De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zefanja, de profeet van den dag des Heeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zefanja, de profeet van den dag des Heeren

13 minuten leestijd

De dag des Heeren.

Hoofdstuk 1 vs. 14—18

De dag des Heeren.

Reeds in de vorige artikelen wezen we op de groote plaats, die de prediking van den Dag des Heeren inneemt in de profetie van Zefanja. Hier ligt wel de kern van Zefanja's boek. Op dien dag, als de Heere gaat afrekenen met al Zijn vijanden, zal het recht onweerstaanbaar zijn loop hebben. Zal Israël dan veilig zijn, omdat het het uitverkoren volk is en trouw zijn voorgeschreven offers brengt ? Och, Israël heeft wel een uitzonderingspositie in de wereld. Hij heeft Jakob Zijn woorden bekend gemaakt en aan het volk van Israël Zijn rechten. Alzoo heeft Hij aan geen volk gedaan (Ps. 147 vs 19) en daarom zal ook de verantwoordelijkheid van dat volk zoo groot zijn. Als het volk in zijn groote massa den doodelijken dag verre stelt, dan wijst de profeet op een haastige voleinding voor alle inwoners dezes lands ^). De profeet beschrijft hier, hoe zwaar de dag des Heeren wel zijn zal. En toch is de Heere goed en geen onrecht is in Hem. De goedheid Gods zet zich door, ondanks alles wat zich daartegen verzet en ondanks allen, die de doorwerking van die goedheid zoeken te voorkomen. De dag des Heeren is een gerichtsdag over het ontrouwe volk. Meer dan de andere profeten wijst Zefanja op het universeele karakter van den dag des Heeren : het gaat om geheel de wereld, die de Heere met zich in het gericht betrekt. Het treft ons ook, dat de profeet niet zoozeer oproept tot bekeering ; maar de oordeelsaankondiging zelf is een roepstem des Heeren : Schik u om uwen God te ontmoeten!.

De verwoesting, het afbrekende, het zuiver negatieve kan het einde niet zijn. „Ondanks alle drukkende toorn en gerichtsdreiging mag de profeet laten hooren, dat in het gerichtshandelen de Heere naar het positieve doel heenstreeft, n.l. om zich een volk te scheppen, dat Hem als God erkent. Zulk een handelen Gods vindt geen grond in den mensch, maar eenig en alleen in God zelf" ") Heil in den weg van het gericht ! En dat alleen om Zijns grooten en heiligen Naams wille !

De dag des Heeren is nabij; hij is nabij en komt snel nader. Hoor! de dag des Heeren (dit is de bedoeling van: de stem van den dag des Heeren) dan schreeuwt zelfs de held het uit. (vs. 14). De dag des Heeren nabij: dat gaat rechtstreeks in tegen wat de mensch van nature meent; Gods molens malen langzaam zeggen we zoo gemakkelijk ; het goddelijk tempo is langzaam en er zit zoo weinig vaart in de dingen. Maar te veel risico neemt wie op grond daarvan den dag des Heeren verre stelt en speculeerende op het Goddelijke geduld onbekeerd en onbekommerd voortzondigt. De dag des Heeren is nabij: dat is de doorgaande prediking van de profeten en dat is ook de prediking van het N. Testament. Daarom moet gij biddende waken en wakende bidden." De menschen hebben lange voorbereiding noodig, als zij zich willen wreken, maar de Heere behoeft geen groote toerusting, omdat Zijn kracht voor Hem voldoende is om alle goddeloozen te dooden''. ^) Men liet de profeten maar praten en dat terwijl het Gods woord was, dat door de profeten verkondigd werd. De Heere spreekt in het woord van Zijn gezanten, en als dat niet baat, dan zal Hij in een andere taal gaan spreken, in de stem van den dag des Heeren en de menschen die eerst zwijgen zullen dan hun mond moeten opendoen, want zij zullen schreeuwen van angst. De dag des Heeren nabij: Zoo als de bliksem schijnt van het eene eind van den hemel tot het andere zóó zal de toekomst des Heeren zijn. En weet, dat zoo de Heere des huizes geweten had in welke nachtwaak de dief komen zoude, hij zoude gewaakt hebben en zoude zijn huis niet hebben laten doorgraven. Daarom zijt ook gij bereid, want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des menschen komen (Matth. 24 vs 43). Vergeet het niet, dat er Goddelijk tempo en hèmelsche vaart in de dingen zit: De dag des Heeren is nabij. Daarin zit wel Goddelijke lankmoedigheid en wonderlijk geduld, maar daar zit ook in de overrompeling van het rechtvaardig gericht, want de Heere handhaaft Zichzelf tegen alle goddeloosheid en ongerechtigheid in!

