De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk, School, Vereeniging

18 minuten leestijd

beroepingswerk e.d.

Nederlandsche Hervormde Kerk.

Drietal te 's-Gravenhage (vac. wijlen Dr H. Schokking) Fred. J. Broeyer te Katwijk aan Zee ; G. van Veldhuizen te Rotterdam (Kralingen) en H. W. van Waardenburg te Meppel.

Beroepen te Noorden cand. J. Zwijnenburg te Reeuwijk (Verb, ber.) — te Herkingen J. Zwijnenburg, cand. te Reewijk

Aangenomen naar Wagenborgen G. P. Krammer, cand. en hulppred. te Assen — naar Giessen-Nieuwkerk P. Moerenhout, cand. te Utrecht — naar Noorden cand. J. Zwijnenburg, die bedankt heeft voor Brakel (toez.), Aalst en Herkingen.

Bedankt voor Huissen (Geld.) J. H. Ch. Israels te Zoelen (Geld.).

Gereformeerde Kerken.

Tweetal te Leeuwarden (5de pred. pl.) : H. van Andel te Soest en Dr N. H. Ridderbos te 2e Exloërmond.

Beroepen te Haren (2de prd. plaats) B. Timmer te Wagenborgen — te Velp K. 't Hart te Oostwold (Oldambt) — te Zetten J. H. Teerink, cand. te Ermelo — te Doetinchem cand. J. T. Meesters, hulppr. aldaar.

Aangenomen naar 's-Gravenzande (2de pred. plaats) D. W. van der Laan te Sleen (Dr.) — naar 's-Gravenhage-West (6e pred. plaats) J. C. J. Kuiper te Arnhem — naar Doetinchem J. T. Meesters, cand. en hulppred. aldaar.

Bedankt voor Drachten (vae. Staal) Chr. W. J. Teeuwen te Heerde.

Christelijke Gereformeerde Kerk.

Tweetal te 's-Gravenhage{Oost) : J. C. Maris te Sneek en C. van der Zaal, emer. pred. te Den Haag.

Beroepen te Werkendam E. du Marchie van Voorthuysen te Urk.

Aangenomen naar Oud-Beijerland J. C. Maris te Sneek.

Bedankt voor Oosterbeek E. du Marchie van Voorthuysen te Urk.

Hulpprediker.

Tot hulpprediker bij: de Ned. Herv. gemeente te Oost- en West-Souburg is benoemd cand. H. Roest te Wageningen.

Godsdienstonderwijzer.

De Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente tan Monnikendam heeft tot godsdienstonderwijzer aangesteld den heer C. Hegeman van Noordwijk aan Zee.

Beroepingswerk te 's-Gravenhage.

Nu ook Ds J. J. Poldervaart te Vriezenveen heeft bedankt voor een beroep naar de Ned. Herv. Gemeente te 's-Gravenhage heeft deze gemeente op vijf beroepen vijf bedankjes ontvangen.

Eerst bedankte Ds G. Gerbrandy te Leeuwarden voor een op hem uitgebracht beroep in de vac. die ontstond door het overlijden van Ds A. B. te Winkel. Voor een later op hem uitgebracht tweede beroep, ditmaal in de vac. ontstaan door het emeritaat van wijlen Dr H. Schokking, bedankte laij eveneens. De predikanten Ds A. Dönszelmann te Amersfoort en Ds J. J. Poldervaart te Vriezenveen hebben beiden eveneens voor een beroep in de vac. Schokking bedankt, terwijl Ds J. v. Woerden te Middelburg het op hem in de vac. ontstaan door het emeritaat van Ds K. H. E. Gravemeyer, die secretaris van de algemeene synode werd, uitgebracht beroep eveneens niet aannam.

Hoewel de Haagsche Herv. gemeente altijd wel eens een teleurstelling ondervond bij haar beroepingswerk is het in haar geschiedenis toch vrijwel onbekend dat zij in één vacature drie bedankjes ontving. Gaan wij in de geschiedenis dezer gemeente terug dan zien wij dat in 1626, 1631 en 1815 in een bepaalde vacature tot tweemaal toe een bedankje werd ontvangen. In 1676 werd in een vacature net als nu in de vac. Schokking tot driemaal toe een bedankje ontvangen, maar daarna werd het vierde beroep toch met gewenschten uitslag bekroond.

