Altijd actueel
In de safe en toch actueel. De belijdenis der kerk openbaart haar levenden wortel allermeest daarin, dat men haar zoo gezegd in de safe kan bewaren, zonder haar dood te maken. Zij laat zich in haar levende kracht niet negeeren, om. de eenvoudige reden, dat zij uit het leven der kerk is opgekomen. Als zij niet saambindend werkt, werkt zij scheidend, maar werkzaam is en blijft zij. Zij is uit de levenscrisis der kerk geboren en daaraan dankt zij dat karakter. Maakt men zich los van haar beslissende kracht, dan komt zij in crisistijd toch weer voor den dag. Alleen die haar niet kent, kan onverschillig tegenover haar staan, maar komt hij met haar in aanraking, het conflict is gaande.
Zij blijft spreken tot het bewustzijn der kerk en van uit dat bewustzijn. Zij poneert zich als de taal des geloofs, welke als vanzelf ook attendeert op het geloof, de sympathie des geloofs opwekt, de geloofsgemeenschap accentueert.
De belijdenis blijft leven, omdat de kerk van Christus onvergankelijk leven deelachtig is en door haar Hoofd in stand wordt gehouden. Daarom blijft zij ook actueel in het leven der gemeente, al wordt zij officieel niet gehandhaafd.
De werkelijkheid kan dit aantoonen, ais men bedenkt, welk een invloed zij in de geschiedenis van het kerkelijk leven sedert 1816 heeft uitgeoefend. Men zou ook kunnen zeggen, welke gevolgen de niet-handhaving der belijdenis in de geschiedenis der kerk heeft gehad. De gebeurtenissen aan de jaartallen '34 en '86 verbonden, spreken in dit opzicht niet de eenige, maar wel een zeer duidelijke taal.
Verder kan men op de richtingen wijzen, die ook met een positie nemen ten aanzien van de belijdenis of haar leerstukken saamhangen. Voorts kan op het feit worden gewezen, dat velen nadrukkelijk aan de belijdenis der Drie Formulieren wenschen trouw te blijven en deze als de confessie der reformatorische kerk in eere willen houden en bij haar erkenning als zoodanig volharden.
Uit den aard der zaak wordt door deze situatie de scheidende werking der belijdenis op den voorgrond gedrongen. Hoewel de meerdere belangstelling voor de reformatorische belijdenis, welke de laatste jaren wordt waargenomen, ten goede kan werken, is het toch de vraag, of men elkander zal vinden.
Indien men acht geeft op de stemmen van hen, die zich aandienen als staande in het Christelijk geloof, en zeggen niets te kunnen begrijpen van die menschen, die altijd weer over de belijdenis spreken, zou men daaraan twijfelen. Is men dan zoover verwijderd van de reformatorische belijdenis, of spreekt deze in een taal, die men niet verstaat? Dit laatste is welhaast niet aan te nemen. Het zou er dan toch op neerkomen, dat men het in de roote stukken des geloofs wel eens is, maar de een is vertrouwd met de taal der belijdenisschriften en vindt die daarin juist en in overeenstemming met de Heilige Schrift uitgedrukt, terwijl de ander dezelfde dingen zou belijden in een nieuweren stijl.
Past men dit toe op de voornaamste stukken als de belijdenis der Drieëenheid, de zaligheid uit genade alleen, de heilsfeiten, de rechtvaardigmaking, de Heilige Schrift als regel des geloofs, en dergelijke, dan wordt het steeds meer waarschijnlijk, dat er meer in kwestie is dan een vraagstuk van taal en uitdrukking.
De scheidende werking gaat dieper. Zij wijst op een divergentie, die ook in geestelijk opzicht beteekenis heeft. Zij hangt eenerzijds saam met de ontwikkeling der theologische wetenschap gedurende de periode, waarin de teugels van het kerkelijk belijden werden gevierd.
Afgezien van de vraag omtrent het verband tusschen de theologie als wetenschap en de belijdenis der kerk, kan men zonder meer vaststellen, dat de kerk niet verplicht is leeringen en stellingen, die door de thedlogische wetenschap worden verkondigd, als officieele leer der kerk toe te laten of te erkennen.
De kerk behoort daaromtrent te beslissen. Het is een andere zaak, of zij aanleiding vindt tot dergelijke beslissingen, maar zoo er aanleiding is — en dat hangt af van omstandigheden, die hier buiten bespreking kunnen blijven — als er aanleiding is, is zij daartoe geroepen en bevoegd.
