UIT DE HISTORIE
Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten
Het doel der Wet. Vers 19—29. Vervolg vers 24.
Hoofstuk III
Een kind wordt onder een „tuchtmeester" gesteld, opdat het voor allerlei bewaard, en onderwezen zal worden. Het wordt als in een kerker opgesloten gehouden.
Met welk doel geschiedt dit, en voor hoelang ?
Zal die nare en harde heerschappij van den opvoeder en de tuchtiging van het kind altoos duren ?
Geenszins.
Een en ander behoeft slechts te worden toegepast gedurende zekeren tijd, en het leeren van gehoorzaamheid, het staan onder tucht en het voelen van knellende banden strekken tot zijn bestwil, en werken er aan mede, om hem straks tot erfgenaam en koning te maken.
Het is namelijk niet de wil eens vaders, om zijn zoon voor eeuwig onder een strengen meester te stellen, en hem voortdurend met roeden te laten kastijden.
Een zoon moet echter bekwaam gemaakt worden, om eens de erfenis zijns vaders te aanvaarden, en verstandig te kunnen beheeren.
Met de Wet staat het niet anders.
Ook zij is, zoo zegt Paulus, een tuchtmeester, zij het dan niet voor altijd, maar tot op Christus.
Was dit niet het geval, — wat voor een tuchtmeester zou de Wet dan zijn, wanneer zij ons alleen maar plaagde, kastijdde, en niets leerde!
Vroeger heeft men weliswaar meesters gekend, die de scholen tot een gevangenis en een hel maakten. Zijzelf waren tirannen en beulen. De kinderen kregen meer slaag dan onderwijs. Heel de „opvoeding'' van die „tuchtmeesters" wierp maar weinig vruchten af.
Een dergelijk paedagoog is de Wet niet. Zij verschrikt en kwelt niet alleen, gelijk een dwaas en onverstandig meester doet, bij wien de kinderen niets leeren, maar door haar kastijding drijft zij uit tot Christus. Gelijk een goed onderwijzer leert zij ons lezen en schrijven, opdat wij zullen toenemen in kennis van al wat goed en van belang is. Want later moeten wij met genoegen doen, hetgeen wij vroeger met tegenzin en gedwongen deden.
Door het geven van dit schoone voorbeeld laat Paulus de ware beteekenis der Wet zien. Geveinsden rechtvaardigt zij niet; doch benauwden van geest laat zij niet in den dood en onder het oordeel zuchten, doch zij drijft dezulken uit tot Christus.
Wier ziel echter met angst vervuld blijft en wie in hun kleinmoedigheid volharden, en Christus niet in het geloof aangrijpen, — die komen ten laatste tot vertwijfeling en wanhoop.
Opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.
De Wet is geen opvoeder, die leidt tot een anderen wetgever, doch zij brengt ons tot Christus, die ons rechtvaardig en zahg maakt, opdat wij door het geloof in Hem (en niet door onze eigen werken !) gerechtvaardigd zouden worden.
Wanneer een mensch de zwaarte, en de kracht der Wet gevoelt, dan verstaat hij nog maar niet aanstonds de rechtvaardigmaking, Ook hecht hij nog geen geloof aan haar.
Onwillekeurig zegt een mensch: mijn leven ligt onder het oordeel; ik heb namelijk alle geboden Gods overtreden en daarom ben ik des doods schuldig. Wanneer God mij nog enkele jaren of maanden te leven wil geven, dan zal ik mij beteren, en alsnog heilig gaan leven.
Zoo misbruikt een mensch de Wet, en wanneer hij Christus uit zijn gezichtskring is kwijtgeraakt, ziet hij om naar een anderen wetgever.
De menschelijke rede durft het namelijk aan, wanneer zij door angst en vreezen bevangen is, om God de volbrenging van de gansche Wet te beloven.
Hieruit is het ontstaan van zoovele monnikenorden te verklaren, alsmede van zoovele godsdienstige gebruiken. Hieruit volgt ook het streven, om de Wet te vervullen, om genade en vergeving van zonden te verdienen.
Al degenen, die in deze richting dachten en werkzaam waren, meenden, dat de Wet geen opvoeder was tot Christus, maar leidde tot een anderen wetgever en een nieuwe wet. Christus als het einde der Wet kende men niet.
Kennen we de juiste strekking en beteekenis der Wet, dan weten we, dat wij door de Wet gebrkcht zijn tot kennis van zonde en door haar deemoedig gemaakt zijn, opdat wij tot Christus zouden komen en door het geloof zouden gerechtvaardigd worden.
Het geloof is geen wet of een werk van menschen; het is een zeker vertrouwen, dat Christus aangrijpt, die het einde der Wet is, gelijk geschreven staat in Romeinen 10 vers 4.
Wat beteekent het, dat Christus het einde der Wet is ?
Niet, dat Hij de oude Wet afschaft en er een nieuwe voor in de plaats stelt.
Ook beteekent het niet, dat Hij een rechter is, die door bepaalde werken moet worden verzoend, gelijk de papisten geleerd hebben.
Hij is het einde der Wet voor hem, die gelooft, want wie gelooft, is alreede gerechtvaardigd. En de Wet kan hem niet meer beschuldigen.
Dit is de kracht van de juiste beteekenis en strekking der Wet. Past men haar juist toe, dan is zij goed en heilig en nuttig en noodig.
In de eerste plaats wordt de Wet misbruikt door geveinsden en hypocrieten, die haar het vermogen toekennen om te kunnen rechtvaardigen. En voorts door hen, die tot vertwijfeling en wanhoop gekomen zijn, omdat zij niet weten, dat de Wet een opvoeder is „tot Christus", dat wil zeggen : omdat zij niet weten, dat de Wet waarlijk deemoedig maakt en niet gegeven is om ons te verderven, maar om ons zalig te maken.
God slaat namelijk om te heelen.
En Hij doodt om ons levend te maken! Gelijk ik reeds ter sprake gebracht heb, handelt Paulus hier over hen, die rechtvaardig gemaakt zullen worden : niet over degenen, die het reeds zijn.
Bij gevolg moet dus ook gij, wanneer ge spreekt over de Wet, het oog hebben op een zondaar, die een Goddeloos mensch is, die door de Wet niet gerechtvaardigd wordt, maar wien de Wet zijn zonden en ongerechtigheden toont, en die door haar verslagen van hart gemaakt, en tot zelfkennis gebracht wordt. Ge moet het oog hebben op iemand, wien God de hel Zijn toorn en gericht laat zien.
De Wet drijft uit tot Christus, die de Heiland en de Trooster is.
Eerst openbaart zij echter 's menschen zonde.
Was dit niet het geval, — niemand zou ooit gerechtvaardigd worden, gelijk ik in het voorbaande breedvoerig heb uiteen gezet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's