting kunnen ontzenuwen. De reformatorische confessie biedt daartoe echter geen ruimte. Calvijn's Institutie volgt de artikelen van de apostolische geloofsbelijdenis. De invloed van Calvijn op de, Nederlandsche geloofsbelijdenis is bekend. En de plaats van de twaalf artikelen des geloofs in den Catechismus behoeft geen nadere verklaring. De genoemde belijdenisschriften geven een duidelijk beeld van den inhoud des geloofs in de apostolische belijdenis uitgedrukt, gelijk deze door de reformatie is verstaan.

De vraag : wat de Kerk doet, zoo zij haar roeping volbrengt, is hiermede beantwoord. Zij predikt het Woord overeenkomstig haar belijdenis, en zij kan dus niet toestaan, dat de officieele prediking een ander getuigenis doet hooren, zonder haar roeping te verzaken. Zij is niet verantwoord, zoo zij dat doet.

Men kan nog een schrede verder gaan. Indien zij het predikambt, om ons daarbij slechts te bepalen, toevertrouwt aan degenen, die openlijk verklaren met de belijdenis der algemeene Christelijke Kerk in haar hoofdsom niet in te stemmen, is zij niet alleen in gebreke, maar scheidt zij ook zich zelf — althans ten deele — af van de algemeene Christelijke Kerk.

Is het misschien daarom, dat Dr H. d. H. ook de meening uitsprak, dat anderen zich daartoe kwalijk gerechtigd konden achten? Mogelijk, dat er zoo iets in ligt. Individueel genomen zal hij zeker aan anderen even goed het recht toestaan te belijden als aan zich zelf en zijn geestverwanten om niec mede te doen.

Dit kan dus de zin van deze woorden niet zijn. Wat kan echter de zin wel zijn ?

Het ligt niet op onzen weg dit uit te zoeken, doch het kan toch ook niet beteekenen, dat de Kerk kwalijk gerechtigd zou zijn zich te scharen in de gemeenschap der algemeene Christelijke Kerk. Hoe anders maakt zij nog aanspraak op de waardeering van Kerk. En als zij daarop aanspraak maakt, zal zij ook schuldig zijn te doen wat met haar roeping en waardigheid overeenkomt. Dat zijn bovendien geen aangelegenheden, die aan het goeddunken van menschen zijn overgelaten, want het gaat om de openbaring van het lichaam van Christus. Haar autoriteit gaat boven de menschen uit. De Kerk is des Heeren.

Wat de Kerk zal doen, zoo zij haar roeping volgt, is dus niet twijfelachtig. Zij zal waken over de prediking en het geloof, dat den heiligen is overgeleverd, bewaren. Dit behoort tot de kenmerken der Kerk.

Maar zal zij kunnen doen, waartoe zij geroepen is ?

Deze vraag wordt ook door Ds Gr. onder de oogen gezien en zij geeft hem aanleiding om te wijzen op den noodzaak van reorganisatie. Het woord reorganisatie kan ons niet erg bevredigen. In den grond der zaak gaat het om de orde, welke aan de Kerk krachtens haar aard en wezen toekomt.

Ds Gr. vraagt: Wat zal de Kerk doen ? Er is ook aanleiding tot de vraag : wat zullen degenen doen, die zich in de belijdenis van de hoofdsom van ons algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof niet kunnen vinden ? Zij kunnen moelijk verlangen, dat de Kerk omi der wille dergenen, die alzoo gezind zijn, haar gemeenschap met de algemeene Christelijke Kerk prijs geeft, of zij droomen van een Christelijke religie, in welke voor de hoofdsom van het geloof der Kerk geen plaats is. Dan spreken wij nog niet eens over de reformatorische confessie, die nadere verklaring omtrent den inhoud des geloofs geeft.

Wanneer men zich bezint op den aard en het wezen der Kerk en haar eigen getuigenis daaromtrent en van de haar opgedragen taak en roeping tot haar recht doet komen, zal ook degene, die het daarmede niet eens is, zich tegenover de Kerk hebben te confronteer en en zijn houding hebben te bepalen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerk en Kerkorde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's