De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIENKE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIENKE

FEUILLETON

5 minuten leestijd

VERHAAL UIT 'T FRIESCHE VOLKSLEVEN

(Met toestemming Uitgever J. H. Kok te Kampen) 93)

„'k Vind, dat er zoo'n dorheid in ons geestelijk leven wezen kan, Pier Boukes. Soms geniet een kind Gods zoo van de dierbare nabijheid zijns Verlossers en voelt hij zich zoo veilig en geborgen in het volbrachte werk van den grooten Borg en Middelaar, maar ook heeft hij weer tijden, waarin hij zich zoo arm en ellendig weet en al wat geestelijk is, zoo ver weg gaat, vind je niet? "

Even scheen de grijsaard te moeten nadenken. Toen vervolgde hij : „We hebben onze schat in aarden vaten, dominé, en mogen nooit vergeten, dat deze o zoo teer zijn en broos. Daarbij komt, dat het geestelijke zélf zich ook niet mishandelen laat. Wie het ruw of wreed aangrijpt, of met onreine handen, die heeft het spoedig beduimeld, waardoor 't zijn schoonheid verliest, maar tevens zijn innerlijke waarde en kracht. Gods volk is te weinig een afgezonderd volk, dominé, en vergeet zoo licht, dat het een heilig volk en een verkregen volk is, om de deugden te verkondigen Desgenen, die het uit de duisternis getrokken heeft tot Zijn wonderbaar licht".

Diep in gedachten maakte dominé Buitenveld met zijn wandelstok figuren in het grint. Hoe menigmaal had hij in andere woorden hetzelfde gezegd ; hoe dikwerf had hij met ernst en klem daar tegen gewaarschuwd en vermaand de geheele wapenrusting onafgebroken te dragen, waarin alleen den Booze kan worden wederstaan en zijne pijlen gebluscht, en hoe gevoelde hij zich zélf als iemand, die groote neiging had om die wapenrusting af te leggen, althans voor een wijle, om eens, gelijk anderen, meer van het leven te genieten, gelijk men dat noemde. Vooral sinds die prediking over „een zeker mensch", waarin hij zoo zijn volle hart bloot gelegd en getracht had de gemeente op te heffen uit de gewone sleur boven het niveau van het alledaagsche, maar hetgeen door die gemeente zoo verkeerd was begrepen en uitgelegd, was het alsof hij langzamerhand zijn innerlijke kracht kwijt werd en niet meer bezat, wat hem voorheen zoo'n verheugenis was en tot den arbeid inspireerde. Waar maakte hij zich toch eigenlijk druk over! Dat deden de collega's óók niet en de gemeente verlangde het niet en zoo'n persoonlijke prediking, héél op den man af, waardoor het Woord des Heeren als een realiteit den mensch heel dicht nabij kwam, deed meer kwaad dan goed. Zelfs Pier Boukes had zich tegenover hem nooit met één woord over die preek uitgelaten en alleen van Gurbe was hij te weten gekomen hoe de gemeente het woord van dien morgen had opgevat. O ja, de meid, die had er tegen mevrouw over gesproken. Sjoerd Glazema, de schilder, had met iets eigenaardigs in zijn blik, waarvan men nooit wist of hij 't meende of dat het slechts veinzerij was, gezegd, dat dominé het mooi wist uit te leggen, en Tamme Visser oordeelde, dat dien morgen de spijker flink op den kop geslagen was en Thijs Sangers had er een borreltje op gekocht. „Zoo'n preekerij kwam in de kerk heelemaal niet te pas! 't Leek wel een meeting van 't heilsleger'', had hij gezegd.

De Piersma's van „Burmania-state" hadden veel genoten, doch er waren, die zeiden, dat deze dit altijd deden, onverschillig hoe er gepreekt werd, omdat hij met zijn baantje als kerkvoogd zoo ingenomen was. Maar Gabe van boer Santema had er erg over gespot! Bij gelegenheid van een biljartpartij in „De Zwaan" had hij, naast de tapkast gezeten, het eene glas na 't anderre geledigd, totdat hij zoowat niets meer zag en men hem anders niet meer wilde tappen dan spuitwater. Toen had hij al maar in dronkemanstaal grapjes verkocht over de preek van hun dominé en gezegd, dat zij hèm niet uit de goot behoefden te halen, wanneer hij te eeniger tijd daarin terecht kwam, omdat hij altijd nog wel mans genoeg bleef om er ook weer uit te klauteren. Mevrouw heeft op die verhalen, die haar smartelijk aandeden, bedenkelijk het hoofd geschud en toen zij 's avonds samen waren, hem den raad gegeven om maar niet weer zoo te preeken. Hij bedoelde het wel goed en een enkele, zooals Gurbe en nog eenigen, vonden dat wel mooi, maar de gemeente in haar geheel had liever, dat de dominé gewoon rechtzinnig preekte, naar den trant, zooals dit altijd plaats had. zonder daarbij in het bizondere en persoonlijke af te dalen.

En hij heeft dien raad opgevolgd, 't Gaf hem gemakkelijker leven en in de gemeente bleef de eenheid bewaard, alleen kon hij oogenblikken hebben, waarin 't hem zoo angstig te moede werd en de vraag boven kwam of het werkelijk wel goed ging.

Mede daarom had hij den weg naar Pier Boukes ingeslagen om eens met dezen te spreken over de vruchtbaarste wijze, voor zoover het dan van mensehen afhing, waarop het Woord kan verkondigd worden, doch inplaats dat dit onderwerp behandeld werd, kreeg hij eindelijk, ongezocht en ongewild, een ernstige terechtwijzing als nooit eerder werd ontvangen. De menschen spraken, althans tegen den dominé zelf, niet over dergelijke dingen. Maar één, die dit deed, en dan op zulk een wijze, dat Ds Buitenveld hier nooit kwaad over worden kon, omdat hier alle bedilzucht was uitgesloten en oprechte hefde tot het Koninkrijk Gods hem zoo spreken deed, en dat was de oude koster.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIENKE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's