We vinden hier een opeenhooping van woorden om het gericht Gods te teekenen. De dag des Heeren zal zijta een dag van benauwdheid en angst, van verderf en verwoesting, een dag van duisternis en donkerheid. Het vleesch begeert geen andere rust dan die bestaat in het vergeten van God. Daarom dat geweldige woord hier tegen de zorgeloosheid van de menschen, die meenen dat zij zonder eenige moeite den weg der verzoening vinden, terwijl zij juist door hun hardnekkigheid God uitdagen en tarten om als een gewapend man tegen hen af te komen. Het gaat hier immers niet alleen tegen openbare goddeloozen maar ook tegen wie valschelijk achter offers meenen te kunnen wegschuilen. '^) Ik denk aan het woord van den Spreukendichter (1 vs 27 e.v.). Wanneer Uw vreeze komt als een verwoesting en Uw verderf aankomt als een wervelwind, wanneer u benauwdheid en angst overkomt, dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal ze niet antwoorden, zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden daarom, omdat zij de wetenschap hebben gehaat en de vreeze des Heeren niet hebben verkoren. De menschen hebben in den nood wel gebeden, maar het roepen uit de diepte kenden zij niet. De wereld zal kraken tot in haar voegen, als die groote en schrikkelijke dag des Heeren komen zal.

Nu sluit Gods doen het doen van den mensch niet uit; veeleer neemt de Heere, de opperste souverein de menschen in Zijn dienst. De schat van Zijn Woord vertrouwt Hij aan menschen toe, opdat zij dat woord alom zouden verkondigen en zoo mogen zij medewerkers Gods zijn. Zoo ook in het gericht: Kores is wanneer hij Babel ten val brengt Gods knecht. Ook de grooten der aarde zijn Gods handlangers. En als de dag des Heeren komt over Jerusalem, dan zullen ook menschen daar de hand in hebben, want een vijandelijk leger zal optrekken. Duidelijk blijkt zulks uit vs 16 : de dag des Heeren zal zijn een dag van bazuingeschal en krijgsgeschreeuw en dat tegen de versterkte steden en tegen de hooge tinnen. Dat hoorde men immers, als de vijand naderde, trompetgeschal en krijgsgeschreeuw. Een vijandelijk leger brengt den dag des Heeren ; maar de eigenlijke vijand is de Heere zelf. Hij komt tegen Zijn volk. Dat vinden we ook bij de andere profeten : Zij kondigen den dag des Heeren aan, omdat zij hem zien aankomen. In de dingen van den tijd zagen zij den Eeuwige en in de wisselende omstandigheden de verwezenlijking: van Gods Raad ®). Maar ongetwijfeld ligt in deze beschrijving meer dan een vijiandelijke aanval op Jerusalem. Het is er mee als met de beschrijving en aankondiging van Jerusalems val in. de dagen van den Heere Jezus. Diaar vallen de schaduwen van het groote gericht en daarbij wordt in één vlak geteekend, wat in werkelijkheid verre uiteenligt, maar toch onlosmakelijk bijeen behoort en onverbrekelijk met elkaar samenhangt." De dag des Heeren is in het bange heden, dat de ziel doet huiveren, maar ook in de verre toekomst, die geen oog kan bevatten."

Wanneer de Heere Jezus de groote benauwing teekent en over de verschijning van het teeken van den Zoon des menschen aan den hemel spreekt, dan is de nood, waarin de gemeente bij het gericht over Israël komen zal schaduw en profetie van den nood der laatste dagen. Zij schijnen ineen te vloeien, zooals voor den reiziger de verschillende bergketens der Alpen vlak achter elkaar zich schijnen te verheffen, doch in werkelijkheid ligt er een enorme breedte tusschen. Het ééne moment is als een schaduw van een volgende ").

