De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk, School, Vereeniging

18 minuten leestijd

beroepingswerk e.d.

Nederlandsche Hervormde Kerk.

Drietal te Edam : Mr H. van Ewijck te Terwolde; K. Strijd te Oisterwijk en W. Chr. Smits te Wormer.

Beroepen te Spannum en Eden J. Hoogenkamp te Hindeloopen — te Poederooyen cand. W. de Bruyn te Ederveen — te Noorden cand. J. Zwijnenburg te Reeuwijk.

Aangenomen naar Woerden (vacature- De Lange) L. J. R. Kalmijn te Vollenhove — naar Poortugaal (toez.) H. van Ewijck te Terwolde — naar Kattendijke (Z.) C. E.. van Voorthuysen, voorg. Ned. Herv. Evang. te Dokkum.

Bedankt voor Kampen H. Schroten te Rotterdam-Charlois — voor Kamperland S. van Sinderen te Hoogmade.

Gereformeerde Kerken.

Tweetal te Velp : W. C. van den Brink te 's-Gravenzande en K. 't Hart te Oostwold (Oldambt).

Aangenomen naar Onnen (Gr.) cand. M. J. C. Blok, hulppred. te Maassluis — naar Ruinerwold-Koekange (2de pred. pi.) cand. C. Verspuij, hulppred. aldaar — naar Charlois-Rotterdam (3de pred. pl.) H. de Jong te Hoek van Holland.

Bedankt voor Mijdrecht J. A. van Arkel te Dieren.

Christelijke Gereformeerde Kerk.

Tweetal te Werkendam : J. van Doorn te Ouderkerk a/d Amstel en E. du Marchie van Voorthuyzen te Urk.

Bedankt voor Zwolle C. Smits te Sliedrecht.

Hulppredikers voor Utrecht.

Aangezien verschillende wijken te groot zijn om door één predikant te kunnen worden bearbeid, overweegt de kerkeraad der Ned. Herv. gemeente te Utrecht het aanstellen van een aantal hulppredikers voor deze wijken.

Afscheid, bevestiging en intrede.

Naar wij vernemen, is het afscheid van Ds E. R. Damsté van de Ned. Herv. gemeente van Sluipwijk, inplaats van op Zondag 8 Juni a.s., nader bepaald op Zondag 15 Juni. De bevestiging en intrede te Stavenisse blijven bepaald op Zondag 22 Juni daarop volgende. Als bevestiger zal optreden Ds J. Batelaan van Tholen.

Harderwijk. Pinkster-Zondag nam Ds B. N. B. Bouthoorn afscheid van onze gemeente. Als tekst was gekozen 2 Cor. 13 vers 13, de Apostolische zegenbede, die Paulus aan de gemeente van Corinthe toebidt. Een bekend Fransch spreekwoord zegt: Scheiden is een weinig sterven. Ook ik voel — aldus spreker — thans de waarheid van deze woorden, want ik moet hier veel achterlaten, wat mij lief geworden is. Spreker heeft ook liefde van de gemeente mogen ontvangen, al moest hij ook meermalen de verkeerdheden, die in de gemeente heerschen, in het licht stellen. Als voorbeeld noemde hij de buitenkerkelijke jeugddiensten, welke zelfs op den zelfden morgen ook werden gehouden.

Wanneer hij soms scherp was geweest in het bestraffen en vermanen van jong en oud, dan was 't alleen geweest, omdat de liefde tot de gemeente hem daartoe drong. Door deze liefde gedreven, wilde hij thans in dit uur van afscheid de gemeente deze zegenbede ontvouwen met de smeeking in de ziel, dat de Heere deze bede wilde verhooren en de gemeente zoo al de troost en de kracht zou leeren kennen, die in deze Apostolische zegenbede besloten ligt.

De dienst werd besloten met de gebruikelijke toespraken.

Namens de gemeente sprak Ds Van Mastrigt plichtmatig een kort dankwoord voor het werk, door Ds Bouthoorn verricht.

