De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk, School, Vereeniging

16 minuten leestijd

beroepingswerk e.d.

Nederlandsche Hervormde Kerk.

Drietal te Alkmaar (vac. J. H. W. Warners) : H. Boersma te Kloetinge ; G. de Ru te Almen en Harfsen en Dr C. L; Tuinstra te Heerlen-Terwinselen.

Beroepen te Suameer S. van Sinderen te Hoogmade — te Houten (toez.) W. L. Mulder te Veenendaal — te Bussum (Vereeniging voor Evangelisatie voor het werk onder de jeugd) F. M. Kooyman te Zeist, thans predikant voor bijzondere werkzaamheden te Austerlitz — te Huissen (Geld.) E. chr. Baart te Lathum, Bahr en Giesbeek.

Aangenomen naar Rijswijk (Z.-H.) Dr J. M. van Veen te Franeker.

Bedankt voor Vollenhove (toez.) J. C. H. Jörg te St. Jansga en Delfstrahuizen —- voor Leiderdorp D. J. Karres te Sloten (Fr.) — voor Uitwierda H. J. Barnouw te Woltersum — voor Huissen (Geld.) J. Bouwers te Hall (Geld.) — voor Poortvliet J. H. Cirkel te Leerbroek - voor Oterdum -Heveskes cand. H. J. v. Dijk te Hilversum — voor Beetgum (Fr.) P. W. van Arkel, voorganger van de Vereen, van Vrijz. Hervormden te Hengelo.

Hulppredikers.

Cand. C. Jongeboer te Gouda nam de benoeming tot hulpprediker der Nederl. Herv. gemeente te Katwijk aan Zee aan. Hij bedankte voor de benoeming tot hulpprediker te Nieuw Buinen.

De Kerkeraad der Ned. Hervormde gemeente te Oldenzaal besloot een hulpprediker te benoemen.

Gereformeerde Kerken.

Drietal te Zuidhorn : W. J. van Enk te Vries ; P. H. de Kleer te Overschild en J. Rook te Mussel.

Tweetal te Enkhuizen : J. Koppe, te Ommen en G. Morsink te Bergentheim — te Arnhem (vac. J. C. J. Kuiper) : H. van Andel te Soest en Dr G. Brillenburg Wurth te Rotterdam-Zuid.

Beroepen te Leeuwarden (5de pred. pL) : G. Hagens te Asperen — te Drachten (vac. G. Staal) B. Bouma te Noordwijk aan Zee

Aangenomen naar Ten Post cand. G. Janssen, thans hulppred. te Dedemsvaart,

Christelijke Gereformeerde Kerk.

Beroepen te Middelburg, te 's-Gravendeel en te Sneek cand. Drs B. J. Oosterhoff te Zwolle — te 's-Gravenmoer J. Tolsma te Zaamslag.

Bedankt voor Culemborg E. du Marchie van Voorthuyzen te Urk.

Gereformeerde Gemeenten.

Beroepen te Leiden W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid — te Vlaardingen J. van den Berg te Krabbendijke.

Bedankt voor Meliskerke A. van Stuyvenberg te Yerseke.

Afscheid, bevestiging en intrede.

Ds L. Nieuwpoort, voorheen pred. bij de Prot. Kerk in Ned.-Indië, werd Zondag j.l. te Haarlem door Dr E. Emmen, aldaar, als hulpprediker tot zijn arbeid ingeleid.

Cand. J. Zwijnenburg te Reeuwijk, die het beroep naar Noorden aannam, is voornemens op 28 Sept. aldaar zijn intrede te doen.

Zondag j.l. werd Dr J. Koopmans, oud-, secretaris der N. C. S. V., te Amsterdam door Dr G. Oorthuys bevestigd. Tekst Efeze 4 vers 8—12. Des avonds deed Dr Koopmans zijn intrede ; tekst 2 Cor. 1 : 20,

Cand. P. Moerenhout, komende van Utrecht, deed Zondag j.l. zijn intrede te Giessen-Nieuwkerk; tekst Rom. 1 vers 16, nadat hij door Ds J. Goslinga van Utrecht bevestigd was; tekst Matth. 16 vers 18b.

