De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

4 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 85)

Maar toen was de wind van voren gekomen. Waar bemoeide zij zich mee ! Hij was toch zeker oud en wijs genoeg om te weten wat hij doen en laten moest en altijd ook nog al vertrouwd geweest met handel drijven. Of moest hij haar goedkeuring misschien eerst hebben bij het koopen of verkoopen van een stuk vee ?

Een vorig jaar, toen het er op zat met Thijs en hem had zij daarover heel wat drukte gemaakt en nu dat aan kant was en zij samen handelden, was het weer niet goed. Hij zou tenslotte zélf weten wat te moeten doen en zij moest maar zorgen, dat de huishouding goed in orde was.

Van dien dag af werd de breuk tusschen de huisgenooten steeds grooter. Slechts zelden zat Santema, als voorheen, rustig bij vrouw en Mini aan tafel, om de gebeurtenissen van den dag met haar te bespreken en zijn courant te lezen, 't Was alsof een geheimzinnige macht hem altijd maar voort dreef. De Zondag vooral werd een vervelende dag. 't Viel heel de gemeente op, dat, naast de ledige plaats van wijlen mijnheer Krips, ook de zijne zoo dikwijls onbezet bleef en de boerin met Wimpie alleen ter kerk ging. Een enkelen keer, op een mooien morgen, had Gabe de familie per auto naar het bedehuis gebracht, 't Was de eerste maal, na haar ongesteldheid, dat Mini opging, en fatsoenshalve was 't man-volk toen ook gegaan, vooral ook, omdat Ds Buitenveld in zijn gebed zeker voor het herstel zou danken. Maar sindsdien ook niet weer.

Gewoonlijk ging Santema 's morgens na het ontbijt, het veld in, terwijl de anderen her en der vlogen; 's middags ging hij slapen en 's avonds molk hij, uit verveling, mee, waar voorheen altijd een arbeider voor genomen werd, als Gabe van huis was. En dan daarna ging hij óf op pad naar Thijs, of noodigde dezen bij zich, om dan nergens anders over te spreken dan over het vee en den handel. Met de gezelligheid, voor zoover deze er dan nog al bestaan had, was het uit.

Dat was een reden, waarom Mini zoo lusteloos op haar kamer zat. Het ging thuis niet goed. Gelukkig, dat te midden van dit leed, dat voor de buitenwereld verborgen moest blijven, de omgang tusschen moeder en dochter steeds inniger werd. Hoe meer de andere huisgenooten van hen vervreemdden, hoe meer houvast zij aan elkaar zochten, zoodat daarin eenige vergoeding gevonden werd voor hetgeen men moest missen.

't Voornaamste van alles was evenwel, dat beiden hun sterkte en kracht zochten in het geloof en de dreigende onweerswolken, welke zich al dichter boven „Doniastate'' onheilspellend samenpakten, hen uitdreven tot God, om bij Hem een schuilplaats te zoeken. Nog nimmer was de bijijel hier zooveel gebruikt als thans. Zelfs in den tijd van haar ernstige krankheid had Mini niet dat oog in de dingen, die het geloofsleven raken, als in deze dagen, nu het scheen, alsof een onzichtbare, booze macht bezig was hier te verderven, wat een zegen had kunnen zijn.

Ds Buitenveld was de eenige, die van dit alles iets wist. Den vorigen dag nog had hij hier een bezoek gebracht. Sinds haar gezondheid aanmerkelijk verbeterde, werden de geregelde bezoeken, die op den dag af bekend waren, niet meer afgelegd, alleen nu en dan kwam hij nog eens, om van zijn belangstelling blijk te geven, of omdat met den administreerenden kerkvoogd iets te bespreken viel. Ditmaal was echter 't doel zijner komst geweest, om met Santema te spreken over zijn toenemende afwezigheid als de gemeente opging naar het Huis des gebeds. 't Hoorde toch zoo niet, dat een kerkvoogd, zonder wettige reden, zooveel ontbrak. De menschen spraken er over, en het zou zeker den dominé kwalijk genomen worden wanneer hij verzuimde hierover zijn afkeuring te kennen te geven. Men zou zeggen, dat hij Santema ontzag, omdat hij rijk was en.op een eigen boerderij woonde en de administratie van de pastorie had. Daarom ging Ds Buitenveld, maar dan bovenal, omdat hij, als zieleherder, vreesde dat het op „Donia-state" niet goed ging en er schade geleden werd aan de zielen. Had hij niet te waken over het welzijn van heel de kudde en lagen zij allen tezamen hem niet na aan het hart, de lammeren zoowel als de schapen, allen, die tot haar behoorden ?

Zoo was hij hier gekomen in een rustig uur, met de bede in het hart, om 't rechte woord te mogen spreken ; ach, hoe was hij teleurgesteld. Santema had hem heel koel ontvangen, alsof hij een vreemde was. Met moeite was een gesprek aangeknoopt, en met nog grooter moeite voortgezet, tot Ds Buitenveld tenslotte maar ronduit gezegd had, wat hem hier heen dreef.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's