Van de gelegenheid om met een handdruk van Ds en mevr. Bouthoorn in de consistoriekamer afscheid te nemen, werd door zeer velen gebruik gemaakt. In de ruim 5-jarige periode van zijn verblijf bleek het noodig het aantal zitplaatsen uit te breiden. Spoedig na zijn komst richtte Ds B. een Kerkbode op, die hij al die jaren vrijwel alleen verzorgde en welke practisch door de geheele gemeente gelezen wordt. De opbrengst der collecten vermeerderde in deze periode merkbaar. Voor het eerst sinds menschenheugenis ontving de gemeente weer systematisch huisbezoek. De prediking van Ds B. was boeiend en principieel, het was altijd een lust naar zijn degelijk bestudeerde predikaties te luisteren. In de behandeling van de Ned. Geloofsbelijdenis in de avonddiensten toonde hij zich een kenner en uitlegger der Gereformeerde beginselen. Dat dit hem ook vijandschap bezorgde, zal niemand verwon­deren. De catechisanten volgden met zeer veel ambitie zijn lessen en zelfs na 't doen van belijdenis bleven ze zijn lessen gaarne volgen. Het behoeft dan ook niet te verwonderen, dat het principieele deel der gemeente hem slechts noode zag vertrekken. De afdeeling van den Geref. Bond verliest in hem een medelevend eere-voorzitter. Thans vat hij echter weder in een ander deel van des Heeren wijngaard den herdersstaf op. De Heere verleene hem de genade om met zijn rijke gaven tot in lengte van jaren met groote kracht te blijven getuigen van de genade des Heeren Jezus Christus, de liefde Gods en de gemeenschap des Heiligen Geestes.

Confessioneele Vereeniging.

Het Hoofdbestuur van de Confessioneele Vereeniging zal in de maand September a.s. wederom de gelegenheid open stellen tot het afleggen van het, examen van Godsdienstonderwijzer der Confessioneele Vereeniging. Zij, die aan dit examen zich wenschen te onderwerpen, moeten zich daarvoor voor Vrijdag 20 Juni a.s. schriftelijk melden bij den secretaris der Vereeniging, Ds H. G. Groenewoud, Ned. Herv. pred. te Wageningen.

Theologische Hoogeschooldag.

De Schooldag van de Theologische Hoogeschool te Kampen, die ditmaal voor het eerst buiten Kampen wordt gehouden, is bepaald op 19 Juni te Utrecht, in de Westerkerk, met een voorafgaande bidstond aan den avond van den 18den Juni. In de bidstond zal voorgaan Ds B. Holwerda, van Amersfoort.

De vergaderingen van den 19den Juni zullen staan onder leiding van Prof. Dr G. M. den Hartogh.

In de morgenvergadering zal na de opening en een toespraak van den rector. Prof. Dr K. Schilder, een rede worden gehouden door Prof. K. Dijk over „Actueele prediking".

In de middagvergadering zal Ds J. Overduin, van Arnhem, spreken over : „De plaats van de Christelijke hoop in de prediking" en Prof. Dr J. H. Bavinck over: „Zending en Theologie".

Giften en legaten.

De Ned. Herv. gemeente te Papendrecht ontving een legaat van f 500.— van wijlen mej. T. de Heer, aldaar.

Het Opvoedingsgesticht der Ned. Herv. Kerk, „Valkenheide'' te Maarsbergen, werd verblijd met twee legaten van ƒ l000.—.

Wijlen de heer G. van Herk, te Ouderkerk aan den IJssel, vermaakte aan de Ned. Herv. gemeente aldaar een legaat van ƒ 3000.—.

De Afdeeling Apeldoorn vraagt:

Welke predikant of godsdienstonderwijzen, die zijn vacantie in Apeldoorn of omgeving doorbrengt, is genegen tegen een kleine vergoeding één of meer spreekbeurten te vervullen voor onze afdeeling?

Onze diensten worden gehouden in de week 's avonds of Zondagsmiddags.

Spoedige opgave bij den secretaris : H. van Laar Jr., Tuinstraat 13, Apeldoorn.

Ned. Hervormde Gemeente van Maassluis

De Kerkvoogdij der Ned. Herv. Gem. te Maassluis heeft ten geschenke ontvangen twee portretten van vroegere Maassluissche predikanten, n.l. van Ds Aegidius Francken, die van 29 Oct. 1713 tot aan zijn overlijden op 16 April 1743 aldaar predikant is geweest, en van Ds Philippus Jacobus Resler, die van 7 Oct. 1802 tot aan zijn overlijden op Kerstmis 1827 deze gemeente heeft gediend. De eerste heeft o.m. op 4 Dec. 1732 op den 90sten verjaardag van Govert van Wijn het door hem geschonken orgel in de Groote Kerk ingewij: d met een predikatie over Psalm 150 vers 3—6.  Ds Resler was in Maassluis een buitengewoon gezien voorganger.

