Kerk, School, Vereeniging
beroepingswerk e.d.
Nederlandsche Hervormde Kerk.
Beroepen te Zwolle (vac. Kruyt) mr. P. H. Th. Stevens te Ingen (Bet.) — te Broek op Langendijk D. Veldkamp te Valkenburg (Z.-H.) - te Vuursche J. van Sliedregt te Eemnes-Buiten — te Leiderdorp C. Aalders te Oudega (W.).
Bedankt voor Pietersburen cand. P. M. Mentzel te Amsterdam.
Gereformeerde Kerken.
Beroepen te Utrecht (6e en 7e pred. pl.) M. de Goede te Breukelen en R. J. van der Meulen te Zaandam — te Zuidhorn O. W. Bouwsma te IJsselmuiden-Grafhorst — te Leimuiden A. W. Schaafsma te Oldemarkt.
Christelijke Gereformeerde Kerk.
Tweetal te Zwolle : W. Heerma te Zeist en C. Smits te Sliedrecht.
Beroepen te Ede J. G. van Minnen te Huizen (N.-H.).
Bedankt voor Maassluis J. Hovius te Nieuwe Pekela.
Gereformeerde Gemeenten.
Beroepen te Vlaardingen H. Ligtenberg te Kampen.
Aangenomen naar Lisse J. Vreugdenhil te Rijssen
Dr. J. Riemens.
daarna te Dedemsvaart. Sinds Sept. 1917 Maart a. s. zijn 40-jarig ambtsjubileum te vieren. Dr Riemens werd in 1901 te Hoogland tot zijn dienstwerk ingeleid en stond daarna te Dedemsvaart. Sindt Sept. 1917 arbeidt hij te Leiden.
Tienjaarlijksche stemmingen.
De 10-jaarlijksche stemmingen, bedoeld in artikel 4 van het Synodaal Reglement op de benoemingen enz., zullen plaats hebben tusschen 1 Jan. en 1 Maart 1942. Dit artikel handelt over de vraag, of de verkiezing van ambtsdragers en het beroepen van predikanten zal plaats vinden door den Kerkeraad of het Kiescollege.
Legaat.
Wijlen de heer J. J. van Druten, te Sneek, heeft aan de Ned. Herv. Gemeente aldaar een bedrag van ƒ 3000.— vermaakt.
Een Zendingsnoodbestuur.
Wij lezen in het „Algemeen weekblad voor Kerk en Christendom" : „Door de Zendingsconsuls in Indië is, overeenkomstig de reeds lang te voren met hen gemaakte afspraak, overgegaan tot de instelling van een Zendingsnoodbestuur, waarin behalve de consuls, zitting hebben Dr A. J. Rasker, rector der Hoogere Theologische School, de heeren C. B. van Vooren (voorzitter), Ds K. Kostelijk en Dr E. J. de Vries (leden van het bestuur der Protestantsche Kerk), Dr Moelia en Mr Van Helsdingen, leden van den Volksraad.
Dit noodbestuur heeft op zich genomen, te zorgen voor de Zendingsvelden der Samenwerkende Corporaties, van de Rijnsche en Bazelsche Zending, de Doopsgezinde en Luthersche Zending, de Salatiga- Zending, den Gereform. Zendingsbond, de Chr. Gereformeerde Kerk en de Geref. Kerken in Hersteld Verband. De Zending der Gereformeerde Kerken op Midden- Java heeft zich afzonderlijk georganiseerd, in overleg met de Zendingsoonsuls.
De bemoeienissen van het Zendingsnoodbestuur omvatten o. m. de regeling van de personeelsbezetting. Er waren op 10 Mei 156 Zendelingen in dienst; van deze waren er 12 met verlof in Europa en 1 met ziekteverlof in Indië. Alle Duitsche Zendelingen, 64 in getal, werden geïnterneerd. Van de 79 overblijvende Zendelingen zijn er 8 tijdelijk aangesteld in de Indische Kerk en vonden er 3 een plaats bij het onderwijs; deze laatsten konden een deel van hun tijd aan hun Zendingsarbeid blijven geven. Van de overige 66 zijn er 8 overgeplaatst naar de Bataklanden, Nias en het Salatigaterrein.
