De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk, School, Vereeniging

FEUILLETON

17 minuten leestijd

Nederlandsche Hervormde Kerk.

Drietal te Kampen : H. van Dijk te Den Ham ; G. Samson te Hoornaar en H. Schroten te Charlois.

Zestal te Edam : Mr H. van Ewijck te Terwolde ; P. H. Kateyn Jr. te Schagen ; W. Chr. Smits te Wormer; K. Strijd te Oisterwijk ; Dr J. M. van Veen te Franeker en A. de Wilde te Beusichem.

Beroepen te Nieuwe Pekela (beneden) A. van der Most te Farmsum (toez.) in de vac. J. W. van Swigchum — te Vleuten cand. Ir. D. Harteveld, cand. en hulppred. te Vlaardingen — te Kamperland (toez.) S. van Sinderen te Hoogmade — te Ressen cand. A. J. Jörg te Utrecht — te Winschoten (Evang.) P. Dijkstra, cand. te Huizum (Fr.) — te Ee (Fr.) H. W. Hemmes te Nes (W.D.) — te Meerkerk E. Schroten te Wouterswoude. (Toez. aangenomen).

Aangenomen naar Vleuten cand. Ir D. Harteveld, hulppred. te Vlaardingen — naar Ressen ca. A. J. Jörg, cand. te Utrecht.

Gereformeerde Kerken.

Tweetal te Rotterdam-Charlois (3e pred. plaats) : G. Hagens te Asperen en H. de Jong te Hoek van Holland — te Onnen : K. M. R. van der Beek, cand. te Groningen en M. J. C. Blok, cand. en hulppred. te Maassluis.

Beroepen te Leimuijden C. Gilhuis, cand. en hulppred. te Montfoort — te Tholen cand. H. J. Swierts, hulppred. te Vlissingen — te Barendrecht (2de pred. plaats) H. J. Spier te IJsselmonde-West — te Groningen (vac. M. B. In 't Veer) J. Kapteijn te IJmuiden.

Christelijke Gereformeerde Kerk.

Beroepen te Maassluis J. G. van Minnen te Huizen (N.-H.).

Bedankt voor Oud-Beijerland J. M. Visser te Midwolda (Old.)

Gereformeerde Gemeenten.

Tweetal te Lisse : A. de Blois te Gouda en P. Honkoop te Den Haag.

Beroepen te Monster A. P. Lucas, leerend ouderling te 's-Gravenzande.

Toegelaten tot de Evangeliebediening.

Het Prov. Kerkbestuur van Zuid-Holland heeft ïia gehouden examen in zijne vergadering van 30 April en 1 Mei j.l. tot de Evangeliebediening in de Ned. Hervormde Kerk toegelaten de heeren : Jan Vinkenborg, theol. cand. aan de Universiteit te Utrecht, wonend Rotterdamsche weg 36, Zwijndrecht; Derk Lamberts, theol. cand. aan de Universiteit te Utrecht, wonend Boomstraat 19bis te Utrecht; Pieter Moerenhout, theol. cand. aan de Universiteit te Utrecht, wonend Merwedekade 223bis a te Utrecht.

Afvaardiging naar de Synode.

Het Prov. Kerkbestuur van Z.-Holland heeft benoemd tot primus-lid-predikant van de Synode der Ned. Hervormde Kerk, voor den tijd van drie jaar, in de vacature Ir J. J. C. Hardenberg te Scheveningen : Ds P. Bokma, pred. te Schiedam, en tot diens secundus, vac. G. Slob, burgemeester van Meerkerk : Dr J. Riemens, pred. te Leiden.

Afscheid en intrede.

Ds. G. Lans Jr. nam Zondag 4 Mei afscheid van de Ned. Herv. gemeente te Meerkerk. Zijn tekst was Efeze 4 vers 1. Ook velen van buiten de gemeente waren opgekonaen. Niet minder dan 12 predikanten waren aanwezig, waaronder ook de Chr. Geref. en Geref, plaatselijke collega's. De scheidende leeraar werd toegesproken door ouderling A. Verheuvel namens déii Kerkeraad; door den heer C. van IJzeren, pres.-kerkvoogd, namens de Kerkvoogdij; door Ds J. J. Poot van Ameide namens de Ring ; door Ds J. Cirkel van Leerbroek namens de Class. Zendingsorganisatie van den Geref. Zendingsbond, en door Ds H. Harkema van Noordeloos als consulent. Toegezongen werden Psalm 134 vers 3 en Psalm 121 vers 4.