De benauwing zal zoo groot zijn, dat de menschen als blinden naar de wand zullen tasten. Zooals het leger van Benhadad met blindheid geslagen werd en zich zoo gemakkelijk door den profeet naar Samaria laat leiden, (2 Kon. 6 vs 17), zoo zullen in paniek, geheel verblind, de menschen niet weten, waarheen zich te wenden in den grooten dag des Heeren en een gemakkelijke prooi zullen zijl zijn voor het nooit verzadigde zwaard van den vijand, die niemand spaart. Zij zullen een uitweg zoeken, maar dien niet vinden ^).

Het leven van den mensch zal nauwelijks meer geteld worden : het levensbloed zal geacht worden als het stof der straten *). Hierin ligt ook wel de gedachte : Zooals stof vertreden wordt, zoo zal het gaan met het levensbloed van den mensch in den dag des Heeren. Klaagt ook niet de psalmdichter, dat de vijand „hun bloed rondom Jerusalem als water vertreden heeft en daar was niemand, die ze begroef? " (Ps. 79 vs 3). Het leven was niet in tel; dat blijkt ook wel elders: in 2 Kon. (13 vs 7) wordt verhaald, hoe de koning van Syrië aan Joahaz geen volk had laten overblijven dan vijftig ruiters en tien wagens en tienduizend man voetvolk ; want de koning van Syrië had hen omgebracht en hen dorschende gemaakt als stof. Deze dreiging leest ge ook in het gericht over Edom : hun land zal doordronken zijn van bloed en hun stof zal van het smeer vet gemaakt worden (Jes. 34 vs 7).

Hun vleesch zal worden als drek (vs 17b). Als mest zullen hun doode lichamen op het veld liggen, spijze ook voor het gedierte des velds en voor de vogelen des hemels "). Zie Jer. 16 vs 4.

Waarom dat alles over hen komen zal ? Omdat zij tegen den Heere gezondigd hebben (vs 17 midden). Dat is dè oorzaak, waarom zij geen verlichting te verwachten hebben. De Israëlieten hebben den Heere veracht en Zijn dienst verzaakt. Welnu dan : schik u om uwen God te ontmoeten, want Zijn hand is uitgebreid. Alle gevoel van eigenwaarde van den Israëliet, alle valsche hoogmoed verwerpt de profeet. „Zij wilden geëerd zijn, terwijl God bij hen veracht was" ").

Als de dag des Heeren komt, dan zal de zondaar niet ontkomen. Hij is niet in tel. Wat andere waardeering van het levensbloed vinden we in den 72sten psalm (vs 14) : hun bloed zal dierbaar zijn in Zijne oogen!

Achter hun zware muren zullen zij niet veilig zijn. Maar ook hun rijkdom zal geen wal van bescherming: rondom hen leggen. Tegenover God staat een zondaar zonder eenige dekking : Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden ten dage der verbolgenheid des Heeren. (Zoo ook Ez. 7 vs 19). „De menschen", zoo zegt Calvijn raak, „willen met geld verzoend worden, want hun gierigheid verzacht hun wreedheid''. Maar bij den Heilige gaat dat niet. We behoeven hier geen toespeling te zien op den z.g.n. Scythenstorm, waarvan we in één der vorige artikelen schreven. In de oudheid kocht men menigmaal den vijand voor een flinke geldsom af. Als de profeet (Jes. 13 vs 17) de ondergang van Babel voorzegt, dan noemt hij ook dat afkoopen: Zie, Ik zal de Mediërs tegen hen verwekken, die het zilver niet zullen achten en aan het goud zullen zij geen lust hebben. Ook Hizkia koopt inname van Jerusalem met alles wat daaraan verbonden was af, als hij een boodschap naar Sanherib stuurt: wat gij mijl opleggen zult, zal ik betalen. En al geeft hij al het zilver uit zijn schathuis en al snijdt hij het goud van de deuren des tempels af straks slaat toch de trouwelooze Sanherib het beleg rondom Jerusalem.

Met zilver of goud koopt ge u niet vrij, zegt de profeet. Het is onmogelijk, dat men voor iemand de losprijs aan God betale ; geen losprijs is hoog genoeg (Ps. 49 vs 8, 9). Wat zal een mensch geven tot lossing van zijn ziel ? Waarmede zal ik den Heere tegenkomen? Dat is juist het groote wonder van Gods eeuwige ontferming: De Heere zelf kocht zijn gemeente los. Gij zijt duur gekocht, zoo roept de Apostel Paulus aan de Corinthiërs toe (1 Cor. 6 vs 20). Hij heeft Zijn gemeente verkregen door Zijn eigen bloed (Hand. 20 vs 28). Wandelt in vreeze den tijd uwer inwoning, wetende, dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen is overgeleverd, maar door het dierbaar bloed van Christus als van een onbevlekt en onbestraffelijk lam (1 Petr. 1 vs 19).

