Uit de kerkelijke Pers.
Evangelisatie--Geestelijke voorbereiding--technische voorbereiding.--het huisbezoek--Sleutelpersonen--de hoogere standen
Evangelisatie.
Indertijd, is bij Kok te Kampen verschenen een Handboek voor Gereformeerde Evangelisatie. Dit boek is verdeeld in een „Algemeen deel", een „Historische deel" en een „Practisch deel". Het zou de moeite waard zijn wat hier geboden wordt eenigszins breeder te behandelen. Temeer, omdat velen nog niet doordrongen zijn van de evangelisatie-noodzakelijkheid. En — als men het woord evangelisatie hoort, denkt men dikwijls alleen aan de een of andere post in Groningen of Noord-Holland b.v., terwijl men vergeet dat evangelisatie in schier iedere gemeente dringend noodig is. Prof. Grosheide geeft in genoemd handboek deze definities van Evangelisatie. „Onder Evangelisatie verstaan we de prediking van het evangelie aan hen, die vervreemd zijn van den dienst des Heeren en die afgedwaald zijn van de Kerk, om hen terug te leiden tot den Heere en tot de Kerk van Christus. Men kan het ook aldus uitdrukken : Evangelisatie is de arbeid der Kerk, die bedoelt de afgedwaald de bondelingen terug te brengen tot den Heere Christus en tot Zijn Kerk. In de eerste omschrijving wordt meer gelet op den toestand der afgedwaalden, gelijk zich die aan ons voordoet, in de tweede op den staat, waarin ze volgens de Schrift staan voor God. Zoo vullen de twee definities elkander aan". Welnu, vervreemden van den dienst des Heeren en afgedwaalden van de Kerk zullen overal wel te vinden zijn, helaas. Jeugdigen en volwassenen, arbeiders en intellectueelen. De groote vraag is nu : hoe kunnen wij deze menschen het best bereiken en bearbeiden. De vraag : of we ze moeten bereiken en bearbeiden, stellen we natuurlijk niet. Hiervan is toch zeker iedere predikant, iedere ouderling en ieder meelevend gemeentelid overtuigd ?
Vandaar zijn er hoofdstukken in het Handboek, die bizonder aantrekken. Zooals het hoofdstuk over de methode der Evangelisatie-prediking, de arbeid onder Jongens en Meisjes, de arbeid onder volwassenen, de arbeid onder Studenten, het Huisbezoek, de Straatprediking, de Lectuurverspreiding. We kwamen er toe de aandacht op deze belangrijke zaak te vestigen door de laatste aflevering van Woord en Daad, tijdschrift voor Inwendige Zending. Hierin komt o.m. voor een artikel over vormen of methoden van Evangelisatie, welke in dezen tijd in het bijzonder in aanmerking komen. In de eerste plaats wordt hierin gewezen op de
Geestelijke voorbereiding
van de werkers in de Evangelisatie-arbeid. Hier wordt wel direct een heel belangrijk punt aan de orde gesteld. Belangrijk voor allen, die te arbeiden hebben in het Koninkrijk Gods. „Er moet iets over ons komen van de eenvoud der apostelen, die niet in schoolsche trant over de boodschap discussieerden, maar die uit de kracht van een persoonlijke overgave aan Christus, aan het werk gingen". Wanneer de apostolische eenvoud en persoonlijke overgave er niet zijn, stelt iedere methode, hoe knap en hoe geraffineerd ook, teleur. Rondom ons en ook aan onszelf moeten wij de behoefte aan het Evangelie waarnemen. Tevens moet gezien worden dat hier geen uitstel geduld wordt. Dit inzicht is bij de geestelijke voorbereiding van alles overtreffend belang. Bij alle ontkerstende groepen is een groote leegte. „Niet de uitgebreidheid van onze taak is het meest angstwekkend, maar de enorme grootheid van de leegte.