De Kerkvoogdij is nu in 't bezit van 30 portretten van de 72 voorgangers, wier namen op de naamlijst van predikanten in de consistoriekamer voorkomen.

Vereeniging van Kerkvoogdijen. De algemeene vergadering.

De jaarlijksche algemeene vergadering van de Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Ned. Hervormde Kerk zal, naar wij vernemen, Donderdag 19 Juni a.s. te Utrecht onder presidium van het Tweede Kamerlid den heer J. A. Bakker, van Menaldum, gehouden worden. De vergadering zal geheel een huishoudelijk karakter dragen.

Het aantal aangesloten Kerkvoogdijen bedraagt thans 942.

Verband der Gereformeerde Evangelisatiecommissies. Bespreking van verschillende onderwerpen.

Het referaat van Prof. Dr J. H. Bavinck. In de bespreking op het referaat van Ds D. Ringnalda over „Kansen voor bet Evangelie", bleek dat verschillende aanwezigen de vraag over de schuld der Kerk iets anders meenden te zien dan spreker. Zij legden nadruk op de schuld der wereld en wilden dat ook beklemtoond zien tegenover de wereld in het evangelisatiewerk. Juist door het aanheffen en in practijk trachten te brengen van humanistische leuzen, en de kreet om vrijheid, gelijklieid en broederschap e.d., is de ellende en de machteloosheid der wereld duidelijk.

Verder werd nog gewezen op het tegenwoordig werk van de Centrale voor Werkloozenzorg in de grootere plaatsen, die door bezoek aan de gezinnen van hen, die langen tijd elders moeten vertoeven voor te verrichten werk, de achtergebleven vrouwen op alle manieren trachten heen te helpen door hun moeilijkheden. Vooral in kleinere plaatsen, waar de Centrale nog niet werkt, ligt op dit terrein een prachtige taak voor de Evangelisatiearbeid.

Na de huishoudelijke vergadering, waarin de beide aftredende bestuursleden Ds J. R. Goris als secretaris en de heer W. J. van Onck werden herkozen, waarna o.a. uitvoerig werd gesproken over de goed in gang zijnde „Bijbelactie" en over de positie van den Candidaat in het Evangelisatiewerk, trad Dr P. Kunst op met zijn referaat „Hoe werkt de Evangelisatiecommissie ? "

Prof. Dr. J. H. Bavinck sprak over:

„Evangelisatie en methodisme".

Het is te constateeren, aldus spreker, dat de orthodoxe kringen over het algemeen zoo weinig hebben gevoeld voor het werk van Zending en Evangelie. Toch is het de imeest natuurlijke functie der Kerk : ze is er om te evangeliseeren. De Kerk, die gebouwd is op het fundament van apostelen en profeten, houdt dat profetische en apostolische, moet getuigen tegen het verkeerde, maar ook de menschen trekken tot het Evangelie.

Spreker stelt de vraag : wat is de Gereformeerde Evangelisatiemethode ? Het is een komen met het Evangelie tot concrete, zondige menschen, als van Christus gezonden. Dit is de eerste regel, die spreker wil stellen. Als tweede stelt spreker, dat God reeds een gesprek met den mensch begon, met wien de evangelisatie in contact komt en dat door dat contact een nieuwe periode in het leven van dien mensch intreedt. God spreekt op velerlei wijze tot den mensch, b.v. door algemeene openbaring en door bepaalde tijdsomstandigheden; deze kan verschillende houding daartegenover aannemen en vele bezwaren inbrengen van allerlei aard. Met het contact komt het gesprek in een beslissend stadium : 't groote ja, of 't besliste neen.

In de derde plaats is het noodig, wil 't contact vruchtbaar zijn, dat het contact aanknoopt bij wat God tot dien mensch zeide, zooals Paulus dat b.v. deed in Lystre en Athene. Verder moet aangeknoopt worden bij de problematiek van het leven van dien mensch. Jezus geeft hier zelf het voorbeeld in Zijn antwoord op de vraag van den rijken jongeling. Op diens vraag : wat moet ik doen ? , vraagt Jezus van hem ook de daad. Zoo geeft ook vooral onze tijd zoo geweldig veel gelegenheid bij de omstandigheden en de nooden der menschen direct aan te knoopen.