De dag des Heeren zal de dag zijn van de vuurproef. En wie zal het dan uithouden voor de hitte van het vuur van Gods heiligheid? Want wij vergaan door Uwen toorn en door Uwe grimmigheid worden wij verschrikt (Ps. 90 vs 7). Het diepste van Gods Wezen komt tegen de verbreking van Zijn ordinantiën in verzet. Niet alleen aan Jerusalem, maar aan de gansche aarde zal het vuur van de ijver des Heeren woeden, want de Heere zal een voleinding maken.

Dag van toorn, die 't al zal keeren welk een beving schokt de leden, Als de rechter komt geschreden, Scherpelijk in het gericht komt treden. Zit de rechter dan en richt. Komt wat schuil ging aan het licht, Geene schuld blijft onbeticht. Ach, wat zal ik arme klagen, Wien zal ik om bijstand vragen. Waar rechtvaardigen zelfs versagen ? Koninklijke Majesteit, Die om niets zondaars bevrijdt. Red mij uit barmhartigheid. Mijn gebeden, Heer, zijn baatloos. Maar ook Uw genade maatloos. Red van 't eeuwig vuur, mij raadloos.


1) De Statenvertaling heeft in hoofdst. i vs. 2 en 18 : alle inwoners dezes lands. Meestal vertaalt men : alle inwoners der aarde. (Zoo o.a. Ridderbos, Smit, enz.) wat dan wijst op de beteekenis van den dag des Heeren voor de gansche schepping.

2) Horst in Eissfeldts Handbuch A. Testament, Das Zwölfprofetenbuch s 188.

3) Calvijn, Praelectioenes in Sophoniam, a.l.

4) Hooge tinnen (vs 16) Sellin vertaalt burchten. Het waren de strategische punten van de muren ; daar waren ook de poorten en vandaar uit kon men het terrein naar twee kanten overzien. In 2 Kron. 26 vs. 15, - waar het gaat over Uzzia's legerorgstnisatie wordt ons verteld, hoe Uzzia in Jerusalem oorlogswerktuigen maakte, bedenking van kunstige werkmeesters om die te zetten op de torens en de hoeken (de tinnen) om met pijlen en groote steenen te schieten.

5) Ds Dijk, De dag des Heeren in Onder Eigen Vaandel, iste jaarg., pag. 23.

6) Van Leeuwen in Mattheus (Tekst en Uitleg), 3de druk, pag. 155.

7) Vergelijk Dt. 28 vers 28 en 29, Jes. 59 vs. 10.

8) Obbink (ook Sellin, Nowack e.a.) vertaalt : hun bloed wordt in het stof uitgestort.

9) Hun vleesch zal worden als drek (vs. 17). Deze vertaling is niet zeker. Daarom hebben anderen Nowack, Sellih) gedacht aan (levens-) sap. Obbink vertaalt : hun levenskracht wordt in het slijk uitgestort. Men zie Job 21 vs. 24. Meer voor de hand liggend lijkt het mij met Horst te vertalen : hun ingewanden. De bedoeling is duidelijk.

10") Calvijn, Praelectiones in Sophoniam.

11) Van het vuur van de ijver des Heeren spreekt ook Ez. 3 vs. 5 ; 38 vs. 9. Men zie ook Ps. 78 vs. 33 ; Hebr. 10 vs. 27, Openb. 6 vs. 16.

12) Dies irae, dies illa — zoo luidt in de vertaling van de Vulgata het begin van vs. 15. Dit zijn de aanvangswoorden van een middeleeuwsch kerklied over het laatste oordeel, waarschijnlijk door Thomas van Celano (1250) gemaakt. Eenige (vrij willekeurig gekozen) verzen laten we volgen in de vertaling die als ik mij niet vergis voorkomt in de Dogmatische brieven van de hand van Prof. G. v. d. Leeuw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zefanja, de profeet van den dag des Heeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's