Ned. Herv. Gemeente van Haarlem. Meer contact tusschen kerkeraad en gemeente.

In het verslag van de vergadering van den Algemeenen Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente van Haarlem, opgenomen in „Haarl. Predikbeurtenblad'', lezen wij het volgende:

„De aandacht wordt gevestigd op meer contact van kerkeraad en gemeente, dat blijkbaar — gewezen wordt o.a. op de geringe belangstelling der gemeente bij de bevestiging van ouderlingen en diakenen — zeer zwak is. In samenhang hiermede komen de diensten in de Groote Kerk, vooral des avonds ter sprake. De opkomst is niet zelden bedroevend. Een en ander zal nader worden overwogen."

Ds H. C. Valeton.

Naar het dagblad Tub. verneemt, heeft de Alg. Synode der Ned. Herv. Kerk de uitspraak van het Prov. Kerkbestuur van Gelderland van 27 Dec. 1940, waarbij Ds H. C. Valeton, Ned. Herv. predikant te Velp, uit zijn ambt werd ontzet, nietig verklaard. In de plaats daarvan heeft zij Ds Valeton voor het tijdvak van een jaar in de waarneming van zijn ambt geschorst. Ds Valeton heeft het Prov. Kerkbestuur van Gelderland verzocht, zijn ontslag als predikant van de Ned. Herv. Gem. van Velp te willen verleenen.

Blijven zitten bij bidden.

Wij lezen in Hervormd Nederland: „De kerkeraad der Ned. Hervormde gemeente te Heerlen besloot, dat tijdens het gebed in den eeredienst allen blijven zitten. De kerkeraad had zich afgevraagd waarom het voor mannen eerbiedig is te gaan staan, als de vrouwen blijven zitten.. Z.i. waren er drie redenen om allen te blijven zitten : 1. het verschil in houding tusschen mannen en vrouwen is niet te verdedigen; 2. het rumoer van de opstaande mannen maakt de oogenblikken vóór het gebed allerminst plechtig ; 3. eerbiedig zitten duidt op meer ootmoed en afhankelijkheid dan staan.

Wij herinneren er in verband aan, dat in de kapel te Woudschoten gelegenheid is tijdens het gebed te knielen.

Geref. Zendingsbond.

Naar wij vernemen zal de 34e Zendingsdag van den Geref. Zendingsbond op Donderdag 7 Augustus a.s. te Rijsenburg worden gehouden. Het gemeentebestuur van Driebergen-Rijsenburg heeft ook dit jaar terrein aan den Bond voor dezen Zendingsdag afgestaan.

Godsdienstonderwijzer.

Na examen is door het Classicaal Bestuur van Den Haag de akte Godsdienstonderwijzer uitgereikt aan den heer Jac. Verboom, Antheunisstraat 35, Den Haag,

Conferentie Kerkherstel.

In de zeer druk bezochte conferentie van Kerkherstel te Doorn volgde op het referaat van Prof. Dr Th. L. Haitjema een zeer geanimeerde discussie.

Ds Hoekert maakt allereerst opmerkingen over het gesprek tusschen rechtzinnigen en vrijzinnigen. Ds Wolfensberger merkt op, dat het „vol verantwoordelijk spreken" altijd ideaal blijft en nooit volle werkelijkheid wordt. Ds v. d. Heil meent, dat de stem der Synode toch wel weerklank kan vinden in bepaalde gemeenten of Classes, ook al zijn de Classicale en Provinciale besturen niet ten volle „contactraden". Ds Pop is van oordeel, dat ook langs den weg, door de Synode sinds 1940 gevolgd, iets bereikt kan worden.  Verder wijst hij er op, dat elk kerkelijk spreken tucht veronderstelt, maar dan tucht niet alleen op de vrijzinnigen, maar ook op de rechtzinnigen. Ds Brouwer rekent ook met de mogelijkheid, dat thans iets wordt bereikt van datgene wat de reorganisatiebeweging in 1938 niet heeft kunnen bereiken. Ds Henkels meent, dat de verschillende synodale boodschappen de gemeenten in den waan zouden kunnen brengen, dat het met onze Kerk al in orde is.  De heer R. merkt op, dat het een verkeerden indruk maakt, wanneer de eene predikant de synodale boodschappen wèl en de andere niet voorleest. Ds v. d. Hoeven betwijfelt dat de Synode ,,een administratief lichaam", het recht heeft tot de Kerk te spreken. 