In de vierde plaats moet de prediking in de evangelisatie bepaald door twee factoren, de radicale inhoud van de boodschap (het volle Woord van God moet gebracht), en het karakter van den persoon, tot wien het evangelie komt. 't Is onjuist, de psychologische factor te verwaarloozen, of te laag aan te slaan, 't Is eisch der liefde en overeenkomstig Gods Woord. Paulus in zijn Areopagusrede past die eisch ten volle toe.

In de vijfde plaats brengt deze tweevoudige bepaaldheid mee, dat Christus en Zijn werk altijd in het middelpunt staan en dat elk middel moet aangegrepen om de boodschap voor de hoorders grijpbaar en actueel te maken. Voor dit laatste is soms ook meedeelen van eigen ervaring geoorloofd en verhelderend.

Tenslotte wil spreker, dat de prediking der evangelisatie theologisch is en psychologisch, zoó, dat het laatste door het eerste doorbroken wordt. Gods eisch, Gods straf moeten in het middelpunt, terwijl daartegenover de mensch aan zich zelf moet ontdekt worden in zijn zelfzucht en het verband tusschen karakterzonde en levensleed duidelijk gemaakt.

Komend tot de verschillen tusschen Gereformeerde en methodistische methode, zegt spreker, dat de Gereformeerde methode theologisch is, dat sluit de psychologie niet uit, maar juist in. Ze is tegelijk totalitair en partieel. Christus is één, men kan nooit een brokje van de waarheid hebben. In bepaalde omstandigheden kan een bepaalde waarheid naar voren gebracht worden, waardoor de mensch tot het geheel komt. Ze brengt Gods Woord als het levende Woord, dat zich in de verwrongenheid van het leven als werkelijkheid bewijst.

In de uitgebreide bespreking, die op het referaat volgde, merkte Prof. Bavinck o.a. nog op, dat door onze eigen schuld de prediking van het oordeel, de dreiging van de hel veel te weinig plaats heeft in de prediking der evangelisatie. De indruk van het oordeel is te veel bij ons zelf vervaagd, waardoor ook de spanning tot evangeliseeren zoo verslapt is.

Verder verklaarde spreker zich tegen 't vertellen van eigen ervaringen in samenkomsten ; slechts in persoonlijke gesprekken kunnen ze goed doen, indien dan zeer sober gehouden.

Inzake de positie van het Kruis in de prediking, wijst spreker op de methode van Paulus die eerst via andere waarheden tot de centrale plaats komt, die het Kruis in zijn prediking inneemt.

Tenslotte legt spreker er nog de nadruk op, dat onze methode lijdt aan te groote algemeenheid. Veel meer moet het element van actie tot zijn recht komen, te weinig wordt met aandrang het „doe het nu !" naar voren gebracht.

Nadat in de middagvergadering Dr P. Kunst een aantal vragen op zijn referaat beantwoord had, heeft Ds Laarman een kort slotwoord gesproken.

Tenslotte bracht Ds J. R. Goris, die bij ontstentenis van den voorzitter, Ds Hagen, de conferentie leidde, dank aan de verschillende sprekers en de regelingscommissie, door wier omvangrijk werk deze conferentie mogelijk geworden is. Hiermede was het einde van de conferentie aangebroken.

Gerestaureerde kerk te Heemstede.

De eeuwenoude Ned. Hervormde kerk te Heemstede, waaraan de namen van Nic. Beets en Prof. De Hartog onafscheidelijk verbonden zijn, heeft een stijlgevoelige reparatie ondergaan.

Ds G. A. Barger, thans te Heemstede, vertelt daar iets van in het Weekblad der Ned. Hervormde Kerk. Oorspronkelijk stond hier een kleine, èèn-beukige Gothische Kapel uit 1345, al spoedig tot parochiekerk verheven. Het beleg van Haarlem in 1573 werd oorzaak van de verwoesting van dit kerkje; alleen de muren, met name die van het koor, bleven gedeeltelijk staan en binnen deze ruimte bleef men begraven. Deze toestand werd bestendigd tot in 1620 Adriaan Pauw, ambachtsheer van Heemstede werd. Aan dezen lateren Raadpensionaris van Holland is de herbouw van de tot ruïne geworpen Kapel te danken. Op een der balken staat het feit vermeld, dat reeds in Juni 1622 de eerste godisdienstoefening binnen de ruïne werd gehouden onder grooten toeloop. In 1623 werd de herbouw aanbesteed en in den zomer van 1625 werd de tot nog toe éénbeukige kerk in gebruik genomen. Reeds vrij spoedig bleek de ruimte te klein. Men besloot tot het aanbrengen van een Noorderdwars-beuk, waarvoor wederom door een lid van het geslacht Pauw in 1652 den eersten steen gelegd werd „voor dit Noorder kruyspant tot vergrotinge dezer kerk".

