De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijke tucht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geestelijke tucht

7 minuten leestijd

Het is wel gebleken, dat er op het stuk van den Doop in de practijk gebrek is aan geestelijke tucht. En waar zulk een nalatigheid ingang begon te krijgen, moest zij uit den aard der zaak hand over hand toenemen. Uit den aard der zaak, want het eene geslacht gaat, het andere komt. Hoe zal men verwachten, dat een geslacht, hetwelk ontwende aan de geestelijke tucht, het opkomend geslacht zal leeren ?

Ten aanzien van den Doop kan de aanleiding worden gezocht in het feit, dat een zekere uitwendigheid aan den sacramenteelen band niet kan worden ontzegd. Maar — dat is een uitwendigheid van het teeken en niet van de zaak. Daarom legden wij er den nadruk op, dat men niet door den Doop tot de kerk behoort, doch dat men door geboorte uit geloovige ouders bij de kerk is gezet, onder het Verbond is geboren, ja, in het Verbond begrepen is.

De geestelijke tucht gaat niet van den Doop uit, maar van Gods Verbond. Daarin ligt de grond en daarom wezen wij niet slechts op de beloften, maar ook op de bedreigingen Gods. Wie dit laatste vergeet, is reeds bezig zich aan de tucht des Heeren te onttrekken. De woorden des Verbonds eischen hooren en doen. Zij stellen ons onder de Wet Gods en Zijn getuigenis tot een regel voor geloof en leven. Eén is uw Meester. Als discipelen of leerjongeren van Christus geroepen, wil Hij ons door Zijn Woord en Geest onderrichten.

Het is daarom van groot belang, dat allen, die met den Christelijken Doop gedoopt zijn, zich bezinnen op de vermaning, welke daarvan tot hen uitgaat en op de verplichting, welke op hen rust. Wat meerder is, het is Gods eisch, dien wij niet straffeloos zullen veronachtzamen.

Het eerste punt, waarin het beginsel der geestelijke tucht die in de gemeente van Christus behoort te heerschen, is gelegen, is dat wij bedenken, dat God ons tot de kerk vergaderd en onder de tucht van Zijn Woord gezet heeft.

De ouders, die voor hun kinderen de bediening van den Doop begeeren, mogen dit wel bedenken, dat zij daarin openbaar belijden, dat zij zelf en hun kinderen in het Verbond begrepen zijn. Dat is geen zaak van eigen believen, maar Gods daad. Zij kunnen zich aan den eisch der gehoorzaamheid en de verantwoordelijkheid niet onttrekken, zelfs niet, indien zij daarom zouden nalaten hun kinderen ten Doop te brengen.

Wat dan de gehoorzaamheid vraagt ? Vooreerst, dat zij zelf getrouw zijn in hetgeen zij belijden, de samenkomst der gemeente niet nalaten, mede dienen in het werk der bediening naar hun gaven en vermogen, en discipelen des Heeren willen zijn.

Maar dan ook, dat zij hun ouderlijke taak betrachten naar den regel des geloofs. hun huisgezin wel regeeren en hun kinderen opvoeden in de vreeze Gods, eerbied wekken voor Zijn Woord en gebod, hen onderwijzen in den weg des Heeren en dat niet alleen door hun woord, maar ook als levende voorbeelden van zulk een gehoorzaamheid.

Hierop kan men niet tegenwerpen, dat dit alles slechts den uiterlijkeri godsdienst raakt, want zulk een gehoorzaamheid is het beginsel der ware religie. En waar zij niet wordt betracht, staat men schuldig jegens dien God, met welken wij van doen hebben.

Het behoeft verder niet meer gezegd, dat deze gehoorzaamheid niet alleen vruchten zal dragen voor het innerlijke leven, maar ook voor de levensopenbaring naar buiten in de verschillende levensverhoudingen, waarin de discipel van den Heere Jezus Christus een roeping heeft.

De geestelijke tucht vangt bij den persoon aan en laat haar invloed in alle verhoudingen gelden, waarin deze een taak en roeping heeft, omdat zij opkomt uit het besef, dat wij Gode rekenschap schuldig zijn.

Misschien zal iemand opmerken, dat dit alles leidt tot slaafsche vrees, met name als ook op de bedreigingen des Verbonds wordt gewezen. Men zal gehoorzaamheid zoeken om de weldaden te mogen genieten en de straffen Gods te ontgaan.