Ds A. van der Most, die het beroep naar Nieuwe Pekela aannam, neemt op 24 Aug. afscheid van Farmsum en doet op 31 Aug. te Nieuwe Pekela zijn intrede.

Ds E. Schroten, die van Wouterswoude overkwam, deed Zondag j.l. te Meerkerk zijn intrede ; tekst Joh. 3 vers 16. Bevestiger was Ds H. Schroten, van Rotterdam Charlois; tekst 1 Cor. 9 vers 23.

Op 10 Aug. a.s. doet cand. J. M. Weddenpohl, te Amsterdam, die te Oudega, Idsega en Sandfirden beroepen werd, aldaar zijn intrede. Bevestiger is Ds C. Aalders te Wommels-Hijdaard.

Cand. H. G. Abma te Ede, doet op 31 Aug. a.s. zijn intrede te Driesum; bevestiger is Ds H. A. Leenmans te Ede.

Jubileum Ds D. J. van de Graaf. Ds D. J. van de Graaf, te Schoonhoven, hoopt op 13 Aug. a.s. den dag te herdenken, waarop hij vóór 25 jaar te Nieuwpoort het predikambt aanvaardde. Ds Van de Graaf stond nadien te Raamsdonk, Ridderkerk, Ede en (sinds 28 Juli 1935) te Schoonhoven.

Hervormde gemeente te Hengelo.

De Synode der Ned. Hervormde Kerk heeft het verzoek van den kerkeraad der gemeente te Hengelo (Ov.) om toekenning van het recht ingevolge art. 23 Regl. op de Predikantstractementen, in verband mtt de stichting van een 3de predikantsplaats ingewilligd. In dit artikel wordt de sticliting van nieuwe predikantsplaatsen geregeld. Deze plaats zal door een vrijzinnigen predikant bezet worden. Inmiddels is aan Dr K. Strijd, te Oisterwijk (N.-Br.), toezegging van een beroep gegeven.

Noodkerk.

De herbouwde noodkerk der Ned. Herv. gemeen ie te Arnhcm(Zuid) is met een plechtige inwijdingsdienst in gebruik genomen. In deze dienst ging Ds Joh. Gerritsen Jr. voor, die over Exodus 20 vers 24 sprak.

Giften.

Ds W. A. Zeydner, Ned. Herv. pred. te Rotterdam, ontving van N.N. een gift van 100 gulden.

Kerkvoogden der Ned. Herv. gemeente te Kralingen ontvingen door bemiddeling van Ds G. A. Pott, aldaar, een gift van 100 gulden.

Gecommitteerden tot de zaken der Ned. Herv. gemeente te Rotterdam hebben van H. V. Sch. te W. een bedrag van 99 gulden voor foto-actie ontvangen.

Jubileum Ds J. P. Paauwe.

Ds J. P. Paauwe, voorganger der Vrije Hervormde groep te Bennekom, wonende te 's-Gravenhage, hoopt op 18 Aug. den dag te herdenken, waarop hij vóór 40 jaar te Yerseke het predikambt aanvaardde. Daarna stond hij te Bennekom, waar hij in 1914 uit het predikambt ontzet werd. Nadien dient hij de Vrije Hervormde groepen te Bennekom, 's-Gravenhage, Delft en Utrecht, met als hoofdgemeente Bennekom.

Ned. Zondagsschoolvereeniging

De Ned. Zondagsschoolvereeniging, die haar 75-jarig bestaan herdenkt, houdt op 20 Aug. a, .s. te Utrecht haar jaarlijksche vergadering. Na een begroetingswoord van Dr G. P. Marang, Ned. Herv. pred. te Utrecht, opent Ds J. P. van Bruggen, Ned. Herv. pred. te Amsterdam en voorzitter der Vereeniging, de bijeenkomst. In de morgenvergadering worden verschillende huishoudelijke zaken afgedaan, waarna in de middagbijeerikomst Dr. Marang spreekt over : „Zondagsschool en kind''. Hierna heeft de herdenking van het 75-jarig bestaan plaats. Ds S. J. M. Hulsbergen, van Hoedekenskerke, spreekt het slotwoord.

