De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

LEER EN LEVEN

9 minuten leestijd

„Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlosse van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken". Titus 2 vers 14.

LEER EN LEVEN

Leer en leven moeten op elkander afgestemd zijn. Met andere en deftiger woorden zeiden onze vaderen, dat dogmatiek en ethiek moeten samengaan en in elkander hun aanvulling moeten vinden. Hij, die de zuivere leer voorstaat, maar het leven mist, is innerlijk dood; doch hij, die het leven najaagt en zonder rechte kennis is, ligt eveneens nog midden in den dood. De groote reformator Luther drukte zich eens zóó uit : „de zondaar wordt gerechtvaardigd alleen door het geloof, maar" — zoo voegde hij er aan toe — : „het geloof is nooit alleen, doch besluit immer de werken in zich". Geloof dus én werken, leer èn leven, hart èn hand!

Zoo leert Paulus het ook in zijn schrijven dat hij richtte aan zijn nog jongen metgezel en medearbeider Titus. Lees maar eens een dezen korten brief door. Oppervlakkig gezien, is het niet veel meer dan een reeks vermaningen en goede wenken aan zijn leerling, die ginds op het eiland Creta zulk een verantwoordelijke post bekleedt. Maar toch klinkt plotseling hier en daar in zijn vaderlijk schrijven een dieper en ernstiger klank door. Paulus is geen zedeprediker, doch zijn maanwoorden ontleenen hun kracht aan het Evangelie van Jezus Christus en Dien gekrui­sigd. Het Koninkrijk Gods is gekomen, en overal waar God in Christus als Koning wordt gekend, zal Hij ook als Koning moeten worden gediend. Paulus leert hier geen oppervlakkig moralisme, geen kleinburgerlijke deugdzaamheid, maar hij roept in heilige ernst op tot wederliefde jegens Hem, Die eerst heeft liefgehad!

Inzonderheid blijkt dit uit het woord, dat het onderwerp van onze overdenking vormt. Hier immers wordt de kern van het Evangelie in enkele woorden samengevat. God heeft Zichzelven in Christus gegeven met het tweeledige doel om ons van ongerechtigheid te verlossen en om Zichzelven uit het Hem geheiligde volk lof en eer te bereiden. Leer en leven in den zin van geloofskennis en goede werken worden dus ook hier weer genoemd als de beide oogmerken, waarom God Zijn reddende handen tot een verloren wereld heeft uitgestrekt.

„Die Zichzelven voor ons gegeven heeft". Hier worden wij geplaatst voor de ondoorgrondelijke barmhartigheid en liefde van den Heiland, Die Zichzelven heeft weggeschonken aan een van Hem afkeerige menschheid. Ja, weggeschonken, zoo mag het inderdaad wel worden genoemd. Zonder iets achter te houden heeft Hij Zichzelven geofferd. Zelfs de prijs van Zijn eigen bloed was Hem daarvoor niet te hoog. Als een losgeld heeft Hij Zichzelven willen geven, willen overgeven, als daardoor maar de Zijnen zouden worden vrijgekocht.

Wanneer wij alzoo voor den diepgang van het goddelijk geven worden geplaatst, dan wordt dit voor ons eerst recht onbegrijpelijk. Dat een moeder „zich geeft'' aan haar kind, dat een man „zich geeft" aan zijn vrouw, dat laat zich nog verstaan ; maar dat God Zichzelven geeft. Zich opoffert, Zichzelven wegschenkt voor een zondaar, dat gaat ons verstand verre te boven en verliest zich in de onnaspeurlijkheid van het goddelijk raadsbesluit.

En toch, de heilige God heeft zich zóó diep neergebogen tot den gansch verdorven mensch. Hij heeft Zichzelven in Christus Jezus „gegeven", geheel en al. Reeds Zijn menschwording was geven. Maar inzonderheid Zijn lijden en sterven aan het einde Zijns levens was niet anders dan Zichzelven geven. En wij gedenken het in dezen tijd, nu wij den Man van Smarten volgen op Zijn lijdensweg. Van het egin tot het einde mogen, ja moeten wij het zien als een offeren, een wegschenken van Zichzelven ten bate van arme zon­ daren. Hij gaf Zichzelven aan de Overpriesters en Schriftgeleerden, Hij gaf Zichzelven aan Judas, Hij gaf Zichzelven aan Pilatus, Hij gaf Zichzelven aan het kruis — en dat alles louter en alleen voor schuldige schepselen!

„Die Zichzelven voor ons gegeven heeft". Neen, nooit zal 'n menschentong op aarde de grootheid van dit goddelijk geven kunnen bezingen; nooit zal een menschenverstand de wondere Hefde van dit offer kunnen doorgronden.

Welgelukzalig echter hij, die het nochtans heeft leeren verstaan door het geloof. Want alleen hij, die door Gods Woord en Geest geleid, inzicht heeft verkregen in de volkomenheid  en algenoegzaamheid van dit goddelijk offer en vrijmoedigheid heeft ontvangen om zichzelf ook in te sluiten bij diegenen, voor wie de Heere Zichzelven gegeven heeft — alleen hij zal ook verstaan het tweevoudig oogmerk, dat de Borg en Middelaar met dat geven heeft bedoeld. Hij zal het met den apostel kunnen uitspreken : „opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken".

Christus heeft Zichzelven gegeven, in de eerste plaats, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid. De ongerechtigheid wordt hier als 't ware gezien als een macht, die ons in zijn ijzeren greep gevangen houdt. Het is de macht, die ons tegen God opzet, die ons maakt tot vijanden van Hem, waardoor wij gedurig weer ons tegen Zijn wil verzetten en tegen Zijn wet overtreden.

