De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zefanja, de profeet van den dag des Heeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zefanja, de profeet van den dag des Heeren

8 minuten leestijd

De gerichtsaankondiging.

De gerichtsaankondiging.

Hoofdst. 1 vs 5 e.v.

Zoo brak men in Zefanja's dagen niet openlijk met den dienst des Heeren, maar men meende den dienst des Heeren te kunnen verbinden en combineeren met de van buiten ingevoerde culten. Er was toch niets tegen óók die machtige Assyriërs te vriend te houden en bovendien, zoo meenden velen, de Assyrische goden moesten toch wel machtig zijn, dat zij zoo groote overwinningen schonken aan het volk, dat hen diende! De Assyrisch-Babylonische sterrendienst werd binnengehaald. Op het zware zonderegister van Manasse lezen we ook, dat hij altaren bouwde voor het heir des hemels in beide de voorhoven van het huis des Heeren (2 Kon. 21 vs 6). Hij was ook de man, die zonnewagens en zonnepaarden in de voorhof van den tempel hield. (2 Kon. 23 vs 11, 12). Blijkbaar werd een kostbare houten troonwagen bij processies ter eere van den zonnegod Schamasch gebruikt. ^) In zijn dagen schijnen zelfs plaatsen van ontucht in verbinding met den tempel te staan. Ook bij Jeremia lezen wij, hoe op de daken aan al het heir des hemels gerookt en aan vreemde goden drankoffers geofferd werden (Jer. 19 vs 13 ^) De Oosterling kwam onder de diepe bekoring van de schoonheid en majesteit van de schepping Gods, niet het minst zich manifesteerende in de hemellichamen en aanbiddend boog hij zich neer voor het heir des hemels en „zijn armen stak hij aanbiddend naar boven, Uwe verschijning tegen". ^) Maar Gods Woord leert ons, hoe Hij, die dit alles gemaakt heeft, honderdmaal zoo schoon is en oneindig veel heerlijker en majesteitelijker dan Zijn gansche wondere schepping! Als Job zijn zuiveringseed aflegt, dan heeft hij 't ook over deze misdaad voor den rechter: Zoo ik het licht (d.i. de zon) heb aangezien, wanneer het scheen, of de maan, wanneer zij voortschrijdt in stille pracht, zoodat mijn hart verlokt is geweest in het verborgen en dat mijn hand mijn mond gekust heeft, dat ware ook een misdaad voor den rechter, want ik zoude den God van boven verzaakt hebben. (Job 31 vs 26). En zoo ingekankerd was dit kwaad en zoo diep had deze vereering van de hemellichamen wortel geschoten bij de massa, dat straks zelfs na het groote gericht over Juda en Jerusalem, als stad en tempel één ruïne zijn, de naar Egypte uitgewekenen den dienst van de hemelkoningin hernieuwen. „Sedert dat wij ophielden voor de hemelkoningin te rooken en haar drankoffers te brengen, hebben wij aan alles gebrek gehad en zijn door het zwaard en door den honger verteerd''. (Jer. 44 vs 18). En dan wijst Jeremia er op, dat juist om dien gruwel de oordeelen over Juda en Jerusalem kwamen en dat ook het overblijfsel in Egypte niet zal worden gespaard. ^)

De menschen weten hun aandacht te verdeelen — ieder wat, is hun leus. Zoo zweert men bij den Heere en men zweert bij Malkam. Men zweert trouw aan der vaderen God, maar wil ook meedoen met den dienst van Milkom, waarvoor men zijn zonen door het vuur deed gaan (2 Kon. 23 vs 10). Wie zweert bij Baal, erkent Baal daarmede als een levenden god; eert hem als een god, die wraak doet over de zonde en dient hem. (Zie Jer. 12 vs 16).

Nu richt de profeet zich tot een andere groep (vs 6). Het ging eerst tegen menschen, die nevens den dienst des Heeren afgoderij plegen; nu gaat het over dezulken die „er niets (meer) aan doen". De Heere zal bezoeking doen over allen, die zich van Hem afkeeren en Hem niet zoeken, noch naar Hem vragen. Zoo waren er ook velen in Juda, die meenden : Wat heb ik met God te doen ? Afgoderij en valsche godsdienst gaat hand aan hand met onverschilligheid: ik heb er geen behoefte aan. Maar : Gij roeit hen uit, die afhoereeren en U den trotschen nek toekeeren.

Er is niets nieuws onder de zon. Van onzen tijd zoude de profeet hetzelfde getuigen kunnen. Eenerzijds een vermenging van de meest uiteenloopende godsdiensten en anderzijds een onverschilligheid en ongevoeligheid voor de dingen van Gods koninkrijk, die om Gods oordeel roept.

