UIT DE HISTORIE
Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten
Het doel der Wet. Vers 19—29.
Hoofdstuk III.
Vervolg vers 21.
Met de woorden : „indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou de rechtvaardigheid uit de Wet zijn, wil Paulus er op wijzen, dat een wet alleen maar in staat is om te dooden: niet om levend te maken.
Alle werken, die ik dus doe, maken mij niet rechtvaardig voor God; veeleer maken zij mij tot zondaar. Zij kunnen Gods toorn niet verzoenen; veeleer vertoornen zij Hem nog meer. Inplaats van gerechtigheid te bewerkstelligen, staan mijn eigen werken het verkrijgen van gerechtigheid in den weg. Zij maken mij niet levend, doch dooden mij.
Zeer duidelijk betoogt dus de apostel, dat de Wet niet levend maakt, maar juist een tegengestelde werking heeft.
Hoewel Paulus' woorden toch duidelijk genoeg zijn, — voor de papisten evenwel zijn ze duister en onbegrijpelijk. Want begrepen zij ze, dan zouden ze niet zoo prat gaan op 's menschen vrijen wil, op zijn vermogens, op het houden van menschelijke inzettingen en het doen van goede werken.
Uit een en ander blijkt echter, dat de papisten goddelooze lieden en heidenen zijn, die de woorden van Christus' apostel op schaamtelooze wijze loochenen.
Door eigendunkelijke uitleggingen van Paulus' woorden doen zij de ware strekking der Wet te niet. Paulus heeft het hier over de ceremonieele wet: niet over de wet der zeden, zoo zeggen zij. Doch zulks is geenszins het geval, Paulus spreekt over de Wet zeer in het algemeen, en hij heeft de Wet in haar geheel op het oog. God wil, dat al de wetten, die Hij gegeven heeft, zeer streng worden nagekomen.
In alle kerken van het pausdom worden des apostels woorden trouw gezongen en gelezen; en toch wordt het tegenovergestelde geleerd en in practijk gebracht.
Heel eenvoudig merkt Paulus op, dat geen wet gegeven is om levend te maken.
De Sophisten daarentegen leeren het tegendeel, bewerende, dat er wel degeiijk tallooze wetten uitgevaardigd zijn, die het levend maken ten doel hebben.
Ofschoon dit niet met zooveel woorden gezegd wordt, is een dergelijke opvatting te vinden bij het monnikenwezen. Voorts bewijzen de menschelijke wetten, instellingen en ceremoniën van het pausdom genoegzaam, dat men daar die meening toegedaan is.
Allerlei goddelooze inzettingen zijn gepredikt, nadat de leer des Evangelies onderdrukt was. Aan degenen, die naarstig de voorschriften der kerk in acht namen, werd genade, vergeving van zonden en het eeuwige leven beloofd.
Deze dingen kunnen, zeg ik, niet geloochend worden, want ze zijn in de boeken van het pausdom te lezen, en zij vormen een klaar bewijs van hetgeen wij hier zeggen.
Met Paulus leeren wij, dat geen wet, t zij die van God, dan wel van een mensch afkomstig is, in staat is om rechtvaardig en levend te maken. En om deze reden scheiden wij de wet van de gerechtigheid even ver, als den dood van het leven, en als de hel van den hemel.
Het gaat er bij Paulus om, aan te toonen, dat de Wet niet geschonken is om rechtvaardig, levend en zalig te maken, maar uitsluitend en alleen om te verdoemen, te dooden en te verbrijzelen.
Deze leer gaat in tegen de meening des menschen, als zou de Wet wèl gegeven zijn om te rechtvaardigen, enz. De mensch van nature oordeelt namelijk zoo.
Dit onderscheid tusschen Wet en Evangelie bepaalt de zuivere theologie. Ook maakt het de geloovigen tot „proevers van de geesten, of ze uit God zijn" (1 Johannes 4 vers 1). De papisten kunnen op dit gebied niets presteeren, omdat zij Wet en Evangelie met elkaar hebben verward en totaal door elkaar geworpen hebben.
Volgens Paulus is de Wet een ,,paedagoog", die opvoedt tot gerechtigheid. De Wet toch vernedert den mensch, en maakt hem tevens bekwaam om de gerechtigheid van Christus aan te nemen, mits ten minste de Wet de taak vervult, waartoe zij gegeven werd, en die bestaat in bijbrengen van zonde, schuld, enz. Wanneer de mensch tot het inzicht gekomen is, den dood en de hel verdiend te hebben, dan verdwijnt zijn waan van gerechtigheid en heiligheid. Christus en Zijn weldaden worden een mensch dan zoet en liefelijk.
De Wet is dus met Gods beloften niet in strijd ; het is juist andersom.
De Wet maakt ons dorstig' naar Christus' genade en weldaden, en dringt aan op het aannemen van deze.Maar de Schrift heeft alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de geloovigen zou gegeven worden. Vers 22.
Waar blijkt het, dat de Schrift alles onder de zonde besluit?
Eerstens in teksten, die spreken over de beloften aangaande Christus. Bijvoorbeeld Genesis. 3 vers 15 : „Het zaad der vrouw zal de slang den kop vermorzelen''. En Genesis 22 vers 18 : „In uwen zade zullen alle volken der aarde gezegend worden".
Overal, waar de Schrift den vaderen Christus beloofd heeft, wordt een zegen toegezegd, welke bestaat in gerechtigheid, zaligheid en eeuwig leven.
Hieruit valt op te maken, dat degenen, die gezegend worden, aan den vloek waren onderworpen, te weten aan de zonde en den eeuwigen dood. Waarom zouden ze anders den zegen noodig gehad hebben ?
Vervolgens besluit de Schrift vooral door de Wet alles onder den vloek. We hebben namelijk gezien, dat het de taak der Wet is, om de zonde aan het licht te brengen, 's menschen toorn tegen God op te wekken, enz.
Niet alleen zij, die openlijk tegen de Wet zondigen, bevinden zich onder de zonde en den vloek, maar ook degenen, die onder de Wet zijn en met alle geweld de Wet trachten na te komen en zoeken te vervullen. Gelijk dat met de Joden het geval was.
Allerlei monnikenorden vallen tezamen met hun zoogenaamde helige handelingen en regels onder de zonde en den vloek. De beste geloften en oefeningen van een Karthuizer-monnik kunnen niet als ware gerechtigheid worden gewaardeerd. Alles op dit gebiedt valt onder het oordeel.
Waarom ? Omdat de Schrift er een oordeel over uitspreekt.
Geen monnik vermorzelt den kop der slang doch alle monnikenorden worden zelf door den kop der slang vermorzeld en blijven verbrijzeld liggen, wijl zij zich bevinden in de macht van Satan. Maar wie gelooft dat ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's