De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Evangelie geheel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Evangelie geheel

7 minuten leestijd

De belangstelling voor het Oude Testament neemt weer toe en bewijst zich onder meer daarin, dat men het Oude Testament weer wil verstaan als getuigenis van den Christus. Zonder aan dit laatste ook maar iets te kort te willen doen, dient toch gewaarschuwd tegen een verenging, welke niet in overeenstemming is met de waarheid eni door de gereformeerde belijdenis niet wordt geleerd.

Indien iemand beweert, dat de Heilige Sehrift op iedere bladzijde van den Christus getuigt, kunnen wij dat onderschrijven. Geheel de Schrift is openbaring van het gebouw Gods, waarvan Christus is de hoeksteen. Zij is vervuld van den Weg, de Waarheid en het Leven en daarom van den Christus. In zooverre is het juist, de Schrift Christologisch te verstaan. De uitlegging zal daarmede dan ook rekening houden en de gansche Schrift in het licht van het Evangelie van Christus zien.

Toch kan men daarom nog niet zeggen, dat iedere tekst op zich zelf genomen van den Christus in het bijzonder gewaagt. Geheel de Schrift is Messiaansch, maar niet iedere tekst is op zich zelf een profetie van den Messias, zoomin als iedere koning of verlosser een type van den Christus is.

Wel is in de leiding Gods met Zijn volk Israël een voortdurende Messiaansche lijn, gelijk dat in het leven der kerk en der geloovigen ook wordt bevestigd. Alle weldaden des Heeren komen tot ons uit de overvloedige Bron der hemelsche genade, welke God in Zijn Christus heeft gegeven. Daarom zal men den Christus nooit genoegzaam kunnen eeren en prijzen. Men kan de Heilige Schrift niet te veel Messiaansch verstaan, omdat de Christus de Middelaar der schepping, der openbaring en der verlossing is.

Doch men neemt de Christologie te eng, indien men in lederen tekst een getuigenis van den Christus wil vinden in den zin van wat wij noemen de Messiaansche profetieën : Er zal een rijsje voortkomen, enz. Vgl. ook de uitlegging van Petrus in de Pinksterrede, waarop wij hebben gewezen. Petrus wijst daar op profetieën, die den raad Gods aangaande den Christus openbaren. Zulk een strekking en beteekenis kan men niét aan ieder Schriftwoord toekennen.

De belijdenis ziet dat dan ook veel breeder, n.l. „dat al hetgeen een mensch schuldig is te gelooven om zalig te worden, daarin genoegzaam geleerd wordt. Want overmits de geheele wijze des dienstes, die God van ons eischt, aldaar in 't lange beschreven is enz." (Art. 7).

Zij belijdt alzoo, dat de Heilige Schrift de gansche religie en wat wij noemen den godsdienst in den breede beschrijft. Hoewel dan de gansche dienst zonder Christus niet zijn kan en tot haar recht kan komen, maar in het Evangelie der genade is gegrond, wordt hier toch gezegd, dat een groot gedeelte der Schrift over de religie, de ware vroomheid en den cultus gaat.

God wil als de Schepper van hemel en aarde gekend en aangeroepen worden en als een Verlosser in Christus gediend en geprezen worden. Zóo neemt het onderwijs in de kennis van God en de ware Godsvrucht een breede plaats in de Heilige Schrift in. De apostel Paulus noemt de Wet een opvoeder tot Christus en spreekt van den dienst der schaduwen en van de symbolen der Wet. Al deze dingen worden eerst recht verstaan in het licht des Evangelies, en daaruit kunnen wij weten, dat de heiligen des Ouden Testaments die ook gezien hebben in het licht der belofte. Hoe anders zouden zij op de rechte wijze geloofd hebben ? Zooals Calvijn zegt: zij hebben een smaak van Christus gehad. Dat raakt weer aan de verborgenheid des geloofs en aan den Messiaanschen achtergrond van heel de Schrift des Ouden Verbonds.

Het zou echter bekrompen zijn voorbij te zien, dat de Schrift veelvuldig over het religieuse leven en wat er in het menschenhart omgaat, spreekt. Zij geeft niet alleen openbaring van God en Zijn deugden, leidt niet alleen in de ware Godskennis in, maar stelt ook den mensch in profetisch licht. De Schrift is er voor den mensch en de reformatorische belijdenis heeft goed begrepen, dat de mensch zich zelf niet kent. Hij weet niet, hoe hij voor God bestaat en waartoe hij is geschapen.

