Uit de kerkelijke Pers
Liturgie--Liturgie en Reformatie.--Roomsche voetangels en klemmen--Herstel der Kerk door liturgievernieuwing
Liturgie.
In de zoo juist verschenen aflevering van „Onder eigen vaandel", driemaandelijksch theologisch tijdschrift, onder redactie van Prof. Dr Th. L. Haitjema, Dr L. D. Terlaak Poot en Ds H. C. Touw wijdt Dr Terlaak Poot in zijn kroniek eenige aandacht aan de liturgie, of wilt ge : de liturgische beweging. De vermelding van Ds Creutzbergs overlijden bracht hem vanzelf tot deze materie. Want, zooals Dr Terlaak Poot opmerkt. Ds Creutzberg was een der vaders van de liturgische beweging in ons er van mogen noemen). Een liturgische land (als-wij Dr Gerritsen den grootvader commissie werd indertijd door de Ethische vereeniging ingesteld en daaruit werd geboren de Liturgische Kring. Op treffelijke wijze ziet Dr T. P. dit alles aan de orde gesteld b.v. in Prof van der Leeuws onlangs verschenen Liturgiek. Al blijft hier vanzelfsprekend ook de opening voor bouwende critiek en bijbelsche correctieven.
„Onze Eeredienst", een prachtwerk van Kuyper, was inzake de ordeningen van het leven en de samenkomsten der kerk het laatste, groote werk. De vraagbaak voor alle beginnende jonge predikanten. Althans voor de rechts-georiënteerden, want links trok zich van deze dingen weinig aan. Eerst in de laatste jaren is er ook onder de vrijzinnigen bezinning en beweging over dit alles.
Opgemerkt wordt, dat er in de laatste decenniën op dit gebied geweldig veel onderzocht en gepubliceerd is, vooral ook van Roomsch-Katholieke zijde. Hierbij mag wel bedacht worden dat alarmseinen vaak hun kracht hierin hebben, dat zij één kant van 'n zaak fel-overdreven belichten om de waarschuwing des te duidelijker en scherper te doen zijn. Hierover zal men het in elk geval eens zijn, dat onze aanstaande dienaren moeten leeren, waarom het gaat en hoe het behoort te gaan in den Hervormden eeredienst. Inderdaad zal op dit punt wel eenstemmigheid heerschen. Dr Terlaak Poot klaagt er over dat in zijn studententijd nauwelijks aan deze dingen aandacht werd geschonken: je moest het zelf maar uitzoeken en naar hartelust werd er geliefhebberd. Meerderen zullen dit ongetwijfeld aldus kunnen getuigen. En het gaat niet aan zich er hier af te maken met de opmerking dat het „maar" de vormen geldt. Want vorm en wezen vallen hier nauw samen.
Dr T. P. heeft ook een open oog voor de „gevaarlijke slootjes en moerassen en dwaalwegen die er zijn op het terrein der liturgiek. „Sommige gedeformeerde kerken ijn hiervan het treurig toonbeeld. Er zijn ook gevaarlijke schijven en wissels ; eenmaal zulk een wissel gepasseerd, is er het groot gevaar, dat men op rails rijdt, die maar aan één station eindigen; de Kerkgeschiedenis is er, om het ons te toonen en ons er voor te waarschuwen".
Vervolgens wijst Dr T. P. in zijn kroniek op het boekje van Ds Zeydner :
Liturgie en Reformatie.
Volgens Dr T. P. wordt in dit boekje de zaak in de kern aangegrepen. Ds Z. herinnert er n.l. aan, „hoe aan de Hervormde Kerk terugkeer tot haar grootschen inzet zeer zwaar gemaakt werd, doordat, toen de gereformeerd-presbyteriaansche Kerkorde in de safe was gezet, een besturenapparaat, geboren uit het verlicht liberalisme der negentiende eeuw, „als een stolp over de historische kerk gezet werd." „Inplaats van een kerkelijk leiding geven werd de persoonlijke vrijheid het richtsnoer" en de dominees mogen sinds, volgens art. 22 van het synodaal reglement voor de kerkeraden, inzake Catechismusgebruik, formulierengebruik en gebruik der psalmen en gezangen „naar eigen oordeel te rade gaan met de godsdienstige behoeften hunner gemeenten". De brochure van Ds Z. wil dan een roepstem zijn tot de kerk om in al dit „individualistisch, jammmerlijk gedoe" in te grijpen. Gewezen wordt op „het schoone en aanmoedigend voorbeeld der Schotsche Kerk, die, in haar Book of Common order van 1928 toont, „wat op dit gebied in onzen tijd een presbyteriaansche Kerk vormgevend kan tot stand brengen'".
