De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

DE DOODENVALLEI!

7 minuten leestijd

En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest, profeteer menschenkind en zeg tot den geest: Zóó zegt de Heere Heere: Gij geest, kom aan van de vier winden en blaas in deze gedooden, opdat ze levend worden. Ezechiël 37 vers 9.

De profeet Ezechiël werd door den Heere nedergezet in het midden van een groote vallei.

Maar, o schrik, toen hij rondom zich zag, kwam hij; tot deze ontzettende ontdekking, dat het een vallei was, die bezaaid was met dorre doodsbeenderen. Het geleek wel op een groot slagveld, waar het destijds aan tijd had ontbroken om de verslagenen ter aarde te bestellen. De lijken waren er blijven liggen. Ze waren vergaan en nu lagen nog de dorre doodsbeenderen in het stralende zonlicht te bleeken.

Niet slechts uit de verte heeft de profeet dit alles gadegeslagen, neen, de Heere deed hem bij dezelve voorbijgaan. En het ontbindingsproces was zoó ver voortgeschreden, dat de profeet van de beenderen getuigen moest, dat ze zeer dor waren.

Ge zult het wellicht reeds hebben begrepen, dat in die dorre doodsbeenderen Israël was geteekend.

Jacob's nakroost was in smadelijke ballingschap naar Babel weggevoerd. Het was gedaan met Israels volksbestaan.

Zou Israël nog weer ooit naar Kanaan terugkeeren ?

Zou Jeruzalem, de stad des grooten Konings, nog weer worden opgebouwd? Of wilt ge het, dat we, de vraag zullen herhalen in de beeldspraak van dit profetisch Schriftgedeelte ?

„Menschenkind, zullen deze beenderen levend worden ? "

Het is u stellig bij het lezen van de profetie van Ezechiël wel eens opgevallen, dat de Heere hem telkens toespreekt met den naam van menschenkind.

Wat is die naam van menschenkind uitnemend geschikt om den mensch te doen sterven aan hoovaardij en zelfverheerlijking. O, wat is toch een zondig menschenkind, die zoo broos en vergankelijk is, tegenover den almachtigen en heiligen en rechtvaardigen God!

Wat zal de profeet ten antwoord geven op de vraag, die de Heere hem heeft voorgelegd ?

Van de menschelijke zijde bezien, neen, dan was 't onmogelijk dat de dorre doodsbeenderen nog weer ooit levend zouden worden.

Voor Israël in Babel waren schijnbaar alle verwachtingen afgesneden.

Wat van Israël in zijn geheel geldt, geldt ook van den enkeling.

Als een zondaar bij het ontdekkende licht van Gods genade zich voor het eerst krijgt te bezien, dan lijkt zijn toestand op die van een hopelooze.

Zou er voor zulk een zondaar, die tegen al de geboden Gods gezondigd heeft, nog genade te vinden zijn ?

Toch durft de profeet de mogelijkheid op redding nog niet te ontkennen. Immers, wat bij de menschen onmogelijk is, dat is toch mogelijk bij den Heere. De Heere is toch de machtige. En daarom antwoordt de profeet vol eerbied : Gij weet het, Heere, Heere.

Letten we nog eens een oogenblik op ons eigen volk. Wat wordt de groote massa geesteloos en dor ! Wat is de afval groot! Wat nemen de zonden en de ongerechtigheden toe ! Wat is het reeds diep weggezonken !

En toch moeten we op de vraag, of het nog ooit uit dien jammerlijken toestand van geesteloosheid zal opstaan, ten antwoord geven, dat de Heere het alleen weet. Wat moet de profeet nu beginnen ?

Moet de profeet alle beenderen, die bij elkaar hooren, weer samen zoeken, om ze weer aan elkaar te hechten ?

Zal het hem gelukken om in het dorre volksbestaan van Israël nog nieuw leven te blazen?

Neen, lezers, die nationale wedergeboorte en, levensvernieuwing geschiedt alleen door de macht van het Woord des Heeren.

De profeet heeft alleen maar te getuigen : „Profeteer over deze beenderen en zeg tot dezelve: Gij dorre doodsbeenderen, hoort des Heeren Woord; alzoo zegt de Heere Heere tot deze beenderen : Zie, Ik zal den geest in u brengen en gij zult levend worden en Ik zal zenuwen op u leggen en vleesch op u doen opkomen, en een huid over u trekken en den geest in u geven, en gij. zult levend worden en gij zult weten, dat Ik de Heere ben".

