De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdenis doen en Heilig Avondmaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis doen en Heilig Avondmaal

8 minuten leestijd

Deze twee hebben, zooals wij gezien hebben, met elkander te maken. Wel beschouwd geldt het een stuk geestelijke tucht. Men kan dat ook anders zeggen. Belijdenis doen en deel nemen aan het Avondmaal des Heeren zijn blijken van ernstig geestelijk leven. Daarom zal het ook duidelijk zijn, dat alleen degenen, die belijdende leden van Christus' gemeente mogen worden geacht, tot de Tafel des Heeren worden toegelaten.

Het is een gewoonte geworden — althans bij velen — dat de jonge lidmaten, die belijdenis hebben gedaan, bij de eerste Avondmaalsbediening, zoo mogelijk door den predikant, bij wien zij ter catechisatie gingen, aan het Avondmaal deelnemen. Veelal blijft het dan bij dien eenen keer, alsof dat nu eenmaal bij het doen van belijdenis hoort.

Wij zouden hierbij ook over den geregelden kerkgang kunnen spreken. Indien men van jongsaf niet gewoon is geweest de samenkomst der gemeente geregeld bij te wonen, komt het vrij regelmatig voor, dat de catechisanten, die zich voorbereiden voor de belijdenis, gedurende dien tijd trouw in de kerk worden gezien. Hoe vaak echter verslapt men weer als de ernstige dagen voorbij zijn, zoodat zelfs de samenkomst der gemeente wordt nagelaten. Dit is niet in overeenstemming met de duidelijke uitspraak des Woords, noch ook met de zoo kort geleden afgelegde belijdenis des geloofs. De leden der gemeente behooren de samenkomst der gemeente niet na te laten. De eerste gehoorzaamheid aan het gebod van den Sabbath eischt, dat men met de gemeente vergadert onder de prediking des Woords. Dat volgt ook uit de oprechte begeerte om een discipel des Heeren te zijn. Door Zijn Woord en Geest wil de Heere de Zijnen onderwijzen. Het is Zijn bevel, dat er gepredikt wordt, en zoo is het Zijn wil, dat men opgaat, gelijk Hij ook zelf het voorbeeld heeft gegeven. Hij was gewoon naar de synagoge op te gaan.

Wanneer het nu zoo gesteld kan zijn met den kerkgang, hoe zal het dan wezen met de deelneming aan het Heilig Avondmaal ? Is het een vreemd verschijnsel, dat men velen zelden of nooit ziet aanzitten ? Vreemd? Het is inderdaad niet vreemd en toch is er iets niet in orde.

Wat zoo vaak reeds werd opgemerkt, moet alweer gezegd: De mensch ziet aan, wat voor oogen is, maar God ziet het hart aan. Over de innerlijke gesteldheid des harten oordeelen wij niet en kunnen ook de opzieners der gemeente niet oordeelen. Voorts is er geenszins aanleiding om allen naar de Tafel des Heeren te drijven. Ook is het niet des Heeren wil om allen te verhinderen. Noch in den eersten, noch in den tweeden weg wordt het Heilig Avondmaal geheiligd. Uitgesloten is ook, zooals reeds in een vorig artikel werd aangetoond, dat de geestelijke tucht geroepen zou zijn den toegang alzoo af te schermen, dat alleen de uitverkorenen deelnemen. Hoe nu ?

Zal hij, die voor God en Zijn gemeente belijdenis deed van het ongetwijfeld Christelijk geloof, tot de Tafel des Heeren geroepen zijn, ja dan neen?

De Sacramenten zijn ons gegeven tot versterking en bevestiging van ons geloof. Zoo kan daaromtrent geen twijfel zijn. Wie zulk een belijdenis van harte deed, wordt geroepen. Dezelfde drang, welke naar de prediking des Woords uitdrijft om onderwezen en gesterkt te worden in het geloof, dringt ook naar het Sacrament.

De opzieners zullen dan ook geen lidmaat afwijzen, tenzij — hij in leer en leven zijn belijdenis te schande maakt en ergernis verwekt in de gemeente. Vandaar, wat men met een vreemd woord noemt de censura morum — toezicht op de zeden — zou men kunnen zeggen. Dit toezicht, dat bepaaldelijk op de Avondmaalsviering ziet, bedoelt te voorkomen, dat iemand, tegen wien gegronde aanklacht wordt ingebracht, tot de Tafel des Heeren kome. Van ouds is dit ook een zaak van herderlijke tucht geweest, zoodat predikanten en ouderlingen zoo mogelijk voor de Avondmaalsviering de hun toebetrouwde kudde bezochten. In kleinere gemeenten is dat wel mogelijk, hoewel de herderlijke arbeid in het algemeen in zulke gemeenten beter tot zijn recht kan komen. Doch in de groote stadsgemeenten is het zeker niet mogelijk den pastoralen arbeid alzoo te behartigen, als wel behoorde. Dat is echter een vraagstuk op zichzelf, hetwelk op veelzijdige moeilijkheden stuit.

Het gaat thans over de viering van het Heilig Avondmaal en den herderlijken arbeid.

