De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de kerkelijke Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de kerkelijke Pers

10 minuten leestijd

Kerk en School.--Verschillende verhoudingen.--De geschiedenis der Kerk.--Bewust, intensief, geordend bezighouden.--Een misdaad.--De worsteling om het kind.

Kerk en School.

In het Weekblad der Nederlandsche Hervormde Kerk werd 22 Febr. j.l. een artikel opgenomen over „Kerk en School", door Prof. Dr W. J. Aalders. Het onderwerp op zichzelf is reeds belangrijk genoeg om een en ander uit dit artikel elkaar voor te leggen.

Een natuurlijke verwantschap tusschen Kerk en school bestaat er — aldus Prof. A. — omdat de Christelijke Kerk tegelijk leerares en opvoedster, getuige en moeder is. De Kerk heeft zich den mensch aangetrokken van zijn geboorte af tot zijn dood toe. Kerk en ouders verplichten zich tegenover elkander het kind als gedoopte op te voeden. Vandaar heeft de Kerk eene opvoedende taak. Zij deelt deze taak echter met anderen, met de ouders, het gezin en de familie, de omgangs- en werkgemeenschap, het z.g. derde milieu: de ontspanning, maatschappij en staat. En niet in de laatste plaats deelt zij deze taak met de school. De school is een grootheid van eigen aard en orde. Gedurende een aantal jaren, op een beslissenden leeftijd, onderwijst de school en voedt op, verstandelijk en zedelijk, technisch en geestelijk beide. Als het goed is, moet dit geschieden in overeenstemming met de opvoeding en den geest van het gezin en de Kerk. En toch is het iets afzonderlijks. Het geeft meer aan verstandelijke en technische ontwikkehng dan het gezin geven kan. Aan de andere kant blijft de school beneden gezin en Kerk. De school is direct gericht op voorbereiding voor de menschelijke sanienleving, terwijl Kerk en Christelijk gezin direct gericht zijn op de voorbereiding tot 't eeuwige leven, het Koninkrijk Gods.

Verschillende verhoudingen.

Zoo zijn er verschillende verhoudingen tusschen Kerk en school mogelijk. Er kan samenwerking zijn. De school kan treden op het terrein der Kerk, kerkje spelen, en de Kerk kan treden op het terrein der school, schoolmeesteren.

De school kan de beteekenis der Kerk geheel ontkennen en de vorming van het kind voor de maatschappij, den staat, de menschheid, het leven-hier-en-nu, voor een en al houden en de menschen god-loos maken; of de Kerk kan de beteekenis van de school en daarmee van het aardsche leven miskennen en de menschen dom houden. Dan is de Kerk wel ver uit haar koers. De Kerk moet immers besef hebben van de dubbele roeping van het menschenleven. Als voorbereiding voor de eeuwigheid, maar ook in zijn verantwoordelijkheid tegenover het hier en nu in de bedeeling, waarin het God behaagt, deze voorbereiding te doen vallen.

De geschiedenis der Kerk.

In de geschiedenis der Kerk gaan al deze. mogelijkheden voor ons leven. De oude Kerk heeft de beteekenis van de school van meet aan scherp gezien. Reeds in de vierde eeuw is een schoolstrijd van ongewone heftigheid gevoerd. Toen nam de spanning tusschen Christendom en heidendom en beslissenden vorm aan. Het ging niet om iets gerings. Neen, het ging om het kind en de toekomst. Julianus de afvallige trachtte het onderwijs weer heidensch te maken, met geweld desnoods. Zijn poging is mislukt. Maar 't duurde lang voor de heidensche elementen geheel waren uitgezuiverd. En de overwonnene heeft den overwinnaar veelszins de wet gesteld.

In de middeleeuwen is de Kerk de aangewezen leidster van het onderwijs. Kloosters en kloosterscholen gaven het. Het onderwijs vond groote belangstelling toen in de laatste eeuw vóór de Reformatie de behoefte aan persoonlijke gemeenschap met God en het leven in navolging van Christus toenam. Daardoor kon immers de opgroeiende mensch zelf lezen, verstaan en bewust de weg tot God gaan. De Reformatie sloot hierbij aan. Luther nam met kracht het volksonderwijs ter hand. Hij stelde de eisch dat ieder kind in stad of dorp behoorlijk leerde lezen en schrijven. Bij dit alles werd hij echter bewust geleid door de overtuiging, dat ieder Christenmensch den Bijbel persoonlijk moest kunnen lezen en overdenken. Het onderwijs was godsdienstig gemotiveerd. De mensch werd gezien als de mensch-voor-God. Bepaaldelijk Calvijn zag dit zoo. Vandaar werd dit ook sterk gevoeld in ons land. De Synodehandelingen van de 16e en 17e eeuw spreken hiervan. In Zondag 38 worden met scholen de hoogescholen bedoeld, waar de studenten tot predikant werden opgeleid. Over de geheele linie mocht de burgerlijke overheid het onderwijs institueeren en financieren, de geest van het onderwijs moest godsdienstig zijn en tot de leerstof behoorde in de eerste plaats de Catechismus.