Dit alles beteekent, dat het bestaande werk moet worden voortgezet met minder dan de helft van het Europeesch personeel. De arbeid moest dus op drastische wijze worden ingesnoerd en een groot deel daarvan wordt overgelaten aan de Inheemsche kerken en Zendingsarbeiders.
De uitgaven zijn tot een minimum terug gebracht door herziene korting op de salarissen, die voor de Europeesche Zendingsarbeiders gemiddeld 30 pCt. bedraagt.
Ten aanzien van de financiën wordt het volgende gemeld:
Voor de betrokken Zendingsterreinen werd vóór 10 Mei circa ƒ 75000.— per maand van uit Europa bijgedragen. Men tracht zich nu zoo in te richten, dat het werk met 40 a 50 duizend gulden kan worden gaande gehouden.
Er is een oproep gericht tot de leden der Protestantsche Kerk in Indië met het verzoek, 5 pCt. van hun inkomen af te staan voor de Zending. Het antwoord op dezen oproep is verblijdend geweest. Begin Juli werd door Batavia f 3000.—, Bandoeng ƒ 2000.— en Soerabaia ƒ 1200.- per maand bijgedragen. Verder is een beroep gedaan, door tusschenkomst van den internationalen Zendingsraad, op de Kerken in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, die aanvankelijk bereid bleken om ƒ 17.500.— per maand bij te dragen.
Een getuigenis.
Vanwege de Synodale Commissie der Evangelisch Luthersche Kerk is het navolgend getuigenis uitgegaan en van de kansels der Evangelisch Luthersche Kerk voorgelezen :
„De Synodale Commissie gevoelt zich gedrongen tot de leden der Kerk een woord van opwekking en bemoediging te doen uitgaan.
Allereerst wil zij er op wijzen, dat God in den tijd, waarin wij thans leven. Zijn bedoeling heeft ook met onze Kerk en haar leden. Tijden van rust en voorspoed mogen de gemakkelijkste tijden zijn, ze zijn zeker niet altijd de meest gezegende. Als wij straks door deze dagen heen zijn, moeten wij eerlijk kunnen zeggen : „Ondanks alles wat mij heeft gedrukt en heeft leed gedaan, ben ik nader tot God gekomen en heb ik de waarachtigheid van mijn geloof beter beleefd".
Om dien zegen te verkrijgen zal noodig zijn een groote trouw. Die moet blijken uit het bezoek aan de godsdienstoefeningen en uit het deelnemen aan het Heilig Avondmaal. Zoo wordt het geloofsleven gevoed en de band versterkt met den Heer der Kerk, zoowel als die, welke de gemeenteleden onderling verbindt.
Voorts moet worden aanbevolen een gestadig en vurig gebed voor allen, die een verantwoordelijke taak hebben in ons vaderland, in de christenheid in het algemeen en in onze Kerk in het bijzonder, dat gebed moge rijzen voor allen, die geroepen zijn tot het besturen der Kerk en van de afzonderlijke gemeenten; voor de leeraren der gemeenten, opdat zij het woord Gods spreken gedreven door den Heiligen Geest; voor allen, die in de gemeenten medewerken aan haar opbouw door zich te wijden aan het werk voor jongeren en ouderen, opdat zij niet verflauwen in hun ijver.
Zoo moge God ons allen door deze in menig opzicht donkere dagen heenbrengen naar nieuwe tijden, terwijl wij beter dan tot nu toe zullen leeren verstaan wat waarachtige vrijheid is, n.l. de gebondenheid aan Christus en Zijn Evangelie.
Nu wij den lijdenstijd ingaan, en wij in onze godsdienstoefeningen Jezus zullen volgen op Zijn smartenweg, dien Hij moest gaan om tot Zijn heerlijkheid te komen, moge het ons te beter voor oogen staan hoe door Hem onze lijdensweg een weg kan worden tot het waarachtige leven, waarvan Paschen spreekt".
Het getuigenis is onderteekend door Ds C. C. G. Visser te Rotterdam, als voorzitter en Ds J. H. Grottendieck te 's-Gravenhage, als secretaris der commissie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's