Vox theologica.

In de Juli-aflevering van Vox theologica, uitgave van N.V. Van Gorcum en Comp. te Assen schrijft de Leidsche hoogleeraar Prof. Dr A. de Buck over „Psalm 107, godsdienst-historisch bezien". Dr W. H. Gispen, Geref. pred. te Delft, behandelt voorts het onderwerp „Oude Testament en Christendom". Tenslotte geeft Dr A. R. Hulst, Ned. Herv. pred. te Hooge Zwaluwe, een beschouwing over „Oude Testament en Jodendom".

Gemeente-opbouw.

„Het richtingsvraagstuk is een der moeilijkste vragen, waarvoor de Kerk zich geplaatst ziet" — aldus Ds H. W. te Winkel, Ned. Herv. pred. te Groningen, in een artikel „Kerkewerk" in het „Groninger Kerkblad".

„Reeds meer dan honderd jaar heeft dat het leven der Kerk beroerd. De werkgroep „Gemeenteopbouw" is zich daarvan ten volle bewust. Toch heeft zij het gewaagd om het aan te pakken, maar dit keer van een andere zijde dan het in den regel geschied is. Niet in een kring van gelijkgezinden is gesproken over wat gedaan moet worden, maar de werkgroep heeft vertegenwoordigers van de meest uiteenloopende richtingen om „de ronde tafel" bijeengeroepen. Daar zaten een paar malen bijeen leden van de Confessioneele Vereeniging, van den Gereformeerden Bond, van Kerkherstel en Kerkopbouw, van de Vereeniging van Vrijz. Hervormden, van het Reorganisatiecomité en van den Bond voor Evangelisaties.

Door de besprekingen in de gehouden samenkomsten — schrijft de werkgroep — werd bij allen het besef verlevendigd, te staan tegenover één der beschamendste en pijnlijkste ziekteplekken der Kerk. Tevens is gevoeld dat er een getuigenis moest komen, waarin althans de begeerte kenbaar werd gemaakt, dat men met dien ernst begeerde te werken aan deze menschelijk-onoplosbare moeilijkheid, zooals het Evangelie, de nood der Kerk en de nood der wereld dit eischen.

Als resultaat is men gekomen met de gemeenschappelijke wensch tot nauwere samenwerking tusschen Kerkeraden en Evangelisaties, vervat in zeven punten. Instemming en volle medewerking hiermede hebben toegezegd alle Vereenigingen en Comité's, die aan de bespreking hebben deelgenomen, met uitzondering van den Gereformeerden Bond. Deze laatste geeft van zijn bezwaren in een afzonderlijk­ schrijven aan de Synode reken­schap".

Het behoeft geen betoog, dat met het inzenden van het verzoek nog slechtst een eerste stap is gezet op een moeilijken weg. De werkgroep voor Gemeenteopbouw weet zeer goed, dat er veel voetangels en klemmen op dit pad zijn. Het is waarlijk niet de opzet om te zoeken naar een „grootste gemeene deeler'' en om principieele verschillen te verdoezelen. Maar wèl wordt getracht om het onverschillig naastelkaar-heenleven te doen beëindigen".

De Kerk roept.

Ds A. Dönszelmann, Ned. Herv. pred. te Amersfoort, richtte in den jeugddienst van 10 Juli een oproep tot de Amersfoortsche jongeren. Naar aanleiding hiervan schrijft hij in de Amersfoortsche Kerkbode een artikel, waarin hij de vraag stelt: „Hoe bereiken wij de niet-kerkelijke rijpere jeugd van ongeveer 17, 18 tot 25 jaar ? "

„Als antwoord op deze vraag — aldus Ds Dönszelmann — „willen wij aan de Kerkeraadscommissie voor Evangelisatie het volgende plaat aanbieden en haar vragen : Wilt u ons dit werk opdragen ?