Maar nu heeft Christus Jezus door Zijn offer die macht van ongerechtigheid voor ons te niet gedaan. Hij heeft de Zijnen daarvan „verlost". Dat wil zeggen : Hij heeft aan die tegengoddelijke macht een losgeld gegeven, waardoor wij uit de slavernij der goddeloosheid werden vrijgekocht. Zijn eigen lichaam en leven heeft Hij daarvoor als prijs betaald. Maar nu is dan ook die macht der ongerechtigheid een gebonden macht. Een tijdlang kan hij nog wel over de kinderen Gods heerschen, maar overheerschen kan hij hen nooit. Wel zal hij de geloovigen telkens weer van hun Heere af willen trekken, en maar al te dikwijls zal hem dat gelukken, doch hen wederom zoo met onontkoombare greep gevangen houden, gelijk vroeger, dat lukt hem nooit. De macht der zonde is geslagen, hoewel nog niet vernietigd, maar nooit zal hij één der schapen van Christus uit 's Heeren hand kunnen rukken.

Zoo heeft dlis Christus Zichzelven gegeven, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid. Neen, dat wil niet zeggen, dat nu alle ongerechtigheid in ons is te niet gedaan, de Heiland heeft de Zijnen hier op aarde nog niet volmaakt gemaakt. Maar de macht der ongerechtigheid is overwonnen, de beschuldigende kracht der wet is weggenomen, en daardoor mogen de geloovigen het weten dat zij nochtans, ondanks hun zonden, aannemelijk zijn bij den Heere !

Christus heeft Zichzelven gegeven, opdat Hij de Zijnen uit de macht der zonde zou vrijkoopen met den prijs van Zijn eigen bloed. Dit zouden wij kunnen noemen de leer des Evangelies, welke wij door het geloof moeten gaan verstaan! Die leer mag niet koud en dor voor ons blijven. Wat baat het ons, of wij dit alles wèl weten en het van kindsbeen af hebben gehoord, doch innerlijk blijft 't ons vreemd! Wij hebben, in den weg des gebeds, te leeren, het op onszelven toe te passen, zoodat wij het allengs gaan gelooven, dat de Heere Zichzelven niet alleen gegeven heeft voor anderen, maar ook voor ons; dat de macht der ongerechtigheid, hoezeer wij telkens weer zijn kracht in ons gevoelen, toch uiteindelijk ook over ons niet meer zal zegevieren.

En dan, wanneer wij zóó die „leer" ons hebben toegeëigend in geloof, dan zal vanzelf daaruit „het leven" ontspringen. Dan leeren wij door het geloof ook het tweede oogmerk des Heeren verstaan, waarom Hij Zijn lichaam heeft gegeven, n.l. om Zich een ander Lichaam te reinigen. Zijn Kerk, Zijn eigen volk, ijverig in goede werken. God heeft Zichzelven in Christus weggeschonken, maar uiteindelijk loopt dit toch weer op Hem uit. Uit, Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen, zoo geldt het ook hier. Het laatste doel van het verlossingswerk van Christus is toch ten slotte weer de eer van Zijn Naam.

Daarom moet ook op de rechtvaardigmaking de heiligmaking volgen en moet de geloovige zich niet alleen in eigen verlossing verlustigen, maar hooger grijpen en alleen en in alles de eer van Zijn Koning en Meester beoogen.

Door Zichzelven te geven, heeft Christus Zich een eigen volk gereinigd. Dat volk, dat aan de macht der ongerechtigheid ontworsteld is, dat zal dan in Hem een nieuwen Meester leeren kennen. Het zal zichzelven moeten weten als het Koninkrijk van den hemelschen Koning, waar uit het een rijke vertroosting mag putten. Immers eenmaal in dat Koninkrijk ingelijfd door Christus Jezus, mag men zich veilig en geborgen weten. Gods Koninkrijk is een onvergankelijk Koninkrijk en allen die daaraan deel hebben, zullen ook bestand hebben tot in der eeuwigheid. Geen macht ter wereld, noch ter hel, zal dat koninklijk volk kunnen schaden.

Zoo heeft Christus Zichzelven een eigen volk gereinigd. Gereinigd uit het groote getal der onreine zondaars, om Zijn eigendom te zijn.

Maar dan zal dat volk ook gehouden zijn zichzelve te geven aan Hem, Die Zichzelven eerst voor hen gegeven heeft. Dan zal op de leer ook het leven moeten volgen. Dan zal het geloof levend zijn in.de goede werken. Dan zal het voor den verloste worden een treden in de menigmaal diepe en moeilijke voetsporen van Hem, Die hem is voorgegaan. IJverig in goede werken, dat zal dan het leven worden. Let wel: ijverig, dat wil zeggen, niet traag in 't benaarstigen, maar vol kloeken moed loopen de loopbaan, die is voorgesteld, ook al gaat het door diepten en dalen, door distelen en doornen heen!

Leer èn leven, hart èn hand, zij behooren dus onafscheidelijk bij elkander. Het één zonder het ander kan niet bestaan. Wel heeft satan getracht, alle eeuwen door, om deze te scheiden. Maar wachten wij er ons voor dat wij, noch in het heden, noch in de toekomst, ons één dezer twee laten ontrooven!

Leer en leven — God geve, dat wij deze beiden ook leeren verstaan voor het eigen hart! Dat wij de vrijmoedigheid verkrijgen om te rusten door het geloof in de leer des Evangelies dat Christus Zichzelven voor ons heeft gegeven, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid; maar ook dat wij steeds meer ons bewust worden te behooren tot dat eigen volk des Heeren, dat ijverig in goede werken. Hem als hun Koning de lof en de eer en de dankbaarheid toebrengt, hier op aarde reeds ten deele, doch eenmaal in de hemelen volmaakt!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's