Ds L. Trouwborst is voornemens Zondag 15 Juni afscheid te nemen van de Ned. Hervormde gemeente te Brakel en 22 Juni intrede te doen te Aalburg en Heesbeen. Bevestiger is Ds I. Kievit te Baarn.

Zondag 8 Juni hoopt Ds E. R. Damsté afscheid te nemen van de Ned. Herv. gemeente te Sluipwijk en 22 Juni intrede te doen te Stavenisse, waar Ds J. Batelaan van Tholen hem zal bevestigen.

Dr W. G. Harrenstein.

Nu de twee weken van rust na het twee de operatieve ingrijpen, waaraan Dr W. G. Harrenstein zich had te onderwerpen, verloopen zijn, is — naar de Standaard verneemt — gebleken, dat ook ditmaal het gewenschte resultaat niet is bereikt. Binnenkort zal Dr Harrenstein het ziekenhuis dus ongenezen verlaten. De consequenties, die hieruit zullen voortvloeien voor zijn arbeid te Weesp, zijn thans nog niet definitief vast te stellen. 

In memoriam.

Prof. Dr J. R. Slotemaker de Bruine.

Zooals te verwachten was, wordt ook in „Diakonia", het maandblad van de Federatie van Diaconieën in de Ned. Hervormde Kerk, het overlijden van Prof. Slotemaker herdacht. Zoo men weet, was de overledene voorzitter der Federatie.

Het diaconale werk — zoo schrijft Dr J. H. Adriani o.m. — heeft hij steeds gezien als een belangrijk onderdeel van het werk onzer Kerk. Een diaconie die niet beantwoordde aan haar roeping, zag hij als een smaad voor geheel de Kerk, een smaad voor Christus. In het werk van menige diaconie zag hij veel, dat hem smartte. Hij opende onze oogen, wanneer hij iets verkeerds zag en sprak met ons over nieuwe inzichten, nieuwe methoden, die tot verbetering konden leiden. Zijn critiek was altijd opbouwend; zij vernietigde ons niet, maar sterkte onze handen en gaf ons nieuwe bezieling. Altijd stond hij gereed om ons te helpen.

Toen Prof. Slotemaker nog predikant was, gevoelde hij het als een noodzakelijkheid, dat de diaconale arbeid in zijn wijk op hoog peil zou staan. Hij had behoefte aan wijkdiakenen, op wier toewijding aan hun werk hij kon rekenen. Hij had vertrouwen in hen, gelijk zij vertrouwen in hem hadden en zich gaarne door hem lieten leiden. Hun werk en het zijne moest in volkomen harmonie geschieden en éen geheel vormen, dat een getuigenis moest zijn voor de reddende en ontfermende liefde van Christus. Het was zijn ideaal, dat zulk een verhouding tusschen herderlijk en diaconaal werk in geheel onze Kerk zou bestaan. Daarvoor heeft hij steeds gestreden, maar altijd in dien zin, dat hij de vernieuwing van den diaconaien arbeid in de eerste plaats van de diakenen zelve verwachtte en niet van bestuursmaatregelen, van boven af opgelegd. Van onderen op, uit de gelederen der diakenen zelve, wilde hij de diaconale beweging zien groeien. Daarom was hij zulk een oprecht vriend van de Federatie, die geheel uit de kringen der diakenen was voortgekomen. Maar wanneer daarbij zijn bezielende leiding begeerd werd, stond hij voor haar gereed. Zelfs zijn ministerschap belette hem niet, voorzitter van het Bestuur der Federatie te bnjven.