Er wordt een groote werkgroep van jongeren gevormd. Vanzelfsprekend — ik zeg dit met nadruk — beperken wij deze werkgroep niet tot den kring van de Hervormde jongeren. Onze afdeeling is geen gesloten groep met een doel in zichzelf, doch een groep van jonge lidmateni in de gemeente, welke bewust meeleven wil met de Kerk en haar dienen wil. Maar er moet nu eenmaal een initiatief genomen worden. Daarom stelde ik Zondag in den jeugddienst dit plan-van-actie namens de Hervormde jongeren voor. Ik hoop echter, dat vele jongeren uit allerlei kringen der gemeente, ial of niet in eenig jeugdwerk georganiseerd, mee zullen doen met dit plan. Met jongeren uit alle kringen der gemeente willen wij deze werkgroep vormen. Een leeftijdsgrens bakenen wij niet streng af. Wij bedoelen de jongeren tusschen 20 en 35 jaar, doch deze grenzen moeten eenigszins vloeiend genomen worden, zoowel naar boven als naar beneden.

Omdat vele jongeren zullen vragen : kan ik dit werk wel doen ? worden er vier scholingsavonden gehouden. Wij wilden beginnen met een samenkomst van alle medewerkers(sters), waarin de aanvalsactie kort uiteengezet wordt. Dien zelfden avond verdeelt de werkgroep zich in kleinere groepen van 15 tot 20 jongeren. In al deze groepen wordt dan gesproken over de vraag : Wat beteekent het, dat wij gemeente van Christus zijn ? Het onderwerp voor den tweeden scholingsavond is : Hoe krijgen wij het gesprek met verafstaande jongeren op gang ? Het derde: de Bijbel. En het vierde : Allerlei vragen van jongeren-van-nu.

Wij meenen, dat ter inleiding van de actie op dezen vierden scholingsavond een gemeenschappelijke bidstond volgen moet. Natuurlijk is er ook een administratieve kant aan dit werk. Wij zullen in iedere straat of complex van straten een werker moeten aanwijzen, die een lijst opmaakt van de jongeren, die daar wonen en aan de omtrek van de Kerk leven. Deze lijsten zullen vanzelfsprekend moeten gecontroleerd en aangevuld worden met gegevens vam den kerkdijken stand. Hier zit heel wat werk aan vast.

Als wij de gegevens hebben, begint de aanval. Al deze jongeren moeten bezocht worden. Het belangrijkste van dit bezoek is het gesprek van jongere tot jongere. Hier ligt de eigenlijke kern van het werk : het getuige zijn. Tevens wordt bij dit bezoek een uitnoodiging overhandigd voor een twee- of drietal kerkdiensten-voor-verafstaanden, waarin eenige brandende vragen gesteld worden vanuit de huidige nood der wereld, om deze vragen vanuit het Evangelie te beantwoorden en de jongeren voor de werkelijke overwinning van Chris­tus te stellen. Vanzelfsprekend zal er daarna zooiets als „nazorg" moeten geschieden.

Ik richt dezen oproep tot alle jongeren in onze gemeente. Ik denk aan hen, die in jeugdwerk medearbeiden, aan de jongeren uit den kring van onderwijzers en onderwijzeressen, aan hen, die op de Zondagsscholen les geven, aan jongeren op kantoren en fabrieken, aan de oudere catechisanten en aan zoo heel veel anderen uit allerlei kringen der gemeente. Laten wij samen een groote werkgroep vormen. Natuurlijk rekenen wij ook op de jong gehuwden. Doe naee met dezen aanval onder het motto : de Kerk roept. Doe mee in het geloof. Wij zullen tegen de taak opzien. Wie biddend met de opdracht worstelt, gaat. Hij wordt gezonden".

Kerk en Jeugd.

Dr G. P. Scheers, Ned. Herv. pred. te Alphen aan den Rijn, schrijft in „Onze Kerkbode" over de verhouding van de Jeugdbeweging tot de Kerk o.m.:

Tot nog toe stonden de Jeugdvereenigingen vrij los naast de Kerk. Zeker, de meeste leden van Jongelings- of Meisjesvereeniging zijn lid of dooplid van de Hervormde Kerk. In vele kleinere plaatsen is de predikant voorzitter van de Jongelingsen de predikantsvrouw presidente van de Meisjesvereeniging. Maar een officieele band met de Kerk is dat nog niet. De Jeugdorganisaties staan principieel los van de Kerk.

