Twee sacramenten
Wij hebben de twee sacramenten uit verschillend opzicht vergeleken. Beide, Doop en Avondmaal, zijn door God ingestelde teekenen en zegelen des geloofs en derhalve genademiddelen. Heilige sacramenten, zoo worden zij daarom terecht genoemd. Als goddelijke instellingen zijn zij evenwaardig. Het is volkomen misplaatst, het Sacrament des Doops achter te stellen bij dat van het Avondmaal. En toch geeft de practijk gegronde aanleiding om te constateeren dat zulks geschiedt. Voor zoover dat juist is, staan wij voor een zonde der kerk, die om ernstige bezinning vraagt.
Het is onmogelijk, dat de Heere daarover geen bezoeking zou doen. En dat oordeel rust op de gansche kerk en op allen, die daaraan schuldig staan, zoowel persoonlijk als gemeenschappelijk. Wij hebben ons dit kwaad allen aan te trekken. De bediening der sacramenten overeenkomstig de instelling is een kenmerk der ware kerk. De ware kerk kan de sacramenten dus niet verachten en, indien er dus gebrek is aan eerbiediging en heiliging van des Heeren bevel, raakt het aan de vergadering, die zich als kerk aandient, in haar geheel. Haar waardigheid staat op het spel. Zij verzaakt haar roeping, zij zondigt en heeft Gods toorn en oordeel te wachten.
Daarom kan niet genoeg op deze heilige zaak worden gewezen, opdat er een wederkeeren onder Gods Woord moge komen. Niet alleen de roep om de belijdenis kan ons redden, de Heere vraagt bekeering en heiliging des levens.
In verband met een en ander hebben wij gepoogd de aanleiding op te sporen, welke eenige verklaring kan geven omtrent de onderscheiden waardeering der beide sacramenten, die men in de practijk kan opmerken. De gemakkelijkheid, waarmede men met den Kinderdoop en de daaraan verbonden gehoorzaamheid omgaat, en de schuchterheid jegens 't Avondmaal. Reeds het Doopformulier waarschuwt tegen bijgeloovigheid en gewoonte, klaarblijkelijk geen vreemde zaken.
Hoewel het Doopformulier de zaken zuiver uiteenzet, schijnt men in afwijking daarvan den Heiligen Doop toch voor een onschuldige handeling te houden, welke een vormelijk karakter draagt en voorts aan het leven geen bijzondere eischen stelt.
Daarentegen zijn er vele leden, die de samenkomst der gemeente onder de bediening des Woords zelden nalaten, en bij de bediening van het Heilig Avondmaal toeschouwers blijven.
Opgemerkt werd, dat de toetreding aan de Tafel des Heeren altijd een daad van persoonlijke beslissing blijft, terwijl de jonge kinderen der gemeente (kinderen der geloovigen) door geboorte bij de kerk zijn en daarom gedoopt behooren te worden.
In zooverre staan de geloovige ouders voor een beschikking des Heeren en wordt er een beroep tot gehoorzaamheid op hen gedaan. Den kinderen den Doop, welken de Heere hun toezegt, te onthouden, is ook een zaak van persoonlijke beslissing tegen de orde van Gods Verbond. Deze beslissing zal zeker niet lichter vallen dan gehoorzame onderwerping. Deze laatste echter vraagt meer. Niet aleen onderwerping aan de Doopsbediening. Iemand kan niet zeggen: Het is bevel, en dus zal het geschieden. Dan wordt het een vorm. Neen, het is overeenkomstig de orde des Verbonds, waarin Christus Zijn kerk op aarde wil vergaderen en Zijn genade beteekenen, en nu voegt den ouders de gehoorzaamheid, welke Hij van Zijn discipelen eischt.
Het een discipel of leerling van Christus zijn staat op den voorgrond. En nu komt het persoonlijke in de eerste plaats. De ouders doen wat, als zij den Doop voor hun kind vragen. Zij doen niet alleen belijdenis van hun geloof, maar verplichten zich voor God en Zijn gemeente voor hun leven en de opvoeding van hun kind.
Ook uit dit oogpunt wordt het nalaten van de bediening een daad, die Verbondsbreuk der ouders kan beteekenen. Let wel, kan beteekenen, want wij oordeelen niet over het geweten. In een gezond kerkelijk leven zal dit uit den aard der zaak niet veelvuldig voorkomen, en in een ingezonken toestand der kerk kunnen er omstandigheden zijn, die ernstige bedenkingen opwerpen, zoodat een algemeen oordeel niet gerechtvaardigd zou zijn. Indien er echter geen plaats is voor dergelijke bedenkingen, die in kerkelijke wantoestanden aanleiding vinden, zal de Doopsbediening in het algemeen meer tot de personen spreken en ernstiger worden genomen.
Wij noemden Verbondsbreuk der ouders en denken daarbij aan de besnijdenis. Inderdaad wordt de besnijdenis als een teeken des Verbonds voorgesteld. Wie het Verbond hield, bewees dat door te voldoen aan den eisch der besnijdenis. Men kan dit ook op de Doopsbediening overbrengen. Toch staat te bedenken, dat het uitwendige de zaak zelve nog niet is. De Heilige Schrift onderscheidt tusschen de besnijdenis des lichaams en des harten. Daarop komt het aan.