Toen de donkere dagen voor ons Vaderland aanbraken en de belangen der Kerk, met haar Diaconie, de grootste behoefte hadden aan een voorzichtige, doch principiëele en energieke leiding, stond hij op de bres. Wat in zijn laatste levensjaar door hem verricht is, zal wellicht nooit ten volle bekend worden, maar wij weten dat het veel, zéér veel is geweest. Tot op zijn ziekbed, dat zijn sterfbed is geworden, is hij voortgegaan met zijn werk; zijn laatste krachten heeft hij ten offer gebracht aan het werk, dat hem zijn leven lang dierbaar is geweest. Wij buigen het hoofd in diepen rouw onder dezen zwaren slag, maar bovenal danken wij God voor den rijken zegen, ons geschonken in Zijn dienaar, dien Hij thans tot zich geroepen heeft.

Zendingsmiddag te Oegstgeest.

Op de Buitenplaats „Oud-Poelgeest" te Oegstgeest zal op den 2den Pinkstermiddag door den Gereformeerden Zendingsbond een Zendingsmiddag worden gehouden. Als sprekers treden op : Ds M. Ottevanger te Leiden, Ds K. van de Pol te Den Haag, Ds P. Zandt te Delft en Ds . J. van Amstel te Linschoten. De samenkomst vangt aan te half twee. Bij ongunstig weer in het Koetshuis.

Ontleding, hulpbetoon.

De Kerkeraad der Ned. Herv. gemeente te Thamen a/d Amstel heeft een gift van ƒ1000.— geschonken aan de Kerkvoogdij der Ned. Herv. gemeente te Rotterdam en een gift van ƒ 500.— zoowel aan de Diaconie der Ned. Herv. gemeente van Charlois als van Kralingen ten behoeve van de beJioeftigen uit Rotterdam-Centrum, die momenteel in deze gemeenten verblijf houden.

Giften en legaten

Wijlen de heer D. Verhoog te Naaldwijk heeft aan de Geref. Kerk aldaar een bedrag van ƒ 3000.— gelegateerd, waarvan ƒ 1000.— voor de Diaconie, en aan de Geref. Kerk van Honsciersdijk ƒ 2000.—, te verdeelen tusschen Kerk en Diaconie.

De Geref. Kerk van Delfshaven ontving een gift van f 400.— en een van ƒ 300.—, beide te verdeelen tusschen Kerk en Diaconie.

Ned. Herv. kerk te Giessen-Oudekerk.

Het eeuwenoude, monumentale kerkgebouw der Ned. Herv. Gemeente te Giessen-Oudekerk begint sporen van verval te vertoonen. Dezer dagen zal de restauratie van den kerktoren worden aanbesteed.

De Schipper en de Kerk.

Prof. Dr M. J. A. de Vrijer te Utrecht schrijft in het Weekblad van de Nederlandsche Hervormde Kerk van 3 Mei over den Hervormden Schippersraad o.m. :

„In 1933 instituëerde de Algemeene Synode den Hervormden Schippersraad: Mr Dr Schokking bekleedde 't praesidiaat tot 1936. Hij trok van meet aan scherpe principieele lijnen : de Hervormde Schippersraad moest zich strikt houden aan zijn opdracht, de behartiging der geestelijke belangen van volgerechtigde leden der Kerk, wier maatschappelijke eigenaardigheid als mobiele burgers van ons volk een eigenaardige kerkelijke verzorging insluit.

Op de afgeloopen 8 jaar terugziende, is een, duidelijke groei van het werk waarneembaar. Aanvankelijk was het een tasten : wie zijn Hervormde schippers ? Waar moeten zij worden gezocht ? Dat tasten bracht de problemen tot bewustzijn. Zeer vele schippers hebben hun domicilie in een gemeente, waar zij nooit komen. Attestaties en bewijzen van lidmaatschap zijn daardoor bijkans fictieve papieren. Het intensieve varen vervreemdde hen niet van het geloof, maar wèl van 't kerkelijk instituut. Catechisaties werden weinig bezocht, ook al omdat het groote schoolverzuim hen tegenover andere catechisanten om hun gebrek aan kennis beschaamd maakte. Een minderwaardigheidsbesef drukte hen ; zij telden huns inziens als burgers in het volk niet mee, zij meenden ook als leden der Hervormde Kerk beschouwd te worden als leden van den tweeden rang.