Daarmede had de kerk een geheel gewijzigd grondplan gekregen.

In het oorspronkelijke koor, waar vroeger het altaar met eenige bij-altaren moet hebben gestaan, verrees een grafmonument voor de familie Pauw.

Thans is een op den liturgischen dienst gerichte restauratie voltooid. Men heeft met verwijdering van de bestaande „tuin", rond den kansel een breed podium gemaakt, dat aan de zijkanten gedeeltelijk is afgescheiden van de overige kerkruimte door een lage balustrade. Op dit podium hebben doopvont, avondmaalstafel met bekers en schalen en lezenaar met Statenbijbel, benevens een zetel voor den liturg hun vaste plaats. Zoo is een liturgisch centrum geschapen, waarop aller aandacht gericht is. Van hier wordt het Woord Gods gelezen en verkondigd, hierheen wordt het offer der gemeente gebracht, hier houden de ouders hun kinderen ten doop. Alleen de bediening van het H. Avondmaal kan op dit podium door gebrek aan voldoende ruimte niet plaats hebben. Daartoe wordt een tafel met 45 zitplaatsen in bovengenoemde dwarsbeuk, dus in de as van de kerk, aangericht.

Zoo heeft deze kerkrestauratie in het groote en in het kleine bijgedragen tot de bewustmaking van wat een kerkgebouw behoort te zijn. Dit alles komt den eeredienst in hooge mate ten goede. Het werkt mede aan wat de eeuwen-oude wijspreuk van deze kerk is, thans geschreven op de balk boven den kansel: „beati, qui habitant in domo tua; in saecula saeculorum laudabunt te!'' (Psalm 84 vers 5, Welgelukzalig, die in Uw huis wonen; zij prijzen U gestadiglijk).

Kerk en Zending. Eeredienst en Kerkbouw. Tentoonstelling en conferentie te Utrecht.

Zaterdag j.l. is in het Instituut van religieuze en kerkelijke kunst te Utrecht de Tentoonstelling voor Eeredienst en Kerkbouw geopend en onmiddellijk na de Pinksterdagen een conferentie over het hetzelfde onderwerp gehouden.

In de openingsrede van de door talrijke theologen en architecten bijgewoonde conferentie merkte de voorzitter Prof. Dr G. van der Leeuw op, dat op de tentoonstelling de groote verscheidenheid van oplossing van het probleem de aandacht trekt: verschil niet alleen van stijl, maar ook van wat men in den kerkbouw trachtte uit te drukken over de verhouding tusschen God en mensch. Over één ding zijn we het echter eens, n.l. dat de kerkbouw moet zijn de logische uitdrukking van de gedachte omtrent de Godsvereering in die kerk. Daaraan moet al het andere ondergeschikt zijn. Niets dus van overbodig ornament of, z.g. aesthetische franje. Alles moet dienstbaar zijn aan den dienst van God. Daarvan moeten alle lijnen in het kerkgebouw getuigen. Het ligt niet op den weg van het instituut om een dwingend normatief voor te schrijven.

Referaten over kerkbouw.

Vervolgens werden referaten gehouden door : Prof. J. N. Bakhuizen van den Brink, van Leiden, over den oud-christelijken eeredienst. In een scherp belijnd betoog werden de grondgedachten voor de Christelijke liturgie ontwikkeld uit de historie van de eerste eeuwen onzer jaartelling.

Dr M. Ozinga, hoofdcommies bij het rijksbureau voor monumentenzorg, over Protestantschen kerkbouw, zulks met projecties van foto's van den Protestantschen kerkbouw sinds de Reformatie voornamelijk in ons land.

Deze referent wees er op hoe sinds de Reformatie vooral in de Calvinistische landen de eeredienst en de kerkbouw versoberd en gespiritualiseerd werden, waarbij het accent geheel op de prediking kwam te vallen. Ook Voetius had in zijn tijd als eenige voorwaarde voor den kerkbouw gesteld, dat hij nuttig voor de gemeente moest zijn en dat de vorm verder onverschillig was. Men prefereerde in dien tijd den ovalen, ronden of achtkantigen stijl van kerkbouw.

