De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heilige en Goddelijke Schrifturen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heilige en Goddelijke Schrifturen.

8 minuten leestijd

Het geloof der belijdenis is geen dood formalisme, maar een levende zaak. Het geloof wortelt in de religie der Schriften, d. w. z. in hetzelfde leven, wil men godsdienstige leven, waaruit de wolk der getuigen heeft geleefd en is gestorven in de levende hope der gemeente des Heeren.

Dit legt niet alleen een levend verband tusschen de belijdenis en de Heilige Schriftuur, maar de belijdenis wordt gedragen door het besef van de eenigheid des geloofs met de apostelen en profeten, zijnde de getuigen van den Heere Jezus Christus. Dit innig verband tusschen de confessie en het Woord Gods komt uit het leven der Christelijke religie op. Het belijden is een levensuiting der religie, en hoezeer de vorm, waarin men de belijdenis tot uitdrukking heeft gebracht, in meerdere of mindere mate den inhoud, de beleden zaak, klaar en duidelijk vertolkt, heeft zij als zoodanig een bepaaldheid, die uit het leven der kerk opkomt.

Deze confessioneele bepaaldheid nu laat geen andere controle toe dan die, welke in de religie der Schriften is gegeven. Niet een Christelijke religie, of wat men daarvoor houdt, maar de religie van Christus, zooals die door de apostelen en proteten wordt geleerd. 

Zij kan derhalve geen critiek toelaten dan de critiek des Woords, gelijk dit door den Heiligen Geest wordt verstaan. Door dien Geest geleid, hebben de apostelen en profeten gesproken. Dat is een stuk des geloofs, waarop ook art. 3 der confessie begint te wijzen. Dat geloof op zich zelf, onderwerpt zich wederom niet aan de goedkeuring van de menschelijke rede, alsof zij alleen zou kunnen toestaan te gelooven, wat met haar oordeel overeenkomt, maar dat geloof is een gave Gods. Het geloof is den profeten onderworpen, omdat het door den Geest der profetie wordt gewerkt. Het is alles uit het geloof tot het geloof. Als de brief aan de Hebreen spreekt van het geloof als een vaste grond der dingen, die men hoopt en een bewijs der zaken, die men niet ziet, draagt het geloof dien vasten grond in zich zelf, omdat hét voortspruit uit de dingen, die men niet ziet. (Hebr. 11 : 1).

Het geloof is aan de openbarende werkzaamheid innig verbonden, het is als de uitmonding dier werkzaamheid in het hart, zijnde de vrucht van den levendmakenden arbeid des Heiligen Geestes zelf.

Het geloof in Gods Woord is dan ook een getuigenis van het Woord. Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods is toebereid, alzoo dat de dingen, die m, en ziet, niet geworden zijn uit de dingen, die gezien worden. (Hebr. 11 : 3). Het geloof staat in een onmiddellijke betrekking tot het Woord, Het herkent het Woord, gelooft het Woord en onderwerpt zich aan het Woord. Het beluistert de sprake Gods in de schepping en onderhouding der wereld. (Ps. 19. Ps. 33), het beluistert ook het profetische Woord. Dat Woord geeft getuigenis. Wij belijden, dat dit Woord Gods niet is gezonden noch voortgebracht door menschelijken wille, maar de heilige mannen Gods hebben het gesproken, gedreven zijnde door den Heiligen Geest, gelijk de heilige Petrus zegt, (Art. 3 Ned. Gel. belijdenis).

Hebben wij zoo op de levende betrekking gewezen, welke daar is tusschen het belijden der gemeente des Heeren en het Woord Gods, dan volgt daaruit, dat de kerk de belijdenis aangaande het Woord Gods nimmer kan loslaten. Zij kan op een of ander stuk harer belijdenis tot meer klaarheid komen, maar het stuk, dat hier in het geding is, is blijvend getuigenis. De kerk ontvangt dat Woord uit Gods zorgzame hand. Vanwege de zorg, die Hij voor ons en onze zaligheid draagt, heeft Hij den profeten en apostelen geboden. Zijn geopenbaarde Woord bij geschrift, te stellen en Hij zelf heeft met Zijn viuger de twee Tafelen der Wet geschreven. Hierom noemen wij zulke schriften : Heilige en goddelijke Schrifturen. (Art. 3 Ned. Gel. Bel.).

In al deze dingen geeft de gereformeerde belijdenis rekenschap van het geloof. Zij geeft getuigenis van haar geloofsleven. Zoo ziet zij de Heilige Schrift. Zoo verstant zij het getuigenis der apostelen en profeten. Onder dit aspect ziet zij het geloof der kerk.

Men kan daartegen inbrengen, dat dit geloof geheel of ten deele faalt.

Indien dat het geval is, zal de kerk moeten luisteren. Zij zal zich laten onderwijzen op één voorwaarde n.l., dat hij, die haar ingebreke stelt, spreekt naar de wijsheid van den oversten Leidsman een Voleindiger des geloofs, Jezus Christus.

De kerk wil van geen anderen Zaligmaker weten dan van den Christus Gods en zij kent geen anderen Verlosser dan dien Jezus, die de Christus is, die ook gezegd heeft, dat Hij, het is, van Wien de Schriften getuigen.

