NIENKE
FEUILLETON
VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN
(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 84)
Hoofdstuk XIV.
Mijmeringen.
Lusteloos, met de hand onder 't hoofd, de vulpen tusschen de blauwe vingers, zat Mini Santema op haar kamertje. Vóór haar lag een bijna vol geschreven vel papier. Te oordeelen naar de uitdrukking van haar gelaat, vulden vele zorgen haar hoofd en hart. Blijkbaar zocht zij naar woorden om den brief, die bijna af was, te eindigen, doch ondertusschen zwierven haar gedachten elders. D'r was den laatsten tijd zooveel gebeurd, dat aanleiding tot die verstrooing en somberheid gaf. O, de menschen buiten „Donia-state", en zelfs het dienend personeel, dat in Swopk voor een deel onder 't zelfde dak woonde, mocht het niet weten, maar zij kon zich soms zoo naamloos ongelukkig gevoelen. Niettegenstaande de vele voorrechten, die zij genoot, te midden van den overvloed van het leven en de toenemende gezondheid. Ach, wat gaf haar dit alles tezamen bij 't vele, dat gemist werd en voor geen geld gekocht kon worden ?
Daar was vooreerst de onderlinge verhouding der huisgenooten. Meer dan ooit was de toestand gespannen, die een uitbarsting deed vreezen. Wat voorheen nooit gebeurde, maar in den laatsten tijd zocht boer Santema zijn heil in den drank. Evenals Gabe, van wien men al lang gewend was dat hij 's avonds laat onbekwaam thuis kwam. Den laatsten tijd was 't met dezen even beter geweest. Op herhaaldelijk aandringen, daarbij gesteund door Maaike en mijnheer Loving, had vader eindelijk permissie gegeven een auto te koopen, een mooien wagen, Engelsch fabrikaat, met al het comfort, dat de laatste jaren voor deze luxe auto's was aangebracht. Eenige lapjes van duizend waren daarvoor neergeteld, waarop Gabe en mijnheer Loving beiden zich geoefend hadden in het chauffeeren, en geen dag ging voorbij, dat er geen uitstapjes gemaakt werden. Hierbij paste de alcohol minder goed. Achter het stuur was het geraden om nuchter te zijn, vooral op de drukke verkeerswegen en in het stadsgewoel, en dat was een der redenen, waarom vrouw Santema zich niet al te zeer verzet had tegen deze buitengewone uitgave, waardoor „Donia-state" onder de boerderijen van Zevenhuizen de eerste was, waar dit nieuw-modisch voertuig werd aangeschaft, 't Mocht eens wezen, dat Gabe daardoor drankvrij werd en dan was er meer gewonnen, dan in geld kon uitgedrukt. Maar nu was het de laatste tijden met Santema zélf niet pluis. Den eersten keer dat hij flink aangeschoten thuiskwam, was aan den avond van dien dag, toen hij, midden in de hooiïng, kwaad wegliep. Zonder iets te zeggen, had hij zijn Zondagsche kleeren aangetrokken en was op stap gegaan, gelijk hij dat deed, wanneer de week markt bezocht werd. Niemand wist, welke plannen hij had en eerst later kwam het toevallig uit, dat hij naar de stad geweest was en daar verschillende hotels bezocht had, waar hij hoe langer hoe spraakzamer werd, om eerst tegen middernacht thuis te komen. Thijs Sangers had hem getroffen in „De Roskam", juist toen hij aan de buffetjuffrouw een heel verhaal deed over Gabe, die met een pracht-auto reed en in een paar weken de kunst, om hem te besturen, geleerd had, en over zijn dochter, die verloofd was met een aanstaanden boterdirecteur. Even had toen de binnenkomst van Thijs het gesprek doen staken, omdat er nog altijd een oude wrok zat. maar toen is Santema op gaan staan en als om vergoed te krijgen, wat hij thuis bezig was te verspelen, heeft hij vrede gesloten met Thijs. Samen hebben ze toen zitten borrelen, 't Gesprek ging van het een op het ander. Tenslotte kwam het bij het vee terecht en 't jongste koekalf van „Sijke", waarvan het einde werd, dat dit een half uur later voor een middelmatig prijsje verkocht was. Den volgenden morgen kwam dit uit, toen Thijs het beest kwam halen. Vrouw Santema zag het, toen zij de kippen voer bracht en ook, dat haar man rouwkoop had, maar gedane zaken namen geen keer. Ook vond zij het veel prettiger, dat de verhouding tusschen deze twee mannen beter geworden was, alleen vreesde zij, dat de prijs, waarmede deze vriendschap gekocht werd, wel eens te duur kon worden. Thijs stond er nu eenmaal voor bekend, dat hij het in den handel niet zoo nauw nam en bijzonder slag had om iemand voorbij te komen.
't Viel op, dat vanaf dien dag Santema en hij veel bij elkaar gezien werden. De andere boeren van Zevenhuizen konden er niet bij, hoe deze verhouding tot stand gekomen was, doch allen waren hiervan overtuigd, dat de veekoopman wel zorgen zou, aan het langste eind te trekken. Meermalen kwam hij op „Donia-state" om handel te drijven om met den boer te praten over aankoop van vee voor het buitenland en ongemerkt scheen hij hem geheel in beslag te krijgen.
Een enkele maal had vrouw Santema voor deze vriendschap gewaarschuwd. De omgang was haar al te druk. „Pas maar op voor Thijs; vriendschap is goed, maar ik zou mij: niet te veel met hem inlaten", had zij gezegd. „Je weet wel, hoe de meesten en vooral de Hollandsche kooplui over Thijs denken".
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's