Roomsche voetangels en klemmen-
In het Hervormd weekblad „De Gereformeerde Kerk" wordt ook aandacht besteed aan Ds Zeijdner's boekje. Onder boekenschouw maakt Dr J. C. K(romsigt) reeds enkele opmerkingen. Hij spreekt de wensch uit, dat de lezing van dit boekje „ons ook dienstig moge zijn om ons te bezinnen op de liturgie, want die is onder ons wel wat erg vermagerd. ledere liturgie is niet Roomsch. Er is ongetwijfeld een reformatorische liturgie mogelijk. Toch — er liggen roomsche voetangels en klemmen op dit gebied". Dr Kromsigt raadt dan ook aan naast dit boekje te lezen Liturgie van Dr O. Noordmans. Van bladz. 62 uit dit boek citeert hij „Het sacrament gaat in de prediking niet geheel op. Het blijft zijn eigen taal voeren". „Het doet dat, omdat het betrekking heeft op een staat van ons zondaar zijn, die psychologisch voor de prediking moeilijk te benaderen is. En hier staan wij nu diametraal tegenover de moderne liturgische beweging, die den aard van het sacramenteele daarin zoekt, dat het leven daarin doorbreekt. En die dat leven laat uitkomen in de activiteit van de liturgie, welke de gemeente bereidt tot de daad. Dit dynamisch realisme, dat z'n oorsprong vindt in de Grieksche Liturgie, behoort het veld te ruimen voor een ander realisme, zooals het volk dat verstaat als het de dingen bij den naam noemt". (Hier dus een zondaar zondaar noemt en genade genade, K.)
Dr Kromsigt merkt op, dat hierover veel zou te zeggen zijn. Hij vraagt dan : Geeft de Grieksch-Russisehe Kerk hier niet een waarschuwend voorbeeld? In deze Kerk werd de liturgie einddoel. Ten slotte ging haar geheele godsdienst in haar prachtige liturgie op. „'t Was geen middel meer tot datgene, wat Paulus „de redelijke godsdienst" noemt: zijn lichaam, zichzelven in 't lichaam (in het dagelijksche leven) stellen tot een levende offerande der dankbaarheid, noch ook tot wat Jacobus de zuivere godsdienst noemt: „Weezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld". De geesel van het bolsjewisme is zoo over deze Kerk gekomen. Intusschen is de vraag naar Gereformeerde liturgie gerechtvaardigd. Men moet echter bedenken dat er heel wat aan vast zit. Hierbij wordt in een artikel gewezen op een geschrift van Prof. Dr A. J. Wensinck : De Kerk en de Nederlandsch-Hervormde gemeente van Christus.
Herstel der Kerk door liturgievernieuwing ?