Ook de vraag van zooeven, of en in hoeverre de beoefening der theologie aan het kerkelijk belijden is gebonden, kan niet zoo maar even worden afgedaan. Zij hangt samen met de waardeering, welke men aan de theologie als wetenschap toekent en welke daaraan toekomt krachtens haar principia. Zoowel over het een als het ander is verschil van meening en dit inzicht hangt alweer saam met de waardeering, welke men aan de belijdenis der kerk schenkt, m.a.w. met zijn geloof.
Intusschen is dit een punt, waarin de actualiteit der belijdenis, ook al is die z.g. in de safe, zonneklaar blijkt, zoowel in positieven als in negatieven zin. Hoofd en hart kan hier niet worden gescheiden. Uit het hart zijn de uitgangen des levens, ook wetenschappelijk. Het theologisch standpunt, dat iemand inneemt, verraadt zijn positie inzake de confessie der kerk en haar leerstukken. Ondanks het gebrek aan kerkelijke beslissingen in voorkomende stukken van verschil, bewijst de belijdenis haar levende werkzaamheid. Het geloof der kerk blijft in het midden staan als een werkzame kracht, ook a)l spreekt het zich niet officieel] kerkelijk uit. in kwestie van verschil.
Zoo is het mogelijk, dat de ontwikkeling der theologische wetenschap c.q. godsdienstwetenschap, waarbij uitgangspunt en methode naar het inzicht harer beoefenaars werden gekozen, terwijl de kerk in gebreke bleef haar resultaten te toetsen aan het criteriimi van haar geloof, in menig opzicht een divergentie ontstond met hetgeen zij in haar confessie belijdt.
Dat kan terdege zakelijk zoo zijn en niet slechts een kwestie van uitdrukkingsvorm. Het zakelijk verschil kan — met deze mogelijkheid moet ook gerekend — tweeledig zijn. Het kan zóó zijn, dat op verschillende leerstukken een afwijkende overtuiging opkwam, die in strijd is met hetgeen dienaangaande in de confessie wordt beleden en door de kerk moet worden afgewezen, omdat zij die overtuiging in strijd acht met den regel des geloofs, d.i. de Heilige Schrift.
Maar het is ook mogelijk, dat de kerk tot ontdekking komt, dat omtrent sommige stukken klaarder licht is opgegaan, zoodat zij aanleiding en roeping zou hebben om de confessie diensvolgens in overeenstemming te brengen met het geloof, dat naar de Schriften is.
Met deze beide mogelijkheden moet de kerk rekenen, alls zij zich bewust wordt van haar roeping op grond van het gezag en de waardigheid, welke haar van Christus' wege toekomen.
Maar in beide gevallen blijft de Heilige Schrift regel des geloofs. Daaronder vallen het gezag, de waardigheid en de roeping der kerk. Daaronder vallen ook haar beslissingen.
De Heilige Schrift, Gods Woord, regel en richtsnoer des geloofs. Alweer de confessie, want dit is ook een stuk der kerkelijke belijdenis.
Wat verstaat men onder de Heilige Schrift, Gods Woord? Wat belijdt men, als men haar regel en richtsnoer des geloofs noemt ?
Indien men daarover eerst een theologische discussie wenscht om tot overeenstemming te komen, heeft men de belijdenis aangaande deze grondleggende geloofsstukken en daarmede de gansohe confessie in kwestie gesteld.
Tegelijkertijd echter poneert zij zich op de meest actueele wijze.
Het kan toch duiddlijk zijn, dat zulk een discussie zich zoo concentreeren om het in de confessie uitgesproken geloof aangaande de Heilige Schrift. Het zou om een pro en contra gaan. Vóór het standpunt der belijdenis, of daartegen, maar dan zou dit een nieuw standpunt beteekenen. En welk zou dit moeten zijn?
De kerk belijdt, dat de Heilige Schrift Gods Woord is, door hetwelk God geopenbaard heeft, wie Hij jegens den mensch is, de goddelijke onderwijzing aangaande de ware religie en de gezonde leer, die naar de Godzaligheid is. Daarom heeft zij voor haar goddelijk gezag en is ook regel en richtsnoer des geloofs. De reformatorische belijdenis berofpt zich daarbij op het getuigenis des Heiligen Geestes.
Het geloof zal deze fundamenteele stukken, waarop de gansche belijdenis is gebouwd, nooit prijs geven. Reeds op dezen grond zal de belijdenis steeds haar actueele beteekenis laten gelden, zoodra het gesprek aan de zaken des geloofs raakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's