In dit besef is nu een belangrijke wijziging ingetreden. Schippers van Hervormden huize zijn weer gaan weten, dat de Kerk hen als volwaardige leden behandelt. Zij worden bezocht. De Hervormde Schippersraad verstrekt hun z. g. „legitimatie-kaarten, na informaties bij de kerkeraden hun verstrekt, waaruit hun lidmaatschap der kerk blijkt. Met het oog op het feit, dat schippers jongens en - meisjes door hun reizen en trekken telkens op een andere catechisatie moeten gaan, instigeerde de Schippersraad de uitgave van het „Hervormde kerkeboekje", dat in 1940 uitkwam met de bedoeling, dat predikanten met schippersleerlingen overal in den lande in hetzelfde tijdvak dezelfde lessen zouden behandelen, en aldus de leerlingen zonder bezwaar van de eene op de andere plaats het catechetisch onderwijs zouden kunnen volgen.

Tot onze vreugde is het „Hervormde kerkeboekje", door Ds P. ten Have en eenige andere Hervormde predikanten opgesteld, een succes geworden. Het boekje wordt bij duizenden gebruikt. Het bevordert de uniformiteit en de continuïteit in de catechese. Het is door zijn origine ook niet een „richtings"-leerboekje. 't Begeert te zijn: boekje van de Hervormde Kerk in haar geheel, op haar belijdenisschriften gegrond.

Toch is er groote moeite de leerlingen zèlven te krijgen. Tal van schippers zenden hun kinderen niet; zij meenen in een onjuist spiritualisme, dat voor het geestelijke leven de geregelde inleiding in Schriftkennis en kennis van de leer der Kerk overbodig zijn. Wat in jaren van verzuim ingezonken is, wordt niet met één slag overwonnen ! Immers ook in het gewone lager onderwijs openbaart zich nog een groot tekort in getrouw schoolbezoek voor schipperskinderen.

De tegenwoordige hulpprediker, de heer F. D. Emous, geeft zich in het bijzonder groote moeite de adolescente schippersjongens en - meisjes van Hervormden huize bijeen te vergaderen. Dit geschiedt in de Schippersjeugdvereeniging „Immanuël" met verschillende plaatselijke afdeelingen. Behartiging van geestelijke belangen eischt de aandacht te richten op de christelijke opvoeding. Het speciale probleem is, dat goed onderwijs voor vele schipperskinderen — niet voor alle — moet insluiten : een inwonen op de wal gedurende eenige jaren. Het vinden van goede Hervormde pleegouders, het financieren van de onkosten, heeft daar zijn bijzondere taak in. Het internaatschip „Beatrix", te Amsterdam, met twaalf daar inwonende schipperskinderen, is een eerste vrucht van dezen tak van arbeid. Dat de Algemeene Synode goed deed den Raad in te stellen voor het geheele land, blijkt ook hieruit, dat herhaaldelijk in deze 8 jaren de plaatsen van arbeid moesten worden gewijzigd. Wij moeten zijn, waar Hervormde schippers aanleggen. Trekken zij naar een ander punt, dan mogen wij niet aan een oud „station" ons vastklampen".

Kerkenbouw in de Noordoost polder.

Binnen afzienbaren tijd is de Noord- Oostpolder geheel drooggelegd. Dan komen, de boeren en landarbeiders dezen nieuwen grond bevolken en is het de tijd dat de kerkgenootschappen hun geestelijk werk aanvangen.

Over dit werk schrijft het Maandblad van de Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Ned. Hervormde Kerk o.m.:

