De Hervormde Kerk en de eenheid der kerken
De eenheid van de Gemeente van Christus spiegelt zich af in het gemeenschappelijk geloof der kerken. Na op deze eenheid gewezen te hebben wijst Prof. Severijn vervolgens op de eenheid der Kerk
onder het aspect harer openbaring.
Wanneer we letten op de openbaring van de Kerk, zooals de geschiedenis deze biedt, dan zien we heel wat kerken, dan is er pluriformiteit, „welke een schrille tegenstelling vorrnt met de organische eenheid en gemeenschap van het lichaam van Christus.'' Prof. S. wil ons echter niet doen uitgaan van de vraag, hoe het is, maar hoe het wezen moet. Kerken en kerkformaties moeten zich dan aan dien eisch toetsen. Iedere vergadering of instituut, die zich als Kerk aandient, valt dan ook onder het oordeel van de eisch, welke God stelt aan de openbaring van de Kerk in het licht van haar eenheid in Christus. Bij eenheid moet dan niet worden gedacht een daarmee onlosmakelijk verbonden structuur van een alle volken omvattende wereldkerk of landskerk. Alsof de eenheid alleen in zulk een wereld- of landsinstituut zou kunnen bestaan. Hier wordt bedoeld de organische eenheid van Christus' lichaam. Deze bestaat buiten alle instituut om, maar uit deze eenheid komt de orde van de openbaring der Kerk op.
De vraag is dus: hoe wordt deze eenheid nu openbaar in het leven der Kerken ? Die eenheid in Christus Jezus ? Wel, in het gemeenschappelijk geloof en in de practijk van de gemeenschap der heiligen. De Kerk toont zich dan „als een heilige vergadering der ware Christgeloovigen, alle hunne zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewasschen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door den Heiligen Geest" (Ned. Gel. Bel. art. 27). Wanneer er een Kerk is, die weigert zich op dit plan te stellen, dan verloochent zij willens en wetens haar wezen. Nu kan men over en weer gaan spreken over de beteekenis van „ware Christgeloovigen". Wat zijn dat, wat gelooven die, in wien gelooven die enz. We moeten dan niet met menschelijke maatstaf gaan meten. Maar de Christelijke religie moet de maatstaf zijn. Wanneer deze dan ook als maatstaf genomen wordt, komt men terecht bij de leer van de apostelen en profeten. Dat is de religie van het Woord Gods. Hierover kan men anders denken, maar de Kerk kan niet anders gelooven. Hier wordt ons het fundament der Kerk getoond en hierin is de eenheid der Kerken. „Als vergadering van ware Christgeloovigen belijdt de Kerk den eenigen en waarachtigen God, als een Verlosser en Vader in den eenigen Middelaar Jezus Christus, in Wien en door Wien Hij zich heeft geopenbaard, gelijk Hij in Zijn Woord getuigt en door Zijn Geest wordt gekend."
Deze eenheid, nu moet in de Kerken openbaar worden en de orde der Kerken moet hierdoor worden bepaald. Hierbij doen zich vanzelf meerdere vragen voor. De eerste vraag nu raakt aan
de belijdenis der kerken
We weten n.l. dat Kerken of groepen van Kerken belijdenissen kunnen hebben, die onderling niet gelijk zijn. Wordt de eenheid nu reeds hierdoor niet gebroken ? Het schijnt van wel, maar dit behoeft toch volstrekt niet zoo te zijn. Neem onze eigen belijdenisschriften als voorbeeld. We hebben de Catechismus, de Ned. Geloofsbelijdenis, de artikelen tegen de Remonstrantenten. Deze zijn ook niet geheel gelijk en hebben ieder een eigen geschiedenis. Maar de Kerken der hervorming hier in ons land hebben deze drie formulieren als haar belijdenis aangenomen , omdat zij uit dezelfde religie voortgesproten, denzelfden geest des geloofs ademen".
Al waren er dus verschillende vormen van belijdenis, toch hadden de hervormers een open oog voor de eenheid: der, religie. Wat intusschen geenszins zeggen wil dat de eenheid er is, welk verschil in belijdenis er ook aanwezig mag zijn. Daar is natuurlijk geen sprake van. Prof. S. wijst hierop met nadruk. De maatstaf, welke hierbij geldt, ligt in de eenheid der religie zelf. Naar deze religie gemeten kan men nagaan of verschillen de eenheid breken of niet. Verschil kan zich voordoen in de wijze van uitdrukking, terwijl de eensgezindheid blijft. Verschil in vorm zal ook meestal van invloed zijn op de inhoud met betrekking tot bepaalde punten. Wanneer er echter verschil is over punten van ondergeschikten aard, dan mag men hierdoor niet tot scheuring overgaan. Hierbij wordt gewezen op wat Calvijn schrijft in zijn Institutie. IV, 1, 16. In de zonde en zwakheid der menschen ziet de hervormer een oorzaak, van gebrek en geschil in de kerkelijke samenleving. Daardoor wordt een ernstig beroep gedaan op de Christelijke verdraagzaamheid. En Paulus spreekt ook vermanend over het „eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van één gemoed en van één gevoelen zijnde''. (Fil. 2 : 1, 2).
