De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zekerheid in de crisis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zekerheid in de crisis

6 minuten leestijd

Wij zijn allen menschen, die zekerheid willen hebben. Hoe dikwijls hebben wij het al niet hooren zeggen en ook zelf gezegd: We nemen het zekere maar voor het onzekere. In het onzekere, het wankele, kunnen wij niet rusten. Dat brengt steeds angst en onvrede met zich mee. Toch valt er, onddanks alle pogen om zekerheid te vinden, een houvast, dat het in leven en sterven uithoud, allerwege groote onzekerheid te bespeuren. Prof. Dr Kraemer wijst hierop in zijn boek : The Christian Message in a non-Christian world. (De boodschap van Christus in een niet-Christelijke wereld). Van dit boek is ook een Duitsche vertaling verschenen. Nu heeft Prof. Dr J. H. Bavinclc eenigen tijd geleden een boekje geschreven : De boodschap van Christus en de niet-Christelijke religies. In dit geschrift geeft Prof. Bavinck in enkele groote lijnen den hoofdinhoud van Prof. Kraemer's boek weer, om ten slotte op enkele naar voren gebrachte gedachten iets nader in te gaan. Aldus deelt Prof. B. ons zelf in zijn „Inleiding" mede. In het eerste hoofdstuk geeft Prof. B. ons dan in groote lijnen weer wat Prof. Kraemer schreef over A world in transition, door Prof. B. aldus vertaald: Crisis in Oosten en Westen. Scherp wordt ons hier voorgesteld hoe op velerlei terrein onzekerheid en verwarring heerschen, „ook in de sfeer van het geestelijk leven der menschen, in hun religieuze gedachten en verwachtingen". Deze verwarring wordt getypeerd door de omschrijving, dat dit een leven is in den knauwenden greep van het relativisme. Ook door vroegere geslachten werd de betrekkelijkheid van veel dingen gezien, maar in het diepst van het hart hadden zij altijd nog plaats voor absolute waarden en absolute zekerheden. De tegenstelling van goed en kwaad werd als absoluut gezien, omdat ons leven staat onder den absoluten eisch van Gods geboden. Hieraan mocht niet getornd, hiermee mocht niet gemarchandeerd worden. Dit gold ook van het feit, dat er een God bestaat. Die Zich in Jezus Christus aan ons heeft geopenbaard. Bij alles wat mocht wankelen of wisselen, bleven in het leven van ons voorgeslacht de eeuwige, onvergankelijke en absolute waarheden Gods.

Handelende over dezen tijd, wordt door den schrijver de tragiek in het leven van talloos velen hierin gezien, dat zij het absolute hebben verloren. „Ze zijn God kwijt geraakt, ze zijn de eeuwige waarden kwijt geraakt, en dat wat ze in hun handen hou­den, het is alles aardsch en betrekkelijk, het kan morgen zijn en overmorgen al niet meer zijn. De doodelijke, verborgen wond in hun leven is, dat ze geen enkel zeker houvast meer hebben, dat ze geen zin, geen bedoeling, ook geen absoluut geldende normen meer in hun leven kennen". Dit is dan het relativisme, waardoor alle zekerheid verbrokkelt en verweert en dat is naar Prof. Kraemer's eigen woorden de „beslissende en overheerschende werkelijkheid van het moderne leven, ook al is het in allerlei opzichten nog onbewust en al werkt het ondergronds".

Dit wordt niet alleen gevonden in de harten van hen, die met allen godsdienst afgerekend hebben, maar het is ook daar, waar nog schijnbare binding is aan Kerk en godsdienst. In deze levens holt echter het relativisme allen godsdienst uit. De religie is hier niet meer de spil, waar heel het leven om draait, „ze ligt niet meer in het centrum, in het hart van hun denken en van hun doen". Ziedaar de onzekere mensch, die nu allerlei pogingen aanwendt om een houvast te vinden.

