NIENKE
FEUILLETON
VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN
(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 86)
Maar toen, was de storm losgebroken. Nog nooit had een Santema zich laten ringelooren, door wie ook. Elk was heer en meester op zijn eigen terrein. Als de dominé op den preekstoel stond, sprak deze wat hij wilde, want gelegenheid voor debat was er niet in de kerk en Ds Buitenveld wist daarvan maar al te goed gebruik te maken, zooals indertijd, tóen hij het had over die verongelukte menschen, dicht bij de kerk en over het gebrek aan naastenliefde, waar elk maar het zijne van kon meenemen, doch dezelfde vrijheid eischte Santema óók voor zich op. Als hij lust had, om 's Zondags te gaan, dan ging hij, maar als hij liever thuis bleef of ergens elders heen ging, zou dat zijn zaak zijn. Hij was geen kerkvoogd geworden met de uitdrukkelijke bepaling er bij, om jaarlijks zóó vaak in de kerk te komen en met zijn particuliere aangelegenheden had niemand iets te maken .... Zoo ging het in een wilden stroom voort.
„Maar Santema", had Ds Buitenveld gezegd, „ik kom hier niet om u de les te lezen en ook niet uit bemoeizucht, maar enkel om uw waarachtig heil en dat van uw huisgenooten. Ik meen te zien, Santema, dat het tegenwoordig hier verkeerd gaat en ik moet waarschuwen, om niet verder op dezen weg voort te gaan, omdat het einde de dood zal zijn. Want het zalig worden en het dienen van God zit niet enkel in het kerkgaan, zooals u gezegd hebt, doch nog véél minder daar buiten, en wij hebben den weg der middelen niet te versmaden. Voor degenen, die den Heere liefhebben, zijn Zijn woningen ook altijd dierbaar, omdat Hij daar in het Woord met Zijn Geest en genade woont, en omdat het volk des Heeren daar vergaderd is".
Doch inplaats van zich daardoor te laten onderrichten en leiden, scheen 't wel alsof zijn gemoed des te meer verbitterd werd.
„'t Volk des Heeren" smaalde hij. „U moet maar gelooven, dat u dit 's Zondags onder uw gehoor hebt! Zooals b.v. Tamme Visser zeker, die zoo'n verstand heeft van het uitschrijven van hooge rekeningen als hij voor de kerk timmert, en wiens mooie jongen éérst onze Mini het hoofd op hol heeft gebracht om later, toen hij bang was dat zij een kwaal had, haar te vergeten en met een stadsmeisje te gaan, omdat dit beter past voor „mijnheer de architect". Of, zooals Gurbe, die met zijn hanengekraai het heele kerkgezang bederft en nog boven het orgel uit gehoord wordt; die in zijn vroomheid al maar zit te knikken onder de preek alsof hij deze zoo mooi vindt en ondertusschen zijn aangenomen dochter graag aan iemand van „Donia-state" verkoopen zou voor een lief gezicht! Maar ik heb hem de waarheid verteld, dat beloof ik u, en dat zal ik elk doen, die meent hier te moeten komen omzich met ónze zaken te bemoeien''.
Zoo ging dat in groote bitterheid al maar door, tot groote ergernis van de boerin en van Mini, welke laatste tenslotte de kamer verliet, om haar leed elders uit te schreien. Daarop is dominé ook opgestaan, om, evenals Gurbe onlangs, stil heen te gaan, bedroefd over zoo'n verharding, waaruit niets dan ellende zou voortkomen. Maar dat is Santema te machtig geworden. Men zou later niet in Zevenhuizen vertellen, dat hij den dominé had weggejaagd. Daarom is hij dezen nog vóór geweest, Om met een ruk de deur achter zich dicht te werpen en Ds Buitenveld met de boerin verbluft alleen te laten. Tegen haar gewoonte in heeft vrouw Santema hem toen deelgenoot gemaakt van haar leed. 't Was niet haar manier iemand een blik te doen slaan in haar verborgen leven, doch de maat liep over. Zij had al zoo lang en zoovéél verborgen. Het moederhart had al zooveel geleden. Eerst onder de zorg voor Mini, met het oog op haar gezondheid. Toen over de twee oudste kinderen, die geheel hun eigen weg gingen, om wier wil de nachtrust zoo menigmaal onderbroken werd. En nu den laatsten tijd ook nog om haar man, met wien zij tot hiertoe altijd nog wel aardig had kunnen opschieten, maar die schijnbaar beïnvloed werd, en daarbij steeds meer van huis vervreemdde.
In plaats dat de zegen, dien de Heere geschonken had in de genezing van Mini, heel het huis ten goede kwam, werd steeds verder afgeweken van den rechten weg, terwijl een heimelijke vrees het hart vervulde dat nog lang niet alles geweten werd. Met droefheid en belangstelling had Ds Buitenveld zwijgend alles aangehoord. Het scheen het volgepropte gemoed van de boerin lucht te geven, dat zij zich vertrouwelijk kon uitspreken tegen iemand, van wien zij wist, dat hij hier geen misbruik van ging maken. Hier zou evenwel meer dan menschelijke kracht noodig zijn om voor ondergang te bewaren, 't Hoogmoedige hart van den rijken landeigenaar liet zich zóó maar niet breken en in zijn verbittering liet het hoofd zich niet overtuigen. Daarbij kwam nog de groote onbillijkheid jegens anderen. Wat ten opzichte van den dorpstimmerman gezegd was, mocht waar zijn, omdat die het vorig jaar werkelijk een buitengewoon hooge nota bij de kerkvoogden had ingediend, doch ten opzichte van Gurbe werd grievend onrecht gedaan.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's