De referent beantwoordde op heldere wijze en  principieel de gemaakte opmerkingen.  In de avondvergadering volgde een gedachtenwisseling op het referaat van Dr R. B. Evenhuis.

Speciaal wordt de aandacht gevestigd op het lot der kleine gemeenten, die in de voorstellen over de rechtspositie en de bezoldiging der predikanten ernstig schijnen te worden bedreigd. De kleine gemeenten zullen steeds een moeilijkheid blijven. Wanneer men de oplossing van de moeilijkheden maar niet te eenzijdig ziet als een commercieele aangelegenheid, waardoor deze voorstellen zouden worden een bijdrage tot de secularisatie der Kerk. Ernstige critiek is gehoord over het feit, dat een combinatie van gemeenten tot stand zal kunhen komen, wanneer het verzoek daartoe gedaan werd door een kerkeraad of kerkvoogdij. Dit kan worden ondervangen door het woordje „of"door „en" te vervangen". Anderen wijzen er op, dat combinatie van kleine gemeenten ook heilzaam kan zijn, omdat zij daardoor uit hun geestelijk isolement worden gehaald. Opgemerkt wordt, dat wij niet kunnen volstaan met negatieve critiek, waarop door den inleider wordt opgemerkt, dat dit complex van voorstellen feitelijk pas dan vruchtbaar aan de orde kan worden gesteld, wanneer 't geheele beheersprobleem wordt opgelost. Hij meent daarom, dat de kerkelijke bespreking over deze reglementenbundel beter tot zoolang kan worden opgeschort. 

Lustrum Utrechtsche Universiteit

Bescheiden van 16—25 dezer herdacht. In verband met de bijzondere tijdsomstandigheden zal de herdenking van de stichting van de Utrechtsche Universiteit dit jaar niet op de grootsche wijze worden gevierd, als dit tot nu toe bij ieder lustrum gewoonte is geweest. Het heugelijk feit zal ditmaal op bescheiden wijze worden herdacht , zonder uitbundige feesten, maskerades, recepties en andere feestelijkheden. Deze zijn van het gebruikelijke programma verdwenen; slechts heeft men gemeend de plichten te moeten vervullen, die men ten aanzien van de Utrechtsche burgerij heeft. 

Kerkvoogdij en Gemeenteopbouw

Het maandblad van de Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Nederl. Hervormde Kerk schrijft :  „Het is ons bekend, dat bij de besprekingen, welke over dit onderwerp reeds plaats gevonden hebben in onderscheidene gemeenten en die ingeleid zijn door de betrokken predikanten, welke daartoe de opdracht kregen van het bestuur der Kerk, niet enkel de kerkeraden, doch ook de kerkvoogdijen aanwezig waren. O. i. behoort,  waar het gaat om „Gemeenteopbouw", dit ook zoo te zijn. Immers ook de kerkvoogdijen hebben met de opbouw der gemeente te maken. Niet alleen, dat deze vóór de daartoe noodige financiën hebben te zorgen, doch tevens, omdat zij een arbeidsterrein in het midden der gemeente bestrijken, waarbij de jonge menschen waardevolle afbeidskrachten kunnen zijn. Wij denken hier o.m.ook aan het geld der kerk. 't Jeugdvraagstuk is evenwel slechts een, zij het zeer belangrijk deel van de kerkelijke vraagstukken, dat zeer nauw is verbonden met de gemeenteopbouw, want daarmede hangt veel meer samen ; ook de samenwerking tusschen bestuur en beheer, en hoe en op welke wijze deze effectief gemaakt kan worden.  De gemeenteopbouw is van een zoodaliige beteekenis en draagwijdte dat we deze echter onmogelijk volledig onder deze rubriek kunnen behandelen.  Hoofdzaak is voor ons, om ditmaal slechts aan te toonen, hoe noodzakelijk 't is, wanneeir dit belangrijke onderwerp in de gemeenten aan.de orde wordt gesteld, dat ook de kerkvoogden in de behandeling daarvan betrokken worden. 