De kennis van den mensch neemt in Gods Woord niet een minder ruime plaats in dan de kennis van God. Ja, zonder zelfkennis kan hij God niet kennen en ontbreekt hem ook het inzicht in de genadewerken Gods. Zonder zelfkennis geen kennis van den Verlosser, die ook de menschelijke natuur heeft aangenomen, en die alleen weet, wat in den mensch is.

Onderzoeken wij de Schrift op dit punt, dan zullen wij ontdekken, welk een zorg God heeft om den mensch aan zichzelf bekend te maken, opdat hij van de inbeeldingen zijns harten verlost wordt en den weg Gods leere verstaan.

Een theologie, die dit stuk over 't hoofd ziet, kan het Evangelie niet recht prediken.

De reformatoren hebben daarvoor een open oog gehad en hun belijdenis kan er van getuigen, dat zij ook in dit opzicht de Schrift hebben geëerd en omtrent den mensch door haar wilden onderwezen worden. „De geheele wijze des dienstes, die God van ons eischt". Dat slaat op den mensch in zijn verhouding tot God.

Zij hadden een diep inzicht in het stuk der rechtvaardigmaking en ijverden tegen iedere leer, die aan den mensch eenige verdiensten toeschreef, omdat zij den mensch leerden kennen in het licht, dat de Schrift over hem doet opgaan. Doch de nauwgezetheid, waarmede zij voor de eere Gods opkwamen en alle synergisme buiten sloten, heeft hen ook weerhouden de leer „door het geloof alleen'' los te maken van het leven der religie, hetwelk zij in Gods Woord vonden. Het Koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht. Het Evangelie is een kracht Gods tot zaligheid.

Daarom, gingen zij aan den eisch der wedergeboorte niet voorbij. Zij predikten een rechtvaardiging van den zondaar als een vrijmachtige vrijsprekende daad Gods en een toerekening der gerechtigheid van Christus Jezus. Zij stelden zich tegen iedere leer, die zelfs ook in de toegerekende gerechtigheid van den mensch of in een gerechtigheid, welke hem op eenige wijze zou eigen zijn geworden, een grond der verkiezing wilde aanwijzen, omdat zij geen anderen grond erkenden dan het vrije welbehagen Gods. Maar zij maakten de waarchtige Godsvrucht niet los van deze daad Gods, welke haar vrucht heeft uit de wedergeboorte des harten.

Dit gevaar loopen sommigen, die uit vrees om den mensch iets toe te schrijven, wat hem niet toekomt, wel allen nadruk leggen op de daad Gods in de rechtvaardiging, maar het leven des geloofs voorbijzien. Al te weinig wordt acht gegeven op de leer der reformatoren, die zich met recht op de Schrift beroepen, als zij handelen over den mensch, van zijn schepping en goddelijke roeping, van zijn val en van de geheele wijze des dienstes, welke God van hem eischt.

Godskennis en kennis van den mensch zijn nauw aan elkander verbonden. (Zie Inst. I, 1. 1.). Bij een Schriftuurlijke Godskennis behoort een Schriftuurlijke kennis van den mensch. En als God het noodig heeft gevonden om in Zijn Woord zooveel zorg te geven aan den mensch en aan den dienst, dien Hijl van hem vraagt, opdat hij een klaar beeld van zijn hooge roeping en daardoor ook van zijn diepen val zou verkrijgen, kan de uitlegging der Schriften en de prediking des Evangelies daaraan niet voorbijgaan zonder haar doel te missen.

Het is dan ook niet reformatorisch, den ganschen inhoud des geloofs op een enkel stuk der leer terug te brengen. Wie den Catechismus kent, weet, dat de reformatoren dat ook niet hebben geleerd. Zij prediken de gansche Schrift en stellen het Evangelie van Christus in het licht, dat Gods Woord daarover doet opgaan. Zoo ook alleen kan de uitnemende kennis van Christus in haar het gansche leven vervul­lende beteekenis worden verstaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het Evangelie geheel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's