Het Goddelijke strafgericht staat voor de deur. (vs 7). De profeet vergelijkt het gericht met een groot offerfeest; daar past eerbiedige stilte, als de Heere ontwaakt uit Zijn heilige woning. (Zach. 2 vs 13). Eén Goddelijk handgebaar is voldoende om een grondige wijziging te brengen in de bestaande verhoudingen. De Dag des Heeren is nabij ; nu wordt het alles anders. Weest stil en vernedert u onder de krachtige hand Gods. Wat moet dit woord voor Juda en Jerusalem een geweldige tegenvaller zijn geweest, want niet het volk is gast bij het offerfeest, als de heidenen zullen worden verdaan, maar juist omgekeerd : de vijand is van Godswege geroepen en gewijd om mee te doen op den dag van het offer. Ook elders vinden we bij de profeten hetzelfde beeld van het slachtoffer. Zoo zegt Jeremia van den grooten slag bij Karkemis tusschen de groot-machten Egypte en Babel: Deze dag — als n.l. Egypte verslagen wordt — is een dag der wrake des Heeren ......, want de Heere heeft een slachtoffer in het land van het Noorden, aan de Eufraat. (Jer. 46 vs 10). In Ezechiël (h. 39 vs 17) komt dezelfde gedachte naar voren. Daar zijn de roofvogels en roofdieren, die de gasten des Heeren zullen zijn en zich op het offerfeest zullen verzadigen aan vleesch en bloed van menschen. Als lammeren ter slachting zullen zij worden weggevoerd. (Jer. 51 vs 10). Bij Ezechiël zijn het roofdieren, die als de gasten worden genoodigd, maar hier in Zefanja zijn het de vijanden van het volk van Juda, die door God worden afgezonderd en gewijd tot gasten. De vijanden van Gods volk afgezonderd om het oordeel Gods te voltrekken ! Ik zal verdervers tegen U heiligen, elk met zijn gereedschap, zegt de Heere. (Jer. 22 vs 7). Die verdervers staan in Gods dienst. „Ook in hun wreedheid waren de vijanden als priesters Gods". ,,Wij weten hoe geneigd de wereld is om te klagen ; waar ze door de hand des Allerhoogsten benauwd wordt, beklaagt ze zich over te groote gestrengheid en velen spuwen dan hun Godslasteringen uit. Maar de Heere is niet wreed, wanneer Hij Jerusalem en zijn inwoners uitroeit: Al wie zich niet gewillig overgeven tot den dienst des Heeren en wie zichzelven niet aanbieden en opofferen als geestelijke offeranden, worden tot pijniging overgegeven". ^)

In dien dag zal de Heere bezoeking doen over de vorsten en de kinderen des konings en over allen die zich kleeden in uitheemsche gewaden, (vs. 8).

De voornaamsten des lands komen het eerst aan de beurt; terecht, want door hun optreden geven zij het volk oorzaak tot zondigen. Zelfs de zonen des konings worden niet gespaard. Josia wordt niet genoemd; van hem toch lezen we, dat hij deed, wat recht was in de oogen des Heeren en hij wandelde in al den weg van zijn vader David en week niet af ter rechterof ter linkerhand. (2 Kon. 22 vs 2). Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht. (Jer. 22 vs 16). Misschien moeten we denken aan Josia's eigen zonen, van wie later wel sterk blijkt, dat de vreeze Gods in hun ziel niet is — dat zou dan pleiten voor dateering tamelijk langen tijd na 622 — anderen denken aan bloedverwanten, dus prinsen. De vorsten hebben groote verantwoordelijkheid; veel zal van hun hand geëischt worden, als de Heere rekenschap zal vragen van aller rentmeesterschap. Wee de leidslieden des volks, die het volk verleiden.


1) Kittel, Gesch. des Volkes Israël, 6te Aufl. s 394 f.

2) Reeds in overoude tijden werd in het tweestroomenland op de ritueel gereinigde daken der huizen geofferd. Jeremias, Handbuch der Alt-Oriëntalischen Geisteskultur 2 Aufl. s 408.

3) Wat tusschen aanhalingsteekens staat is een citaat uit een zonnehymne van Amenhotep IV, ontleend aan Bleeker, Tekst en Uitleg, Job, pag. 187. De vereering van zon en maan ging ver. Zoo lezen we hoe in Assur de zon werd aangebeden als verlosser van hemel en aarde. De maan wordt als een barmhartige vader geprezen. Jeremias, H. A. O G. s. 362.

4) Ook al zoude met de dienst van de hemelkoningin, waarover Jeremia in het aangehaalde hoofdstuk en ook elders handelt (h. 7) niet de maan bedoeld worden, maar zooals men tegenwoordig meestal meent, Istar, en ik geloof, dat dit laatste het juiste is — Prof. Aalders lop Jer. 7 vs 18 in Korte Verkl. zegt : wij weten het met preciesheid niet — dan mogen we deze woorden in dit verband toch aanhalen, want reeds in den Sumerischen tijd had de godin een astraal karakter en in lateren tijd werd daarop nog sterker de nadruk gelegd. In één adem wordt de godin Ischtar met Schamasch (de zon) en Sin (de maan) genoemd.

5) Calvijn, Praelectiones in Sophoniam, ad cap. t. 7.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zefanja, de profeet van den dag des Heeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's