Er moet dus geen twist zijn over ondergeschikte punten.
Maar zoodra 't de „kernpunten" betreft, kan de gemeenschap des geloofs geen afwijking verdragen. De kernpunten moeten bij allen ontwijfelbaar vast worden gehouden. Wilt ge een paar van die kernpunten hebben? Dat er alleen een eenig God is, dat Christus is God en de Zoon van God, dat onze zaligheid bestaat en gelegen is in Gods barmhartigheid, e.d.g. (Zie Calvijn's Inst. IV, 1, 11, 12).
In de apostolische geloofsbelijdenis, de twaalf artikelen, vinden we deze kernpunten als in een hoofdsom samengevat. Als men dan die twaalf artikelen maar niet gaat verstaan en uitleggen naar eigen maatstaf. Dt is verkeerd. Ze moeten worden opgevat en verstaan, zooals de Kerk ze heeft opgevat en verstaan, n.l. overeenkomstig de leer der apostelen en profeten.
„In dezen zin zullen de kerken over de eensgezindheid en gemeenschap des geloofs hebben te waken en zijn zij geroepen de eenheid der Kerk te onderhouden". De kerken moeten naar binnen waken over de onderhouding van de zuivere religie overeenkomstig haar belijdenis. De kerken hebben nu ook een gemeenschappelijke roeping om de eensgezindheid en de gemeenschap van Christus' gemeente te bevorderen. En te bewaren. De kerken hebben dat te doen naar den regel des geloofs, welke haar in het Woord Gods is gegeven. De eenheid der Kerk zal zich dus in de eerste plaats behooren te openbaren in het gemeenschap oefenen der kerken onder de heerschappij van het Woord Gods.
In welken vorm moeten de geïnstitueerde kerken nu deze gemeenschap met elkander oefenen ? 't Is erg aantrekkelijk, om nu te zeggen: dan moeten wij daarvoor één wereldomvattend eenheidsinstituut hebben. De Schrift wijst deze vorm echter niet aan en het oordeel van de geschiedenis is ook afwijzend.
Voor gemeenschapsoefening is aangewezen de vergadering of de synode der kerken. (Hand. 15). De kerken raken hierdoor niet van elkander vervreemd. En hierbij past nu geheel, dat, overeenkomstig de Gereformeerde Kerkorde, de classes (dit zijn zakelijk vergaderingen of synoden van naburige kerken) viermaal per jaar bijeenkwamen, terwijl aanvankelijk om de drie jaar een generale synode werd gehouden. Bovendien zal gemeenschappelijk overleg ook noodig zijn door oneenigheid, ketterij, twist, enz. Indien het kernpunten betreft, die de Kerk als geheel raken, dan zal zoo mogelijk het oordeel en de beslissing van alle kerken gewenscht zijn. De Schrift spreekt immers ook van zulk eene beslissing, een dogma (Hand. 15 : 22—28 en Hand. 16 : 4), waardoor gewezen wordt op het gezag van de kerkvergaderingen. In Hand. 15 gaat dit gezag terug op den Heiligen Geest en de beslissing der vergadering is voor de kerken bindend.
Prof. S. wijst er op, dat de afzonderlijke kerken hierbij als zelfstandige kerken worden gezien. Als zoodanig is de Kerk van iedere plaats een zelfstandige Kerk, maakt ze deel uit van de vergadering der kerken en heeft ook het recht op die vergadering zich te beroepen, wanneer moeilijkheden zich voordoen, 't Spreekt vanzelf, dat de zelfstandige, plaatselijke kerken slechts zoolang in de gemeenschap der kerken opgenomen zijn, zoolang zij zelf die gemeenschap onderhouden. Wanneer zij zich niet langer houden aan de eenigheid des waren geloofs, aan de beslissingen der kerken, dan plaatst een Kerk, die zich zoo gedraagt, zich buiten de gemeenschap der andere kerken. Vervolgens zit aan de beslissende bevoegdheid der vergadering, zoo merkt Prof. S. op, indien zij door Woord en Geest wil geleid zijn, de tucht onlosmakelijk verbonden. Die tucht is er in besloten.
In een slotartikel komen wij op een en ander nog terug.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's