„Dit beteekent, dat er nu reeds een vast plan voor hunne geestelijke verzorging zou moeten zijn, dat direct zou kunnen worden uitgevoerd, zoodra dit noodig is. Natuurlijk heeft de Ned. Hervormde Kerk ook in dezen een groote taak. Dit is evenwel nog maar een zeer kleine zaak in vergelijking met het feit, dat binnen enkele jaren een vijftal Ned. Hervormde kerken in dit droog te leggen gebied gebouwd moeten zijn. Is onze Kerk in beide opzichten gereed ? Dat is o.i. noch ten aanzien van het één, noch van het andere 't geval. Daarvoor kunnen wellicht verzachtende omstandigheden worden aangevoerd. Als zoodanig kunnen de oorlogsgevolgen genoemd worden en de daaruit voortgevloeide door het bestuur der Kerk uitgeschreven noodcollecte, waarvan de opbrengst besteed wordt ter tegemoetkoming in de bedrijfsschade, die de gemeenten heeft getroffen, welker kerkelijke gebouwen door het oorlogsgeweld zijn vernietigd of beschadigd. Wij betwijfelen het echter of zonder de hier genoemde omstandigheden de Kerk voor de geestelijke verzorging ook door middel van kerkbouw in den hier genoemden Polder, gereed zou zijn geweest. Hier is dus iets niet in orde. De schuld der Kerk ten aanzien van deze hare nalatigheid kan o.i. dan ook niet worden ontkend.

Daar zijn hier en daar in de kerken collecten gehouden voor het bovengenoemde doel. Slechts weinige gemeenten hebben in dit opzicht iets gedaan. En weet ge wat onder dit alles naar voren treedt ? Dit: dat wanneer de oorlogsgolf niet over ons land was gekomen, de collecte-opbrengsten voor kerkbouw in den Urker-Polder wel niet hooger zou zijn geweest dan nu het geval is. Daartoe is vermeldenswaard dat de zeer geteisterde gemeente Rotterdam, de eerste was die na 10 Mei 1940 een belangrijk bedrag voor kerkbouw in den nieuwen Polder aan den penningmeester van het Zuiderzeefonds heeft doen toekomen. Ook de provincie Zeeland, vooral in het land, waar men weet wat het beteekent geen kerk te hebben, heeft men door daden getoond, wat men gevoelt voor het belangrijke doel dat met het Zuiderzeefonds wordt beoogd. Dit is toch alles wel zeer teekenend. Een nadere verklaring voor deze offervaardigheid is niet noodig. Ook niet voor het feit, dat zoovele niet getroffen gemeenten in dezen nog niers gedaan hebben".

„Het gaat in het droog te leggen gebied, dat straks bezet zal worden door menschen, om Kerk en Evangelie beide.

Wanneer in dat gebied de noodige tempels worden opgetrokken, zoodat op den dag des Heeren landbouwers, arbeiders en andere burgers, die behoefte gevoelen aan het Evangelie, door de prediking der Ned. Hervormde Kerk, in die behoefte kunnen worden bevredigd, dan is deze zaak in orde en heeft straks onze Kerk. aan haar roeping in dezen zin voldaan.

Wanneer dat echter niet op voldoende wijze mogelijk zal zijn, dan is en blijft dat de schuld der Kerk.

Mogen alle organen in onze Kerk zich inspannen en er voor zorgen, dat deze schuld in geen geval ontstaat".

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN DOOR IDSARDL

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 89)

„Lieden van de wereld", zooals de H. Schrift hen noemde. Doch waar mijmerde zij over, dezen mooien morgen, terwijl daar buiten de vogeltjes zongen en de vlinders fladderden en de geur van jasmijn en reseda soms door 't open venster kwam? Was zij niet een geteekende ? Gelukkig op weg naar beterschap en met 99 pCt. kans op volkomen herstelling, zooals de dokter gezegd had, doch niettemin een geteekende, omdat zij drie jaar lang in een tentje gelegen had en nog langen tijd een nakuur moest volhouden, en schrok dat niet af ? Was het werkelijk voor een t.b.c.-patiënte wel zoo'n zegen, in het leven te mogen terugkeeren? Zag de heele maatschappij haar niet aan als een zwakkeling, die altijd zeer voorzichtig moest zijn en voor wie men zichzelf in acht te nemen had, omdat die vreeselijke ziekte zoo besmettelijk en erfelijk is ? Werd zij niet altijd gewaarschuwd, nü eens voor de kou en dan weer voor de warmte, en dan weer voor elke geringe inspanning ? Had Maaike laatst niet gezegd, dat zij wel in een porceleinkast mocht worden opgenomen, of in zoo'n glazen vitrine, gelijk er in 't Rijksmuseum te Amsterdam stonden, waaronder men kostbaarheden bewaarde ?