Zooals wij de zaak gesteld hebben, kan men begrijpen, dat de Avondmaalsviering een stuk van pastorale zorg moest worden. Toen het aanzien der kerk toenam, steeds meerderen zich tot haar voegen gingen en zij het karakter eener volkskerk ging aannemen, werd ook het aantal belijdende  leden grooter. Helaas gaat daaraan gewoonlijk gepaard, dat de innerlijke geestelijke tucht geringer wordt. Dat euvel verschijnt geleidelijk en tast zoowel de ambtsdragers als de gemeenteleden aan.

De algemeene regel: belijdende leden toegang tot den heiligen disch, zijnde daartoe ook geroepen, wordt in de practijk even weinig algemeen gevolgd als door de ernstig geloovigen goedgekeurd. In de practijk — zeggen wij —, want het is juist de practijk, die hier aan het woord komt.

Eenerzijds betoonen velen zoo grooten ernst niet in de zaken van het Koninkrijk Gods, als met de belijdenis, welke zij deden, overeenkomt. Anderzijds was de verslappende geestelijke tucht niet bij machte opvattingen te weren, die het kerkelijk leven als geheel gingen aantasten. Dientengevolge trad een verachtering van geestelijk leven in, welke ook de kracht der kerkelijke tucht moest ondermijnen.

Het gevolg was, dat de getrouwen allengs meer tot een kerkje in de kerk werden. Binnen de kerk voltrok zich een afscheiding zonder scheuring. Zoo begon men te spreken van „preciesen" en „rekkelijken". Naarmate de rekkelijkheid toenam, werden de „preciesen" op elkander aangewezen. En in den kring dezer laatsten kwam het bevindelijke leven op den voorgrond. Men zal daartegen moeilijk bezwaar kunnen maken. Het zaligmakend geloof is een levende zaak. Wanneer deze onderscheiding van preciesheid en rekkelijkheid echter tot een tegenstelling tusschen een algemeen Christendom en de ware gemeente des Heeren uitgroeit, wordt 't iets anders. Het z.g. algemeene Christendom wijkt hoe langer zoo meer af van wat met de kerk van Christus overeenkomt. De band der belijdenis wordt losser, omdat men van het leven der belijdenis wordt vervreemd. En de ervaring leert dat men steeds verder van Gods Woord wordt verwijderd. De geestelijke tucht, welke van het waarachtig geloof uitgaat, omdat het zich aan Gods Woord gebonden weet, verliest haar kracht op het geheel der kerkelijke gemeenschap. Daarbij komt, dat degenen, die getrouw willen blijven aan het overgeleverd geloof, een zekere teruggetrokkenheid gaan vertoonen en wat men noemt een sectarisch karakter aannemen. Dit laatste geschiedt vooral in plaatsen, waar het openbare kerkelijke leven het pad der rechtzinnigheid heeft verlaten.

Zulk een afzondering heeft echter ook voor de afgezonderden een schaduwkant, die schade brengt, zoowel voor het geestelijk als voor het kerkelijk leven. Niet alleen wordt hun invloed gemist in de gemeente, maar zij zelven derven ook de tucht eener gezonde kerkelijke samenleving. Het kerkelijk besef gaat achteruit, de roeping der kerk naar de Schriften, wordt uit het oog verloren. De kerkelijke gemeente wordt niet meer als openbaring van Christus' lichaam gezien. Zelfs het doen van belijdenis wordt niet juist meer beoordeeld. Het gevaar dreigt, dat men het tot een vorm maakt, waaromtrent men verder niet veel zeggen wil, of dat men haar zoo ernstig neemt en er op zulk een wijze over spreekt, dat jonge leden der gemeente worden weerhouden.

Allerminst is daarmede iets afgedaan van den ernst der belijdenis, maar — die niet vreemd is aan de dingen, weet toch, dat men ook aan het Avondmaal des Heeren niet komt om de volkomenheid van zijn geloof te betuigen. En wanneer men van de jonge menschen een volkomen geloof wil beleden hebben, — en dat naar den maatstaf, dien menschen willen aangelegd zien, dan wordt het wel heel bezwaarlijk om belijdenis te doen — en —, wat daarmede samenhangt, — aan de Tafel des Heeren te verschijnen.

In deze dingen zal men naar den regel des geloofs, dat is Gods Woord, moeten oordeelen en handelen. Dat is de roeping der kerk.

Uit een en ander moge duidelijk zijn, dat een gezond kerkelijk leven slechts mogelijk is bij een gezonde, d.i. Schriftuurlijke kerkelijke tucht, opdat de gemeente als geheel aan haar rechten komt en aan haar roeping beantwoordt.

Zelfs de twee eerste kenmerken der ware kerk: de zuivere verkondiging des Woords en de bediening der Sacramenten naar de instelling van Christus, zijn niet genoegzaam om een gezond kerkelijk leven te onderhouden. Daarom wordt daar in de derde plaats op de Christelijke tucht gewezen. Wanneer die in eere wordt gehouden, kan het karakter der gemeente in haar geheel als openbaring van Christus' lichaam worden bewaard, terwijl het waarachtig geestelijk leven in het midden der gemeente naar Gods bestel voortgang vindt, zijn vruchten mededeelt aan het geheel, en ook zelf wordt geleid in den weg des Woords.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Belijdenis doen en Heilig Avondmaal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's