Later maakt het onderwijs zich langzamerhand los van Kerk en religie. De vorming van den mensch, verstandelijk, technisch en zedelijk als lid van de menschheid, de maatschappij of den staat, wordt doel. Vooral in en sedert de Fransche tijd wordt het onderwijs „vrij", al moet volgens een artikel van de onderwijswet van 1806, welk artikel ook nu nog van kracht is, de school de kinderen „opleiden tot alle Christelijke en maatschappelijke deugden". De vraag, hoe het echter met deze deugden zit, is nooit afdoende beantwoord. Wij hebben een 80-jarigen schoolstrijd gekend. Deze is in 1920 geëindigd met de zoogenaamde pacificatie of bevrediging. De ouders hebben thans te beslissen, in welken geest zij hunne kinderen wenschen te laten onderwijzen en opvoeden.

De bijzondere school is ongeveer geheel gelijk gesteld met de openbare. De openbare school heet neutraal, maar er is neutraliteit èn neutraliteit, negatieve en positieve. De bizondere school is, behoudens enkele uitzonderingen, Christelijk : orthodox-Protestantsche scholen en Roomsch- Katholieke (algemeene onderscheiding). De R.K. school is één. De Christelijke is onderscheiden in verschillende groepen. Uitgesproken Hervormd of Hervormd-Gereformeerd of gemengd (in hoofdzaak).

Bij het Middelbaar- en Voorbereidend Hooger onderwijs is de toestand eenigszins parallel. Behoudens de Vrije Universiteit is het Hooger Onderwijs openbaar. Voor haar aanstaande predikanten maakt de Hervormde Kerk gebruik van de Rijksuniversiteiten en geeft haar eigen kerkelijk onderwijs. Dit is, ook van de zijde der Kerk, wettelijk geregeld. Verder kunnen de kerkelijke reglementen Diaconiescholen. Zooveel mogelijk wordt voor lagere, middelbare en hoogere scholen de gelegenheid tot het ontvangen van godsdienstonderwijs geopend. Vanwege de Kerk kan godsdienstonderwijs gegeven worden op alle openbare scholen. Officieel en officieus staat plaatselijk de Kerk dikwijls in betrekking tot het bijzonder onderwijs.

Bewust, intensief, geordend bezighouden.

Dit alles is niet genoeg. De Kerk moet zich meer bewust, intensief, geordend met de school bezighouden als een eigen stuk van haar taak. Prof. A. stelt de eisch, dat de Kerk zich schuldig en verantwoordelijk voele tegenover de school. Als ze moeder is, dan moet zij ook belangstellen in wat de school voor haar kinderen is en doet..

Dit kan op allerlei manieren. Genoemd worden dan : de prediking; de zorg voor de onderwijzers, voor hun geestelijke leiding en verdieping ; de bemoeiing met het godsdienstige karakter van het onderwijs en de opvoeding; het laten gelden van haar invloed, opdat het schoolonderwijs zijn nog altijd eenzijdig intellectualistisch karakter verlieze en zich richt op den geheelen, levenden mensch, dat zij tegelijk opkomt op tucht èn op vrijheid, op de waarde van de gemeenschap en van den enkeling — ook op de school. De mensch moet over de geheele linie gezien worden als „mensch Gods". De Kerk moet zich aan alle scholen laten gelegen liggen. Niet alleen aan de christelijke, óók aan de openbare.

De Kerk moet zich doordringen van de groote, beslissende beteekenis, die de school, bepaaldelijk in onzen tijd, heeft, voor het kind en daarin voor de toekomst van ons volk, voor wat men wel noemt ,de volks-ziel in het algemeen. Waartoe wij in onze tijd geroepen worden, weten wij nog niet. Voor de Kerk gelde in elk geval de leus : Houd wat ge hebt en win wat gij niet, hebt, in Gods naam!

