De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geloof en wetenschap

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof en wetenschap

6 minuten leestijd

Hoe is de brug te slaan van de wetenschappelijke exegese naar de kerkelijke verkondiging ?

Ziedaar een vraag, door Dr Hulst gesteld in zijn reeds meergenoemd boekje : „Hoe moeten wij het Oude Testament uitleggen ? "

Deze vraag wijst reeds op de moeilijkheid, waarvoor de schrijver zich bevindt. Een moeilijkheid, welke wij ons niet voorstellen in enkele regels uit den weg te ruimen. Het raakt echter aan een voornaam stuk. Niet alleen omdat de verhouding van kerk en wetenschap in het algemeen in het geding is, ook zelfs niet alleen, omdat de betrekking tusschen de kerk en de theologie als wetenschap in het algemeen hier om belichting vraagt, maar zeer in het bijzonder, omdat het hier raakt aan het geloof der kerk aangaande de Heilige Schrift en wat haar wetenschappelijke beoefening daaromtrent aan de orde stelt.

Op zichzelf genomen, is wel een brug van de wetenschap naar de kerk aan te wijzen. Dat is het geloof der kerk zelf. De theologische wetenschap zal in de eerste plaats theologie zijn, d.w.z. zij zal haar arbeid verrichten op den grondslag van de religie der Schriften. Doet zij dat niet, dan heeft zij in beginsel het contact met de kerk — wij bedoelen de kerk van Christus — verbroken.

Dr H. spreekt van kerkelijke verkondiging. Dat is een zaak, die nadere toelichting vraagt.

Kerkelijke verkondiging. Als zoodanig verdient niet alles erkenning, wat op eenigen kansel wordt gepreekt. Kerkelijke verkondiging moet zijn verkondiging, getuigenis der kerk, prediking van de kerk overeenkomstig haar bevel en last. Zij draagt een officieel karakter. Christus is haar autoriteit. Zijn Woord is de inhoud der verkondiging. En het is nog meer. De kerk is getuige van Christus. Haar verkondiging is getuigenis. Dat getuigenis is geestelijkreëel. „Gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, die over u komen zal, en gij zult Mijne getuigen zijn tot aan het uiterste der aarde". (Hand. 1 : 8).

Dat is Zijn goddelijk bevel en daarom Zijn goddelijke daad. Hij gebiedt Zijn kerk, maar vervult dat ook door Zijn Geest. Hij zet de kerk tot Zijn getuige in deze wereld. Gij zult Mijne getuigen zijn tot aan het uiterste der aarde. Dat gaat door de geslachten der volkeren heen. Het raakt de kerk als geheel, de wereldkerk, de kerk in haar openbaring over de gansche aarde en door alle tijden. Hetzelfde hoofdstuk verklaart, dat Christus aan Zijn apostelen bevelen heeft gegeven. Het betreft den last aan Zijn kerk, welke daar tegenwoordig was in de apostelen en de overige discipelen, die Hij tot Zich vergaderd had.

Zij, die het bevel ontvingen, hebben Zijn heerlijkheid gezien, vol van genade en waarheid. Zij waren de getuigen van Zijn lijden en sterven, van Zijn opstanding en hemelvaart. Zij waren getuigen van de uitstorting des Heiligen Geestes, die hen de kracht en dè heerlijkheid des Evangelies deed verstaan. Zoo gingen zij de wereld in, getuigende, wat zij gezien en gehoord hadden, verkondigende de verborgenheid van Christus door de kracht van den Heiligen Geest.

Als Johannes zegt : wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, de heerlijkheid als van den Eenniggeborenen des Vaders, vol van genade en waarheid, is in dat „wij" de geheele kerk betrokken, ook al kent zij den Christus niet meer naar het vleesch. Het voegt zich onder de wolk van getuigen, waarvan de Heilige Schrift gewaagt, welke door de eeuwen heen wordt vergaderd tot de volheid van het lichaam van Christus in de toevergadering van allen, aan wien Hij geopenbaard wordt door den Geest. Die Geest is de Geest van Christus, welke Dezelfde is, van Wien de apostelen getuigen, en die zich ook als dezelfde Christus bekend maakt. Zoo zorgt Hij zelf voor het getuigenis, hetwelk de kerk der eeuwen doorgaat.

