De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een nietig schepsel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een nietig schepsel

4 minuten leestijd

Het woord nietig schepsel is niet vreemd in den mond der vromen en heeft wellicht den hoogmoed van dezen en genen gekrenkt, die het hoorde zonder het echter te verstaan. De mensch niets en God alles, is ook zoo'n uitdrukking, waarmede men het stempel van goedkeuring zet op een preek.

Het is alweer de leer der schepping, welke hierop het juiste licht laat vallen. Immers als de mensch geen bestand in zich zelf heeft, moet daaruit volgen, dat hij in zich zelf niets is. Hij kan slechts bestaan, zoolang God hem geeft te bestaan. Hij heeft geen levensgrond in zich zelf, zoomin als eenig schepsel. Zijn levensgrond is Gods scheppende almacht. Hij bestaat zooals God wil en zoolang God wil.

Dat is een objectieve waarheid, welke het verstand nog vatten kan, als het zich rekenschap geeft van de schepping, welke God in Zijn Woord leert. God roept de dingen in het aanzijn. Zijn Woord gaat uit en geeft aan de dingen aard en gestalte. Zoo is het leven een gegeven goed. Het schepsel is niet leven, maar heeft zijn leven als een gave en beschikking Gods. Zegt men dus de mensch is niets, dan heeft dit de beteekenis, dat de mensch in zich zelf niets is, geen levensgrond heeft.

Stel nu eens, dat dit wel zoo ware, zoodat het schepsel het leven in zich zelf had, dan ware het geheel op zichzelf aangewezen, maar had ook niets met God van doen. In den grond der zaak ware het dan ook geen schepsel, d.w.z. geen vrucht van de scheppende macht Gods. Dan ware het wat anders en onafhankelijk in zijn wezensgrond.

Sommigen hebben deze twee aspecten weer willen vereenigen in de voorstelling, dat het schepsel toch wel een bestand in zichzelf heeft, hoewel dit als zoodanig een schepping Gods zou zijn. Dan zou het dus een door God afgezonderde levensmogelijkheid en levenswerkelijkheid zijn met een zekeren duur.

Het scheppingswonder wordt ook zoo niet doorbroken, want van tweeën èèn. Of zulk een schepsel had op zichzelf een beperkte levensenergie meegekregen, welke van God onderscheiden en als zoodanig een zoo en zoo bepaalden bestaansvorm zou hebben, totdat de lamp uit gebrek aan olie uitging. Of — de Schepper zou daaraan hebben medegedeeld van Zijn eigen wezen, waardoor het een godheid op zich zelf en tevens van God onafhankelijk, althans Gode wezenlijk gelijk zou zijn. In zulk een voorstelling zou de Godheid verdeeld worden en onder de orde van het schepselmatige gezet, d.i. met het schepsel gelijk worden gemaakt.

De eerste onderstelling doet te kort aan de leer der Heilige Schrift, welke een voortdurende onderhouding en bemoeienis Gods met de geringste Zijner schepselen leert, terwijl de tweede onderstelling de wezensonderscheiding van God en schepsel opheft.

Doen wij echter recht aan de schepping, waarvan de Schrift gewaagt, dan is er geen schepsel, dat zich tegen Gods wil roeren of bewegen kan, maar God draagt naar Zijn voorzienigheid ook het geringste creatuur en onderhoudt het naar Zijn zorg en beschikking van oogenblik tot oogenblik.

Welnu, dan volgt daaruit, dat het schepsel, de mensch incluis, op zich zelf niets is en niets vermag, wijl ook alle innerlijke bewegingen en verborgen werkingen naar Zijn beschikking zijn of niet zijn. De mensch niets. God alles.

Deze kennis is een stuk openbaring en daarom een stuk des geloofs. Het geloof ziet het zoo, en spreekt in dien zin over de nietigheid van het schepsel, omdat het niet zichzelf leeft, noch zich zelf sterft.

Dit is echter slechts één zijde der waarheid. Zij verschijnt ook nog onder een ander aspect. Als het dan niets in zichzelf is, wat is het dan in zijn wijze van bestaan ? Ook deze zijde moet nader worden on­der het oog gezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een nietig schepsel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's