Wie zal de boodschap zóó zeggen, dat ze geloofd wordt ? Alleen Jezus kan de groote leegte van de wereld vullen. Maar tussen Hem en de leegte staan zij, die de opdracht kregen, de predikers en apostelen. Zij moeten de boodschap doorgeven; aan hèn moet gezien worden, „dat zij mèt Jezus geweest zijn"; dat zij gezanten zijn van Christus' wege, alsof God dóór hen bade : „laat u met God verzoenen !" Het eerste en allerbelangrijkste is, dat wijzelf, die ons in het evangelisatiewerk begeven, ons innerlijk ter beschikking stellen van God. Het gaat niet voornamelijk om vragen als : hoe vind ik tijd voor deze zaak en hoe moet ik het aanpakken, maar: weet ik mij geroepen en ben ik ten volle bereid ? "
Geroepen en ten volle bereid — zoo moeten de arbeiders in Gods Koninkrijk zich weten. Geroepen — dat alleen geeft kracht om uit te gaan en anderen te roepen tot werkeere. Dat dringt ons voort, met voeten die geschoeid zijn met de bereidheid des Evangelies. Ware deze geestelijke gesteldheid er meer onder alle ambtsdragers, maar óók onder de gemeenteleden. Ieder heeft hier een roeping te vervullen. We zijn op dit gebied zoo gemakkelijk uitgevallen. We laten het zoo graag over aan een commissie, aan menschen, die daarvoor aangewezen worden. Alsof de taak van het niet-kerkeraadslid, het niet-commissielid, de niet-wijkbroeder, hiermede zou beëindigd zijn. Neen, in de Kerk behooren geen eereleden of niet-werkende leden of begunstigers, die jaarlijks hun gulden neerleggen en dan met een gerust hart meenen hun plicht ten volle te hebben verricht.
Nog mag de klacht ook voor deze arbeid wel geuit worden : „Och, of al het volk profeten waren". En wij allen, die hier geroepen en ten volle bereid, hebben te arbeiden, we hebben noodig den Geest Gods, die den Christus gestalte geeft in ons, waardoor er ook ijver, heilige ijver, brandende ijver komt voor het Huis des Heeren.
Naast de geestelijke voorbereiding wordt dan verder gewezen op de
technische voorbereiding.
Door onwetendheid kan met de beste bedoelingen schade worden aangericht. Rent men de vele stroomingen en heeft men er begrip van hoe deze voor velen de plaats van godsdienst innemen ? Bij intellectueelen gaat het dikwijls over schijnproblemen, waarachter men zich verbergt. Vaak is er bij hen ook de rake critiek op de Kerk. De buiten-kerkelijke houdingen loopen van bijtend cynisme tot onverschilligheid. De noodzakelijkheid van kerkelijke strijd door trouw aan het beginsel, wordt meestal niet ingezien. Op buitenstaanders moet veel van onzen strijd de indruk maken van rabbijnenruzie. Hiermee moet men weg weten Maar dit staat altijd voorop : „het gaat bij iedere manier van evangelieverkondiging, tot welke groep ook, nooit om een verstandelijke verdediging van het evangelie. Wie dit doet, is verloren. Geloof wekt men niet door een logisch betoog.
Het gaat juist bij ieder mens om de ontmaskering en breking van de verstandelijke hoogmoed en de geestelijke vijandschap. En dit geshiedt slechts door geloofsgetuigenis. Alleen geloof wekt geloof".
Problemen, welke er leven, moet men intusschen langs apolegetischen weg zien te ontzenuwen. De werkgroep voor de evangelisatiarbeid moet zich in secties splitsen die zich naar bekwaamheid specialiseeren op de arbeid onder de moderne jeugd, studeerende jeugd, zakenmenschen, intellectueelen en - arbeiders. Hiervoor moeten eenvoudige studie-schema's komen. Als een der voornaamste werkzaamheden wordt zeer terecht gezien
het huisbezoek.
In het gewone kerkelijke leven moet ook een dikke streep gezet worden onder het persoonlijk gesprek en de persoonlijke bearbeiding. Ook in onze tijd vraagt de persoonlijke zielszorg alle aandacht. Bij de evangelisatie-arbeid is dit niet minder het geval. Het door ons u voorgelegde artikel wijst er dan ook op, dat men er op uit moet trekken. „De tijd van volle zalen en tenten is voorbij. Het gaat nu om het vinden van steunpunten in elke wijk en in iedere straat van de wijk. Het is mijn ervaring, dat van de 10 bezochte gezinnen, er slechts 1 houvast biedt. Voor de grote steden is deze verhouding waarschijnlijk nog ongunstiger. Maar deze mensen, die eenmaal toegang gaven, moeten met groote taaiheid worden vastgehouden Breng deze mensen regelmatig in kleine kringen tezamen in de huiskamer of de salon van een overtuigd geloovige in de buurt. Al zijn het er slechts 2 of 3. Men zal zien, dat dat groeit. In deze kringen leest men samen de bijbel en voert men een geestelijk gesprek ". Bijzondere studie wordt vereischt voor de vraag, hoe invloed te verkrijgen op de jeugd, die de middelbare scholen bezoekt.