In het Oosten winnen verwarring en onzekerheid hand over hand veld. Sinds eeuwen was 't gebonden door een systeem van religieuse en sociale verordeningen, die geworteld waren in een diepere levens- en wereldbeschouwing, waarvan men als onbewust uitging. Deze Oostersche wereld kwam nu onder de invloed van het Westen. Hierdoor ging het velen in het Oosten duizelen. Hoe moest men nu leven ? Hoe de waarden van vroeger tegen de nieuwe waarden uitwegen ? Een toestand van verlamming en onzekerheid trad in. Japan herstelde zich van dezen schok het eerst en langzamerhand volgden de andere landen van het Oosten. Een sterk verlangen naar nationalen nieuwen opbouw is ontwaakt. Men wil zichzelf terugvinden en een grondslag zoeken om weerstand te kunnen bieden aan de eischen, door het moderne leven gesteld. Hierbij wordt echter menigmaal vergeten, dat dit alleen kan door oude gewoonten los te laten of te hervormen.

Maar hierdoor werd tegelijkertijd gewrikt aan die religieuse wereldbeschouwing, waarin deze oude gewoonten en overtuigingen verankerd lagen. Hierdoor begon echter het saecularisme, d.i. de veruitwendiging en de verwereldlijking der cultuur, geweldige afmetingen aan te nemen. De vrees voor het relativisme heerscht in het Oosten niet zoo sterk als in het Westen, omdat in het Oosten het relativisme een veel meer gewoon en natuurlijk verschijnsel is. Na het Oosten laat de schrijver ons nog een blik slaan op het Westen. De Kerk is hier door de genoemde bewegingen niet onberoerd gelaten. Volgens Prof. Kr. heeft de Kerk, die één voor één de problemen van haar verhouding tot de wereld trachtte op te lossen, dit in den regel niet consequent genoeg en niet diep genoeg gedaan. Thans zijn wij bezig te leeren, dat de toenemende levensverwildering ons terugwerpt op de fundamenteele en principieele grondstellingen van ons geloof.

Want de diepste grondbeginselen van ons geloof komen in het geding. „Het gaat er om, of er een God bestaat, die Zich geopenbaard heeft en Die tot ons spreekt. Het gaat er om, hoe die God is en hoe wij Hem kennen kunnen". Bezinning over die allereerste beginselen wordt geëischt. Van daaruit moeten wij trachten een helder oordeel te krijgen over de verhouding van de Kerk tot de wereld, terwijl daarbij aan de orde komen de vragen naar de beteekenis en de waarde der natuurlijke wereldorde, naar het probleem van den zin der geschiedenis, met de raadselen van de verhouding van Kerk en Staat en Maatschappij". Dit alles eischt de voortdurende oplettende inspanning van heel de Kerk. En met alle felheid komt dit op ons af, omdat de tradities, die het Europeesche leven in zijn uiterlijke vormen nog aan het Christendom binden, aan het losslijten zijn. Nu wordt het de Kerk opgedrongen haar bestaansrecht in deze wereld door daden te toonen. Onze tijd toetst ook de Kerk, naar naar de kracht, die er van uitgaat.

We worden door Prof. Kraemer's woorden, zooals Prof. Bavinck die in groote lijnen weergaf en waarvan wij een en ander naar voren brachten, gezet midden in de vragen van dezen tijd, ook midden in de vraag van ieder menschenhart.

Daar is toch nienaand, die in het relatieve, in het betrekkelijke, kan rusten. We moeten zekerheid hebben, houvast, in leven en sterven, als enkeling en als gemeenschap. Hier mogen wij wijzen op het Profetische Woord, dat zèèr vast is. We doen wèl, daarop acht te nemen als op een licht, schijnende in een duistere plaats. Te midden van alles wat wankelt en verweert, wat losslijt en voorbijgaat, is hier het hechte fundament, want het is het Woord van dien God, die niet verandert en bij Wien geen schaduw van omkeering is.

Tot de Kerk zegt Christus dat Woord te prediken aan alle creatuur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zekerheid in de crisis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's