Nu echter de laatste jaren het kerkelijk besef groeiende is en vooral nu de Hervormde Kerk zieh bezint op haar roeping naar verschillende kanten, komt de vraag aan de orde, of het langzamerhand geen tijd wordt, dat hier verandering in komt.

Wordt het geen, tijd, dat de band tusschen Kerk en Jeugdbeweging ook officieel gelegd wordt ? Niet in dien zin, dat het Ned. Jongelingsverbond of de Federatie van Meisjesvereenigingen haar interkerkelijk karakter zou moeten prijsgeven. Neen, natuurlijk blijven die Vereenigingen ook voor niet-Hervormden openstaan. Maar plaatselijk kan hier toch wel een en ander bereikt worden. De Kerkeraad kan zich opzettelijk met het jeugdwerk gaan bezighouden en een organisatie scheppen — een Hervormden Jeugdraad —, waarbij de verschillende Vereenigingen : Jongelings-, Meisjesvereeniging, Hervormde Jongeren, Zondagsscholen, zijn aangesloten.

O — hoor ik de jongelui al zeggen — dat beteekent zeker, dat wij onze vrijheid als Vereeniging heelemaal kwijt raken en voor alles de goedkeuring van den Kerkeraad of dien door den Kerkeraad ingestelden Jeugdraad noodig hebben.

Met nadruk moet hiertegen opgemerkt . worden, dat het allerminst de bedoeling is dat de Kerk over de Jeugdvereenigingen de baas gaat spelen. De Vereenigingen behouden zonder eenig voorbehoud haar eigen karakter en blijven aangesloten bij haar landelijkei organisaties. Van de Kerkeraden wordt hierbij een groote mate van soepelheid verwacht.

De bedoeling is alleen, dat eenerzijds de Kerk het jeugdwerk beschouwt als haar eigen werk. Een taak, die zij niet aan anderen mag overlaten. Het hoofddoel van het jeugdwerk is toch geen ander, dan de jeugd tot Christus te leiden en voor Zijn dienst te winnen en te bewaren.

Anderzijds moet ook de jeugd van haar kant beseffen, dat zij kerkelijke jeugd is. Al te veel wordt dat nog vergeten. Al te vaak wordt nog gedacht, dat men z'n „godsdienstige plichten" al aardig „nakomt", wanneer men z'n Jeugdvereeniging maar goed bijhoudt, terwijl kerk en catechisatie er dan minder toe doen.

Het jeugdwerk een deel van het kerkewerk. Wederzijdsche verantwoordelijkheid Dat is het doel, waar de synodale werkgroep „Kerk en Jeugd" op aan werkt. Het is natuurlijk nog maar een begin. Het zijn nog niet meer dan richtlijnen. Er is nog van allerlei onduidelijk en onzeker".

Een eereplaats voor de Diaconie.

Het Bestuur van de Federatie der Diaconieën in de Ned. Hervormde Kerk heeft een circulaire opgesteld, waarvan de bedoeling is, dat zij door de plaatselijke Diaconieën op ruime schaal zal worden verspreid, opdat het inzicht in het wezen en de taak der Diaconieën daardoor zal worden verhelderd.

Deze circulaire vestigt allereerst de aandacht op het feit, dat de Kerk in dezen tijd, die ook voor haar een proeftijd is, meer dan ooit naar vormen heeft te zoeken om uitdrukking te geven aan haar innerlijk wezen. Daarom heeft in deze.dagen de Diaconie bijzondere aandacht, omdat zij een openbaringsvorm der Kerk is. In deze dagen is de Diaconie bezig de eereplaats te herwinnen, welke haar in het kerkelijke leven toekomt.

Na er op gewezen te hebben, dat het te weinig is, wanneer men zegt, dat de Diaconie een kerkelijke weldadigheidsinstelling is, omdat in de Diaconie Christus de Alpha en de Omega is, wordt geconstateerd, dat uit de wijze, waarop de Kerk in deze dagen haar Diaconie in stand houdt niet alleen, maar ook met nieuw leven weet te bezielen, moet blijken, hoe de Kerk zich in dezen beproevingstijd houdt. Niet, dat de Kerk door haar Diaconie aan alle bestaande stoffelijke nooden tegemoet kan komen; nog veel minder, dat zij in de Diaconie de oplossing bezit van tallooze vragen van het maatschappelijke leven, maar de Kerk wil door haar Diaconie een afspiegeling wezen van de ontfermende liefde van Christus.