Wij betreuren het daarom te meer, dat aan de predikanten, die den plicht is opgelegd om met de in hun classis gelegen kerkelijke gemeenten besprekingen over de gemeenteopbouw te houdien, daartoe niet de opdracht is verstrekt. Wij zijn overtuigd, dat die predikanten, die voor het gestelde doel met beide kerkelijke instanties besprekingen hebben gevoerd, daarbij niet buiten hun boekje zijn gegaan.  Beter is het evenwel om wanneer in de toekomst door het bestuur der Kerk het noodig mocht worden geacht om zaken, rakende het kerkelijk leven in de plaatselijke gemeenten, aan de orde te stellen, waarbij ook de kerkvoogden betrokken kunnen zijn, alsdan de personen, die daartoe contact zullen moeten zoeken met de gemeente, speciaal op te dragen tot de daartoe noodige conferenties ook de kerkvoogden uit te noodigen.  O.i. is dit voor de eenheid in onze Kerk ook van belang". 

Inwendige Zending.

De conferentie voor Inwendige Zending, welke van 21—24 Juli op het kasteel Hemmen te Hemmen wordt gehouden, staat onder leiding van Ds J. C. Koningsbergen te Amsterdam. Het thema van deze confe rentie is: „Wat is het antwoord der Inwendige Zending op 't spreken der Kerk ? '' 't Programma vermeldt de volgende sprekers : Ds H. C. Touw te Leiden spreekt over: „Barmhartigheid levensbeginsel der Kerk" ; Ds A. van der Hoeven te Warnsveld over : , De worsteling der Inwendige Zending rondom den persoon van O. G. Heldring" ; de heer J. Haeck te Amsterdam over: „Hebben de opvoedkundige denkbeelden van Heldring en Wichern ons nog iets te zeggen ? " ; de heer H. W. Duyvendak te Haarlem over: „Het kerkelijk karakter der Inwendige Zending bij Wichern" ; dr. K. Brouwer te Oegstgeest over: „De jonge kenken en de Zending in Indië" en Ds K. O. Finkensieper te Zetten over : „Kerk en Inwendige Zending nu".

Kerk en Jeugd

In het Algemeen Weekblad voor Kerk en Christendom van 13 Juni schrijft Dr L. D. Ter laak Poot o.m.:  „Wat kan de Kerk doen om de jeugd weer te grijpen? Er zijn gewone en buitengewone middelen. De gewone (catechisatie en prediking) moeten in de perfectie aangewend worden: preek de oude boodschap met nieuw apparaat. Dezelfde boodschap brengend, zal men dit in het eene deel van het land anders moeten doen dan in het andere; in het eene deel der stad anders dan in het overige.  De Kerk moet in haar prediking lenig van geest blijven in den vorm van haar diensten. Ook in de soorten van diensten: leerdiensten, evangelisatiediensten, liturgisch rijker uitgebouwde diensten (altijd haar reformatorisch karakter activeerend), getuigenisdiensten (waarbij ook het proteetschap der geloovigen tot uiting komt), gebedsdiensten (b. v. op weekdagen). Avondmaalsdiensten en jeugddiensten. Als de Kerk een paar jeugddiensten instelt, waar bij voorkeur met de jongeren gerekend wordt, kan het ideaal, dat ouders en jongeren samen opgaan naar het Huis des Heeren, hierbij zeer goed worden verwerkelijkt; want ouderen worden hierbij niet geweerd, maar de dienst is ingesteld op de eigen en bijzondere vragen en nooden der jeugd. De ouderen leeren dan tevens wennen aan onmiddellijker taal in de kerk en aan de activeering der gemeente in de aanbidding en lofprijzing. 

Men onderschatte ook de „vischnetdiensten" niet, zooals sommige predikanten deze hielden, b.v. in bioscopen, om buitenkerkelijke jeugd te bereiken. Als Christus waarachtig Heer is in ons kerkelijk leven, dan is de liefde vindingrijk ; en dringt tot alle dingen. Een zeer belangrijke zaak is, dat de Kerk de jongeren moet achterna gaan in hun ontspanningsplaatsen buiten, door b.v. openluchtdiensten te organiseeren in het Gooi, op de Veluwe, aan het strand. Waar het de actie op het terrein van de eigenlijke ontspanningsport enz., betreft, zoeke men het niet in „christelijke" of kerkelijke voetbal- tennis- of andersoortige clubs, maar in de persoonlijke werfkracht door hun geloofshouding der individueele kerkleden, i.s. jongere kerkleden. Zoo aangevat, is de scholing van leekenarbeiders enz. van groote practische waarde". 

„Credo". 

Het Gereformeerde weekblad „Credo'', onder hoofdredactie van Prof. Dr V. Hepp te Amsterdam, is opgeheven. 

