De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE HISTORIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE HISTORIE

Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten

5 minuten leestijd

De vrucht van het Evangelie, dat vrijmaakt van de Wet. Vers 1—7.

Hoofdstuk IV.

De vrucht van het Evangelie, dat vrijmaakt van de Wet. Vers 1—7.

Vervolg vers 3.

Evenals voogden een erfgenaam, zoolang hij nog een kind is, hard behandelen, over hem heerschen, en hem bevelen, als ware hij een knecht, zoo is het ook met de Wet. Zij maakt ons deemoedig en tot knechten, te weten knechten van zonde en dood, op wie de toorn Gods rust, hetwelk toch wel de hardste en ellendigste dienstbaarheid mag worden genoemd.

Doch gelijk de heerschappij, welke een voogd uitoefent over een nog te jongen erfgenaam, niet eeuwig duurt, doch slechts tot op het door den vader vastgestelde tijdstip, zoo heerscht ook de Wet niet eeuwig over ons.

Christus heeft ons verlost van de tirannie der Wet.

De hypocrieten echter, die een gerust leventje leiden, alsmede zij, die God openlijk verachten, trekken geen profijt van Christus' komst. En zoo is het ook met degenen, die in vertwijfeling leven, meenende, dat er buiten de verschrikking der Wet geen heil meer te vinden is.

Christus' komst is slechts tot nut voor hen, die door de Wet een tijdlang zijn gekweld en verschrikt, doch niet tot wanhoop gekomen zijn, maar hun toevlucht genomen hebben tot Christus en Zijn genadetroon. Christus toch alleen verlost van den vloek der Wet, wijl Hij zelf een vloek voor ons geworden is. Zij, die dit gelooven, zullen barmhartigheid verkrijgen en genade vinden.

Op de woorden „wij waren dienstbaar'' valt in het bijzonder de nadruk. Het is als wil , de apostel zeggen : ons gemoed was der Wet onderworpen; zij hield ons in haar greep omklemd, evenals een slaaf de gevangene is van zijn heer. De Wet gijzelt ons, en oefent tirannie op ons uit, ons bevreesd, bedroefd, bleek en wanhopig makende. Zij bedreigt ons voorts met den eeuwigen dood en een schrikkelijk oordeel. Deze „theologische" slavernij is de ergste, die er is, maar zij duurt, gelijk ik gezegd heb, niet eeuwig, doch zoolang wij nog „kinderen" zijn, en Christus niet gekomen is.

Zoolang de Christus nog niet gekomen is, zoolang liggen wij besloten onder de Wet, en zijn we knechten : zonder genade, zonder geloof en zonder de gaven des Heiligen Geestes te smaken.

Heeft Christus eenmaal in ons gestalte aangenomen, dan is het met deze gevangenis en dienstbaarheid gedaan.

Wanneer de apostel spreekt van „de eerste beginselen der wereld", hebben sommigen gemeend, dat hier sprake is van de vier elementen : vuur, lucht, water en aarde.

Paulus houdt er echter een bijzondere manier van uitdrukken op na en heeft het hier over de Wet Gods, welke hij op kleineerende wijze „de eerste beginselen der wereld" noemt.

Toegegeven moet worden, dat deze uitspraak van den apostel op het eerste gezicht wel een weinig naar ketterij en onrechtzinnigheid riekt, maar ook elders heeft Paulus de beteekenis van de Wet verkleind.

Zoo zegt hij in 2 Korinthe 3 vers 6 en 7 : „De letter doodt, doch de Geest maakt levend. En indien de bediening des doods in letteren bestaande en in steenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzoo dat de kinderen Israels het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien, om de heerlijkheid zijns aangezichts, die te niet gedaan zou worden, — hoe zal niet veel meer de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn!"

Duidelijk heeft Paulus hier de Wet op het oog en hij wil er ons aan herinneren, dat wij ons niet verlaten moeten op de gerechtigheid, welke uit de Wet is, want de Wet naar haar beste zijde kan toch niets anders doen, dan ons geweten schuldig verklaren, de zonde vermeerderen en dreigen met het oordeel en den eeuwigen dood.

Wanneer dus Paulus hier de beteekenis van de Wet verkleint, dan doet hij dat met het oog op hen, die bekommerd van harte zijn : niet met betrekking tot het gewone leven en hen, wier gemoed door niets verontrust wordt.

Door de Wet de benaming van „eerste beginselen der wereld'' te geven, vergelijkt hij ze met letters van een boek. Want hoezeer de Wet van allerlei zonden terughoudt, en tot het doen van 't goede aanspoort, — toch bevrijdt zij niet van zonde, en evenmin heeft zij het vermogen om rechtvaardig te kunnen maken.

De Wet effent niet den weg naar den hemel, maar haar beteekenis blijft beperkt tot het aardsche.

Ik word niet rechtvaardig en krijg geen deel aan het eeuwige leven, omdat ik niet dood, geen echtbreuk pleeg en niet steel. Deze uiterlijke deugden en een eerbare wandel maken niet het bestand uit van Christus' Rijk. En zij leiden niet tot het verkrijgen der hemelsche gerechtigheid. Ze zijn slechts voor deze wereld van belang en worden gevonden onder de heidenen, evenals destijds onder de Farizeërs en thans onder de hedendaagsche monniken.

Veel schijn en huichelarij in deze wereld heeft met de ware gerechtigheid niets te maken !

Hoewel Paulus handelt over de Wet in het algemeen, heeft hij toch in het bijzonder het oog gericht op de ceremonieele wetten, en met name over deze laat hij zich laatdunkend uit.

De ceremonieele wetten regelen slechts uitwendige zaken, zooals spijs en drank, kleeding, tijden, tempeldienst, vierdagen, wasschingen en offeranden. Alle voorschriften op dit gebied zijn door God namelijk gegeven tot instandhouding van het leven hier op aarde. Ze maken niet rechtvaardig voor God en maken ons niet zalig.

Het spreken van den apostel over „de eerste beginselen der wereld" verwerpt en veroordeelt dus heel de gerechtigheid, die uit de Wet is, en welke belichaamd was in de ceremonieele wetten. Hoewel deze door God ingesteld waren, met de bedoeling, ze gedurende zekeren tijd te laten houden, geeft Paulus ze toch tot op zekere hoogte een minderwaardige benaming.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE HISTORIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's