Hier is niet slechts een tekort aan kennis, maar veel erger is het gebrek aan eerbied. Bij het bezoek aan de ouders wordt dit begrepen. Want bij zeer velen heerscht hier — zooals Ds Verkuyl zegt — practische Godloosheid. De geestelijke en zedelijke richtingloosheid staat hier ievensgroot vóór ons. We moeten ons realiseeren hoe in 't algemeen door de jongeren uit deze kringen wordt gedacht en geleefd. De schrijver van het artikel ziet als methode hier het zoeken van contact met één of meer leeraren, rector of directeur en het beleggen van goed voorbereide samenkomsten. Als één van de meest belangrijke werkzaamheden wordt gezien het vinden van zoogenaamde
Sleutelpersonen.
Dit zijn personen in de verschillende bevolkingsgroepen, scholen en andere centra, die dienst moeten doen als sleutel om ergens een deur te openen. Zij moeten dus „toegang geven tot hun milieu en kringen. De arbeid moet zoo wijd mogelijk worden vertakt. Rusteloos moet medewerking gevraagd worden om Christus' wil, ook van de vooraanstaanden. Een ieder, die zich aan de evangelisatie-arbeid heeft gegeven, weet hoeveel nut men heeft van meelevende personen, die ons weer toegang verschafffen kunnen tot hun vrienden en standgenooten. Men krijgt hier dan een „open deur" om de anders „afgesloten" stad binnen te trekken.
Bijzondere aandacht moet besteed worden aan
de hoogere standen.
Niemand zal zich ontveinzen dat hier moeilijkheden van bijzonderen aard zich voordoen. Al was het alleen maar de moeilijkheid om voldoende geschikte personen te vinden, die onder deze hoogere standen en meer ontwikkelden kunnen arbeiden. Gewezen wordt op een brochure van Ds Verkuyl over deze volksgroep. Als kenmerken der hoogere standen en meer-ontwikkelden noemt hij een zekere afgeslotenheid. Door intellectueele hoogmoed en overdreven standsgevoel worden muren opgetrokken, die het contact belemmeren.
Valsche schaamte leeft hier sterk om ernstig over godsdienstige vragen te spreken. Ze vinden dit spoedig fanatiek en willen er slechts over spreken als verschijnsel. Willen wij van het onmachtsgevoel hiertegenover ontslagen worden, dan is het noodig dat wij ons ook bij deze stand inleven in de daar heerschcnde levensmanieren. We moeten ons inwerken in terminologie en probleemstellingen van deze kringen.
Ten slotte wordt er op gewezen, dat iedere methode moet worden aangegeven en gedreven door het verlangen om „over te komen en te helpen". Dit overkomen vraagt altijd weer het offer van zichzelf. Men moet zichzelf willen verliezen. Het getuigen van Christus eischt ons geheel en al op.
We hebben één en ander u over de Evangelisatie, zooals het in Woord en Daad behandeld werd, voorgelegd. Ter overdenking. Maar ook — om wat in onze omgeving past in praetijk te brengen. Met den schrijver mogen we wel zeggen, dat de dag van morgen wellicht weer gansch andere methoden eischt, die we nü nog niet zien. Maar we zijn vast overtuigd dat die methoden zullen gevonden worden als de roeping wordt verstaan en de bereidheid wordt gekend. Ook in ónze gemeenten ligt hier nog arbeid te over. Laat iedere Kerkeraad de hand aan de ploeg slaan, opdat dit werk ook inderdaad verricht worde. We zullen het toch zeker wel eens kunnen zijn over wat in een rapport in de Geref. Kerken over dezen arbeid o.m. werd opgemerkt — zie Handboek, blz. 158 —
Evangelisatie is dat deel der inwendige Zending, dat zich wijdt aan de verkondiging van het Evangelie door woord en geschrift aan de daarvan in meerdere of mindere mate vervreemde Christenheid.
De gemeente is tot dezen evangeliseerenden arbeid gerechtigd en verplicht. De evangeliseerende arbeid is in den tegenwoordigen tijd noodzakelijker dan ooit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's