Op allerlei gebied moet de Kerk strijden om de plaats, welke haar toekomt, te verkrijgen of te behouden. Daartoe behoort ook het getuigenis van die hefde door het offer, dat de gemeente brengt voor allen, die in den strijd van het maatschappelijke leven dreigen te bezwijken. De gemeente heeft de uitvoering van deze taak in handen gelegd van de diakenen en zij moet door hare gaven toonen, dat zij haar Diaconie in hooge eere houdt, haar niet beschouwt als een last, maar als een voorrecht, dat haar verheft; een kostbaar goed, dat zij nimmer uit handen wil geven.

Het beroepingswerk.

Het Maandblad van de Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Nederl. Hervormde Kerk schrijft over de theorie en de practijk van het beroepingswerk een belangwekkend artikel, waaraan wij het slot ontleenen:

„Groote gebreken zijn in den loop der tijden in de practijk van het beroepingswerk aan den dag getreden. Ten onrechte heeft men het opgevat, dat „roeping" en „sollicitatie" elkander uitsluiten. Door van deze uitsluiting axiomatisch uit te gaan, ontstaat er allerlei wild beroepingswerk en komt het voor, dat goede krachten verborgen blijven en krachten van lageren rang zich een weg door de Kerk banen

Er wordt ook veel te veel beroepen. Gemiddeld zijn er jaarlijks in onze Kerk pl.m. 250 vacatures, waarvan er pl.m. 50 ontstaan door overlijden of emeritaat en de andere ontstaan, doordat de predikanten trekken van de eene plaats naar de andere. Dit veroorzaakt voortdurende onrust in de leiding der gemeenten en afbreking van de continuïteit in de herderlijke verzorging en het godsdienstonderwijs. Ook zijn er verhuizingen, die weinig zin schijnen te hebben. Welke zin heeft het b.v., dat een predikant zijn werkkring te Rotterdam afbreekt en te Amsterdam opnieuw begint en omgekeerd ? Zulke vraagteekens zou men kunnen stellen bij vele beroepingen. Een reglementsbepaling, dat een predikant geen beroep mag aannemen, wanneer hij niet 5 of zelfs 10 jaren in een gemeente heeft gestaan, tenzij hij gewichtige redenen kan aanvoeren om zijn gemeente te verlaten ten behoeve van de roepende gemeente, is niet overbodig en zou als een nuttige beperking van het vrije beroepingsrecht van de gemeenten kunnen worden beschouwd. Ook heeft het voortdurend heen en weer trekken der predikanten een financieelen kant, die men niet gering moet achten. Het is waarschijnlijk niet ver van de waarheid af, wanneer men stelt , dat de vervulling van iedere vacature aan de Kerk ongeveer ƒ 1000.— kost.

Veel oude predikanten in de stad zouden gaarne weer hun loopbaan willen eindigen in een dorp. Het feit van hun verminderde krachten maakt zulks ook alleszins redelijk; toch komen zulke beroepingen weinig voor.

Menige studeerende predikant staat in een groote gemeente en zou het beste op zijn plaats zijn in een kleine. Hetzelfde kan gezegd worden van menigen predikant, die hoofdzakelijk algemeene arbeid in de Kerk verricht. Aan zulke wenschen van goede nuttige kerkorde komt ons huidige beroepingswerk niet tegemoet.

Veel nuttige krachten gaan daardoor verloren en veel arbeidsterrein blijft daardoor braak liggen. Zonder een episcopale leiding bij het beroepingswerk te willen verdedigen, zou een zekere ordening daarin toch zeker op haar plaats zijn. Er zijn teekenen, die er op wijzen, dat zulk een ordening in het beroepingswerk in aantocht is. Misschien tegelijk met het toenemende verlangen naar de belijdende Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerk, School, Vereeniging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1941

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's