Bijzondere Jeugddiensten

Onlangs besloot de kerkeraad der Ned. Herv. gemeente te Veendam bijzondere kerkdiensten te houden, welke voornamelijk voor de jeugd bestemd waren. Thans heeft de kerkeraad der Ned. Herv. Gem. te Haarlem het bestuur der Federatie van Jong Hervormden aldaar opgedragen een aantal diensten met het thema „De Kerk in de branding" voor te bereiden. Deze diensten, welke in de Groote- of Sint Bavokerk worden gehouden, hebben op 15, 22 en 29 Juni plaats. In den eersten dienst, spraken Prof. Dr H. Kraemer te Leiden en Dr E. Emmen te Haarlem over het onderwerp : „Waarom nog Kerk? "; in den tweeden dienst spreken Prof. Dr G. van der Leeuw te Groningen en Ds I. P. van der Waal over „Waarom Christus in ons leven ? " en in den derden dienst spreken Dr K. H. Miskotte te Amsterdam en Ds G. J. Waardenburg te Haarlem over het thema : „Wat wij verwachten .mogen". 

Wat de Kerk noodig heeft

Het Kerkbeurtenblad voor Amsterdam en omgevinig van 6 Juni schrijft o.m.: „Zal een Kerk iets in de wereld kunnen zijn, dan heeft zij noodig haar theologen, dat zijn mannen, die zich voortdurend en telkens opnieuw rekenschap geven, in samenhang met den tijd en omstandigheden waarin zij leven, van haar geestelijk bezit, en die dit verwerken, en er de conclusies uit trekken naar deze of gene zijde, op de verschillende levensgebieden, ten opzichte van de vragen, die op een bepaald tijdstip en in verschillende kringen aan de orde zijn. Hoe samengestelder de tijd en de maatschappij is, waarin men leeft, hoe moeilijker dit zijn zal, maar aan den anderen kant, een Kerk, die niet op de hoogte is van haar tijd, is toch ook niets. 

Een Kerk heeft zeer noodig haar Organen, dit is, haar mannen, die het theologisch verwerkte gebruiken en die 't Woord spreken, het Woord des levens, het eeuwige Woord Gods in zijn absoluten zin, in zijn rijke verscheidenheid, in zijn veelzijdige toepassing, zooals de Kerk het verstaat en zooals het door hun eigen leven heengegaan is; mannen, die het weten te brengen onder het gehoor en tot de gewetens van alle, alle menschen. Ik geloof, dat als èn de noodzakelijkheid èn de ontzettende moeilijkheid daarvan meer werd gevoeld, heel veel dingen, wat de verhouding van Kerk en wereld betreft, en ook wat betreft het predikant-zijn in die wereld, vrij wat anders zou zijn dan zij vaak geweest zijn en zijn.  De kerken hebben noodig mannen en vrouwen van de practijk, die het grootgeld van het Evangelie voor het dagelijksche leven in kleine munt weten om te zetten; laat zij ze maar noemen, in één woord, al geeft dit volgens het aangenomen spraakgebruik niet alles wat ik er mee wil aanduiden : diakonen en diakonessen, mannen en vrouwen der In- en Uitwendige Zending, die misschien niet heel veel spreken, maar die doen: samaritanendiensten, neen, Heilandsdiensten, diensten van vertroosting en opbeuring, van redding en terugbrenging, van liefde. 

Iedere Kerk heeft haar krachtige, frissche, gezonde, levenslustige mannen en vrouwen noodig, die zich vrijelijk bewegen op de markt van het leven, in de fabrieken en werkplaatsen, op haar handelsterreinen en in het open veld, op de levensgebieden der wereld, in wetenschap en kunst; mannen en vrouwen, van zessen klaar, in niets onderdoende voor de z.g. „mensch van de wereld", maar gedragen door 't ééne groote besef, te staan op den eeuwigen bodem van Gods liefde en te kunnen roemen in Zijn gemeenschap. Daarvoor heeft men persoonlijk geen theologie noodig en behoeft men geen Evangelie-dienaar te zijn. Hoe meer zulke mannen en vrouwen een Kerk rijk is, hoe krachtiger zij staat en tot hoe grooteren zegen zij is". 

