Belijdenis doen
In deze dagen maken vele jonge menschen zich op om belijdenis te doen of zooals men vaak zegt : aangenomen te worden. Over de beteekenis daarvan wordt niet altijd gelijk gedacht, om maar te, zwijgen van de motieven, waarom men wel of niet tot het doen van belijdenis overgaat Sommigen worden geacht al te lichtvaardig tot zoo ernstige zaak over te gaan ; anderen worden juist door den ernst weerhouden.
Hoe is dat bij onze jonge menschen ? Het is zeker niet altijd onverschilligheid, als men er niet toe overgaat. Het komt ook voor, dat men liever nog wat op de catechisatie blijft. Maar daar zijn er ook, die geen tijd hebben gevonden om catechisatie te volgen. Enfin, wat zullen wij allerlei oorzaken opsommen, de zaak zelf is van zoo groot gewicht, dat — wanneer dit goed wordt gevoeld — allerlei bezwaren wegvallen.
De groote hoofdzaak raakt deze aangelegenheid in veel breeder omvang van het kerkelijk leven, dan wij vaak vermoeden. De dingen van het Koninkrijk Gods behoorden ons boven alle belangen ter harte te gaan én niet alleen ons, maar allen, die tot de kerk behooren. Wat toch is op aarde gelijk te schatten met den uitnemenden rijkdom van Christus en Zijn Koninkrijk ? Hoe vaak echter worden deze hoogste belangen achter gesteld, tot sleur en gewoonte, tot een zaak, die wij al te gemakkelijk aan anderen overlaten?
Doch de Heere houdt Zijn kerk in stand want zij is des Heeren. Juist daarom echter behoorde ons hart naar haar uit te gaan, opdat wij ons bij haar mochten scharen...... Bij haar scharen ? Ja, een iegelijk is schuldig zich bij de kerk te voegen. Dat zegt de belijdenis ..... een iegelijk, dus ook onze jonge menschen. Dat zou men zoo zeggen, maar zoo is de situatie toch niet.
De vraag is niet, of onze jonge menschen zich bij de kerk zullen voegen, ja dan nee— want — en dat geldt althans nog zeer velen, zoo niet van de meesten behooren bij de kerk door geboorte. De vraag is dus veel meer, of zij zich zullen onttrekken aan de kerk, ja dan neen. Lees maar eens het formulier van den Doop.
De kleine kinderen der geloovigen behooren niet tot de kerk, omdat zij gedoopt zijn — lees het maar na —, maar zij worden gedoopt, omdat zij door geboorte bij de kerk zijn. Zij zijn derhalve door God bij de kerk gevoegd.
Menschen, die niet door geboorte bij de kerk behooren, kunnen zich bij de kerk voegen, gelijk zij volgens de belijdenis ook schuldig zijn. Zij doen dan belijdenis en worden gedoopt, maar hun jonge kinderen deelen in het voorrecht, dat God een God wil zijn in hunne geslachten. Evenals de geslachten Israels onder de beloften werden geboren en deel uitmaakten van het volk des Heeren, zoo behooren de jonge kinderen der geloovigen bij de kerk. Daarom worden zij ook gedoopt. Het formulier zegt: zij behooren gedoopt te wezen.
De vraag, waarvoor onze jonge menschen zich dan ook gesteld zien, is dan ook niet: zal ik mij als lidmaat tot de gemeente voegen, alsof men geen lidmaat was, want zoo staat de zaak niet.
Christus vergadert Zijn gemeente en Hij brengt haar tot openbaring in de volken en geslachten der menschheid. Hij doet dat naar den Raad Gods en Hij bepaalt van een iegelijk onzer de plaats zijner inwoning. Zoo is het ook naar Zijn voorzienigheid in de vervulling van Zijn Raad, dat wij door geboorte onderscheiden worden van de heidenen en ingelijfd bij het volk, dat naar Zijn Naam wordt genoemd, aan hetwelk ook het Evangelie Zijner genade is toebetrouwd. Dat is een daad Zijner algemeene verkiezing, welke wij niet kunnen ongedaan maken, doch slechts tot onze meerdere schuld kunnen veronachtzamen.
Niet ongedaan maken — dat kan nooit — doch wel kan men in onbedachtzaamheid en onwetendheid allerlei vonden zoeken, of deze ernstige roeping op zij schuiven en in onverschilligheid wandelen. Het is ook mogelijk, dat men de zaak zoo ernstig niet opvat en op grond van, wie weet, welke overwegingen, maar belijdenis doet. Wie echter deze dingen ter harte neemt, zal gevoelen, dat zij op de persoon aankomen. Wij kunnen daarin raad en voorlichting vragen aan ouders en predikanten, en wat niet mag ontbreken, licht en wijsheid vragen in ons gebed, gelijk wij ook noodig hebben onderwezen te worden in het Woord en de belijdenis. Maar, indien wij daaraan behoefte gevoelen, is het reeds een persoonlijke zaak geworden.
Daarin zal de kracht van de roeping, welke tot ons komt, werkzaam blijken. En dan — dat gevoelen wij — komt de diepere geestelijke kant naar voren. Kan ik, mag ik ? De ernst gaat spreken, de ware belangstelling wordt gewekt, de catechisatie wordt een lust, men wil onderwezen zijn en als men belijdenis zal doen, vindt men het jammer, dat de catechisatie ophoudt.
Kan ik, mag ik ? Die vragen komen ook op. En zij worden ook wel zoo beantwoord, dat men maar weer uitstelt of maar zoo daarhenen blijft loopen.
Men moet bekeerd zijn, althans verder gevorderd zijn in den weg des geloofs, zoo maakt men bezwaar.
Ook kan de eisch, welke de belijdenis aan het uitwendige leven stelt, naar men denkt en gevoelt, afwijzend werken, zoodat men zich liever wat meer vrijheid voorbehoudt dan men met een kerkelijk medeleven vereenigbaar acht. Dezulken mogen bedenken, dat zij met dien God in rekening staan. Wiens gebod zij trachten te ontwijken.
En wat den innerlijken kant aangaat, wij zijn geen kenners der harten. En schoon wij den ernst niet mogen verkleinen, wijl van Godswege de roep ter bekeering door al Zijn profeten tot het gansche volk des Verbonds uitgaat, in wier midden zij waren gezonden, zoo willen wij niet wijzer zijn dan God en ben kerk van enkel bekeerde menschen trachten te vergaderen. Die een discipel des Heeren wil zijn, zal zich aan Zijn Woord willen onderwerpen en daardoor onderwezen worden in den weg Zijner beloften, die in Christus ja en amen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's