We zullen enkele gedeelten uit het artikel van Dr Kr. den lezers mededeelen. Prof. W. gaat niet met Ds Z. tot de reformatie terug, maar tot vóór de reformatie, tot de oude Kerk. Zijn bezwaar tegen den reformatorischen eeredienst is, dat daarbij alleen de prediker handelend optreedt en de gemeente alleen maar zwijgend, lijdelijk luistert. Prof. W. klaagt over een terugzinken van den eeredienst naar den eeredienst der joodsche synagoge, ook al doordat het gezang in de Gereformeerde Kerk oudtijds werd beperkt tot het zingen der Psalmen. Volgens Dr Kr. echter zakt de schrijver nog dieper terug dan tot de Oudtestamentische synagoge. Aan de ceremonieele handelingen der gemeente wordt ten slotte een gewicht toegekend dat overeenkomt met 't gewicht dat daaraan toekwam in den schaduwachtigen Oudtestamentischen tempeldienst. Maar dit is niet in overeenstemming met den dienst in geest en waarheid, die volgens Christus komen zou als men niet meer zou aanbidden in den tempel te Jeruzalem. (Joh. 4 : 20-24). Prof. W. legt volgens Dr Kr. weer op het handelen der gemeente te eenzijdig nadruk. Dr Kr, merkt hierbij op, dat de Kerk niet aan de gemeente behoort, maar aan Christus. Het eerst noodige bij den eetedienst is niet het handelen der gemeente, maar het handelen van Christus. En het eerst noodige voor organen en leden der Kerk is niet contact met de gemeente, maar eerst met Hem en dan in en door Hem met de gemeente (Vgl. Heid. Cat. antw. 55). „Ook is de tegenwoordigheid van Christus niet gebonden aan eenige ceremonieele plechtigheid". Hij is overal waar men in Zijn Naam vergaderd is. Hij vergadert Zijn gemeente waar Zijn Woord recht wordt verkondigd en de sacramenten worden bediend naar de instelling van Christus. Waar ook Zijn zegen en de werking Zijns Geestes biddend worden ingewacht. Hij roept ze en op grond van Zijn zoenoffer brengt Hij ze tot „Zijn gemeenschap en daarmee tevens tot de waarachtige gemeenschap met elkaar in Hem en in die geloofsgemeenschap is voor hen het Leven. In die gemeenschap, dus niet eerst in „het levend contact met de gemeente". De prediking des Evangelies is het middel waardoor het geloof door Gods Geest wordt gewerkt en gesterkt, terwijl als bizonder middel tot geloofsversterking het sacrament werd toegevoegd. Van dit handelen van Christus verlegt nu Prof. W. de klemtoon naar het liturgisch handelen der gemeente. Het „schijnt (ook bij Ds Zeijdner ? ) dat de gemeenschap, de „communie", niet tot stand komt door het Woord, maar uitsluitend door het sacrament, dat niet als versterkingsmiddel aan het Woord wordt toegevoegd, maar als het eigenlijke gemeenschapsmiddel boven het Woord en in het middelpunt gesteld". Dit geldt dan speciaal voor het Avondmaal. Niet de kansel, maar de Avondmaalsdisch moet in het middelpunt staan. Ds. Ter Haar Romeny wil dan dat deze Avondmaalstafel onder het blad tot den grond dicht is en het uiterlijk van het altaar vertoont. Een breed middenpad moet dan naar dat hooger liggend altaar opleiden. Langs dit pad moeten ook de kinderen ten doop worden gedragen en de aannemelingen moeten in plechtige processie onder voorgang van de „geestelijkheid" met Vaandels daarlangs tot hun eerste Avondmaal opgaan. „Als zulk een complete Protestantsche Kerk zal ingewijd worden, zal dat, zoo zegt hij, „een teeken zijn van den nieuwen tijd". (Vgl. O. Noordmans Liturgie, blz. 59).
We voegen er aan toe, dat we dan voor zoo'n nieuwen tijd bewaard mogen worden. De nood der Kerk wordt hier — aldus Dr Kr. — gezien als de nood der liturgie. Daarom niet „het Woord zal het doen", zal redding brengen, maar „een vernieuwde liturgie zal het doen". Deze zaak is urgent. De Synode bood immers reeds aan een nieuwe Gezangbundel, nu weer een verkorting van het gebed voor allen nood der Christenheid. Dit kan gezien worden als een eerste begin van liturgievernieuwing. We vragen echter : Zijn we daarmee, zooals dit nu gaat onder deze organisatie op den goeden weg ? Dr Kr. merkt tenslotte op : Reformatorische liturgievernieuwing, 't zij zoo, maar de oogen moeten daarbij goed open zijn, opdat alle Roomsche of Grieksche liturgievernieuwing worde onderkend en geweerd.
Ook voor ons geldt: Weest op uw hoede. We zien waarlijk geen „Kerkherstel" door deze liturgievernieuwing komen. Wat we noodig hebben is : deel aan Christus en al Zijn schatten en gaven en zóó gemeenschap met elkander. En dat werkt en versterkt de Heere door Woord, Sacrament en Geest. Vandaar hebben we noodig een kerkelijk leven, een kerkelijke orde, welke volle ernst kan maken met de bediening „naar de instelling van Christus". Dan komt er, zoo noodig, ook reformatorische liturgievernieuwing.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's