De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het gebed der gezanten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het gebed der gezanten

5 minuten leestijd

Als ge uw Bijbel kent, zult ge niet lang behoeven te zoeken om de tekst te vinden, waaraan we ons opschrift ontleenen. In 2 Cor. 5 : 19—21 lezen we : „Want God was in C'hristus, de wereld met Zichzelven verzoenende, hunne zonden hun niet toerekenende ; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zoo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade ; wij bidden van Christus wege : laat u met God verzoenen ! Want dien, die geene zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem''.

Wanneer we met dit Schriftgedeelte in de hand derhalve een antwoord moeten geven op de vraag : „Wat is de opdracht der Kerk", dan kunnen we zeggen : „Uitgaan en bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen". Het is dan ook bekend, wel niet aan allen, maar dan toch zeker aan onze predikanten, dat Prof. Kraemer de opdracht der Kerk aldus omschrijft : „de bediening der verzoening".

Dit vinden we letterlijk zoo in 2 Cor. 5 vers 18: „En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft''.

Nu merkt Dr J. Ch. Kromsigt terecht op in het Hervormd weekblad „De Geref. Kerk", dat dan nog nader gevraagd moet worden, wat met deze woorden wordt bedoeld. Ik weet wel, dat er menschen zijn, die direct kriebelig worden, wanneer een dergelijke opmerking wordt gemaakt. Altijd dat precies uitzoeken, dat nagaan wat er bedoeld wordt. Maar dit is noodig en dit blijft noodig. Als de geschiedenis ons dat nog niet geleerd heeft, dan zullen we het misschien nooit leeren. Wanneer twee hetzelfde zeggen, is het nog niet hetzelfde. En dat dit in onze Kerk nog steeds mogelijk is, zelfs in de hoofdzaken, moet ons, als iemand over verzoening spreekt, doen vragen : Wat bedoelt u daarmee. Is uw overtuiging dienaangaande te vinden in de belijdenis onzer Kerk of wijkt ze daarvan af. We hebben aan gescherm met woorden niets. Als er gesproken moet worden, dan eerlijk, open, duidelijk, klaar — ook al zou daardoor al bij het begin van het gesprek duidelijk worden dat alle verder praten geen zin heeft, omdat de meeningsverschillen onoverkoombaar zijn.

In „Kerk en Wereld" — ook aangehaald door Ds H. G. Groenewoud in „De Geref. Kerk" — schrijft Dr Banning (Vrijz)., dat hij bereid is met Prof. Kraemer op de vraag : Wat is nu de opdracht der Kerk ? te antwoorden : „De bediening der verzoening". Hij voegt er echter aan toe : „Al zit er achter deze, zooals achter elke formuleering, theologische problematiek genoeg".

Zoo is het. Hier is verschil van meening. Let wel, verschil van meening dus al direct bij het hart der zaak, bij datgene, waar het in de opdracht op aankomt : de verzoening. Dr Kromsigt merkt terecht op, dat het inleggen van zijn eigen zin in een woord aanleiding geeft tot „hopelooze dubbelhartigheid", wat in de geschiedenis al te duidelijk is gebleken. In de reglementen komt de uitdrukking voor „het evangelie van Jezus Christus". Het is plicht, dit evangelie te verkondigen. Maar tot welk een gemodder en dubbelzinnigheid zijn deze woorden al gebruikt. Dr Kr. zegt daarvan iets, wanneer hij het volgende schrijft:

„Onder „evangelie van Jezus Christus" verstond onze Kerk sinds de dagen der reformatie blijkens haar belijdenisschriften in overeenstemming met de H. Schrift, evangeliën en apostolische brieven : het Evangelie, waarvan Jezus Christus niet alleen de prediker, maar ook de centrale inhoud is. Na de opkomst van het liberale humanisme ging men hieronder verstaan : het Evangelie, wiaarvan Jezus Christus alleen de prediker zou zijn, maar niet de inhoud. Wat de apostelen hieromtrent in hun brieven leerden, zou dan een vervalsching van het Evangelie uit de boeken der eerste drie Evangelisten zijn. Uitdrukkelijk werd daardoor dus verworpen het getuigenis van Joh. 3 vers 36: „Die in den Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven, maar die den Zoon ongehoorzaam is, zal bet leven niet zien, de toorn Gods blijft op hem".

De reglementaire formule : „Evangelie van Jezus Christus" wordt zoo misbruikt om op tweeslachtige, dubbelzinnige wijze te bedekken de tegenspraak tusschen tweeerlei predikers, eenerzijds zij, die het geloof in Jezus Christus volgens Joh. 3 : 36 als onmisbaar ter zaligheid prediken, anderzijds zij, die van deze onmisbaarheid niet willen weten en dus een andere „weg der zaligheid" wijzen.

Juist op dezelfde wijze kan nu ook de formule „bediening der verzoening" worden misbruikt.

Wie daarom dubbelzinnigheid en tweeslachtigheid voor de Kerk doodelijk acht, moet aandringen op nieuwe bezinning daarover : wat volgens de H. Schrift de zin dezer uitdrukking is, opdat niet ieder prediker maar willekeurig zijn eigen zin daaraan zal geven".

In de Kerk zal geen tweeërlei weg der zaligheid mogen worden gepredikt. De geheele Kerk zal met één mond moeten spreken van de verzoening, waartoe ze anderen roept. En die verzoening is een ijdele klank, wanneer ze losgemaakt wordt van dien Christus, Die geen zonde gekend heeft, maar die God zonde gemaakt heeft voor ons, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. De belijdenis der Kerk spreekt in dit alles toch geen onduidelijke taal. Welnu, in welk opzicht is die belijdenis dan hier in strijd met Gods Woord? Waar wordt de verzoening zóó voorgesteld, dat dit op grond van de Schrift onmiddellijk moet worden herzien of verworpen ?

Het gaat hier niet over de meening van de een of de ander — maar de Kerk heeft te vragen naar het Woord, dat God haar gaf. En de Kerk moet vrij zijn en gebonden tevens om ook in het woord der gezanten alleen naar Gods getuigenis, naar haar wezen en belijdenis, haar opdracht te vervullen.

Als er gezegd wordt : wij bidden u, laat u met God verzoenen — dan is dit het gebed van Christuswege, alsof God door ons bade. Dan moet iedere dubbelzinnigheid en ieder verschil uitgesloten zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het gebed der gezanten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's