Wedergeboorte
Heeft wedergeboorte ook wat met de schepping te maken? Zooveel als verlossing met schepping te maken heeft. Er is een neiging om eenzijdig; bij de verlossing stil te staan. Daartoe dringt wellicht ook ihet gevoel van den nood der wereld. Dat doet ook de Schrift. Zij komt tot een wereld in nood. Zij komt met de boodschap des heils. Zijkomt ook met gericht over alle menschenwerk. Dit laatste behoort ook tot de veel gebruikte termen. Gods Woord beteekent gericht over den mensch en zijn werk.
Doch nu weer het aanknoopingspunt. Laat nu de ijverige verkondiger de wereld aangrijpen in haar nood, welke intusschen allereerst geestelijke nood is. Laat hij verkondigen, dat het Evangelie het gericht beteekent over den mensch en zijn werk. Waar is nu het aanknoopingspunt ?
De zieke komt om medicijn, doch die zich niet van zijn ziekte bewust is, vraagt geen geneesmiddel en zal het ook niet zonder meer tot zich nemen, indien het hem wordt geboden, tenzij dan onder het motto: baat het niet, het schaadt niet. Wie het evangelie predikt, komt met de boodschap der verlossing.Verlossing, waarvan? Het gericht over uw werken, ja, over uw persoon. Waarom ?
Indien het gezochte aanknoopingspunt zoo klare kennis van den nood der wereld in zich besloot, dat allen slechts één verlangen, één verwachting bezielde naar verlossing uit de diepgevoelde ellende van het menschenhart, dan had het gericht zijn werk reeds gedaan. Doch het is immers Gods Woord, dat komt met gericht. Zoo is het eigenlijk niet. Maar, waar Gods Woord gehoor vindt, wordt het gericht openbaar. Daar gaat Gods gericht spreken. Het gericht is alzoo een stuk evangelieverkondiging. Evangelie is eerst gericht, omdat het is boodschap der heils. Wet en Evangelie, Oude en Nieuwe Testament, mogen niet worden losgemaakt.
Het aanknoopingspunt ligt in het werk der wet in de harten, opdat zij geen verontschuldiging vinden. En waar verontschuldiging wordt gezocht, moet een aanklacht wezen. De aanklacht maakt het geweten wakker. De verontschuldiging begint en begint het schuldgevoel te bedekken, omdat het werkzaam wordt. Het werk der wet gaat zich roeren. Gods Woord grijpt aan bij Gods werk in de harten.
Verlossing en schepping staan niet los van elkander. De mensch heeft zich te verantwoorden tegenover zijn Schepper en zijn schepping. Het is geen noodeloos en nutteloos aanhangsel der prediking om den mensch bij zijn schepping te bepalen. Zonder dit kan hij zijn schuld noch zijn nood in hun geestelijke diepte en beteekenis zien. Men kan den mensch niet zeggen: gij bestaat nu eenmaal als een ellendig schepsel, maar God heeft een betere toekomst voor u weggelegd. Hij zou terecht kunnen vragen, waarom heeft God mij dan zoo ellendig gemaakt en welke is de zekerheid, dat Hij mij een betere toekomst bereiden zal, als ik geloof, wat gij predikt.
Geheel anders wordt het, als men met den Catechismus zegt: God heeft den mensch goed en naar Zijn beeld geschapen, maar hij heeft zich van die gaven beroofd. Als dat niet waar is, kan het nooit weerklank vinden in het geweten. En als dat geen feit is, is het gevoel van schuld en verantwoordelijkheid een onverklaarbaar probleem, ook de schuld en verantwoordelijkheid van den eenen mensch jegens den anderen.
Men kan er ook niet mede uit, dat dit dingen zijn, waarvan wij menschen niets kunnen weten, want bier gaat het nu juist om de openbaring, welke niet alleen kennis van God, maar ook van den mensch schenkt. De leer der schepping kan dus maar niet voor een stuk verouderde theologie worden gehouden. Zij, is een stuk Evangelieverkondiging, zonder welke het Evangelie geen Evangelie kan zijn. De apostel Paulus wijst daarop ook in zijn rede op den Areopagus en komt van daaruit op het gericht en de opstanding.
Opstanding, levensvemieuwing, is Evangelie voor een wereld, die van haar Schepper is afgeweken, omdat dezelfde God, die haar schiep, en den mensch rechtvaardig veroordeelde, een nieuwen en verschen weg ten leven opent.
Een Evangelie zonder de leer der schepping kan geen Evangelie der wedergeboorte zijn, omdat de noodzakelijkheid daarvan op den achtergrond geraakt. Zulk een Evangelie vindt geen aansluiting in ons bestaan als zondaren tegen God. Doch de mensch, die goed en naar Gods beeld geschapen werd en tegen zijn Maker zondigde, zal geen dageraad hebben, tenzij hij Christus volgt in de wedergeboorte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's