Vorming en kerkvoogden

Het maandblad der Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Nederl. Hervormde Kerk schrijft over de vorming van kerkvoogden :  „Hoe komen op den duur onze gemeenten aan op de hoogte zijnde Jcerkvoogden ? Want misschien voor sommigen onmerkbaar, maar in waarheid toch zeker, begint het kerkvoogdenwerk grootere eischen te stellen dan vroeger. De oorzaak daarvan ligt voornamelijk in het feit, dat de taak van den kerkvoogd, die vroeger zuiver plaatselijk was, is doorbroken en de kerkvoogd thans niet alleen voor de plaatselijke, maar óók voor de beheersbelangen van de geheele Kerk staat.  Hoe komt dat zoo ? Dat is in den grond van de zaak begonnen met het reglement op de predikantstractementen. Dit stelde den kerkvoogd voor het medewerken aan iets algemeens in de Kerk. Het plaatselijk beheerswerk werd hiermede doorbroken en de kerkvoogdij begint een rol te vervullen in een algemeen beheerswerk. 

Uit den aard der zaak lag de zorg voor het predikantstractement steeds op den weg der kerkvoogdij. De kerkeraad heeft daar nooit voor gezorgd, en dat behoefde ook niet. In de republiek was het de burgerlijke overheid, die voor de tractementen zorgde. In de 19de eeuw nam de kerkvoogdij die zorg waar. De practijk was daar op ingericht. Wanneer de predikant beroepen was en hij kwam „kijken", was één der onderdeden van zijn bezoek: „gaan praten met de kerkvoogden over het tractement".  Het reglement op de predikantstractementen heeft daarin die verandering gebracht, dat de kerkvoogd voortaan voor een belangrijk onderdeel van het salaris zorgt, door middel van een algemeene kerkelijke instelling. 

Het is te voorzien, dat deze ontwikkeling van zaken: dat de kerkvoogd naast zijn plaatselijke taak, steeds meer óók een at gemeene kerkelijke beheerstaak zal te vervullen krijgen, in de toekomst zal toenemen. Daarvoor is noodig, dat de kerkvoogd meer algemeene kerkelijke kennis krijgt. Zonder dat kan hij geen belangstelling toonen en geen liefde hebben en kan hij dus zijn verantwoordelijkheid niet in goed evenwicht dragen.  Zonder die algemeene kerkelijke kennis kan hij; ook moeilijk plaats nemen in beheerscolleges van meer algemeenen aard, welker werkkring over de grenzen van zijn dorp of stad heenreiken.  Aan deze vorming van kerkvoogden leiding te geven, is moeilijk. Zeker is de Vereeniging van Kerkvoogdijen daartoe in de eerste plaats geroepen. Vooral haar provinciale vergaderingen kunnen daartoe zeer dienstig zijn. Zakelijke en heidere uiteenzettingen over b.v. „de colleges van toezicht en hun werkwijze", „het algemeen reglement op het beheer", „bestaan en doel der synodale fondsen', „de financieele kant van het beroepingswerk, van de verhuiskosten, van het jaar van gratie, van het emeritaat op 65-jarigen leeftijd", „van het doel en de nuttigheid van de Generale Kas", „van de verschillende beheersbemoeienissen van kerkeraad en synode", zouden allicht als agendapunten voor de provinciale vergaderingen op hun plaats zijn. 

Een algemeen weekblad voor de Hervormde Kerk in echt algemeenen zin ontbreekt nog steeds. Het is ook zeer moeilijk, onder de huidige omstandigheden een kerkelijk weekblad te reorganiseeren of nieuw op te richten. Voorloopig zal men zich dus moeten tevreden stellen met de provinciale vergaderingen en met dit maandblad, zij het in al zijn gebrekkigheid. Daarnaast kan ook de lectuur van het weekblad voor de Hervormde Kerk, óók in zijn huldigen vorm, aan de kerkvoogden zeer worden aanbevolen. Het meeste échter, en in den waren zin des woords, gaat men de Kerk liefhebben en dus ook als men tot dat werk geroepen is, het kerkvoogdenwerk liefhebben, als men de liefde heeft voor het Evangelie en voor de verkondiging van het Evangelie. Daarom is het zaak, dat kerkvoogden steeds gekozen worden uit de erkende voorstanders van den openbaren godsdienst, zooals de term. luidt. In het godsdienstig meeleven met de gemeente en in den nauwgezetten kerkgang ligt tenslotte de diepste grondslag voor de vorming van den kerkvoogd".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's