Het is haar te doen om den Heiland der wereld, op Wien de vaderen gehoopt hebben. En zooals zij de Schrift verstaat, hebben zij van den beginne de belofte van den goddelijken Verlosser gehad. Want ondanks alles, wat menschen hiertegen hebben irigebracht, houdt de kerk vast aan de belofte Gods aan het eerste menschenpaar, waarin de eerste stralen van den dageraad der verlossing in Christus aanlichten. In Genesis 3 : 15 gaat het licht des Evangelies op over de verloren menschheid.

Dat is het geloof der kerk. Het Evangelie van den Verlosser is de centrale inhoud der Schrift, het centrum des geloofs en de levende werkelijkheid der religie. Op dien Verlosser is het geloof der gemeente zoowel in de verwachting als in de vervulling gericht.

Wie dat geloof aan critiek wil onderwerpen, raakt aan het Evangelie zelf en daarin aan den Christus der apostelen en profeten.

Hij zou moeten aantoonen, dat het omtrent dat Evangelie en den Christus der apostelen en profeten; verkeerd belijdt, dat de Schrift een ander Evangelie en een anderen Christus voorstelt dan in de confessie wordt beleden. Voorts of zij de kennis van dien Christus en den weg tot zaligheid anders voorstelt dan door de Schriften geleerd wordt.

Is de Christus der belijdenis een andere dan de Christus der Schriften? Dat zal men bezwaarlijk kunnen zeggen. En aan dien Christus is het geloof gebonden. Hij is het voorwerp en de inhoud van het Christelijk geloof. De weg des geloofs is de weg des Woords.

Meent men, dat de belijdenis faalt, dan zal dit derhalve naar uitwijzen van Gods Woord moeten blijken. Doch aangezien de Geest Gods in alle waarheid leidt, die ook de werker des geloofs is, is het altoos weer het geloof, dat de meening des Geestes in de zaken des geloofs heeft te onderzoeken.

Van meet af werd de kerk voor beslissingen geplaatst in geloofszaken. Reeds in de oudste kerk waren geschillen onder de Christenen uit de heidenen en de Joden- Christenen en naarmate zij zich uitbreidde kwam het telkens weer voor, dat zij zich had te beraden over vraagstukken, die zich op het gebied van de leer voordeden.

De geschiedenis kkn verder aantoonen, dat de kerkelijke gemeenschappen op verschillende punten een anderen uitleg of een andere opvatting huldigden. Zoo kennen wij allen het onderscheid althans in de groote zaken tusschen de Roomsche en de reformatorische leer. Het kenmerkende der reformatie is met name : terug naar de Schrift. Geen ander gezag in geloofszaken dan Gods Woord., Naar dat Woord heeft de kerk zich te reguleeren. Het geloof in het Woord is de grondslag der reformatie en dat Woord, zooals zij daaromtrent belijdenis doet in haar confessie.

Uit dat geloof is de reformatie opgekomen. Het omhelst Gods Woord, omdat het niet anders kan. Niet hij is reformatorisch, die gebroken heeft met de roomsche kerk en met haar leer, maar die leeft uit het geloof der reformatorische kerk. D reformatoren braken zelfs niet met de kerk onder het pausdom, maar met het pausdom. Zij handelden in het besef, dat God ook onder het pausdom Zijn kerk heeft bewaard. Ofschoon men sprak van de nieuwe leer, stonden zij in de gemeenschap des geloofs met de kerk der eeuwen. De kerk der reformatie wilde geen nieuwe kerk, maar een gereformeerde kerk zijn, de oude kerk, ontdaan van de onzuiverheden, die haar in den loop der eeuwen hebben aangekleefd, terugkeer naar, de oude belijdenis overeenkomstig het Woord Gods.

Zoo pretendeert de gereformeerde confessie belijdenis van het geloof van de eenige, heilige, algemeene Christelijke kerk te zijn. Zij bedoelt daarmede niet, dat haar belijdenis de eenige is, die voor zoodanige mag gelden, alsof de andere reformatorische belijdenisgeschriften niet evenzeer de gemeenschap met het lichaam van Christus beoogen.

Het gaat niet om het belijdenisgeschrift, maar om het geloof, hetwelk daarin uitdrukking heeft gevonden. Het gaat om het geloof, waarin de Christenen van alle tijden verbonden zijn en hetwelk zijn regel en richtsnoer vindt in de Heilige Schrift.

Dat geloof getuigt uit zijn levenden inhoud, uit den Christus, dien het omhelst, van de kennis van God, en den mensch, welke het door Zijn Woord en Geest deelachtig is geworden.

Dat geloof nu kan men wederstaan. Men kan weigeren het te erkennen als het waarachtige Christelijke geloof. Men kan daartegen allerlei tegenwerping maken, maar men kan het niet voor de vierschaar der rede dagen, omdat alleen het geloof over geloofszaken kan oordeelen. Zoo is ook het geloof der kerk in Gods Woord onaantastbaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Heilige en Goddelijke Schrifturen.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's