... Een misdaad.

We worden hier wel geplaatst voor een hoogst belangrijke aangelegenheid. Voor het kind, het gezin, de Kerk, het volk, de maatschappij, de Staat. We worden hier ook geplaatst voor een geweldige strijd van geestelijke machten. Hoe zien we het kind ? Hoe zien we in verband daarmee opvoeding en onderwijs ? De een prijst de opvoeding voor het leven in Staat en maatschappij als het hoogste doel — terwijl de ander bij alles het recht Gods op het kind tot richtsnoer wil nemen. En dan hebben wij het te zien als een misdaad jegens het kind, als zonde voor God, dat men het kind op de school het Woord Gods zoude onthouden. Dat het kind zou opgevoed worden op een school zonder den Bijbel. Hoe voortreffelijk het onderwijs verder ware — het zou in strijd zijn met het Woord Gods zelf en wat God te zeggen heeft, dus datgene waar het op aan komt, zou het volk worden onthouden. Ik weet wel, dat men dit de eeuwen door heeft willen dekken met de schoone schijn van eenheid, van het weren van de splijtzwam, van het uitbannen van hokjes- en schotjesgeest — maai: waarom moet dan in de school die eene mensch sterven, naar het woord van Kajafas, waarom moet de Christus dan weg, om zoogezegd 't volk te redden ? Hiermee bereikt men juist de ondergang des volks. Hierdoor worden de eischen Gods verkracht. Met onze vaderen moeten we steeds, onverflauwd, met klem op blijven komen voor het recht onze kinderen te doen onderwijzen op onze scholen inet den Bijbel. De Kerk heeft daarvoor pal te staan. Voor een onderwijs dat, evenals de Kerk zelf, behoort gebonden te zijn aan Schrift en belijdenis. Het geldt hier in het diepst niet een worsteling om de school,

De worsteling om het kind.

Zoo luidt ook de titel van een boek, dat P. de Zeeuw J.Gzn, over de schoolstrijd in ons land, heeft geschreven. O, werd die strijd meer gekend door het thans opgroeiend geslacht. Van meer dan één zijde is er voortdurend op gewezen deze kennis bij te brengen en wakker te houden. Een neutrale school is een onding. De Zeeuw citeert in zijn inleiding een vers van Constantijn Huijgens : 

„Wij waren graag neutraal, gelijk 't de wereld noemt, Maar dat is slechts de zaak verbloemt, Daar helpt geen wispelturig praten; Men moet God óf de wereld haten".

En verder schrijft hij : „Doch het geslacht, dat den strijd aanbond tegen den overmachtigen vijand, is heengegaan, en ook zij, althans voor het meerendeel, die het bangst van den strijd hebben meegemaakt, rusten thans van hun werken en de vruchten van de 80-jarige worsteling zullen straks gelegd worden in de handen van onze kinderen, die nimmer iets van den schoolstrijd meemaakten. Het is noodig dat zij weten, waarom het ging in den schoolstrijd, wat die strijd heeft gekost aan hunne vaderen, opdat zij de vruchten van dien strijd in Gods kracht mogen bewaren en verdedigen". „Een volk, dat zijn geschiedenis vergeet, is opgeschreven ten doode". Zet daaronder een dikke streep. En luister dan naar wat Mr I. de Costa zegt in De bezwaren tegen den geest der eeuw, toegelicht door Mr Willem Bilderdijk, blz. 26 (De worsteling om het kind, blad? . 3) :

„Nooit heeft men een volk onder 't juk gebracht of men heeft het zijn geschiedenis getracht te doen vergeten en deze verduisterd of vervalscht. En hoe heilzaam was dan de telkens herhaalde aanmaning, den Israëlieten gegeven tot oprichting van steenen, tot viering van feesten en tot onderrichting, der kinderen van geslacht tot geslacht, door getrouwe vaders (geen gehuurde Moabieten of Elamieten) van de wonderen des Allerhoogsten voor Zijn volk, 't zij onmiddellijk, 't zij door uitverkoren mannen op wie Zijn Geest rustte, uitgewrocht". Dit geldt ook voor de geschiedenis van de schoolstrijd.

Dat spore aan tot waakzaamheid en getrouwheid. Voor onze kinderen de school met den Bijbel, en geen andere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit de kerkelijke Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's