Het Verbond houden, raakt de genegenheid des harten. En daarin komt de zaak op de personen der ouders aan. En wanneer dat wordt gevoeld, stelt de Doopsbediening aan onze kinderen ons niet minder voor een ernstige persoonlijke beslissing des geloofs als de toetreding tot het Heilig Avondmaal.
Bij beide sacramenten gaat het alzoo om persoonlijk geloof en geloofsleven. Bij den Heiligen Doop om het persoonlijk betrokken zijn bij de gemeente des Heeren, bij haar roeping, welke naar binnen en naar buiten uitgaat, bij de woorden des eeuwigen levens en den weg der zahgheid. De Doop is een teeken en zegel van de beloften Gods in Christus.
Wie zich daarvan bewust is, zal in den strijd des geloofs worden gewikkeld, omdat die roeping daarin werkzaam wordt. De velerlei moeiten en zorgen des levens zullen hem worden tot een oefensehool, waarin hij zijn onbekwaamheid om het Verbond te houden ontdekt, en hoewel hij naar kracht en vermogen gehoorzaamheid tracht te brengen en daarbij wil volharden, tot de ervaring brengen, dat hij en zijn kinderen het beeld vertoonen van den mensch, die in ongerechtigheid is geboren.
In de betrachting van het Verbond wordt de zelfkennis geboren, welke de Heilige Schrift van ons eischt. Maar onverschillige nalatigheid leidt niet tot onderscheiding van ons eigenwillige hart en de heilige dingen Gods.
Het eene opent den weg naar het andere.
Want als de Heilige Doop bijzonderlijk den eisch der wedergeboorte stelt, is het dan niet een bijzondere beschikking van God, dat Hij ons door dien Doop vermaant en verplicht tot een gehoorzaamheid, welke wij met ons beste willen en betrachten niet brengen ? Immers alleen zoo, worden wij gewaar, dat de roeping der wedergeboorte geen ijdele zaak is, maar een roepstem Gods vertolkt, welke bevestigd wordt door de belofte. De Heere wil het leven, dat Hij ons schenkt en de gehoorzaamheid, welke Hij vordert, gebruiken om ons tot Zich te trekken.
En nu komt Hij met het Heilig Avondmaal den strijder tegemoet, die het vertrouwen op zichzelf heeft verloren, om alleen op Zijn genade te hopen. Onbekwaam, vol zelfbeschuldiging, verootmoedigd vanwege zijn tekortkomingen, gaat zijn hart uit naar den eenigen Verlosser en Zaligmaker, in Wien de Heere Zijn Welbehagen heeft geopenbaard, dien Hij ook laat prediken door Zijn getuigen, opdat Hij der gemeente als een toevlucht en algenoegzame Middelaar wordt voorgesteld.
Maar bovendien geeft Hij in de teekenen van het Avondmaal te aanschouwen, dat Hij de Zijnen zoo zekerlijk wil spijzigen en laven met Zijn lichaam en bloed, als zij het brood en den wijn aan Zijn heiligen disch tot zich nemen. Het is een aanschouwelijke prediking des Woords, een zichtbaar teeken van Zijn trouw en waarheid, tot versterking van het geloof en bevestiging Zijner beloften.
Neemt, eet, zoo spreekt Hij. Het is een noodiging, waarin een bevel steekt voor degenen, die kracht en sterkte noodig hebben. Zij komen niet om te bewijzen, hoe groot en sterk zij in het geloof zijn, maar veeleer, dat al hun verwachting alleen op den Heere gevestigd is.
Doop en Avondmaal zijn in den weg des geloofs verbonden. Daar is een weg van den Doop naar het Avondmaal voor de ouders en voor de kinderen. Voor de ouders naar de wijze, als zooeven uiteengezet. Indien zij de vermaning bij de bediening des Doops volgen, komen zij niet alleen getrouw onder de prediking des Woords om onderwezen te worden in het recht des Heeren, maar ook aan de Tafel des Heeren om gesterkt te worden in al hun zwakheden.
Doch ook voor de kinderen. Als zij gedoopt worden, nog onwetende van de dingen en van den staat, waarin zij verkeeren, wil de vermaning hen opgevoed en onderwezen zien tot kennis en tot persoonlijk belijden. Inmiddels in leeftijd toegenomen en ontwassen aan de kinderschoenen, gaat ook voor hen de zorgelooze rust spoedig voorbij en komen zij in den strijd des levens, welke, zoo de Heere het werk zegent, ook een strijd des geloofs wordt. Zoo komen zij allengs in den weg der ouders onder de roeping van Woord en Sacrament, waarmede de Heere hen vanaf de geboorte is tegen getreden.
De beide sacramenten zullen alzoo hun kracht als genademiddelen in het gansche leven betoonen, zoo wij die uit Zijn hand ontvangen en ons aan Zijn Woord houden. De teekenen hebben geen kracht in zichzelve, maar hun kracht is gelegen in de verborgenheid van Christus, die onze zwakheden daarmede tegemoet komt, opdat Hij Zijn kracht en genade naar Zijn Woord bewijze. Achter de sacramenten ligt een geestelijke verborgenheid, welke in haar kracht wordt geopenbaard aan allen, die op Zijn genade hopen. Het zijn heilige en zichtbare waar teekenen, welke Hij nevens de prediking des Woords heeft ingesteld tot opbouw van het lichaam van Christus en tot volmaking der heiligen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's