De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De handhaving der belijdenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De handhaving der belijdenis

6 minuten leestijd

De belijdenis handhaaft zichzelf. Zoo zou de conclusie kunnen luiden, als men op haar blijvende actualiteit ziet. Wat bedoelt men dan met handhaven of niet handhaven der confessie ? In welk opzicht heeft de belijdenis noodig gehandhaafd te worden, als zij zich zelf steeds actueel bewijst ?

Het antwoord is niet zoo moeilijk te vinden: niet in de belijdenis als geschrift, maar in het geloof, eigenlijk in het geloofsleven, waarvan zij getuigt, schuilt de actueele kracht der belijdenis. Zij geeft expressie aan den inhoud des geloofs, waaruit de kerk leeft, gelijk dat geloof een levende werking is van de religie der Schriften. In deze laatste heeft zij haar onvergankelijken wortel, waaruit de kerk opbloeit. Derhalve heeft de belijdenis als geschrift geen gezag in zich zelf. Dat belijdt zij trouwens zelf. Haar gezag gaat ook niet op de kerk terug. Het rust in de religie der kerk, in de gemeenschap met Christus, haar Hoofd, in Zijn Woord, in het getuigenis van den drieëenigen God, die zich in Hem en door Hem heeft geopenbaard.

De actueele kracht der belijdenis is geen andere en kan geen andere zijn dan de kracht der goddelijke waarheid. Deze te bewaren en te verkondigen is de roeping der kerk. Indien de belijdenis, zooals die daar ligt, in eenig punt van die Waarheid zou afwijken, mist zij niet alleen haar kracht in dit opzicht, maar mag de kerk haar niet handhaven. Doch omgekeerd kan de kerk in haar midden geen leer toelaten, die metde Waarheid Gods in strijd is.

Haar belijdenis en prediking hangen niet maar samen, zij zijn een en hetzelfde. Zij predikt, wat zij belijdt, en zij belijdt, wat zij predikt. ledere prediking is getuigen en belijden. En nu is het de kerk, die geroepen is te prediken. Zij is voor haar prediking verantwoordelijk jegens den Heere. Haar prediking draagt een officieel karakter. Zij doet het op bevel en is gebonden aan haar goddelijken Lastgever.

Daarom is haar prediking officieel getuigenis der kerk en niet van een of anderen mensch. Uit een en ander volgt, dat de belijdenis der kerk in haar prediking moet worden beluisterd. De belijdenis der kerk. Hier moet weer een oogenblik halt gemaakt om de gedachten te bepalen. De kerk van Christus predikt den Christus, belijdt de religie der Schriften, en den Christus der Schriften als den eenigen Middelaar en Zaligmaker der wereld.

Dat is ook de roeping van iedere vergadering der ware Christgeloovigen. Zij is een vergadering van Christusbelijders en een verkondigster van Zijn Woord.

Wij hooren de prediking der kerk van Christus in een óf andere vergadering, die zich als kerk aandient en een openbaring van Christus' kerk wil zijn.

Wij hooren de prediking der kerk voorts bij monde van een dienaar des Woords, een mensch, die als vertolker des Evangelies optreedt. Deze mensch staat dus in een dubbele betrekking. Als dienaar des Woords staat hij in het groote werk der bediening van Christus tot opbouw van het Lichaam van Christus en tot volmaking der heiligen. Hij staat daarin krachtens een persoonlijke roeping. Hij is echter geen apostel, die evenals de Twaalf Apostelen door Christus zelf in het ambt van een apostel werd gezet. Dat voorrecht is het voorrecht der Twaalven.

Wie het ambt van den ouderling, die in het Woord arbeidt, begeert, ontvangt dit ambt door bemiddeling van de kerk van Christus, m.a.w. door bemiddeling van de kerk in het instituut, in welker midden hij dat ambt begeert.

Daaruit volgt dan weer de tweede, d.i. de kerkelijke betrekking, krachtens welke hij ook gehouden en gebonden is aan de orde der kerk, in welke hij zijn ambtelijke bediening vervult.