De kerk wordt vergaderd tot dien Christus, van Wien Johannes getuigt: „Het Woord is vleeschgeworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eeniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid". Deze Christus is het voorwerp en de inhoud der verkondiging der kerk. Zij is een levend getuigenis uit de geloofsaanschouwing van de werkelijkheid, welke de kerk heeft gezien en gehoord.

Het leven is kort. De generaties volgen elkander snel op. De tijd kan de dingen doen wegschemeren in den horizont van het verleden, maar de Heilige Geest heft de distantie op. Hij spreekt in het heden der eeuwigheid. Hij zet de dingen vlak voor ons. Hij zet ons in de dingen, die geschied zijn, zoodat de scheidsmuur van verleden en heden versmelt in het eeuwige licht. Daarom kan de tijd geen scheiding maken tusschen de kerk van toen en van heden. Zij is één geestelijk lichaam, levende uit de verborgenheid van den Christus, welke haar werd geopenbaard door denzelfden Geest. Zij leeft uit de allesbeheerschende werkelijkheid, 't centrale feit der geschiedenis: Het Woord is vleesch geworden en heeft onder ons gewoond. Het raakt haar niet, of de profane geschiedenis van Hem weinig of niets heeft opgeteekend. Het raakt haar geloof niet, of de wijzen en geleerden van zijn tijd geenerlei melding tnaken van een Paulus, die als Zijn getuige door de oude wereld ging. Heeft Christus niet zelf gezegd : dat de wereld niets aan Hem heeft ?

Zij kan geen behoefte hebben aan zulke getuigen, wijl deze dingen voor haar volkomen zekerheid hebben. Deze zekerheid des geloofs is maar niet een soort verbeeldingskracht, een magische omklemming van een hersenschim, een mystiek idealisme of iets dergelijks. Zij rust in het feit der vleeschwording zelve. Het feit staat voor haar in de opheffing van de distantie der tijden. En de kerk zelf staat in de werkelijkheid van 't vleeschgeworden Woord, want zij is Zijn lichaam. Zij is met Hem gekruisigd en met Hem opgestaan. De kerk is niet het vleeschgeworden Woord, want het Woord is de eeuwige Zone Gods, maar zij wordt Zijn lichaam genoemd. Het verband is zeer nauw. Haar leven is met Christus verborgen bij God. Zoo wordt de kerk der eeuwen vereenigd in één geloof, één doop, één Heere.

De kennis van deze dingen draagt derhalve een geheel bijzonder karakter. Zij is kennis des geloofs. Zij put uit een geestelijke bron, is de vrucht van een geestelijke verlichting en wortelt in de gemeenschap van Christus. Ook deze kennis valt onder de bearbeiding en beschouwing van het verstand en kan zoo den vorm eener wetenschap aannemen. Deze heeft echter geen behoefte aan een brug, welke haar in verbinding brengt met de kerkelijke verkondiging, want zij komt uit hetzelfde geloof op.

Wanneer men een brug verlangt, is er een klove, welke er volgens den zin dezer uitdrukking niet zijn mag. Zij wijst op twee heterogene dingen, dingen van onderscheidene geboorte : de wetenschappelijke exegese en de kerkelijke verkondiging, of de uitlegging volgens de methode en resultaten van het taalkundig en historisch onderzoek en de uitlegging des geloofs. Wetenschap van taal en historie zijn echter geen theologie, maar deze kan van haar onderzoek gebruik maken en haar resultaten theologisch waardeeren, zoodat de gewenschte brug in de theologie of eigen­lijk in den theoloog is aangewezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Geloof en wetenschap

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's