Confessioneele verschilpunten
Wij spraken van Luthersch, Gereformeerd, Zwingliaansch, Roomsch en er zou nog meer confessioneele verscheidenheid zijn te noemen. Deze aanduidingen wijzen op verschillende kerkelijke gemeenschappen, die confessioneel zijn bepaald. De reformatorische belijdenissen komen daarin overeen, dat zij ieder op haar wijze belijdenis doen van het algemeen en ongetwijfeld Christelijk geloof. Voorts stellen de reformatorische belijdenissen zich tegen de Roomsche leer. Vandaar reformatorisch of protestantsch.
Wat het eerste aangaat kan voorts worden opgemerkt, dat de reformatoren zich hebben gesteld op den grondslag van de oude Christelijke kerk. Reeds eerder wezen wij op de Apostolische Geloofsbelijdenis of de Twaalf Artikelen des geloofs. Men zie slechts de plaats, welke deze in den Catechismus inneemt. Die artikelen kregen, zooals de Catechismus laat zien, daarbij nadere uitwerking. Het is toch begrijpelijk, dat ketterijen en leergeschillen, waarmede de kerk in den loop der eeuwen heeft te strijden gehad, niet onaangeroerd konden blijven. Zoo spreekt het ook vanzelf, dat in den reformatorischen tijd voorkomende kettersche leeringen door de reformatorische kerken werden bestreden. Denk eens aan de Wederdoopers en andere geestdrijvende secten.
Uit een en ander kan men verstaan, dat de belijdenissen der reformatorische kerken niet zijn blijven staan bij de Oudchristelijke kerk. De geschiedenis der kerk en de verscheidenheid van geesten heeft een woordje medegesproken Niet overal waren de omstandigheden gelijk. Die waren in het eene land anders dan in het andere. De reformatoren en de reformatorische figuren waren niet gelijk in gaven, talent en inzicht, al mag men veilig zeggen, dat zij in de hoofdzaken des geloofs eensgezind waren. De gemeenschap des geloofs was geen doode letter te midden der verschilpunten en ondanks de verwarring, welke in die tijden heerschte. Velerlei kerk en secte wierpen zich op, zooals men uit de geschriften der reformatoren kan zien.
Hoeveel gemeenschappelijks in de capitale hoofdstukken bij de reformatoren ook werd gevonden, de kerken en confessies, uit de reformatie opgekomen, hebben ook hun verschilpunten. Bekend is, om een hoofdzaak te noemen, dat b.v. Luther over het Heilig Avondmaal anders dacht dan Calvijn. Zoo ware daar meer te noemen. Men zou deze leerverschillen ook richtingsverschillen kunnen noemen en spreken van de Luthersche en Calvinistische richting der reformatie.
Wij wijzen daarop om aan te toonen, dat een doode gelijkvormigheid niet het kenmerk van het reformatorische leven is. Het richtingsverschijnsel komt trouwens op uit factoren, die dieper wegschuilen. Dat is ook altijd zoo geweest. Hoe anders zou de apostel tot eensgezindheid vermanen ? (Phil. 2). Toch stonden de reformatoren op één en hetzelfde fundament des geloofs.
Calvijn was zich van al deze dingen wel bewust. Vandaar dat hij, die zooveel voor de eenheid der kerken ijverde, er op wijst, dat men de gemeenschap der kerk niet moet verlaten, indien daar afwijkingen zijn, zoo er in de capitale stukken overeenstemming wordt gevonden.
Men zal dus goed doen, deze dingen in aanmerking te nemen bij de waardeering der richtingen, maar vergete daarbij niet, dat de fundamenteele overeenstemming des geloofs niet mag ontbreken. De verschillen, die het gemeenschappelijk geloof in de capitale leerstukken doorbreken, zullen zich in een gezonde kerkelijke saamleving niet kunnen handhaven.
Hoever gaat nu het gemeenschappelijk geloof ?
De vraag is maar, in welk verband en ten aanzien van wie dit geldt?
Immers de kerkelijke belijdenis is belijdenis van het gemeenschappelijk geloof van de kerk of kerkengemeenschap, welke die belijdenis als zoodanig heeft erkend en aanvaard. Verschilpunten, die in zulk een kerk of kerkenverband opkomen, bewegen zich op den bodem van het gemeenschappelijk geloof.
De kerk of de kerkengemeenschap zal hebben te beslissen of en in hoeverre zij met het gemeenschappelijk geloof in strijd zijn. En indien zij een nieuwe kwestie stellen, hoe deze in bet licht van Gods Woord moet worden verstaan. Tenslotte ook, of en in hoeverre verschillende opvatting kan worden toegestaan zonder de gemeenschap te breken.