Uit de persoonlijke roeping geldt voor hem: één is uw Meester, n.l. Christus. Persoonlijk is hij geroepen het bevel van Christus op te volgen en Zijn Evangelie te prediken. Dat is ook zijn ambtelijke roeping in het aangezicht van Christus, als de Heere der kerk.

Krachtens zijn kerkelijke roeping is hij verantwoording schuldig aan de kerk, waarin hij het ambt vervult, gelijk deze kerk wederom geen andere roeping heeft dan de opdracht van Christus te vervullen en zorg te dragen, dat de Dienst des Woords wordt vervuld, zoodat zij jegens den Heere der kerk is verantwoord.

De dienaar des Woords is derhalve dienstbaar aan de roeping der kerk, d.w.z. dat hij zijn roeping in een vergadering, welke zich als kerk aandient, alleen naar recht en geweten vervullen kan, als er overeenstemming is in het verstaan dier roeping.

Heeft de dienaar des Woords daaromtrent een andere opvatting dan de kerk, waarin hij dient, dan is er een conflict.

Van zulk een conflict kan geen sprake zijn, als de kerk de dienaren des Woords geheel vrij laat om het Woord te bedienen, zooals zij dat verstaan. Dat zou er op neerkomen, dat zij' eigenlijk als kerk geen opvatting huldigt. Het gevolg is dan, dat haar openbare prediking tot een Babylonische spraakverwarring wordt, die niets te maken heeft met de velerlei talen van het Pinksterwonder. Van een officieel getuigenis der kerk is dan geen sprake meer.

Maar bovendien blijft de kerk, die zulk een toestand in het leven roept, verantwoordelijk jegens haar Heere voor het openbaar getuigenis. Het behoeft niet gezegd, dat zij haar verantwoordelijkheid op zulk een wijze niet kan dragen.

Hoe zal zij dat wèl kunnen ? Indien zij waakt over het openbaar getuigenis harer prediking, zoodat deze haar prediking, haar getuigenis en belijdenis bewaart. 

Zoodoende zal de prediking een eenstemmig geluid doen hooren. Wie haar beluistert, hoort het Woord Gods overeenkomstig het gemeenschappelijk geloof. Hij weet, wat hij aan de kerk heeft.

Een en ander onderstelt alzoo, dat de kerk van haar dienaren instemming vraagt met haar belijdenis. En, indien zij dat doet, zal men dat respecteeren en in acht nemen. Wie het daarmede niet eens is, komt zich niet voor het ambt bij haar aandienen.

Verder zal zij toezien op de prediking, opdat deze ook in overeenstemming met haar belijdenis zij. Dat toch is het eenige middel om over haar openbaar getuigenis te waken.

Het spreekt van zelf, dat zulk een toezicht conflicten mogelijk maakt. Een dienaar des Woords kan op een of ander stuk des geloofs afwijken van de officieele leer. Het is zelfs mogelijk, dat de waarheid aan zijn kant is, maar dan moet dat worden uitgemaakt. Zoo is het dan noodig, dat er een kerkelijke beslissing valt, hetzij deze leidt tot volharding bij de leer, hetzij tot herziening.

Dit zijn voorname stukken van de handhaving der belijdenis, welke de kerk niet mag nalaten zonder haar roeping te verzaken en een oordeel over zich te halen. Als zij de haar toekomende vrijheid en zelfstandigheid geniet, zal de innerlijke drang des geloofs uitdrijven naar zulk een orde.

Indien de kerk zich van haar aard en wezen bewust is en zich dienovereenkomstig openbaart, zal zij haar eigen leven leven en zóó haar goddelijke roeping in de wereld vervullen. Dan kan het niet anders, of zij zal orde stellen op haar prediking en een klaar geluid laten hooren. Dat is het eerste en voornaamste stuk harer belijde­nis en van haar handhaving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De handhaving der belijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's