Heel het Calvinisme had zoowel het altaar alsook alles wat nog zweemde naar den ouden r.k. vorm van liturgie, weggevaagd. Zoo had de Luthersche Kerk het altaar behouden, zoodat de Lutersche kerkbouw zich gesteld zag en nog steeds gesteld ziet voor het probleem, hoe altaar en kansel in het liturgisch centrum moet worden gesteld, wat tot de proeven der Zentralbau aanleiding gegeven heeft in den nieuwen tijd.

Hetzelfde onderwerp werd tenslotte ook behandeld door Dr P. J. W. van den Berg, Ned. Herv. pred. te Nijeveen.

De cardinale vraag bij een kerkgebouw is — zoo zeide spreker — of wij een preekkerk of een cultuurkerk bouwen. Men mag die twee deelen niet zoo in de kerk scheiden, dat men een apart deel als Predigtraum en een ander gedeelte als Kultraum afzondert. Beiden moeten zich in het liturgisch centrum vereenigd zien, maar de kansel zal centraal gesteld moeten worden, wijl het meest frequent in gebruik. Beide deelen van den eeredienst, dus ook het sacrament, moeten zichtbaar voor de geoneente zijn. De kerken zelf zai men bij voorkeur op een verhoogd terrein terzijde van het groote verkeersleven moeten bouwen, zoodat ze een goede afsluiting vormen van de stadsgedeelten, waar ze staan. Zoo zal men in aansluiting aan onze nationale traditie, in kerkbouw een eigen stijl en vormgeving moeten vinden.

Tenslotte heeft architect Boeyinga onder den titel „Kerkbouw en liturgie" een inleiding gehouden om zijn gedachten over de kerkinrichting nader te adstrueeren, gesteund door de richtlijnen, die Dr A. Kuyper Sr. in „Onze Eeredienst" getrokken heeft. In een interessant betoog, dat merkwaardig goed aansloot bij het referaat van Prof. Bakhuizen, ontwikkelde hij de Calvinistische opvattingen dienaangaande.

Hoewel de aesthetiek niet op den voorgrond moet staan, zal deze als vanzelf gediend zijn door een grondige studie eri een kunstzinnige oplossing van de eischen, die de liturgie in practischen en ideëelen zin stelt.

De Tentoonstelling.

Op de tentoonstelling, die over de beide zalen van het instituut is verdeeld, zijn verschillende nieuwere projecten voor kerkbouw op overzichtelijke wijze tentoongesteld. Daarbij is bijzonder de nadruk gelegd op de eischen, die de liturgie aan het Protestantsche kerkgebouw stelt.

In de voorbeelden van de na de reformatie gebouwde kerken is te zien, dat aan de liturgische eischen maar zeer weinig aandacht is geschonken.

Ook bij de inrichting van de kerkgebouwen, die vroeger bij de Roomschen in gebruik waren, was de aandacht meer gevestigd op het zitplaats bieden aan een zeker aantal kerkgangers, dan dat men die inrichting baseerde op de litutgische eischen, die de Protestantsche eeredienst stelde.

Zelfs in deze eeuw werd nog slechts van een enkele zijde eenige studie gemaakt van de kerkinrichting uit liturgische oogpunt en eerst in de twintiger jaren waren er enkele jongere architecten, speciaal in den Gereformeerden kring, die Dr Kuyper's

„Onze Eeredienst" als richtsnoer namen bij hun kerkprojecten.

Een enkel ontwerp, n.l. dat van architect Boeyinga voor de Gereformeerde kerk van Haarlem, geeft op deze tentoonstelling een voorbeeld hiervan, dat zeker nog met eenige andere aan te vullen ware geweest. In de laatste 15 jaar is in breeden kring belangstelling voor een goede kerkinrichting ontstaan en vooral aan den kunstzinnigen Amersfoortschen predikant Dr Miedema is het te danken, dat de studie van dit onderwerp intensief werd ter hand genomen.

Enkele conferenties, op zijn initiatief gehouden, hebben hiertoe in belangrijke mate bijgedragen.

Als gevolg van zijn arbeid is mede het „Instituut voor Religieuse Kunst" opgericht, welk instituut thans deze tentoonstelling heeft ingericht en de conferentie mogelijk maakte.

Het ligt in de bedoeling van het Instituut oim in den herfst de tentoonstelling ook in Rotterdam te houden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's