Zoo zal een gezond kerkelijk leven vanzelf medebrengen, dat de belijdenis levend blijft.
Wordt dezelfde vraag interkerkelijk gesteld en dan wel ten aanzien van kerken of kerkverbanden met verschillende confessie, b. V. Luthersch en Gereformeerd, dan staat de zaak weer anders. Dan toch zal men het typeerende ter eener en ter anderer zijde op den achtergrond schuiven om het gemeenschappelijke te laten spreken.
In zulk verband komt de vraag ook onder andere omstandigheden en met andere strekking op. Zij ligt op de lijn van het oecumenische, b.v. ter wille van oecumenische samenwerking. In dat geval zou de interkerkelijke betrekking tevens een interconfessioneele zijn. Dit laatste woord treft men nog al eens aan in den mond der oecumenische voormannen en het kat zich verstaan, dat zij het gemakkelijk in den zin van interkerkelijk gebruiken. Men zou er intusschen ook in kunnen lezen, dat men van het bewustzijn uitgaat, dat iedere kerk of kerkengemeenschap haar eigen belijdenis heeft.
Hier te lande echter kan men interkerkelijk en interconfessioneel niet promiscue gebruiken, aangezien er verschillende kerkformaties zijn, die dezelfde confessie hebben. Voor betrekkingen tusschen zulke kerken en formaties kan men dus van de gemeenschappelijke belijdenis uitgaan.
Hoe echter staat die vraag nu ten aanzien van de richtingen in de Hervormde Kerk ?
Uitgaande van het feit, dat de gereformeerde belijdenis nog altijd de belijdenis der Hervormde Kerk is, zoodat zij, naar baar eigen belijdenis beoordeeld, tot de gereformeerde kerken behoort, die uit de reformatie zijn voortgekomen, zou daarmede tevens het gemeenschappelijk geloof zijn aangewezen.
In dienzelfden gedachtengang zou men kunnen zeggen, dat de richtingen op den bodem der gereformeerde belijdenis staan. De verschilpunten, welke haar onderscheiden, zouden dus op kerkelijk standpunt en naar kerkelijke orde in dat licht moeten worden gezien. De dus geteekende situatie zou overeenkomen met leerverschillen, die in iedere kerkelijke gemeenschap plegen voor te komen.
Kerkelijk gedacht is dat ook zoo. En reeds daarom kan er iets goeds in steken, dat men zich confronteert met de belijdenis en zich daarbij bezint op den aard der kerk, opdat men vooral kerkelijk denke.
In werkelijkheid is er echter heel wat verloren gegaan van een gereformeerd kerkelijk leven, hetgeen het kerkelijk bezinnen niet vergemakkelijkt. Doch omgekeerd kan niet worden ontkend, dat er meer behoefte ontwaakt om zich rekenschap van deze dingen te geven. Men begint steeds meer in te zien, dat gezond kerkelijk leven en het sectarisme der richtingen niet vereenigbaar zijn.
De wijze, waarop de synodale organisatie de handhaving der leer heeft opgevat, heeft er toe geleid, dat de richtingsverschillen de spanningen eener gereformeerde geloofsgemeenschap in verschillend opzicht en in verschillende mate overtreffen. Het gevolg is, dat de herleving van het kerkelijk besef overal op de richtingskwestie stuit, en naarmate dit meer algemeen wordt gevoeld, zal het ten goede kunnen komen aan wat men oplossing pleegt te noemen. De richtingen zelf zullen daaraan tegemoet komen door zich op de confessie te bezinnen. In hoeverre dit op een negatief resultaat zal uitloopen, valt nog niet te zeggen en kan voorloopig aan de richtingen zelf worden overgelaten. Doch eerst als dit duidelijk wordt, zal men een en ander kunnen beoordeelen onder het aspect eener gereformeerde geloofsgemeenschap. Bij overeenstemming in de fundamenteele stukken des geloofs, zou de grondslag voor een gezond kerkelijk leven aanwezig zijn.
Mocht de bezinning daartoe leiden, dat men zulk een eensgezindheid in de fundamenteele stukken onzer kerkelijke belijdenis vond, dan ware ook de voornaamste voorwaarde voor een kerkelijke reorganisatie vervuld. De weg zou gebaand zijn om de overblijvende verschilpunten en vragen in kerkelijken weg tot beslissing te brengen. Het is daarom van het grootste belang, dat de richtingen haar opvattingen toetsen aan Schrift en belijdenis om een waarlijk kerkelijke gemeenschap te bevorderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1941
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's