Wat een dwaasheid schijnt het ons, dat een profeet zijn getuigenis zal richten tot dorre doodsbeenderen. Die dorre doodsbeenderen kunnen immers toch niet hooren. Wat zal het baten ?

Wat van een volk in zijn geheel geldt, is ook weer van toepassing op den enkeling. Het schijnt zoo dwaas voor vleesch en bloed om aan arme zondaren, die geestelijk blind en doof zijn, het Woord des Heeren te prediken. En toch is het zoo schoon door den Heidelberger geantwoord op de vraag: Vanwaar komt zulk een geloof ? Van den Heiligen Geest, die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie.

O, laat er geen stilzwijgen wezen bij Gods kinderen ! Och, dat al het volk Gods ook in deze bange dagen profeten waren, om van Zijn naam te getuigen !

De uitwerking van het getuigenis van den profeet was heerlijk.

De profeet hoorde opeens een geluid en er kwam groote beroering in het knekeldal en de beenderen naderden elk been tot zijn been en daar kwamen zenuwen op de beenderen en vleesch op dezelve en de Heere trok er een huid over.

Nu waren het geen dorre doodsbeenderen meer, maar nu lagen weer menschengestalten rondom.

Maar wat ook ten goede mocht veranderd wezen, er was nog geen geest in de lichamen.

Andermaal moet nu de profeet getuigen. Nu niet getuigen tegen de beenderen, maar nu spreken tot den geest: Zoo zegt de Heere, Heere : Gij geest, kom aan van de vier winden en blaas in deze gedooden, opdat ze levend worden.

En de uitwerking ging alle verwachting te boven.

De geest kwam in de lichamen en ze werden levend en stonden op hunne voeten, een gansch zeer groot heir.

Deze heerlijke profetie is aan Israël vervuld. De Heere deed ze opkomen uit het graf van het land der ballingschap. Ze mochten weer terugkeeren.

Maar die terugkeer uit Babel, dat nieuwe oplaaiende nationaliteitsgevoel, het opkomende Farizeïsme, was het ware leven niet.

Dat schonk God op den Pinksterdag. Toen begon de Heilige Geest te waaien in het midden van hen, onder wie Christus had getuigd, dat ze slechts waren gepleisterde graven en dorre doodsbeenderen.

O, wat baat het ons, of er al beroering in de kerkelijke wereld gevonden wordt! Wat baat het ons, of men datgene, wat gedeeld optrekt, al zoekt te vereenigen, als de Geest des Heeren er niet in blaast.

Indien ooit, dan mag de Pinkstergemeente van den nieuwen dag zeker nu niet zwijgen. Ze heeft thans te getuigen van zonde en genade, van schuld en van verzoening, van oordeel en barmhartigheid.

De tijden zijn vol beroering. De roepstemmen, zijn vele. Maar het Woord Gods heeft nog dezelfde kracht als op den eersten Pinksterdag. Het slaat ook thans nog steenharde harten te morzel. Het verbreekt, ook nu nog den feiten tegenstand. Het maakt nog leeuwen tot lammeren.

Zal het gebed om levensvernieuwing van ons volk in waarheid omhoog, klimmen, dan zal het echter in de allereerste plaats noodig wezen om het ook te zoeken voor eigen hart.

Gelukkig de mensch, wiens oogen open zijn gegaan voor zijn doodsstaat, waarin hij is weggezonken. Laat het dan onmogelijk wezen aan 's menschen zijde, dat nog ooit zulk een dor hart levend zou worden, het zal echter ervaren worden, dat bij den Heere alles mogelijk is voor hem, die als de vader van den maanzieken knaap leert bidden: Ik geloof, Heere, kom mijn ongeloof te hulp.

Met de dorheid en het diep bederf des harten naar Zijn kruis! Die daarhenen vluchten, zullen de kracht van het alles reinigende bloed van dien dierbaren Heiland mogen smaken.

Waaie de Heilige Geest ook nu nog door de dorre doodsbeenderen, opdat er velen levend worden en leeren vragen naar dat heil, dat nooit vergaat, eer het voor eeuwig te laat is.

Ermelo

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's