Dat zal ten deele wel zoo zijn. Doch beter slaafsche vrees dan onverschilligheid. Het gaat boven alles om de eere Gods. Wat men dan noemt slaafsche vrees voor God is te verkiezen boven de verachting van Zijn geboden, waardoor Zijn Naam wordt onteerd in plaats van gevreesd.

In de vreeze Gods is het beginsel der wijsheid. God heeft er recht op van allen geëerd en gevreesd te worden en Hij openbaart zich in goedertierenheid en gericht, opdat Hij gevreesd wordt.

Bovenal zal niemand kunnen ontkennen, dat de vreeze Gods het beginsel der ware religie is en de gansche Schrift is één getuigenis, dat God Zijn eere aan geen anderen geven wil. En wie bij het Woord Gods is opgevoed, kan weten, dat de beloften en bedreigingen des Ouden. Verbonds er op gericht zijn het volk in de vreeze Gods te leiden. Het kan niet toevallig zijn, dat de zegeningen en straffen, waarmede de Heere Zijn volk bezoekt, veelal het aardsche leven aangaan. De geestelijke tucht, heeft toch juist betrekking op de aardsche levensopenbaring van het volk, waaraan God Zijn Woord heeft toebetrouwd. Waar anders kan men die verwachten dan daar, waar God Zijn kerk heeft geplant en Zijn rechten heeft bekend gemaakt ?

Het is de wil Gods, dat Zijn vreeze gevonden wordt bij het volk, dat Zijn Naam belijdt. Hij wil gekend en erkend zijn als de eenige God, behalve Welken er geen god is. Maar daarom ook zal Hij bezoeken de ongerechtigheid des volks, gelijk het ook vermaand wordt Zijn straffen gade te slaan en aoht te geven op Zijn wegen. Zoo gaat er ook van de teekenen der tijden een roep tot bezinning uit, opdat wij wederkeeren tot de tucht des Woords en buigen onder het recht des Heeren.

Het is een voorrecht, als het besef daarvan ontwaakt. Want er geschiedt geen ding bij geval en zonder Gods ordinantie. Een voorrecht, als er een opzien wordt gevonden tot Hem, in Wiens hand alle dingen zijn. Doch het zal tot schuld en verootmoediging moeten komen. Bij den Heere is vergeving, opdat Hij gevreesd wordt. (Ps. 130 : 4). Uit de diepten roep ik tot U, zoo vangt deze psalm aan. Zoo Gij, Heere, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan ? Ziedaar, een levende klank der geestelijke tucht. Let ook op het persoonlijke. Ik roep. Heere, hoor mijn stem. Ik verwacht den Heere. Ik hoop op Zijn Woord. En dan volgt later: Israël hope op den Heere, want bij den Heere is goedertierenheid. Hij zal Israël verlossen. (vs. 7 en 8).

Wij hooren spreken over de zonden der kerk. Die zijn er en men wil daarover meer en concreter hooren. Klaarblijkelijk stond, den dichter van dezen psalm ook de zonde zijns volks — zoo men wil der kerk — voor oogen. Maar hij begint bij zichzelf. Hij roept uit de diepten tot den Heere.

Dat nu is de weg der geestelijke tucht. Niet de kerk is de schuldige, maar wij en onze vaders hebben gezondigd. De concrete zonden der kerk zijn de zonden van ons en onze vaderen. De kerk, waarover wij spreken, omvat ons en onze vaderen, tot wie God met Zijn Woord kwam, opdat zij in Zijn wegen zouden wandelen. De zonden der kerk worden daar gevonden, waar de vaderen zijn afgeweken en de oude paden werden verlaten om in eigendunkelijke wegen te gaan, waarin het nageslacht hen is gevolgd.

De vraag naar de zonde der kerk keert zich tot allen, die bij de kerk zijn, tot het thans levend geslacht. Zij wijst naar een iegelijk onzer. Zij wijst naar het recht des Heeren, naar het Woord, naar de gezonde leer, naar den grondslag des geloofs, door Christus bij de instelling des Doops bevolen, waarin wij ook gedoopt zijn.

Zij roept naar het woord van den pro­feet : tot de Wet en het getuigenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Geestelijke tucht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's