Groote tranen welden op in haar oog. 't Had haar pijn gedaan, dat giftige woord van haar zuster, die nooit iets mankeerde ; die niet wist, wat ziek-zijn beteekende ; die 't leven genoot en met volle teugen dronk uit den vreugdebeker, welke overal werd aangeboden. Waarom moest dit alles zoo zijn ?

Eigenaardig, toen zij zoo hulploos neerlag, was er maar één begeerte : beter te mogen worden en nu die beterschap daar was, viel het niet mee. Hoe kwam dat ? Was dat ondankbaarheid, of het gevolg hiervan, dat het leven héél andere eischen heeft dan de krankheid, en dat, om aan die eischen te kunnen voldoen, héél de persoonlijkheid, lichaam, ziel en geest, in uitstekende conditie moet zijn ?

Opeens werden haar gedachten afgeleid door ouden Jacob, die bezig was de paden, rondom de boerderij, te schoffelen. Onwillekeurig keek zij naar hem. In zijn mond slingerde de pijp, die als een trouwe kameraad overal mee heenging en overdag niet veel koud was. 't Rooken onder het werk was hier anders verboden; alleen Jacob maakte een uitzondering vanwege zijn ouderdom. Jacob had niet veel levenseischen. Als 'hij zijn dagelijksch brood slechts kreeg en eenige kleeren om fatsoenlijk voor den dag te komen, dan was hij tevreden. Men kon het wel zien aan zijn rustig gelaat en zijn vriendelijken blik. Wat was 't anders een leven voor zulke menschen! Werken van den vroegen morgen tot den laten avond, weer of géén weer, 's zomers en 's winters, altijd dóór, met slechts weinig afwisseling en verpoozing, voor betrekkelijk een laag loon en toch altijd even opgeruimd en blijmoedig. Daarbij getrouw tot in het kleine en dank­

baar voor elke vriendelijkheid. Hé, zij kon ook wel eens meer om hem denken en wat voor hem doen. Jacob had haar zoo voor en na al zooveel diensten bewezen, — vanmiddag moest hij dezen brief weer meenemen voor Nienke Huitema. Plotseling kreeg zij een idee. De elleboog keek zoo brutaal door zijn verschoten boezeroen ; zij zou hem een nieuwen maken. Antje boUenkoopster kon wel een lapje stof uit het dorp meenemen, en op de machine had zij aanstonds zooicts in elkaar gestikt. En dan kon zij hem voor den winter wel eens zoo'n warmen das breien van zuivere wol. Wat zou dat den ouden man aanstaan. Een St. Nïcolaascadeautje bijvoorbeeld. Het vorig jaar had hij een afgedankte overjas van vader gekregen, om die aan te trekken, en als hij 's morgens en 's avonds naar „Donia-state" ging, vaak door weer en wind. Hij was hem wel aan den grooten kant, maar dekte warm en hij. had er erg veel genot van gehad.

Gabe zorgde nogal eens voor de zuster van ouden Jacob, die achter de kerk woonde. Hoe die daar kwam ? Onlangs had zij gehoord, dat hij haar een enkele maal bezocht en den vorigen winter had hij haar ook brandstof en aardappels laten brengen. Anders niets voor Gabe, om zich met zulke arme menschen te bemoeien. Moeder had ook al gezegd: „Een vreemde jongen toch ! Eigenlijk laat heel Zevenhuizen hem koud, en sinds de auto er is, vliegt hij de geheele provincie en het gansche land soms door, maar voor die arme weduwe schijnt hij iets te gevoelen", 't Zou wel door Jacob komen. Gabe had wel een goed hart en kon best iets missen. Eigenlijk was hij de royaalste van allen en deed misschien nog wel méér goed, dan geweten werd. Wanneer het niet zoo in het oog liep, dan wilde zij zelf vrouw Paulussen ook eens opzoeken, wanneer zij in 't dorp kwam. Maar de menschen zouden wel zeggen : „Wat moet dat volk van „Doniastate" daar telkens achter de kerk in dat armvoogdij-kamertje doen !" En daar zou heel wat uit worden afgeleid en dan zou misschien gedacht worden, dat de weduwe wie weet wat ontving en 't zou het oudje maar kwaad doen.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's